1

Aan de ongelukkige opgeëisten

Geplaatst door Johan op 21 januari 2015 in liedboeken, liederen, Wereldoorlog |

Na Wereldoorlog I kregen onze heldhaftige soldaten aan den IJzer het nodige eerbetoon, zij het dikwijls postuum. En ook 100 jaar later nog gaat alle aandacht naar de jongelui die in erbarmelijke omstandigheden en in soldatenplunje weerstand boden aan “den Duits” .

Maar toen en nu werd nauwelijks gerept over de “opgeëisten”, mannen die door de Duitse bezetter als het ware werden ontvoerd om hand- en spandiensten te verlenen aan de Duitse oorlogsmachine. Of – als ze “geluk” hadden – om de Duitse boerinnen te helpen op hun landbouwbedrijf terwijl de boer onder de wapens lag. Oorlogsmonumenten of herdenkingsplechtigheden voor die onfortuinlijke landgenoten zijn er nauwelijks, nochtans vielen er ook daar vele slachtoffers.  Overigens werkten de geallieerde legers eveneens met dergelijke “hulptroepen”, al waren de deelnemers hieraan misschien iets meer overtuigd van hun zaak.

Het boek “Ten oorlog met schop en houweel” (2009, Western Front Association) vertelt meer over dit fenomeen dat ook in de Tweede Wereldoorlog werd herhaald.

Een onbekende marktzanger was het wel opgevallen dat de opgeëisten niet de nodige eer te beurt viel en schreef er een liedje over op de melodie van “Ferme Tes Jolies Yeux” (componist René de Buxeuil, 1913). Andere liederen met dezelfde melodie bespraken we al eerder:

Wij vonden dit lied – zonder verdere commentaar – in het boek “Zo d’ouden zongen”, Walther Van Riet, pag. 64 e.v.

Aan de ongelukkige opgeëisten

Er geurt er niets rond hunne graven
o, neen, geen bonte bloemenperk
en zelfs sluimert niet één dier braven
in de sombere schaduw der kerk.
Geen kruisje wijdt den grond aldare,
geen steen vernoemt er zelfs hun naam,
want helden die opgeëischten waren.
Tot bee vouwt elk zijn handen saam:
gegroet zijt gij o, martelaren
die ‘t leven in den vreemde liet

Refrein:
Zij die voor ‘t vaderland
daar ver ten offer vielen
hebben hun heldengraf
in ‘t diepst van onze zielen.
Waarom een marm’ren beeld?
Om er bij neer te knielen?
Wat baat veel bloemenpracht
daar bij al die wee en smart

Daar ligt gansch alleen en vergeten,
die kerel met de kloeke hand,
die meer dan zijn plicht heeft gekweten
voor de vrijheid van ‘t vaderland,
in het woud zeer doods en verlaten
aan den stam van een eikenboom.
Kon dien trotsen eik nu maar praten,
hij sprak hoe dien held er kwam om,
hoe hij daar dien dapperen braven
door den honger werd neergeveld

Geen mens kan die plek gaan betreuren,
geen hand zaait er bloempjes in ‘t rond.
Niet één vaas of een pracht van kleuren
versiert daar dien killigen grond.
Geen ruiker wordt hen uitgekozen
op naamdag of sterfdag vol pracht.
Genen krans van tedere rozen
wordt hun daar vantijd eens gebracht.
Gij stierft moedig gij heldenscharen,
op u denken velen nog niet

Partituur * Aan de ongelukkige opgeëisten *
      1. Geluidsopname op 78-toerenplaat (fragment)

Tags:

1 Commentaar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 2000-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com