0

Moeder, geef mij nog een kus

Geplaatst door Johan op 6 december 2018 in cahiers, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

In het boekje “Krotte met steerten en ajuin, gedichten en liederen uit de 19e eeuw” nam Guido Vandermarliere ook een stukje op dat hij vond in het liedjesschrift van kapelaan Martijn Coune uit Borgloon dat bewaard wordt in het Rijksarchief te Hasselt en in 1895 zou geschreven zijn.

De tekst deed ons denken aan andere liederen uit die periode, meestal vertalingen uit het engels van internationale piano-hits geschreven door C.A. White, J.R. Thomas en anderen. In ons eigen archief vonden we alleen een vermelding van de titel en een klein stukje melodie als “teaser” op de achterkant van een partituur uitgegeven bij F.B. Den Boer uit Middelburg.

De volledige partituur vonden we niet, tot we gingen speuren op de website van John Hopkins & The Sheridan Libraries waar meer dan 28.000 public domain partituren uit  de Levy collectie worden ter beschikking gesteld. Zo kwamen we uit bij “Kiss me, mother, ere I die“, in 1863 gepubliceerd bij Henry Tolman in Boston en geschreven door W. Dexter Smith (tekst) en Frederick Buckley (1833-1864) (muziek). Het was snel duidelijk dat we te maken hadden met een (vrije) vertaling van dit lied. En zo vonden we dus de melodie terug die in het liedjesschrift niet werd vermeld.

Het gaat – zoals dikwijls in liederen uit die periode – over een kind dat op sterven ligt. Kindersterfte was tot aan pakweg WOI een levensgroot probleem, ook bij ons, in een tijd dat het belang van hygiëne nog niet was doorgedrongen en er ook nog geen zuiver water uit een waterleiding kwam. We bespraken al enkele andere dramatische liederen uit dezelfde periode over hetzelfde thema: zie Sonny Boy,  Vader, kom huiswaarts en andere

We pasten de tekst gevonden bij kapelaan Coune hier en daar wat aan in functie van het origineel, en dit is het smartelijke resultaat.
Het is een lied met een dubbel refrein: een ‘gewoon” refrein en daar bovenop nog een “koor”-versie in 3 of 4 stemmen, zoals dat indertijd werd uitgevoerd door de “Buckley’s Serenaders“, een zangkwartet samengesteld uit familieleden van de componist. Het is mogelijk dat de “chorus” alleen werd gezongen als slotrefrein, wat het lied compacter en verteerbaarder maakt.

Moeder, geef mij nog een kus

Moeder, geef mij nog een kus,
wil m’uw laatste zegen geven
eer het kille graf m’ontvangt
en ik afscheid neem van ‘t leven.
Moeder, kus en zegen mij
net zoals in vroeger jaren
toen ik speelde vro en blij,
al die vreugd’ is heen gevaren.

Oh kus me moeder voor ik sterf
laat me uwe streling voelen
eer ik lig voor altijd neer,
moeder, kus me nog één keer.

Moeder, geef me nog een kus
eer het kille graf m’ontvangt.
Troost m’oh troost m’in ‘t stervensuur, moederlief!
Kus mij, moeder! Nog één kus.

Moeder, kus mij eer ik slaap
om op aard niet meer ‘t ontwaken.
Ach, ik bid en ween toch niet
nu mijn ziel haar zucht gaat slaken.
Ween niet over mij die thans
van een aard’ vol zorg moet scheiden.
Weldra komt de laatste rust
en een morgen vol verblijden.

Moeder, geef me nog een kus,
éénmaal zult gij mij ontmoeten
boven wolk en boven ster
waar Gods engelen ons begroeten.
Moeder, geef m’uw laatste kus,
druk mijn hand aan ‘t minnend harte.
Oh, mij doet de dood geen pijn
want uw kus verbant de smarte.

Partituur * Moeder, geef me nog een kus *
      1. instrumentaal (met intro)

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1195-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com