0

Het huwelijk van Martha op haar sterfbed

Geplaatst door Johan op 18 oktober 2017 in cahiers, liedbladen, liederen, Over Liefde & Verdriet, schrift Louis Laermans |

Alfons De Belie plaatste in zijn boek “Zo werd gezongen” het verhaal van Martha die op haar sterfbed nog absoluut wou huwen om haar kind een toekomst te geven. Hij noteerde ook de melodie zoals hij die had horen zingen door zijn moeder.

Dezelfde tekst vonden we ook integraal terug in het boek dat Roger Hessel maakte op basis van zijn verzameling liedbladen van Tamboer. Daar werd geen zangwijze opgegeven, dus dat kwam goed uit.

Ook marktzanger Victor Van der Haegen uit Aalst zong over “Het Huwelijk van Martha op haar sterfbed”1 en Frans Van Kets uit Aarschot eveneens.2 Misschien is 1 van hen de auteur (of de opdrachtgever om de tekst te schrijven, Van Kets liet zijn liedteksten vervaardigen door Pierre Bauwens uit Antwerpen en door Cornelis Janssens uit Hoogstraten) want de tekst lijkt me niet echt in de stijl van Tamboer.
Toen we de muzieknoten uitprobeerden klonk dat hier en daar bekend in de oren, maar het duurde toch nog tot ik de hele partituur had gemaakt, bewerkt en min of meer van akkoorden voorzien eer ik de melodie van “La femme à la Rose” meende te herkennen! Dit illustreert wel hoe moeilijk het soms is om de gezangen van een (oudere) zegspersoon juist te interpreteren: zij zingen het voor, puur uit het geheugen, en hebben door allerlei invloeden onbewust ingrijpende wijzigingen aan de originele melodie aangebracht.

Tamboer bracht dus dezelfde tekst en hij kende deze melodie want hij gebruikte ze in andere liederen. Is hij dan toch de auteur van de tekst? Maar het thema van het lied heeft hij niet bedacht, dat vinden we in tal van andere liederen terug. De “Martha” in het liedje is dan ook een fictieve persoon, niet iemand die de tekstschrijver persoonlijk kende …

Volgens Roger Hessel in “De filosofen van de straat” zijn al deze liederen schatplichtig aan Aloïs Van Peteghem die rond 1900 het lied zong van “Een bewijs van ware liefde te Meulebeke. Een jongen getrouwd op zijn sterfbed, enige uren daarna was het meisje weduwevrouw”

Wij vonden vooral liederen terug waarbij – zoals in het geval van Martha – een stervend meisje in het huwelijk treedt. Zo zagen we in een liedschrift van Louis Laermans uit Herent op pagina 109 het verhaal van “Het huwelijk met een stervend meisje” dat inhoudelijk goed overeenstemt met het wedervaren van Martha, en vrijwel dezelfde tekst staat in het liedjesschrift van Martha Criel dd. 1911 op pagina 28 als “Het huwelijk met het stervende meisje”. Ook Alfons Van Gestel uit Aarschot, aangetrouwde familie van Frans Van Kets, maakte een versie onder de titel “Een huwelijk aan ’t sterfbed”, bij hem op de wijze van “Vergeet me niet” (zie voor de melodie bv. dit lied)

Wij weerhielden voor ons eigen repertoire dus de versie die ook door Tamboer werd gezongen en waarvan wij vermoeden dat Pierre Bauwens (+1936) het schreef: de melodie is van 1921 en Corneel Janssens leefde dan al niet meer3.


1“Het Aalsters Volksleven deel 1 – het markt- en straatlied 1860-1950”, pag. 19
2“Marktliedzangers uit Aarschot”, pag. 4
3 Julien De Vuyst publiceerde in zijn boek “Het moordlied in de Zuidelijke Nederlanden tot de XIXe eeuw” op het eind een “biografisch Repertorium, door Jan Bauwens” waarin ook Corneel Janssens is opgenomen. Bij nader toezien heeft die dat stukje overgenomen van Jan De Schuyter en zijn boek “Drij moorden voor vijf cens” uit 1945 :
“Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, was Comeel al 73 jaar oud: hij had dus wel mogen denken aan ophouden: maar zijn politiek engagement was hem te sterk en hij dichtte (en zong) het nu nog beroemd gebleven schimpdicht tegen de Duitse Keizer:
‘k Heb een kakstoel laten maken
En de Keizer zit erin;
Met zijn vijf miljoen soldaten:
In den Ijzer rijden zij in
Om dit liedje werd Comeel Janssens aangehouden, te Olmen en naar Neuhaus gedeporteerd waar hij overleed. in het plaatselijke ziekenhuis, als een gedeporteerde van 79 jaar!”

Dat spotlied lijkt een remake van een spotlied over Keizer Napoleon honderd jaar vroeger dat we terugvonden in “HET STRAATLIED, NIEUWE BUNDEL SCHOONE HISTORIE-, LIEFDE EN OUBOLLIGE LIEDEREN VERZAMELD EN INGELEID DOOR D. WOUTERS EN DR. J. MOORMANN:
VAN DEN KEIZER DER FRANSCHEN,
Komt, vrienden, blijft hier nu een weinigje stanen,
Hoort hoe het Napoleon is geganen,
Die keizer is het in ’t hoofd zoo geslagen,
Hij is stapel gek, wie kan het verdragen.
Kom, wilt voor den keizer een kakstoel gaan maken,
Daar kan hij in zitten om hem te vermaken,
En geeft hem wat rinkels, daar kan hij mee spelen,
Dan zal hem de tijd toch zoo lang vervelen.
(+ nog 10 strofen)

Het huwelijk van Martha op haar sterfbed

Martha was een meisje geprezen,
nog jong, door de liefde verblind.
Haar ziekte kon niet meer genezen
en zij was moeder van een kind.
Hij die haar beminde met ziel en hart
die deelde haar lijden en smart.
Want soms klonken stil hare woorden:
“Ach minnaar, hoort toch mijne klacht”

“Ik smeek! Ik smeek! U die mij mint,
heb medelijden met mijn kind.
Laat het genen bastaard wezen
want ik kan toch niet genezen.
Daarom blijf mij ter dood getrouw
en laat mij worden uwe vrouw,
want nog een ure te lijden straf,
dan is mijn rustplaats in ‘t duister graf.”

Getroffen door haar schone woorden
ontviel ene traan zijn gezicht
en stil murmelt hij in accoorden:
“Ik weet het goed ‘t is mijne plicht”
En Martha die zuchtte nog steeds weleer:
“Misschien ben ik morgen niet meer.
Laat mij u nog eenmaal omhelzen,
weldra is het de laatste keer”

“Ik smeek! Ik smeek! U die mij mint,
heb medelijden met mijn kind.
Laat het genen bastaard wezen
want ik kan toch niet genezen.
Daarom blijf mij ter dood getrouw
en laat mij worden uwe vrouw,
want nog een ure te lijden straf,
dan is mijn rustplaats in ‘t duister graf.”

En hij die haar trouw had gezworen,
zijn harte dat brak van verdriet.
Bij ‘t horen van al hare woorden
toen sprak hij: “Neen dat wil ik niet”
En ‘s anderendaags overwegende
dan stak hij den ring op haar hand
Het huwelijk werd ingezegend
Tot een eeuwige liefdesband.

“Mijn kind en gij die mij bemint,
vaartwel, nu sterf ik blijgezind”
Zo sprak zij zachte bewogen
met ene traan in haar ogen.
Zij gaf ne zucht en ene gil
En alles werd weerom doodsstil
Martha, vroeger toch zo lief en teer,
lag uitgestrekt, want zij was niet meer.

Partituur * Het huwelijk van Martha op haar sterfbed *
      instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com