0

De goede vent

Geplaatst door Johan op 18 juni 2022 in cahiers, liedboeken, liederen, Schrift Eugenius Koopman, thesis Herman van Gorp |

alias “Het kwaaie wijf ” – “Verkeerd getrouwd” – “Lied van een aardig wijf ”

Wat is dat toch met die marktzangers en hun vrouwen? Of vertolken zij gewoon wat de meeste van hun toehoorders meemaken? In talloze liederen worden echtgenotes afgeschilderd als feeksen, bazige profiteurs, venijnige pestkoppen enzovoort.

Ook hier weer blijkt onze (onbekende) beklagenswaardige zanger opgescheept te zitten met een eega die hem op listige wijze met alle huishoudelijke taken opzadelt, zelf een liederlijk leventje leidt en met alles wegkomt. Werkelijk ongelooflijk en allicht ook niet meer dan dat: een zwaar overdreven relaas om de mannen in het publiek de geruststelling te geven dat zij het uiteindelijk nog niet zo slecht getroffen hebben met hun eigen echtgenote.

Varianten van dit lied werden genoteerd van Antwerpen tot Tilburg.

uit “Zo de Ouden Zongen” (Walther Van Riet)

uit het liedschrift van Eugene Koopman

opgetekend anno 1983 door Harrie Franken te Prinsenbeek

De goede vent

850. [A] onbekend [C] onbekend

Zeg, vrienden ik heb een aardig wijf,
ik mag den trouw mij gaan beklagen
Dat duurt zo al een jaar of vijf,
die ros zal mij de deur uit jagen.
Nochtans ik ben een brave man,
ik werk, ik zwoeg zoveel ik kan.
Ik schuur, ik was, ik speel met de klein;
zouden er nog zulke venten zijn?

Ik schuur, ik was, ik speel met de klein,
zouden er nog zulke venten zijn?

Op Zaterdag kom ik naar huis,
dan heb ik haar mijn pree gegeven
Dan zegt zij: Jantje, schuurt mijn huis,
’k zal u dan morgen wel wat geven.
Dan ben ik haastig en zo blij,
ik schuur dat huis in één, twee, drij.
Maar ‘k moet eerst wassen
de doeken van ’t klein;
zouden der nog zulke venten zijn?

Maar ‘k moet eerst wassen
de doeken van ’t klein;
zouden der nog zulke venten zijn?

Op Zondag als ieder is gekleed
om er een pint te gaan verteren,
dan moet ik geven madam haar kleed
om gaan te dansen en te smeren.
Dan geeft zij mij een cens of tien,
ik mag eens naar de foor gaan zien.
En zij gaat drinken haar lijf vol met wijn.
Zouden er nog zulke venten zijn?

En zij gaat drinken haar lijf vol met wijn.
Zouden er nog zulke venten zijn?

En ’s nachts dan komt zij zat naar huis,
dan lig ik in mijn bed te beven.
Ze roept dan op mij met veel gedruis:
Ge moet den waterpot eens geven.
Ik spring uit bed dan in mijn vaan,
‘k moet wachten tot zij heeft gedaan.
En spreek ik dan eens van ietske te doen
dan slaat zij seffens met haren schoen

En spreek ik dan eens van ietske te doen
dan slaat zij seffens met haren schoen

Ik heb nooit een ogenblik plezier
als ik bij zo ’n wijf moet leven.
Was ik maar mijlen ver van hier
of was ik maar alleen gebleven.
Als ik eens zeg: engeltje lief,
dan krijg ik zo ’n peer of vier.
En als ik spreek van minnepijn
dan zegt ze da’k ne sukkelaar zijn!

En als ik spreek van minnepijn
dan zegt ze da’k ne sukkelaar zijn!

Partituur * De goede vent *
      1. instrumentaal

 Bronnen:
MUZ0349 liedschrift Eugène Koopman - lied nr 386
MUZ0138 Harrie Franken pag. 7
MUZ0903 "Volkslied Kasterlee" lied nr 11.84
MUZ0132 "Zo d'ouden zongen" pag 462

Tags:

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2022 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is gemaakt met behulp van het Multi kind-thema, v2.2, op
het bovenliggende thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com