2

De moord op de pastoor van Nijlen (1842)

Geplaatst door Johan op 6 juli 2012 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Moord & Rampen |

Op 9 januari 1842 stierf Petrus De Groof, de pastoor van Nijlen, op 70-jarige leeftijd “aan het gevolg zijner wonden”, zo staat op het doodsprentje.

“Hij viel in de handen van enen moordenaer, denwelken hem verscheydenen wonden gegeven hebbende, de vlugt nam: laetende hem half-dood liggen.”

Die moordenaar was Hendrik De Backer “geboren te Oostmalle en woonagtig te Grand-Hamelle, by luyk. Gelyk wy reeds gemeld hebben is het eenen ontslaegen dwangarbeyder, die den 31 n december 1829 te Antwerpen heeft te pronken gestaen en 8 jaeren dwang-arbeyd heeft ondergaen, voor diefstal met braek.” (uit het Provinciael Antwerpsch Nieuwsblad, 11 januari 1842)

Hij had ook Maria-Anna Verhesen, de bejaarde dienstmeid van de pastoor, zwaargewond achtergelaten. Voordien had hij tevergeefs geprobeerd de pastoors van Vlimmeren, Eindhout en Pulderbos te beroven, telkens met een smoesje over een zieke collega-pastoor die vroeg naar bijstand van een priester.

uit: “Drij moorden voor vijf cens”, Jan De Schuyter, 1945

De man was trouwens geen onbekende voor het gerecht want op 1 april 1826 was hij door het assissenhof van Antwerpen tot 3 jaar gevangenis veroordeeld wegens talrijke diefstallen en op 31 december 1829 werd hij nog eens veroordeeld tot 8 jaar dwangarbeid voor inbraak en diefstal.

Volgens Jan De Schuyter in “Drij moorden voor vijf cens”, 1945, ging het er in werkelijkheid als volgt aan toe:

 

Ongeveer hetzelfde verhaal vonden we terug als een animatiefilmpje van “Doelie5457” op YouTube dat zich afspeelt in en voor het authentieke pastoriegebouw in Nijlen.

Op 29 januari 1842 – dus amper 20 dagen na het overlijden van de pastoor – was de moordenaar reeds veroordeeld door het assisenhof, zo blijkt uit een kort berichtje in “Den Antwerpenaer”. Blijkbaar ging het indertijd zonder hulp van computers en databanken veel sneller dan nu …

uit “Den Antwerpenaer”, 29 januari 1842

De Backer diende een gratieverzoek in bij de koning, maar dat werd hem op 6 mei geweigerd. Op 11 mei werd hij te Lier op het schavot geëxecuteerd, volgens de kranten onder massale belangstelling van vooral op sensatie beluste vrouwen.

Uiteraard werden er door marktzangers meteen liederen vervaardigd over deze gebeurtenissen. Een voorbeeld:

Rond 1894 – dus zowat 50 jaar na de moord – maakte A. Van Hilst een soort van Herentalse Revue waarin deze moord geparodieerd werd met sketches en met een lied dat gedeeltelijk werd gezongen op de melodie van “La Brabançonne” en gedeeltelijk op de melodie van “Ne parle pas, Rose, je t’en supplie“. Dat laatste gedeelte moet al eerder gemaakt geweest zijn, want het werd hem naar eigen zeggen voorgezongen als “het in de Kempen bekende” lied “Er is gebeurd bij de pastoor van Nijlen”.

In zijn eigen woorden;

Het is deze parodie die in allerlei varianten is blijven voortleven en uiteindelijk leidde tot “De moord van Nijlen” zoals wij die nu nog brengen en zoals het indertijd ook op het repertoire stond van Renaat Grassin, alias “Het Ketje”. Ook in het toneelstuk “Het kindeke Jezus in Vlaanderen” (1917) van Felix Timmermans wordt het door een ten tonele gevoerde marktzanger gezongen.

Met de echte feiten werd een serieus loopje genomen: niet de pastoor, maar de meid zou zijn vermoord en dan nog wel door de zeer bekende superbandiet Baekelandt en enkele handlangers… In de loop der tijden zou het aantal moordenaars zelfs aangroeien tot vier en bleef de agressie tegen de meid niet beperkt tot 1 messteek maar werd ze “door alle vier de moordenaars ontmaagd”.

Zo luidde de eerste strofe bij Van Hilst:

Het lied van Van Hilst eindigde met een parafrase op het nationaal volkslied:

We merkten tijdens onze opzoekingen dat “De moord van Nijlen” af en toe wel eens verward wordt met andere parodieën op moordliederen zoals “De moord van Raemsdonck”, “De moord van Tienen” enzovoort.

Die andere parodieën gaan echter over totaal fictieve moorden, terwijl de pastoor van Nijlen echt wel het slachtoffer werd van een dief en een moordenaar.

Jos Lauwers schrijft in zijn boekje “Liedjeszangers uit Steenokkerzeel en ommeland” (2001, Heemkundige Kring Ter Ham, Steenokkerzeel) dat hij als kind de familie Van Gestel zag en hoorde zingen over “De moord van Nijlen” op de markt in Vilvoorde, en hij voegt er een illustratie aan toe.

tekening van Bert Vandenbroeck

Zelf zijn we door de gulheid van Erik Wille in het bezit van een kleurrijke door hem geschilderde “smartlap” die het parodie-verhaal perfect illustreert. We gebruiken het dan ook graag telkens we onze bewerking van “De moord van Nijlen” opvoeren.

Schilderwerkje van Erik Wille

Onze tekst is gebaseerd op een versie die we ooit hoorden zingen door John Lundström (en terugvonden op de LP “Liekes van bajons” – 1976) en die naar we vermoeden het refrein bedacht dat in 1900 nog niet bestond. De strofes herschreven en herschikten we (opnieuw 8 regels per strofe in plaats van 4) zodat ze beter pasten bij de originele melodie van “Ne parle pas Rose”, ook gekend als “O schweige still, o lasse dich erbitten“, een melodie die Aimé Maillart bedacht in 1845.

De moord van Nijlen

Er is gebeurd bij de pastoor van Nijlen
een wrede moord, op hem en zijn meid gepleegd
z’em z’alle twee, met messen en met bijlen
om zeep gebracht en dan de kas geleegd.
Meneer pastoor die werd toen vastgebonden
z’n heilig lijf dat werd geschonden
de meid die wier, is het niet God geklaagd
door alle vier de moordenaars ontmaagd.

Refrein:
Ja, ja, ‘t is waar, het is een echte schand
dat zoiets gebeurt, al in ons vaderland

Meneer pastoor die wou met hen niet spreken,
dien brave man is er toen aan gegaan
want zij begonnen met messen te steken
het bloed dat spatte zowat overal.
De kasse die wier er open gebroken
het geld geroofd en ‘t huis in brand gedaan
nadat hun snode daad was uitgestoken
zijn z’alle vier er stil van door gegaan.

In Antwerpen in het schipperskwartier
op ene nacht was al dat geld verteerd.
Daar gingen ze naar meiskes van plezier
was dat nu wel dat moord’ en branden weerd?
De gendarmen hebben ze vlug gevonden
dat was het eind al van hun wreed bestaan:
ze waren zat, in staat van grote zonden
zijn z’alle vier al naar de galg gegaan.

Partituur * De moord van Nijlen *
melodie
      versie van John Lundström (fragment)
      versie van Groep Tamboer (fragment)

2 Commentaren

  • De Groof Patrik schreef:

    Beste

    Normaal heeft de pastoor geen nazaten, maar wel zijn broer(s)/zuster(s). U hebt nu contact met een nazaat in de rechte lijn van de broer van de vermoorde pastoor van Nijlen, afkomstig van Kontich (Verbrande Hoeve niet ver van de Ford garage Gonthier), alwaar Petrus De Groof zijn jeugd heeft doorgebracht (gezin met 13 kinderen).

    Beste groeten
    Patrik De Groof

  • […] een Antwerpse zanger en muziekpedagoog met Zweedse roots, waarover we eerder al schreven bij “De moord op de pastoor van Nijlen” en bij “De ramp van den Titanic“, schreef meerdere zeemansliedjes, waaronder […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteursrecht © 2000-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com