0

Het meisje dat padden spuwde in St.-Eloois-Winkel

Geplaatst door Johan op 20 juni 2013 in Andere liederen, liedbladen, liedboeken, liederen |

Het gebeurt niet vaak dat we liedjes uit de 18e eeuw naar boven spitten. Dit is er zo eentje, toevallig ontdekt bij een speurtocht naar iets heel anders …

fragment van het liedblad, circa 1750

fragment van het liedblad, circa 1750

Het verhaal is op het eerste gezicht totaal uit de lucht gegrepen, maar bij nader toezien is het best mogelijk dat het echt gebeurde, zij het niet letterlijk zoals de marktzanger het beschreef..

In het kort (het lied telt 14 strofen): een jong, rijk en godvruchtig meisje wordt ineens van dag tot dag dikker en ze klaagt van pijnen in de buik. De goegemeente heeft natuurlijk meteen zijn conclusies klaar, maar plots voelt ze beweging in haar buik en dan pijn in haar keel! Ze probeert met de hand haar keel te ontstoppen en wordt tot bloedens toe gebeten. Nu wordt gevreesd dat de duivel en de “helse geesten” de oorzaak zijn en dochter en moeder bidden vertwijfeld om hulp tot “Maria soet”. Dat helpt, op miraculeuze wijze braakt de dochter zeven padden en daarna nog enkele hagedissen en een “wreed serpent” uit. Een plaatselijke “eremeijt” probeert meteen uit dit wonder munt te slaan, want kort daarna beginnen de pelgrims toe te stromen om het wonder te aanschouwen. Het wordt gemeld aan “Prins Carel” en aan de Paus die elk zo’n pad krijgen toegestuurd. De moeder laat een pad vereeuwigen in een zilveren beeld en stelt haar dochter mét de padden tentoon als in een levend schilderij. In de laatste strofe wordt aangegeven dat God zijn gelovigen niet in de steek laat en (dus) het meisje het er levend afbracht.

Padden en hagedissen uitspuwen? Nee toch?
Het zou kunnen: stel dat het meisje besmet water had gedronken of in een sloot had gezwommen en (kleine) padden en hagedissen had ingeslikt?

MUZ0101Maar in die tijd werd er meteen aan bovennatuurlijke oorzaken gedacht. Het getal zeven zal wel een dichterlijke overdrijving zijn om het bovennatuurlijke aannemelijker te maken.

In het boek “Hier heb ik weer wat nieuws in d’hand” ontleedt auteur Willy L. Braekman (1931-2006) dit lied en merkt op dat in het volkse bijgeloof de baarmoeder werd voorgesteld als een dierlijk wezen dat zich vrij kon bewegen in de buik van de moeder en de oorzaak was van vele ziektes, ondermeer hysterie. Dat dacht ook Plato (427-347 voor Christus), een Griekse wijsgeer en zelfs de medicus Hippocrates geloofde er in. Meestal werd dat “dierlijk wezen” voorgesteld als een pad. In Zuidduitsland en omstreken werden genezingen aan de baarmoeder afgesmeekt met ex voto’s van padden die in de kerk werden opgehangen. In de Elzas offerden onvruchtbare vrouwen op 16 juni ijzeren padden in de Veitskapel bij Zabern.

Van wanneer dateert dit lied?

Het verhaal van het paddenmeisje speelt zich af in “de Prochie van Winkel”, en dat is volgens Braekman het Westvlaamse Sint-Eloois-Winkel, alwaar pas in 1747 een parochiekerk gewijd aan Sint-Elooi werd ingehuldigd. Voordien was Winkel een gehucht van Gullegem. In die nieuwe kerk werd de priester (de “deservitor”) bijgestaan door de “eremiet”, midden 18e eeuw was dat Pieter Lefevre, een man waarvan geweten is dat hij zijn karig loon aanvulde met vele nevenactiviteiten zoals het verkopen van heiligenprentjes en het handelen in miswijn. Hij zou wel eens de “eremiet” van het lied kunnen zijn die het mirakel meteen begon uit te melken. De genoemde “Prins Carel” zou dan Karel Alexander van Lotharingen moeten zijn, landvoogd van de Oostenrijkse Nederlanden, 1744-1780

De gekozen melodie “Van het droevig nonneken” was populair voor moord- en andere liederen in het midden van de 18e eeuw, maar is op zijn beurt gebaseerd op een ouder lied “Eylaes, wat moet een minnaar lijden” dat we nog niet terugvonden.

Fragment van een liedblad uit de 18e eeuw

Fragment van een liedblad uit de 18e eeuw

De melodie werd door Florimond Van Duyse opgetekend en gepubliceerd bij het lied “Een stuk van liefde moet ik u verhalen (Floris en Blansifleur)”, een verhaal dat al in de 12e eeuw bekend was.

Floris en BlansifleurOns zou het niet verbazen als de melodie uiteindelijk teruggaat op een lied uit de middeleeuwen, ze doet ons een beetje denken aan dansjes die aan het hof van Hendrik VIII werden gespeeld …

De veertien strofen van het origineel hebben we herleid tot zeven maar verder hebben we alleen een paar archaïsche woorden vervangen door een synoniem dat heden nog gekend is.

Een dochter, rijk en machtig van geslachte,
en van haar ouders werd ze zeer bemind,
zo dat er iedereen haar kwam te achten
en zeiden: “Dat is een godvruchtig kind.”
Maar God den Here beproeft ook zere
die van Hem gewis hier uitverkoren is.

Dees dochters buik kwam groot en breed te wassen
met grote pijn, verdriet, droefheid en smart.
Zij riep: “Ach God, gaat gij mij nu verrassen?”
telkens die pijn kwam op zeer wreed en hard.
Het is gekomen, mensen wilt schromen,
tot in de keel met pijn onmachtig veel.

Wanneer zij in haar keel zo werd genepen,
is ze met d’hand in haren mond gegaan.
Zo heeft ze dadelijk daar naar gegrepen
’t welk haar nog meer van schrik deed stomme staan.
De felle beesten, al helse geesten,
beten met spoed haar vingers tot den bloed.

Van schrik heeft zij op haar moeder geroepen:
“Ik heb een beest in mijn mond aangeraakt.
’t Heeft mij gebeten en is weggekropen,
al door mijn keel heeft zij haar weg gemaakt.”
Met droevig kermen riep zij: “Ocherme,
Maria zoet, bid ik, mij bijstand doet.

Door haar gebeden en godvruchtig harte
heeft God bij haar een mirakel gedaan:
zij kwam te spuwen met veel pijn en smarte
uit haren mond zijn zij toen weggegaan
met schrik en beven padden wel zeven
kwamen terstond uit haren bleken mond.De moeder heeft een pad in d’hand genomen
en ging daarmee al naar de zilversmed.
Zij heeft gezeid: “Ik wil van u bekomen
van deze pad te maken een portret
van zilver heden moet gij die smeden
met naarstigheid moet deze zijn bereid.

Men heeft haar zien opdragen deze beeste
en bovendien haar dochter op een beeld
doen stellen in portret, ’t was als een feeste
met al die paden neffens haar gesteld.
Zij droeg die padden op in Gods handen,
zeer wel gezind, tot troost van haar lief kind.


Partituur * Het meisje dat padden spuwde in St.-Eloois-Winkel
Volledige tekst van het lied en de analyse van Braekman
      1. instrumentaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com