0

De Tram

Geplaatst door Johan op 26 september 2021 in liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Stoomtram

Op de zangwijze van “Sur l’air du tralala” maakte Karel Waeri een lied over de nieuwste technologie van zijn tijd (circa 1860): de tram.
Aanvankelijk traag en door paarden getrokken, dan een lawaaierige stoomtram die een beetje sneller was en zwarte rook verspreidde.

Volgens mijn grootouders had het exemplaar dat vanuit Tervuren-Vossem over Leefdaal richting Leuven sjokte (tot 1937) het zeer moeilijk om het heuvelachtig terrein te bedwingen. Ze konden hem van ver horen kreunen en meermaals moest hij in volle helling terug achteruit naar Vossem om het opnieuw te proberen met een snellere aanloop. Zij beweerden dat ze de stoomtram dan precies hoorden klagen met de ritmische woorden: “Stoempt’n bekke, ‘k kan ’t niet trekken”. Enkele stoere passagiers moesten dan de tram helpen naar boven duwen.
Daar zal wel een grond van waarheid in gezeten hebben maar ik was een kleuter en kleuters kan je vanalles wijsmaken, zeker als het door opa of oma verteld wordt.

Tijdens mijn kleutertijd passeerde er een klokvaste elektrische tram op lijn B van Brussel (Sint-Joost) naar Leuven en terug. Tot hij op 19 mei 1961 – ik was toen al bijna een tiener – werd afgeschaft en vervangen door een lijnbus: die was goedkoper en flexibeler naar het schijnt. Een onherroepelijke historische vergissing als je ’t mij vraagt. De stadstram in Leuven was overigens al vervangen door bussen vanaf 1952 en de tramlijn Vossem-Tervuren verdween in 1954.

Waeri heeft het uiteraard niet over die tramlijnen maar over de stadstram in Gent.

De Tram

[A] Karel Waeri [C] trad.

Sa vrienden, luistert, ‘k heb weer iets geweefd aaneen,
om in companie te zingen of in ‘t algemeen,
te zingen hier of daar als wij zijn in plezier,
‘t is van dat groen gerij al met zijn dof getier.

’t Is van den tram, la la la la,
’t Is van den tram, la la la la,
’t Is van den tram, la la la la la la.

Wie had er ooit gedacht of misschien ooit gedroomd
als dat er in ons dorp zou komen aangestoomd
een soort van hels gedruis dat met zijn dof lawijt
nu alle dagen naast de grote steenweg rijdt.

Den ene heeft er scha, d’ander profijten bij
de cafékes onderweg die zijn toch ook niet blij.
Wie vroeger nergens ging, ‘t zij Peer of Jan of Klaas,
die pakt nu ook den tram en hij is weg, helaas.

Wat zult ge wel niet horen als ‘t eens kermis is:
“Och Heer, och God, als ik dan maar den tram niet mis:
mijn liefste die komt mee, als ze me daar niet ziet,
loopt ze zeker verloren, ze vindt de weg hier niet.

Laatst zei nog een vrouw: ” ‘k Wou dat hij sprong in de lucht
die vuile zwarte tram al met zijn dof gezucht.
Mijn geiten breken los, mijn vent die trekt er uit,
zij hebben ‘t geen van allen niet met dat gefluit.”

Partituur * De Tram *
      1. instrumentaal

 Bronnen:
* in "Liederen van de industriële revolutie" MUZ0070 pag 366
* in "Het Aalsters Volksleven" MUZ0370 lied nr 412,  overgenomen uit "EIGEN AARD" (Karel Peeters, 1946, pag. 51)
* De melodie zou teruggaan op een loflied ter ere van legerkapitein Catinat, in dienst van Louis XIV en vervaardigd in 1693, “Ah ! si j’avais connu monsieur de Catinat”, terug te vinden als nr. 22 in “La clé du caveau“
* "Buurtspoorwegen van de provincie Brabant" op Wikipedia
* "Op 19 mei 1961 werd geschiedenis geschreven" (website OKRA Leefdaal)

Tags:

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2021 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com