0

De mannen

Geplaatst door Johan op 25 augustus 2022 in liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Bertino zong een liedje over “de mannen” op de melodie van “Aan de kaai van ’t schipperskwartier”. Hij deed dat in het Oostends en de originele tekst (volgens het boek “Muzikaal Erfgoed van Oostende”) begint als volgt:

Menschen, je peist dank het nie kannen
Of dank het nie willen doen
Een liedje ziengen van de mannen
Ja, zo over hunder fatsoen
Hunder wuuf kannen ze koejoneeren
Ze sien boas met hunder geweld
’t Zoaterdags me ’t ploat van Meneere
Die potten ze an hunder geld.
REFREIN
Toebak, bier en vele uutgoan
Dat is hunder leven.
’t Wuuf die moet den eesten opstoan
Is ’t eten nie gedoan.
Ze vloeken en schelden voe dood
‘k goan een op je tanden geven
’t Is gin een lief vintche die deugt
’t sien ol Jans van vreugd.

Dat hebben we naar best vermogen vertaald naar “universeel marktzangers-vlaams” zodat het ook voor ons eventueel zingbaar wordt.
Uit de tekst moet blijken dat Bertino de mythische superioriteit van de mannen volmondig in twijfel trok. Hij hoopte daarmee misschien goede punten te behalen bij de Oostendse vrouwtjes, maar vergat dat hij ook ’n man was en dus net zo goed een “lief ventje dat niet deugt”.


De mannen

939 [A] Bertino [C] Octave Grillaert

Mensen, je peinst da’k ’t niet kanne
of dat ik het niet wille doen:
een lied zingen van de mannen,
ja, zo over hun fatsoen?
Hun wijf kunnen ze koejoneren,
ze zijn baas met hunder geweld.
’t Zaterdags met de pree van menere,
potten ze al hunder geld.

Toebak, bier en vele uitgaan,
dat is hunder leven.
’t Wijf die moet den eersten opstaan:
is ’t eten niet gedaan?
Ze vloeken en schelden, voor dood:
’k ga één op je tanden geven.
D’r is geen één lief ventje dat deugt,
’t zijn al “Jans van vreugd”.

Willen ze dan eens gaan kijken
naar sport, naar boksen of voetbol?
’t Wijveke mag niet veel spreken,
’t ventje zijn hoofd is op hol.
Dat vlees is weeral slecht gebakken,
de patatten zijn zonder zout
De soep die heeft zo’n rare smaken,
de groenten zijn veel te koud.

Maar die “ontembare leeuwen”
die zijn in mijn ogen niet groot
In plaats van heel luid te schreeuwen,
’t is koud, ze zijn bekans dood.
De griep of een blauwe plekke:
ze zijn ziek, het is weer geflikt.
’t Wijf zit er mee in haar nekke,
waar God zijn schoon brood in steekt

Partituur * De mannen *
      1. instrumentaal

 Bronnen:
zangwijze: Aan de kaai in 't schipperskwartier
tekst in "Muzikaal erfgoed Oostende - deel4 (MUZ0930 lied nr 1079)
"opgedragen aan alle Oostendse vrouwtjes"

Tags:

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2022 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is gemaakt met behulp van het Multi kind-thema, v2.2, op
het bovenliggende thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com