0

De Loteling

Geplaatst door Johan op 10 april 2018 in liedbladen, liedboeken, liederen, Soldaten, Wereldoorlog |

In “MARKTLIEDEREN over de loting, het soldatenleven en de onmenselijkheid van de eerste wereldoorlog“, een verhandeling geschreven door Julien De Vuyst en in 2008 gepubliceerd door de heemkundige kring De Hellebaard vzw uit Herzele, staan een aantal liedjesteksten over de Eerste Wereldoorlog en/of het soldatenleven uit die periode, meestal zonder vermelding van melodie. De verhandeling blijkt een grondige herwerking van een bijdrage die dezelfde auteur in 1991 publiceerde in “Ons Heem” als “Het marktlied als oorlogsthema”, toen hoofdzakelijk gebaseerd op liederen van na de tweede wereldoorlog.

Een van de eerste liederen uit de MARKTLIEDEREN gaat over “De Loteling”(“un conscrit”, het was hier geïntroduceerd door de Franse Revolutionaire bezetters) op de muziek van “Trik trak op mijn getouw”. Harrie Franken publiceerde in “Van Zingen en Speule – deel 9″ het lied “Ik ben een arme weverszoon”, zoals hij het hoorde zingen door Lowie de Vocht uit Oirschot. Elke strofe van dat lied eindigt op “trik trak op mijn getouw” en de melodie past inderdaad perfect op de tekst van “De Loteling”: we zijn altijd blij als we een passende melodie terugvinden bij een interessante tekst!

Wat een loteling was bespraken we eerder al bij het lied “Mijn kleine piot” en bij “Het lied van de klas“. In 1974 draaide Roland Verhavert een film gebaseerd op het boek “De Loteling” van Hendrik Conscience waarin het triestige lot van zo’n loteling op dramatische wijze werd weergegeven.


In het lied “De Loteling” worden enkele gevolgen van dit systeem kundig samengevat: de onfortuinlijke jongeling is niet blij als hij bedenkt dat hij zijn liefje voor meerdere jaren zal moeten missen. Zijn moeder ziet het ook niet zitten: het wordt niet expliciet gezegd maar blijkbaar is zijn vader er niet meer en is hij in feite de enige kostwinner voor het gezin. Zijn vertrek is dus een ramp. “Onze akker staat al in het groen” maar er zal niemand zijn die voor de oogst kan zorgen. En tenslotte vraagt hij zich af of zijn geliefde hem trouw zal blijven, wat inderdaad dikwijls niet het geval was en bij de thuiskomst tot bloedige drama’s leidde… Het probleem dat welstellende jongelingen hun onfortuinlijk lot konden verkopen aan arme gezinnen komt in dit lied niet ter sprake maar dat was een bijkomend asociaal gevolg van de zogenaamde “eerlijke en onpartijdige” loting die tussen 1798 en 1909 in België van toepassing was.

Ik ben gevallen in het lot,
wat heb ik toch verdriet!
Ik moet soldaat gaan spelen, God,
ik beef gelijk een riet.
Zo goed en vrolijk was het mij
al in ons dorp aan uwe zij!

Vaarwel, schoon lief, de trommel slaat!
Marche! Marche! Ik ben soldaat.

Mijn moeder sterft er zeker van
als zij mij derven moet.
Te zwak voor ‘t werk is onze Jan
al heeft hij zoo ’n moed.
Maar ‘t is beslist, de wet is blind,
God weet of ik u wedervind…

Vaarwel, schoon lief, de trommel slaat!
Marche! Marche! Ik ben soldaat.

Verlaten moet ik huis en haard,
mijn koe en mijnen hond.
Al wat me dierbaar was op aard
en waar ik vreugd in vond!
Onz’ akker staat al in het groen…
maar ‘t vaderland heeft mij van doen!

Vaarwel, schoon lief, de trommel slaat!
Marche! Marche! Ik ben soldaat.

Och, zo gij nu eens trouwloos werd,
maar neen, dat zulde niet.
Gij zult mijn teder minnend hert
niet breken door ‘t verdriet.
Troost moeder, als het baten kan,
en schrijf mij toch eens nu en dan!

Vaarwel, schoon lief, de trommel slaat!
Marche! Marche! Ik ben soldaat.

Partituur * De Loteling *
      instrumentaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteursrecht © 2000-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com