2

Met franse komplimenten (Een reisje naar Brussel)

Geplaatst door Johan op 29 augustus 2011 in liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Op de LP “Kongee” uit 1974 zong Ed Kooyman een ellenlang liedje over Brussel waarbij hij zelf een melodie had bedacht bij een tekst van André De Weerdt.

Pas veel later ontdekten we dat die Andreas De Weerdt (1825-1893) ooit een succesrijke veelschrijver was: overdag een keurige ambtenaar, ’s avonds een begenadigd en sociaal bewogen dichter. Er verschenen in de periode 1855-1890 tientallen boekjes met liederen van De Weerdt, waarvan we helaas alleen de titels hebben teruggevonden. Google Books heeft ze niet (die hebben enkel de Gentse universiteits-bibliotheek gedigitaliseerd maar daar werd De Weerdt … geweerd) en ook Jaap Van de Merwe heeft in zijn uitgebreide documentatie enkel liederen uit het Gentse opgenomen (Waeri, Smol, …)

Als hij niet gebruik maakte van bestaande melodieën dan werkte De Weerdt vooral samen met uitgever-componist Alfons Janssens (1836-1915), eveneens uit Antwerpen.

uit: “De Vlaamsche Zanger” deel 2 – 1930

Erik Demoen schrijft over De Weerdt in zijn boek “A la vapeur, dat heet progrès” (1985):

“Een uniek geval is de Antwerpenaar Andreas De Weerdt (1825-1893), een man van eenvoudige afkomst en douanier, die meer dan achttienhonderd liederen zou geschreven hebben. Net zoals zijn Gentse evenknie Karel Waeri kan men hem beschouwen als een journalist en kommentator van zijn tijd. Geen onderwerp uit de aktualiteit ontsnapte aan zijn hekelende pen, zodat zijn liederen een ware kroniek vormen van de belangrijkste nationale en lokale politieke evenementen en van het stadsnieuws, vergezeld van allerlei persoonlijke bedenkingen. Dré De Weerdt heeft echter zelf nooit één lied voor een publiek gezongen. Zijn liederen werden verspreid in bundeltjes, almanakken en kranten en kenden een enorme populariteit onder de Antwerpse bevolking. Ze kwamen bovendien terecht in twee circuits : Karel Goedemé hield een café-chantant open in Antwerpen en werkte als zanger samen met De Weerdt: “t Gebeurde dikwijls genoeg dat onze dichter ‘s maandags voornoen met eene aktualiteit kwam aandragen die hij denzelfden morgen nog aaneen had gerijmd. De Scheeve leerde ze onmiddellijk aan, en den zelfden avond, werden zij het publiek voorgesteld, steeds met hetzelfde succes“.
Via Alphonse Janssens, die een tachtigtal liederen van De Weerdt op muziek zette en met partituur uitgaf, werden De Weerdts liedjes bekend bij de Antwerpse bourgeoisie. Aldus is het oeuvre van Dré De Weerdt een prachtig voorbeeld van wisselwerking tussen elitaire, populaire en volkse kultuur.”

fragment van de cover

Andreas De Weerdt verloor jong zijn vader en moest als 16-jarige aan het werk in de scheepvaart. Daar leerde hij op korte tijd de franse taal en zijn eerste gedichten waren dan ook in het frans. Mede onder invloed van Van Rijswijck zou hij echter al snel uitgesproken flamingant worden en daar is in dit spotlied wel iets van te merken.

Het was in die tijd  gebruikelijk bij de bourgeoisie in de grote steden om frans en vlaams door mekaar te gebruiken, kwestie van duidelijk te maken dat men gestudeerd had en daardoor een trapje hoger stond dan het “gewone” volk. De Weerdt vind dat belachelijk en legt uit waarom.

Met fransche komplimenten

 

Wie graag eens een reisje naar Brussel wil doen,
die kan het zich lelijk beklagen.
G’hebt om te beginnen een kaartje vandoen,
en stapt in de stomende wagen.
en ge rijdt, en ge staat, en ge rijdt,
en ge staat nog eens weer en ge zijt,
in de straten met veel ornamenten.
In de straten met veel ornamenten.
En ge wordt er ontvangen door kerels in’t wit,
met franse komplimenten.
En ge wordt er ontvangen door kerels in’t wit,
met franse komplimenten.

 

Ze schreeuwen mesjeu par ici en par là,
mesjeu voulezvous vigilante,
mesjeu patati en mesjeu patata,
zo klinkt het langs honderden kanten.
La Chronique, La Gazette Nouvelle
L’indépendans, l’eko de Bruxelles
roepen jongens en wijven en venten
roepen jongens en wijven en venten
De gazetten à cinq et à deux centimes,
met franse komplimenten.
De gazetten à cinq et à deux centimes,
met franse komplimenten.

 

Ge zet u wat neer en van al wat ge hoort,
zal ik u ook een staaltje geven.
het Vlaams daar vertelt ge maar weinig van voort
want op honderd vindt g’er geen zeven
die nog spreken de Brabantse taal
‘t Isop zijn Frans, savezvous, allemaal.
Van het Ketje dat leeft op zijn renten
Van het Ketje dat leeft op zijn renten
tot de kleinste schavuit het is keske je vous,
met franse komplimenten.
Tot de kleinste schavuit het is keske je vous,
met franse komplimenten.

 

Garçon, La Gazett, hé, garçon le Trictrac,
hé garçon, un faro, un bavière,
garçon, un canon, un café, un cognac,
et voilà et voilà votr’ affaire
hé, garçon, il faut si il faut ça
De garçons die maar schreeuwen:”Voilà”.
Met servietten ontvangen de centen
Met servietten ontvangen de centen
En zij tellen un dix, et un quinze et un vingt,
met franse komplimenten.
En zij tellen un dix, et un quinze et un vingt,
met franse komplimenten.

 

G’hebt honger, ge loopt in een soort van hotel
ge vraagt om het noenmaal te eten,
ze brengen u soep à la graisse de chandel’
met gebranden ajuin moet ge weten.
Dat is soep à la dit à la dat,
een stuk fruit met gestampte patat
en wat appelplamei met korenten,
en wat appelplamei met korenten,
ja, dat wordt u verkocht voor een koningsgerecht,
met franse komplimenten.
Ja, dat wordt u verkocht voor een koningsgerecht,
met franse komplimenten.

 

Ik denk dat g’er nu uwen buik hebt van vol,
ziet gauw aan de statie te komen,
al brandt er ook ‘s avonds de gaz en petrol,
daar wordt veel uit zaken genomen,
en daar lopen voor ‘t ander en ‘t een
rare spoken moedwillig alleen,
ja, venijnige witte serpenten,
ja, venijnige witte serpenten,
die de mannen verleien en plukken in’t fijn,
met franse komplimenten.
Die de mannen verleien en plukken in’t fijn,
met franse komplimenten.

 

Zie nu hoe ge kruipt in ne goeie wagon,
of ge rijdt verkeerd want ze schreeuwen:
Vilvord’ et Malines et Anvers et Colon,
ge vraagt aan de mannen met leeuwen:
zeg, meneer, is het hier niet voor daar?
Certainement qu’il y a place encore,
hé entrez, entrez donc sakrementen,
hé entrez, entrez donc sakrementen,
en gelukkig zo z’u nog niet zenden naar d’hel,
met franse komplimenten.
En gelukkig zo z’u nog niet zenden naar d’hel,
met franse komplimenten.

Partituur * Met fransche komplimenten *
melodie
      1. Met franse complimenten

 

 

2 Commentaren

  • Johan schreef:

    Sinds het schrijven van deze bijdrage hebben we via allerlei kanalen toch zeven liedjesbundels van Andreas Deweerdt teruggevonden, telkens enkel tekst: de nummers 1, 4, 5, 7, 8, 11 en 12 uitgegeven tussen 1857 en 1885. Kundig geschreven maar helaas zeer tijdsgebonden en de meeste liedjesteksten zijn vandaag dan ook onbruikbaar geworden.

  • Pieter van der Wilt schreef:

    Dat liedje heb ik mijn… overgrootmoeder (1859-1946) horen zingen, dadelijk na de tweede wereldoorlog. Ik vind het leuk dat zulke liedjes niet verloren zijn gegaan…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1195-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com