0

Een dief uit vaderplicht

liedblad verzameling Moorman

Dit liedblad werd dus door een bedelzanger in het begin van de 20e eeuw van huis tot huis aangeboden; het in potlood ingevulde aalmoesbedrag kwam hij dan later ophalen, samen met het liedblad, zodat hij dat opnieuw kon gebruiken.

Willy Lustenhouwer wist in het Brugse nog iemand te vinden die de melodie kon zingen circa 1980

zangwijze volgens Lustenhouwer “Geschiedenis Café-Chantant”

 

En Eugène Koopman schreef de tekst van het liedblad over in zijn omvangrijk liedjesschrift vooraleer het liedblad terug te bezorgen.

liederenschrift Eugenius Koopman (1916)

Herman Van Gorp bewaarde de versie gezongen door Anna Van Heuckelom, Kasterlee, 1975

De dief

[A] [C] onbekend

Wat is ’t bestaan met smarten mij omgeven.
Als werkeloos dwaal ik nu reeds een jaar,
’t geen mijn gezin in d’armoe heeft gedreven.
De hongersnood is toch zo pijnlijk zwaar.
’t Kon langer niet, ’t mocht zo niet blijven duren.
Mijn plicht roept mij te stelpen hunne nood.
Het hart bezield vol moed en zonder vrezen,
ijlde ik heen en toen stal ik een brood.

Een dief dat ben ik, ja ’t is waar.
Dien naam klinkt mij zo vol afgrijzen!
’k Moest toch mijn vrouw en kind’ren spijzen
die hadden honger en verdriet!
Daarom stal ik, bedelen durf ik niet.

Als trouwe knecht met moed en vlijt omgeven,
werkte ik steeds voor gindsen rijken heer.
Omdat ik streed voor meerder loon en leven,
dankt’ hij mij af, geen werk gaf hij mij meer.
En nergens nog is werk voor mij te vinden.
Als opstandaard verjaagt men mij steeds heen
En moest daarom de honger ons verslinden.
Oh neen, meneer, dat zweer ik, neen, o neen.

Ik voelde mij door bittre wanhoop treuren
als ik mijn kroost, nog allen bitter klein,
naast moeder zag, dat deed mijn hart verscheuren.
En wenend, ja, ’t was van den hongerpijn.
Kinderkenslief, sprak zij, ik kan niets geven,
geen kruimel brood, en sloot z’in d’armen dicht
En toen heb ik den diefstal maar bedreven.
Ik werd een dief, maar ’t was mijn vaderplicht.


Partituur * De dief *
      1. instrumentaal
      2. zang Anna Van Heuckelom, Kasterlee (1975)

 Bronnen:
"Geschiedenis Café-Chantant" lied nr 169 (MUZ0165)
"Liederenboek: Kluchten en Romance" (Eugeen Koopman - 1916) (MUZ0349)
Uit liedblad met broncode: Lbl Moormann M166; nummer 1.
Ook voorgezongen door Anna Van Heuckelom, Kasterlee, 1975 voor "HET VOLKSLIED in Kasterlee, Lichtaart, Tielen, Gierle, Turnhout en Oud-Turnhout" (Herman van Gorp) (MUZ0903)

Tags:

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2021 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is gemaakt met behulp van het Multi kind-thema, v2.2, op
het bovenliggende thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com