0

Den Aëroplaan

Geplaatst door Johan op 22 juli 2015 in dubbelzinnig, liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

We hadden het al eerder over Jan Olieslaegers, de legendarische pionier-vliegenier, in het lied over “Het Vliegmachien”, en we publiceerden daar terloops een stuk van onderstaand lied, gebaseerd op een marktzangerlied van H. Boddin. Dat moet circa 1910 gedrukt zijn want Olieslaegers begon met zijn stunts in 1909.

De melodie konden we afleiden uit een bandopname die Hugo Geeraerts uit Leuven maakte bij de familie De Blick, waarbij “Fokke” de vertolker van dit lied was. We hebben het, zoals steeds, bewerkt en gekneed zoals het volgens ons zou moeten zijn. Het refrein hebben we vrijwel letterlijk overgenomen van de bandopname en alleen een beetje swingender gemaakt.

      1. Den Aeroplaan tweede strofe - zang Fokke en familie

Achteraf merkten we dat de melodie ook door Marita De Sterck werd gepubliceerd in haar boek “En rijen is plezant”, zij het met de nodige verschillen; ook de tekst is niet helemaal hetzelfde en zij haalde dan weer de mosterd bij Roger Hessel die zijn genoteerde versie publiceerde in “Liedjes die eigenlijk niet mogen”.

Aeroplan Marita De Sterck

Hoe de echte, originele versie precies ging zullen we nooit weten: er bestaan geen bandopnames van.

Den Aëroplaan

Aan het kursaal te Oostende aan het strand
ontmoette ene heer ene meid galant
En hij sprak haar vlijtig aan
om met hem vliegen te gaan
Ja, in zijnen aeroplaan.
‘n aeroplan ge kent dat wel, misschien
Dat is zo ’n aardig vliegmaschien
En het maakt niet veel gerucht
En het laat zo menige zucht
Als het opstijgt in de lucht…

‘t Gaat zo stillekes naar omhoog en omlaag,
niet te rap of niet te traag,
zoals gij ‘t vraagt.
‘t Gaat zo stillekes naar omhoog en omlaag,
niet te rap of niet te traag,
zoals gij ‘t vraagt.

Ja dat meisje, ze was nog maar achttien jaar
En zij vreesde dus nog voor geen gevaar
En zij sprak: “Ik neem het aan
Om met u vliegen te gaan
Ja, in d’onbekende wereldbaan.”
“Och”, riep zij, “wat gaat het zacht omhoog
We zijn bijna tegen de regenboog!”
En dan vroeg zij:” Ja, mijnheer,
Zoudt gij kunnen nog ne keer
Zo met mij vliegen weg en weer?”

Met zachte stem sprak dan den man:
‘k Zal proberen of ik het nog eens kan,
onderzoeken mijn maschien,
want verstaat wel, mijn vriendin,
zitten er nog krachten in?
En na menig werken vruchteloos
Wordt mijnheer dan stuur en boos
En na menigmaal gepoogd
Kwamen tranen in zijn oog
Zijn maschien wou niet omhoog!

Jan Olieslagers da was nen artist
Da was ‘em zonder dat ‘em het zelve wist
’t Sinjorenbloed gaf het bewijs
Want te Reims tegen Parijs
Vloog hij daar den eerste prijs!
De Antwerpse meisjes zijn van hem zo zot
Van Olieslagers zijnen oliepot
Want dat heeft hij hun getoond
Dat hij vliegen kon zo hoog
Totdat zijn maschien was droog!

Partituur * Den Aëroplaan *
      2. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com