Over Spot & Ironie

2

2 Commentaren

  • Inge Hannes schreef:

    Goeiedag, Ik herinner me nog iets van een oud Antwerps lied dat mijn grootmoeder zong. Ik dacht dat de titel ‘In den Hemel’ was, maar ik vind er niets van terug.
    Een stukje eruit:
    “… ‘k hoorde hem al reutelen (SintePieter), met zijnen bos met sleutelen,
    ‘k zag daar 6 miljard talloren rijstpap staan …
    In den hemel daar is alles lief en schoon, ons Lieve-vrouwke zit er op ne gouden troon,….
    ‘kzag daar geen woekeraars, ook geen suikeropstapelaars.
    Mieze-muize-molenaere, menig mol, heel den hemel zit er over… van vol…

    In alle geval was het de beschrijving van een droom, ‘hij’ stierf, hoorde St Pieter aankomen, zag de hemel, en werd tenslotte wakker met Lieveheersbeestjes op zijn hoofdkussen.
    Het is niet veel dat ik me nog herinner, maar ik zou het zo leuk vinden indien iemand me op weg kon helpen er iets meer van te vinden.
    Dank bij voorbaat en proficiat met jullie site ! Zoveel materiaal ! 🙂

    • Johan schreef:

      In Londerzeel/Wolvertem werd bij een zekere Jozef Meskens volgende tekst genoteerd, die hij “in vroeger jaren had horen zingen in de café’s” maar van de melodie geen spoor. Als u die kent …
      De tekst komt uit een bundel losse blaadjes ons bezorgd door de plaatselijke Davidsfonds-afdeling en (onvolledig) onderdeel van een licenciaatsverhandeling uit 1978, samengesteld door Christel De Smedt.

      Mijn droom

      Vrienden lief, van deze nacht heb ik gedroomd
      Heel mijn bedde was met water overstroomd.
      Ik was zo dood gelijk een pier
      ‘k Had nog altijd veel plezier
      ‘k Had op aarde nooit geen mensen kwaad gedaan
      Zo zal mijn ziel wel recht naar de hemel gaan
      Zo met een man of drij
      Smeten ze mij opzij
      En iedereen die zei : helaas
      Toen gaven ze me nog een kruiske
      Al in het dodenhuizeke.

      Refrein:
      Ik vloog rechte al naar de hemel
      met de engel Gabriël
      ‘k Hield me bij zijn teugels
      want geen enkel vogelke dat vliegt zo snel.
      Zo kwamen wij aan de hemel
      ‘k Zag Sinte Pieter daar al staan
      Ik hoorde hem al reutelen
      met een bossel sleutelen
      en ik zag wel zes miljard teloren rijstpap staan.

      In de hemel zag ik met een blij gemoed
      Mijne vader en mijn moeder lief en zoet
      Wel Jef, zijt gij daar na (= nu)
      wel wel, zo sprak mijn mama
      Kom, geef mij een kus, mijn schatje lief en klein,
      gij waart nog zo jong toen ik gestorven zijn
      en uwe vader zegt wat voor een stiel gij doet,
      gij zingt er liedjes, gij kapoen,
      o, zing voor ons er ook maar eentje,
      en hef uw beentje

      Refrein:
      Ik zong dat de hemel trilde
      Sint Cecilia speelde mee
      Al mijn beste vrienden
      dan rond mij tesamen
      en ze riepen: dat is Jefke, hé.
      Proficiat, mijn beste jongen,
      proficiat, mijn rare guit.
      Ge kunt ons goed vermaken
      sprak ons Lieve Vraken,
      kies er u nu maar een engelinneke uit

      In de hemel daar is alles lief en schoon
      Ons Lieve Vrouwke zit op een gouden troon
      Daar ziet men geen woekeraars
      Geen suikeropstapelaars
      Suiker dat komen d’engeltjes niet te kort
      Daar zijn nooit geen magazijnen ingestort
      Daar ziet men veel passagiers
      Soldaten, meeste lanciers
      En ieder vliegt maar in ’t geruimte
      Gelijk het gepluimte

      REFREIN:
      Daar ziet men geen gegalloneerden
      Generaals of kolonels
      Geen gepensioneerden, geen gedecoreerden
      Geen vrouwen met een berenpels
      Daar schept men maar jenever
      Gelijk het water uit de vaart
      Zilveren fourchetten, satijnen servetten
      En al die binnenkomt krijgt een rijstpapkaart.

      Zie vriendenlief, in de hemel heb ik verbaasd gestaan
      ‘k Wist niet dat de beesten naar de hemel konden gaan
      Ja, ‘k zag daar van alles wat
      Ratten, muizen, hier en daar een mol
      Heel de hemel zat er overhoop van vol
      Opeens maakte mijn vrouw
      Mij wakker en zei : gauw
      ’t Is tijd om op te staan
      ’t Was flauw
      Ik dacht haar zo een mot te geven
      Maar ik sloeg erneven

      REFREIN :
      Ik zocht achter mijn mamake
      Haar portretje vond ik gauw
      ’t Hing boven mijn schake (= schouwtje)
      Nevens dat van pake
      Dan zocht ik achter Onze Lieve Vrouw
      Ons Lieve Vrouw kon ik niet vinden
      Maar Lievevrouwebeestjes wel
      Ik telde een dozijntje
      Op mijn kussenfluwijntje
      ‘k Was niet meer in de hemel
      Maar wel in de hel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com