0

Het lied van de paling

Geplaatst door Johan op 5 augustus 2015 in cahiers, dubbelzinnig, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

En hier zijn we weer met een “kluchtig lied”, gevonden in “Vreugde en verdriet in het visserslied”, bijeengesprokkeld door Jef Klausing. Dit zou hij hebben horen zingen door zijn grootvader Jan, een gewezen zeekapitein. Jan Klausing schrijft er zelf over: “Op familiefeestjes en bijeenkomsten, toen het de beurt was van vader Jan om op zijn stoel te springen en zijn lijflied – natuurlijk “De Paling” – af te lappen, kregen de kleine kinderen veiligheidshalve eerst een kwartje om spekken te gaan kopen in het winkeltje van Loewiezetje op het hoekje.
Het is pas veel later, toen ik uit de erfenis van mijn grootouders een volgeschreven kallepingske met liederen ontving, dat ik de volledige tekst van het lied leerde kennen.”

Een “kallepingske” is – mocht u dat niet weten – de Vlaamse versie van de Franse “calepin”, oorspronkelijk doelend op een stapel boeken zoals de encyclopedie van Ambrogia Calepino, later als benaming gebruikt voor een blok notitieblaadjes of een “cahier”. In Vlaanderen werd het ook gebruikt als synoniem voor “boekentas”, want na het verdwijnen van lei en griffel zat daarin oorspronkelijk niet meer dan een pennendoos en een schrijfboek.

Volgens Klausing is de melodie van “De Paling” gebaseerd op het gregoriaanse kerklied “Adoro Te”:

Adoro Te

Dat was inderdaad een veelgebruikt procédé bij markt- en volksliederen in de 17e eeuw en later: iedereen ging naar de kerk, iedereen kende de gezangen die daar werden gebracht. Ook inzake inhoud kunnen we dit lied plaatsen rond de ontstaansgeschiedenis van het marktzangerberoep: het lijkt heel sterk op liederen waarbij een “herderin” (hier een “visserin”) door een hitsige voorbijganger aangetroffen wordt bij “een waterplas” en er in aangepaste doch niet mis te verstane beeldspraak gesproken wordt over het bedrijven van de liefde, cfr. “Het lied van de herderin

Lied van de paling

Ik trok lestmaal de poorten uit
al met mijn trommel en mijn fluit.
Wat kwam ik daar te naderen
tussen de groene bladeren?
Langs ene grote waterplas
waar dat een visserin was.

Langs ene grote waterplas
waar dat een visserin was.

Ik sprak: “Wel lieve visserin,
wat doet gij daar zo gans alleen?”
“Die vis die ik hier vange
die is naar mijn verlangen.
Dat is een paling naar mijn zin!”,
sprak deze visserin.

Dat is een paling naar mijn zin!”,
sprak deze visserin.

Ze nam dat beestj’ al in haar hand
en ‘t kronkeld’hem zo g’heel charmant,
gekrinkeld en gewrongen
‘t beestj’ is in ‘t lis gesprongen.
En als dat beestje geen plaats meer vond
‘t ging weeral naar de grond.

En als dat beestje geen plaats meer vond
‘t ging weeral naar de grond.

Sa, vissertje al voor het lest,
als ge wilt vissen doe je best,
als ge wilt visjes vangen:
ge moet je netjes spannen.
En als je net gespannen is
dan vangt ge vele vis
en helpt de meisjes uit de pijn
die voor de paling zijn.

en helpt de meisjes uit de pijn
die voor de paling zijn.

Partituur * Lied van de paling *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com