0

Het muzikantje

Geplaatst door Johan op 26 oktober 2016 in dubbelzinnig, liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Op de ondertussen in het publiek domein 1 belandde melodie van “Dans les jardins de l’Alhambra” (1923) schreven Charel “den blinde” Laureys en/of Frans “Rare Sus” Curinckx kort daarna een tekst over “Het muzikantje”. Wij menen enige dubbelzinnige woordspelingen in die tekst te ontwaren…

Rare Sus - Frans CurinckxOver de melodie schreven we een en ander bij het lied “Een droevig Klaasfeest“.
In “Van Zingen en Speule – deel 15” schreef Harrie Franken over “Het muzikantje” :

Charel Laureys, de maker van dit lied, was tot in de vijftiger jaren een bekende marktzanger in Antwerpen, die veel liederen dichtte en uitgaf. Met een dubbelzinnig liedje als dit trok hij veel lachend publiek. Blind als hij was, werkte hij samen met verschillende andere marktzangers zoals de Rare Sus (Frans Currinckx). Erg honkvast was hij niet, want op zijn liedbladen vond ik wel 6 verschillende adressen, allemaal in Antwerpen. Op de Vogelmarkt was hij een geduchte concurrent van Hubert Geens.

Als u de sleutel niet zou vinden om de erotische toespelingen te vatten, weet dan dat de “viool” in meerdere oude liedjes 2 verwijst naar het vrouwelijke equivalent van de “fluit”. En ook de “mi-bemol” mag u op die manier begrijpen.


1 De co-auteurs van tekst en melodie van “Dans les jardins de l’Alhambra” zijn respectievelijk in 1925 en 1941 overleden, Rare Sus in 1944 (volgens Walther Van Riet in “Zo d’ouden Zongen”) of reeds in 1929 (volgens Jack Verstappen in “Volkszangers in Antwerpse Café-Chantants), dat is dus (veel) meer dan 70 jaar geleden.
2 Meest bekende voorbeeld in een lied van Karel Waeri, gezongen door Wannes van de Velde, over “Adam en Eva” en hun respectievelijke fluit en viool.


Het muzikantje

Dames en heren wilt ge weten wie ik zijn
‘k Ben een wonderartist gekend van groot en klein
Want schier alle dagen komen ze tot mij
Om me steeds te vragen voor een feestpartij
Ik speel dat ook zo zacht zo lief en aangenaam
En overal hoor ‘k roemen, en prijzen m’n naam
Ik hoor dat zo geerne, ja ‘t doet me zoo goed
En voor menig deerne speel ik steeds vol moed.

Ik ben een muzikant en ‘k speel zeer fijn en snel
Bijzonder in ‘t hanteren van violoncel
Ik speel in alle tonen ut ré mi fa sol
Maar ‘t beste nog van al: in mi bemol

Onlangs werd ik geroepen bij een mammezel
Die ook wou leren spelen de violoncel
‘t Was ene blondine, met boezem zo zwaar
Da’k verloor mijn zinnen, toen ‘k haar werd gewaar
Mijn hart begon zoo fel en onstuimig te slaan
Zodat ik bijna niet meer stil kon blijven staan
‘k Heb haar gauw gegeven zo een les of drij
na een week of zeven was ik toch zo blij:

Ze leerde toch zo fijn zo wondergoed en snel
Nooit heb ik ontmoet zo’n flinke violoncel
Ze transponeerde reeds in ut re mi fa sol
Maar ‘t fijnste nog van al in mi bemol

Ook nog een oude dame sprak me laatst eens aan
Ze vroeg me of ik met haar mede wilde gaan
Ze zou flink betalen voor een enkle les
‘k Nam aan zonder dralen en ik deed mijn best
Maar hoe ‘k mij ook zette in ‘t zweet en moeite gaf
Die dame was te stijf dat viel me veel te straf
‘k Heb ze laten steken en ‘k ben door gegaan
Ze zei zich te wreken, maar ik sprak: welaan

Uw instrument dat is versleten, ja, totaal
‘k Krijg er geen enkel toon meer uit, neen niemandal
Ze speelt zo vals, ja van ut tot re mi fa sol
En ‘t ergste nog van al: uw mi bemol

Partituur * Het muzikantje *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com