0

Bovennatuurlijk wonder uit de Kempen

Geplaatst door Johan op 13 mei 2021 in liedboeken, liederen, thesis Herman van Gorp |

Dit is een gezongen hagiografie, een loflied dat moet helpen om een voorbeeldige religieuze tot de status van heilige te verheffen. Niet direct het soort onderwerp waar marktzangers zich dierven aan wagen, maar het werd geschreven door  Vincent Vandermaelen (1859-circa 1930) alias “pater Cent” die een priesteropleiding had genoten doch al vroeg verkoos om als zwervende marktzanger door het leven te gaan, tot groot ongenoegen van zijn welstellende, deftige familie.
DIt lied moet hij op het einde van zijn leven geschreven hebben, afgaande op de vermelde gebeurtenissen, en misschien was hij dan al een beetje tot inkeer gekomen.

Harrie Franken ontdekte dat de bezongen franciskanes een zekere zuster Rumolda moet geweest zijn, echte naam Maria van Beek, (°1886 te Zondereigen, +1948). Zij trad in bij de franciskanessen in Herentals. Volgens zegspersonen die de zuster  hadden gekend was zij inderdaad begenadigd met alle tekenen die vereist waren om een heiligenstatus te verkrijgen.  Ik citeer uit Kroniek van de Kempen

In het klooster was ze een voorbeeld voor haar medezusters door haar eenvoud, oprechtheid en nederigheid. 
In 1922 werd ze gestigmatiseerd, waardoor ze niet naar de Congo kon vertrekken om daar de melaatsen te helpen. Haar wonden bloedden, maar etterden nooit. Bloed kleefde op haar hoofd, armen en benen en ze vertoonden wonden als van geselslagen.
Na een paar dagen verdwenen weer alle wonden, alleen de vijf kruiswonden bleven steeds zichtbaar. Elke Goede Vrijdag doorleefde zij in extase de marteling en kruisdood van Jezus.
Gedurende de 26 jaar dat ze gestigmatiseerd was, heeft ze voortdurend geleden en veel gebeden. Op 13 maart 1948 stierf ze.

In de volksmond is zij hoe dan ook het “heilig nonneken van Herentals” geworden.

De tekstschrijver van het lied had dus gestudeerd voor priester en was daardoor vertrouwd met het onderwerp, maar zelf was hij allerminst een heilige. Hij was goed bekend bij andere marktzangers uit Aarschot en omgeving die hij hielp bij het vervaardigen van liedteksten. Harrie Franken hoorde Hubert Geens uit Aarschot  de volgende typische anecdote vertellen over “pater Cent”:

Hij vertelde, dat hij naar zijn ouders schreef, dat hij in Kampenhout aan de Mis kwam staan met liedjes en de mensen
wilden dat niet hebben, want dat waren burgermensen ( die schaamden zich voor hun zanger-zoon). En als ze geen geld opstuurden
naar hem, dan kwam hij aan de mis staan. En direct was er geld voor hem, opdat hij toch maar zou weggebleven zijn van die mis en dan ging hij er toch heen. Volgens mijn moeder was hij eens hier, aan 't klooster, de nonnenschool. Daar ging hij tegen den avond bellen en als de zuster kwam opendoen, laat 'm z'n achterwerk zien. En op dat ogenblik kwam de commissaris van Aarschot daar voorbij. Die wist dat die Vincent, de pater, was. En dan vroeg hij: 'Vincent, wat zijde gij daar aan 't doen?' 
'Ik heb enkel 'ne goeiendag gaan zeggen aan m'n collega's', zei hij. 
Dat is de farceur.

De melodie hebben we letterlijk opgeschreven zoals Anna Van Heuckelom ze in 1975 heeft voorgezongen aan Herman van Gorp, die er een bandopname van bewaarde.

Bovennatuurlijk wonder uit de Kempen

872 [A]”Pater Cent” (Vincent Vandermaelen) [C] onbekend

Komt hier en luistert nu eens kristen mensen,
open uw oog en uw gezond verstand.
Aan Gods wondere werken zijn geen grenzen,
dat zien wij klaar weer in ons Kempenland.
Een jonge maagd, voor ’t kloosterleven geboren,
franciskanes, een arme religieus,
heeft God tot ons voorbeeld weer uitverkoren,
begaafd met zijn wonden, mirakuleus.

Heeft God tot ons voorbeeld weer uitverkoren,
begaafd met zijn wonden, mirakuleus

Van jongs af aan, van in haar kinderjaren,
een heilig kind, in ’t school en op de straat,
bij hare ouders, die beste krist’nen waren,
bad zij van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.
Zij was geacht, bemind van al de mensen,
Eind’lijk sprak zij haar brave ouders aan
om te treden in ’t slot van penitentie,
hetgeen door va en moe wordt toegestaan.

Om te treden in ’t slot van penitentie,
hetgeen door va en moe wordt toegestaan.

Voor de tralies al van dat strenge klooster
omhelsde zij haar lieve ouders teer.
“En ween toch niet, mijn lieve broers en zusters,
want hiernamaals zien wij elkander weer.
Hier ben ik nu, waar God mij heeft geroepen,
Vader en moeder, laat voor mij geen traan.”
‘t Is hier als dat uw dochter zal gaan boeten
voor d’oneer die God toch werd aangedaan.

‘t Is hier als dat uw dochter zal gaan boeten
Voor d’oneer die God toch werd aangedaan.

Aanvaard in ’t klooster der penitentianen,
werd zij gezegend, plechtig ingewijd,
met het grof kleed al van de franciskanen,
de strenge regel van boetvaardigheid.
Bidden en smeken deed zij t’allen tijde
voor de zondaars, in een eenzame kluis,
en vroeg aan God om ook te mogen lijden
zoals de zaligmaker aan het kruis.

En vroeg aan God om ook te mogen lijden
zoals de zaligmaker aan het kruis.

Als missiezuster zou z’haar land verlaten,
naar de Kongo ver over d’oceaan,
om daar de slaapzieken en de melaatsen
en om ons zwarte broeders bij te staan.
Maar ziet, hoe wonder is God in zijn werken,
’t uur is geslaan, zij moet vertrekken gaan.
Het schip wacht haar in d’haven van Antwerpen,
maar, ze wordt ziek, wat heeft God haar gedaan ?

Het schip wacht haar in d’haven van Antwerpen,
maar, ze wordt ziek, wat heeft God haar gedaan ?

Rond haar rein hoofd draagt zij een doornenkrone,
uit elke hand en ook uit beider voet,
uit haar lende zien w’als een wonde stromen
haar zuiver, rein en haar natuurlijk bloed.
Wanneer de overste staat aan haar zijde,
Smeekt zij nog altijd : “Lieve moeder, maar
ik vraag aan God dat ik nog meer mag lijden
tot bekering van de arme zondaar.”

Ik vraag aan God dat ik nog meer mag lijden
tot bekering van de arme zondaar.

Nu kristenen, wij mogen ’t niet vergeten,
als dat zij in smarten en bitt’re pijn,
niets anders doet dan maar bidden en smeken,
gedurig roept tot allen groot en klein:
“De zee is woest en briesen doen de baren,
waakt dan en bid, want het gevaar is groot.
Dat God het mensdom toch moge gaan sparen
van oorlog, pest en van de hongersnood.

Dat God het mensdom toch moge gaan sparen
van oorlog, pest en van de hongersnood.

 

Partituur * Bovennatuurlijk wonder uit de Kempen *
      1. instrumentaal
      2. Anna Van Heuckelom - 1975

 Bronnen:
zoals voorgezongen door Anna Van Heuckelom, Kasterlee, 1975 (MUZ0903) HET VOLKSLIED in Kasterlee, ... lied nr 6-48
"Kroniek van de Kempen", deel 12, 1992, ISBN 90-74271-383, pag. 149

Tags:

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2021 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com