Over Armoede & drank

9

op het eind van elke liedbespreking is er een link naar een zelf geschreven partituur in PDF-formaat. Klik op de rode liedtitel.
Die partituur is in principe “instrumentaal” te horen op de MP3-link die net onder de PDF staat. Klik op de blauwe omschrijving.

67 items

9 Commentaren

  • vens roger schreef:

    beste ik ben op zoek naar een liedje dat mijn peetje briek steeds zong op feesten dat ging over een man met een groten neus het refrein was tjoellaliere tjoellala tes nen keirel van comca

    • Johan schreef:

      Heb je geen flard van een strofe, Roger? Want dat refrein is nu niet bepaald uniek en de liederen die ik tot nu toe vond over dit thema hebben geen refrein.

  • Jelle schreef:

    Beste

    Ik ben op zoek naar een liedje dat ongeveer start als volgt:

    “Door een piepklein vensterraampje konden wij naar binnen zien, lag een meisje op haar bedje hoogstens van een jaar of 10”

    Dit is hetgeen ik mij ervan herinner, het was een erg droef lied vond ik in m’n kinderjaren, maar met de jaren is de tekst uit m’n hoofd verdwenen… Misschien kan u me helpen?

    • Johan schreef:

      Zou het dit kunnen zijn?
      (gevonden op http://www.seniorplaza.nl/item/liedje en afgaande op uw herinnering zou de eerste strofe “corrupt” kunnen zijn, ttz een contaminatie van de originele eerste en tweede strofe. Geen vermelding van melodie maar het past perfect op de muziek van “Zachtjes klinkt het avondklokje” alias “Achter in het stille klooster”)

      In een klein armoedig huisje,
      Zullen wij eens verder zien,
      Daar lag op een veren bedje,
      Een meisje van een jaar of tien.
      Daar lag op een veren bedje,
      Een meisje van een jaar of tien.

      ´t Was de kleine lieve Anna,
      Liet haar oogjes slap’rig hangen.
      En haar mooie rode kleuren,
      Waren niet meer op haar wangen.
      En haar mooie rode kleuren,
      Waren niet meer op haar wangen.

      Op een avond riep ze moeder:
      ,,Kus mij voor de laatste keer,
      Blijf een poosje bij me zitten,
      Morgen zie ik u niet meer.”
      ,,Blijf een poosje bij me zitten,
      Morgen zie ik u niet meer.”

      ,,Geef de pop maar aan mijn zusje
      En de duifjes maar aan Koos.”
      Toen de liev’ling dit gezegd had,
      Sloot ze de ogen voor altoos.
      Toen de liev’ling dit gezegd had,
      Sloot ze de ogen voor altoos.

      O wat schreide die arme moeder,
      O wat schreide die arme vrouw,
      Om haar pas gestorven liev’ling,
      Die ze nooit meer kussen zou.
      Om haar pas gestorven liev’ling,
      Die ze nooit meer kussen zou.

      Na twee, drie, vier dagen later
      En ze in een kistje lag,
      Werd zij naar ’t grote kerkhof
      In ’t koele graf gebracht.
      Werd zij naar ’t grote kerkhof
      In ’t koele graf gebracht.

      (variante van de laatste strofe)
      ’s Avonds kwamen zwarte mannen,
      En die namen Anna mee,
      Op het grafje staat geschreven:
      ,,Hier rust Anna zeer tevreê”

      • Maria Biesmans schreef:

        Al jaaaren zoekend naar een liedje dat mijn grootvader altijd zong, kwam ik op deze site terecht.
        Het enige wat ik mij nog herrinner is de volgende tekst:
        ‘En er zijn vele wijve die het kunnen overdrijven, je moet ze zien hoe ze kunnen overdrijven.
        Je moet ze zien over de stratengaan men zou zeggen wie heeft hun pijn gedaan.
        Je moet er maar eens op letten hoe zij hun kromme poten zetten
        En zij dragen nog de mode van Parijs, nog van de duurste prijs, geraak daar uit wijs…………de rest weet ik helaas niet meer en ook kan ik mij de melodie niet meer herrinneren, mocht u er zich iets van herrinneren ik zou u heel erg dankbaar zijn.
        Groetjes, maria

        • Johan schreef:

          Ik vond “Het lied van Bachten De Kuppe” terug in een verzameling oorlogsliederen opgeschreven door August Biermans tussen 1915 en 1919, die zoon Frans terugvond op een zolder in een “kitzak”. Maar zonder verwijzing naar de bijpassende melodie. Het lied is zo te zien het relaas van een frontsoldaat afkomstig uit het Vlaamse binnenland, die zich verwondert over de “wijven” achter het front en over de boerkes aldaar die niet nalaten te profiteren van de langdurige aanwezigheid van een leger behoeftige soldaten. De tekst werd genoteerd in 1919, blijkbaar toen August Biermans gelegerd was in Uerdingen, dat is in Noordrijn-Westfalen in Duitsland, waar men volgens Wikipedia eigenlijk Limburgs spreekt, net zoals in Morkhoven, de thuishaven van August.

          Vrienden luistert hier en blijf nu nog wat staan
          Ik zal het u seffens gaan vertellen gaan
          Want ’t is een spel dat gij allen zult verstaan zeer snel
          Hier bachte de kuppe met al dat vrouw geslacht
          Heeft den oorlog veel geluk medegebracht
          Want ’t is te wreed, hoe zij hier zijn gekleed

          Refrein

          Men ziet hier vele van die wijven
          Die het kunnen overdrijven
          Als men ze ziet over de straten gaan
          Men zou zeggen wie heeft ze zeer gedaan
          Maar gij moet er eens goed op letten
          Hoe dat zij hunne pooten zetten
          Zij dragen nu de mode van Parijs
          En nog van de hoogste prijs
          Geraakt dat wijs

          II

          Als wij in het begin hier waren gearriveerd
          Gij hadt het moeten zien het was de moeite weerd
          Vuil van den grond, zij hadden geen affront
          Zij hadden kloeffen aan en dat was er nogal straf
          En hunne kousen vielen van hun beenen af
          Hun haar, ’t is waar, dat kamden ze met de schaar

          III

          Ja een tijd nadien kregen zij in hun gedacht
          Van winkel te houden, ja alles met de vracht
          Tabak, cigaar, chocolate en andere waar
          Ze wonnen dan veel geld, ’t was een plezier om zien
          Maar hoe dat kwam, dat weet gij wel misschien
          Want al ons geld, ligt hier in de kas geteld

          IV

          De père loopt niet meer met een gelapte broek
          En een vuil veste werpt hij in den hoek
          Een slechte schoen, die wil hij niet meer aan doen
          Nu ziet men al die boeren, gelijk met een hoop
          Wandelen langs de straten ja juist gelijk een heer
          Maar ik zeg hier ras ’t komt uit de soldatenkas

          V

          Ja dien oorlog kwam hun hier goed van pas
          ’t Is nu ook niet meer gelijk het vroeger was
          Want nu voortaan is het koeiwachten gedaan
          Zij winnen veel geld, beter op hun gemak
          En dat is nu ook die wijven hunne pak
          Want ik zeg het vrij, zij zijn er nu gaarne bij

          Slotrefrein

          Nu gaan ik hier maar zwijgen, over al die huppe wijven
          Den oorlog was voor hun een groot geluk
          Maar later zitten zij weder in den drek
          Nu moeten zij weer gaan slaven en de koeien weer gaan jagen
          En weer wroeten in de vuile grond
          Tot het spuit ja in het rond, ja ’t is gezond

          Uerdingen den 4 – 1 – 1919

          • Maria schreef:

            Héél,erg bedankt voor net meedenken en zoeken van dit lied, ben er ontzettend blij mee!
            Groetjes, maria

  • therese schreef:

    mijn oma zong altijd een liedje met de tekst:
    K’ging overlaatst naar de Congo om mij daar te gaan plaseren, K’peingsdege op broekskes mee bretels, k’Peingsdege ook al op coiffeuze, maar het haar krult daar vanzelfs, o wa benne k’ik toch een seuse????? en dan volgde er nog iets van bananen
    verder weet ik niet meer

    Ons Bomma is jaren miss bomma geweest van de Gentsche Feesten

Plaats een antwoord

HTML-code is niet toegestaan (pech voor SPAMmers)

HTML-code niet toegestaan
Form filling spam bots are redirected to the FormSpammerTrap.com web site.

Loading...

Verstuur uw reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2024 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is gemaakt met behulp van het Multi sub-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com