0

En toch zou ik van niemand anders kunnen houden

Geplaatst door Johan op 9 juli 2014 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |
Dirk Witte

Dirk Witte

Over schrijver-componist Dirk Witte (1885-1932) schreven we al uitvoerig bij het anti-oorlogslied “Het Wijnglas“; een andere zeldzame compositie van hem is het cabaretlied “En toch zou ik van niemand anders kunnen houden”, dat op het repertoire stond van Louis Davids en later ook werd vertolkt door Max Van Praag. Niet meteen een lied dat op de markten werd gezongen, het was meer iets om de koude winteravonden op te vrolijken in café-chantants of in een theaterrevue.

Dirk Witte trouwde in 1917 met Doralize Johanna Hendrika Looman, met wie hij een dochter en een zoon zou krijgen, Doralize en Jacob. Het lied kwam allicht kort na dat huwelijk uit zijn pen gekropen en er zitten duidelijk charleston-invloeden in de melodie, populair circa 1920. De vrouw hoorde toen nog thuis aan de haard, van emancipatie geen spoor in het lied.

En toch zou ik van niemand anders kunnen houden

tekst en muziek: Dirk Witte circa 1920

Als je ’n maand of wat getrouwd bent word je zoetjesaan al wijs,
dan begin je te beseffen: ’t huwelijk is geen paradijs.
Vroeger deed je wat je wilde, kwam en ging je als je wou:
ben je nu eens laat voor ’t eten, vind je ’n boze vrouw.
En dan zwijg je, maar dan krijg je dikwijls toch berouw.

Refrein:
En toch zou ik van niemand anders kunnen houden
en toch zou ik met niemand anders willen trouwen,
want ied’re vrouw heeft toch haar nukken en haar vlagen
en die verdragen moet ied’re man.
Je moet ’t geluk toch altijd met z’n tweeën maken
en bij een ander vind je ’t ook niet opgeschept.
Je zou misschien nog van de wal in ’t slootje raken.
Je kunt maar beter houden wat je hebt.

Als je rustig zit te werken hoor j’opeens je vrouw’s geluid:
“Man, wil j’even kolen scheppen, laat je ’t hondje even uit?”
Vroeger had je zes paar schoenen, hoeden, boorden, zonder end,
nou krijg j’eens per jaar een dasje, als je jarig bent.
En al sjouw je, vindt je vrouw je toch een schriele vent.

Soms ga ik tegen schemerdonker even stil naar boven toe.
Dan zie ik haar bij ’t wiegje, dekt ze onze jongen toe.
‘k Hoor de kleine lustig kraaien met zijn armpjes om haar heen,
en ik sluip met wazige ogen even stil weer heen.
‘k Zit tevreden dan beneden, en ik denk alleen.

Slotrefrein:
Daarom zou ik van niemand anders kunnen houden
daarom zou ik met niemand anders willen trouwen,
want ied’re vrouw heeft toch haar nukken en haar vlagen
en die verdragen moet ied’re man.
Je moet ’t geluk toch altijd met z’n tweeën maken
en bij een ander vind je ’t ook niet opgeschept.
‘k Zou voor geen goud dat tweetal kwijt ooit willen raken,
ik ben gelukkig da ‘k ze beiden heb.

Partituur * En toch zou ik van niemand anders kunnen houden *
      1. versie van Johnny Jordaan & Willy Alberti (fragment)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com