0

Boeren-vrijagie / De stier

Geplaatst door Johan op 3 november 2019 in dubbelzinnig, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Circa 1859 schreef Napoleon Destanberg een lied over “Pier Sis” (Petrus Franciscus) die Trezeke (Theresia), een boerenmeisje, probeert het hof te maken. Zij denkt aanvankelijk dat hij gewoon wat wil flikflooien “zoals alle mannen” maar zij wil niet zondigen waardoor ze later “naar de hel” zou moeten gaan… Pier houdt echter vol en in de achtste strofe gaan ze in plaats van naar de hel samen “naar wethuis en naar de kerk”. Om te trouwen dus.

Het lied is door Destanberg allicht geschreven voor een revue want de strofen worden afwisselend door een man (Pier Sis) en een vrouw (Trezeke) gezongen. De laatste strofe zingt “‘een zanger”

Tekstschrijver Destanberg gebruikte de melodie van het lied “Gelijk een roos in ’t groene veld” dat toegeschreven wordt aan Gentenaar Emmanuel Pieter Van Acker (1771-1842)

Boeren-vrijagie

PS = Pier Sis; Tr = Trezeke

PS. Wel Trezeke, mijn zoete kind,
Bazeerd, ’t doet mij plezier,
dat ik u aan de stalling vind,
zo rood gelijk een vier.
Zeg mij ‘ne keer, es da’ misschien
omdade gij mij had gezien?
Laat horen, aardig dier,

Tr. Pier Sies, gij maakt mij heel beschaamd
met uwen zotten praat.
‘k En wist niet dade gij daar kwaamt
of waar gij loopt of gaat.
Maar, Pier, terwijl ge mij beziet
staat gij te beven lijk een riet.
Zeg, zijde misschien kwaad?

PS. Zou ik gaan kwaad zijn of te boos,
dat waar een zot fatsoen,
als gij daar bloost gelijk een roos
in ’t midden van dat groen.
’t En is van kwaadheid niet da’k beef,
het is… het is… zo waar ik leef…
van goesting naar ’n zoen.

Tr. Ach! Wat een woord in uwen mond,
dat schier mijn herte breekt.
Zie, daar op zulken valsen grond
dat gij van liefde spreekt.
Een zoen, dien krijgt gij niet van mij,
’t is list en duivels schelmerij:
de paster heeft ’t gepreekt.

PS. Den duvel spreekt niet in mijn hert,
ik wil u niet verraân,
ik wil u niet tot uwe smert
een zonde doen begaan.
Zie, op mijn ziele, veur ’n zoen
zou ik te voet ’n beeweg doen,
ik zou naar Halle gaan.

Tr. Ja, ja, het mannevolk, Pier Sies,
ze zeggen ’t al zo wel:
ze spreken allen zo precies,
ze zijn daarin zo fel.
En als wij luist’ren naar hun praat,
we zijn geleverd aan het kwaad,
en wij gaan recht naar d’hel.

PS. Geloof me, Treze, ‘k meen het goed,
ik heb al wat vergaard:
‘k heb hemdens, lijnwaad, wollen goed,
en enen pot gespaard.
En, Treze, legt gij daar iet bij,
dan zijn we in een jaar of drij
te samen al gepaard.

Zanger Wat zou nu d’arme Treze doen,
haar hertje klopt zo sterk.
Zij gaf Pier Sies ’n malse zoen
en zij vergat haar werk.
Wat wel begint dat eindigt wel,
zij ging, in plaats van naar de hel,
naar wethuis en naar kerk!

Partituur * Boeren-vrijagie *
      1. instrumentaal


Karel Waeri maakte op dezelfde melodie een heel ander en fel gekruid “liefdeslied” over de lotgevallen van een volgzame Pier Sis, de nieuwsgierige en doortastende Marjan en de “tuchtige” koe Blesse. Marjan ziet blijkbaar voor het eerst hoe Blesse de koe gedekt wordt door een stier en dat brengt haar tijdens de terugweg op ideeën …

De originele melodie werd door Walter De Buck (en door Karel Waeri ?) fel bewerkt en is nauwelijks nog te herkennen. We behielden alle 9 strofen van Waeri: bij dit soort onderwerpen blijft het publiek ook na 4 strofen nog aandachtig luisteren !

De Stier

Pier Sies, de knecht van boer ArJaan
die moest de koe gaan halen,
om daarmee naar de stier te gaan,
ge moet dat goed verstaan.
Omdat dat beestje tuchtig was,
ze maakte nogal veel ambras,
de meid ging mee voor… ja, bazeerd,
te draaien aan de steert.

Marjan en Blesse en onze Pier,
ze waren juist met drijen,
ze trokken samen vol plezier
en vreugde naar de stier.
Marjanne wilde ne keer zien
hoe dat dat spel daar ging geschiën,
ze was van liefde heel doorweekt,
z’had in heur hemd gezeekt.

De stier had nu zijn werk gedaan,
ze mochten weerom keren.
Marjanne kost dat niet verstaan
hoe dat dat was gegaan.
“Maar, hoor eens,” sprak ze tot Pier Sies,
“dat spel, dat vind ik nogal vies,
hoe wist de stier nu juist van pas
dat Blesse tuchtig was?”

“’t Doet, doet,” zei Pier,” dat is bekend,
ze kunnen dat gerieken.”
“Wel, Pier, ge zijt een brave vent,
nu maakte mij content.
’t Moest met de mensen ook zo zijn,
geriekt gij nietmendal, kozijn?”
“Bij ja!” subiet, en onze Pier
deed ’t zelfde als de stier.

Marjanne was nu ook voldaan,
ze trokken weeral verder,
maar Blesse mocht niet zeer meer gaan,
dat kunt ge wel verstaan.
De steert en wierd niet meer gedraaid,
zij ging bij Pier de kameraad
en vroeg, terwijl z’hem gaf ne neuk:
“Hoe is’t met uwe reuk?”

“’t Is goed,” zei Pier, “ik riek het wel,
gij moet gij mij niet plagen.”
Hij pakt Marjanne bij heur vel,
’t was weeral ’t zelfde spel.
Dan nog een beetje voortgegaan,
Marjanne bleef alweder staan
en sprak nu voor den derden keer:
“Zeg, riekte gij niks meer?

Dat duurde zo tot viermaal toe,
Pier Sies begon te geeuwen.
Hij werd dat spel zodanig moe,
hij trok al aan de koe
om rap naar huis te kunnen gaan.
Marjanne deed ze blijven staan en riep:
“Trek uwen neus maar op,
gij stomme ezelskop.”

“Neen, neen,” zei Pier “‘k ben heel verstopt,
we gaan een beetje wachten;
’t Is nutteloos aan mijn deur geklopt,
‘k heb al genoeg getopt.
Gij zijt veel slechter dan de koe,
dat beest dat was van één keer moe,
en ik riek al ne keer of vier,
’t is straffer dan de stier.”

“O, ja, ge zijt ’n felle reus,”
sprak wederom Marjanne,
“ge maakt gij veel van uwen neus,
ge zijt nogal fameus;
waart gij besteld gelijk de stier,
‘k en vroeg naar genen keer of vier,
maar gij, met uwen korte steert,
’t is wel de moeite weerd!

Partituur * De stier *
      2. instrumentaal
      3. versie van Wim Claeys (fragment)

Tags: ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com