9

Dolf dat is ne rare jongen

Geplaatst door Johan op 9 juli 2011 in liedboeken, liederen, Spot & Ironie, WOII |

Het Carnaval in Aalst is legendarisch. Het moet dan ook niet verwonderen dat er in die stad een groot aantal spotliedjes rondwaarden én dat er regelmatig pittige muzikale  revues werden opgevoerd. In zijn omvangrijk werkje “Het Aalsters volksleven – 1 – Het Markt- en Straatlied 1860-1950” wijdde auteur Jos Ghysens ook een hoofdstukje aan de talrijke liedjes die onstonden tijdens de wereldoorlogen.

Zo ook het werkje van Jan Beeckman (° 1910 Aalst), haarkapper en handelaar die, net zoals zijn vader Modest, actief was in het plaatselijke toneelleven.

U merkt het, t’es int dialect. Wij zijn geen native-speakers van het Oilsters, dus hebben we de tekst herwerkt.

De opgegeven zangwijze verwijst naar “La petite Tonkinoise“, een liedje van de heren Villard-Christiné-Scotto dat in 1906 gemaakt werd en onder andere gezongen door de soms schaars geklede Josephine Baker.

Populaire melodietjes duiken als vanzelf op in straatliederen allerhande, dit is geen uitzondering. Ons kwam een aangebrande versie ter ore met de zinsnede:

” ’t Was met de dochter van de pachter,
ne keer langs voor, ne keer opzij, ne keer langs achter,
en dan zei ze tegen mij: wa ne smeerlap zedde gij”


maar de rest van de tekst is iedereen blijkbaar wijselijk vergeten. Behalve de samenstellers van de “Codex Studiosorum Bruxellensis“.

Spotprent 1945

In de Aalsterse “Groote Revue”-versie gaat het helemaal over Adolf Hitler en hoe die de oorlog verloor. Woordspelingen als “ka-ka-pi-pi-tu-le-ren” zullen zeker op de lachspieren gewerkt hebben: na vier jaar kommer en kwel konden die spieren wel wat extra-aandacht gebruiken.

Dolf dat is ne rare jongen

Dolf dat is ne rare jongen,
hij gaat al hier, hij gaat al daar, met kromme sprongen.
Droomt er van te paraderen,
g’heel de wereld te regeren.
Hij rukte op met veel kolonnen
en veel kaka, en veel kaka, en veel kanonnen,
over Frankrijk, Belgiek, Holland,
en van daar naar Engeland.

Een jaar later over ’t water
daar was hij nog niet geraakt,
Dolfke kost dat niet verkroppen,
hij ging op de Russen kloppen,
heeft Hongaren en Bulgaren
en Roemenen meegelokt.
Hij stond daar voor Leningrad,
voor Moskou en Stalingrad.

Hij begon te proclameren:
‘k zal nooit kaka, ‘k zal nooit pipi, kapituleren!
Want nu zijn we Rusland binnen
En wij moeten overwinnen.
De Bolsjewist die moet verdwijnen,
Aan ons de ko, aan ons de ko, de kopermijnen,
Zilver, goud en diamant :
alles moet naar Moffenland.

Twee jaar later, en hij staat er
Met zijn arremen gekruist.
Want zijn kans die was vervlogen,
en den Rus heeft hem belogen,
had mooi praten, zijn soldaten
zijn er vanonder gemuisd.
Maar hij heeft toch gene schrik
want zijn front is elastiek.

En Goebbels begon te tieren:
Wen wir kaka, wen wir pipi, kapitulieren
Is ’t om steden te bewaren,
Vrouw en kinderen te sparen.
Och God, ons lot is nu bezegeld,
de Rus heeft ons buiten geké, buiten gekegeld,
’t is bijna met ons gedaan,
ja het is aan den Amerikaan

In Belgikske loopt een kliekske
Met z’n zwarte frakken aan.
Die soort zullen we massakreren,
hen vermoorden, doen creveren.
Ze verstoten, op hun kloten
en hen grat de kop in slaan.
Rond hun nek doen we een strop
en hangen die zwarten op.


Partituur * Dolf dat is ne rare jongen *
melodie

9 Commentaren

  • Hans Quaghebeur schreef:

    Hallo, ik heb van mijn ouders de versie geleerd (op dezelfde melodie) “en mijn lief dat es è schelen, è kikt nao min , è kikt nao joen è kik nao vele”… Ik ben nu op zoek of er bij deze tekst uit het refrein ook strofen waren? Enig idee? Alvast bedankt. Hans

    • Johan schreef:

      De kans is groot dat er niet meer tekst is bij de door u geciteerde straatliedversie; de enige referentie hiernaar die ik terugvond in mijn digitale bibliotheek zijn exact dezelfde woorden aangehaald door Jef Klausing in “Zingende Baren”, pag. 234. Maar hij citeert wel een andere tekst op dezelfde melodie en minstens even dubbelzinnig:

      Tusschen achthonderd matrozen,
      ‘k Heb hem gezien
      ‘k Heb hem gepakt,
      ‘k Heb hem gekozen
      Ja. dat doet me zoo’n plezier,
      ’t Is een echten kanonnier ..
      ’t Is gelijk een echten sloeber
      ’t Is dienamiet (bis)
      ’t Is gelijk poejer:
      ’t ls een eerste klas kadee:
      ‘k Heb hem vast en hij moet mee

      I
      Zo vriendelijk
      En smakelijk,
      ’t Is precies een smoutebol:
      Hij is nog geen twintig jaren.
      Lange tanden. rosse haren.
      Groote pooten,
      Groote voeten,
      ’t Oog gelijk een marmerbol
      En hij is chic, da’s very fine:
      Yes, dat manneken is de mijn !

      II
      ’s Avonds la-at,
      Zonder pra-at,
      Gaan we naar de Statiestraat
      En ik trakteer op patatte frietjes
      Gerstebier en lekk’re bitjes,
      ’s Avonds la-at.
      Zonder pra-at
      Gaan we naar de Statiestraat:
      En hij trakteert op zijnen toer
      Oei, oei, oei, ça c’est l’amour

  • Maria Borremans schreef:

    goedenavond! 🙂
    Toch wel, er volgde nog een zin, maar die kan ik mij helaas niet meer herinneren (ben heel toevallig op deze blog gestoten ), ik hechtte er al klein kind ook geen belang aan – helaas, denk ik nu! Eigenlijk is dit cultureel erfgoed! BTW, kennen jullie het ”liedje” , ook op een bestaande melodie, dus van vlak na de oorlog : ”Hitler deed een varken dood, Chamerlain die kreeg een poot, Mussolini, fret macaroni. Hei! ” daar werd een soort dansje bij uitgevoerd, met z’n 2, waarbij men in mekaars tegengestelde arm haakte. Ik woonde toen in Lot, maar mijn Vader werkte sinds zijn 14de in Brussel, met veel Maroliens, vandaar

  • redgy ferier schreef:

    Dezelfde vraag over “mijn lief die is een schele” werd mij vorige week ook gesteld.
    Het enige wat bewoners uit een Oostends bejaardentehuis zich kunnen herinneren is het volgende :
    En m’n lief dat is een schele,
    ze kiekt noar mien, ze kiekt noar joen, ze kiekt noar vele
    En wat goan we doar mee doen ?
    Frutten in de panne met een forten andjoen.

    Het is nu natuurlijk mogelijk dat dit de enige strofe is.
    Volgens bepaalde bronnen zou de vroegere Oostendse volkszanger Bertino het ook hebben gezongen, maar een familielid van wijlen Albert Lingier (Bertino of Berten Schuffelet) trekt dat in twijfel.
    Het blijft dus zoeken.

  • Johan Van Eenoo schreef:

    Bij mijn grootvader Achiel Vanneste (Waardamme 1895 – Oostkamp 1993) nam ik in 1975 het volgende stroofje op, dat hij in scottish-tempo zong op (een gedeelte van) Petite Tonkinoise :

    En mijn vriendin is een komieke,
    mijn Stefanie-, mijn Stefana-, mijn Stefanieke.
    Z’heeft veel geld, voorwaar dat is mijn kans,
    daarvoor word ik haren man.

    refr. : Stefanieke Vandebliecke
    is de naam van mijn vriendin.
    Stefanieke Vandebliecke
    is de naam van mijn vriendin.

    En z’heeft een duizend frang of zesse …

    Verder dan dit zong hij niet. Er zijn dus minstens twee strofen en een refrein.
    Mijn grootvader woonde bijna heel zijn leven in Oostkamp (Moerbrugge) en heeft zowel de eerste als de tweede wereldoorlog meegemaakt.

    In Oostkamp was ook de versie bekend : “En mijn lief dat is een schele / ze kykt nae lyngs, ze kykt nae rechs, ze kykt nae vele / en wa gaen me daermee doen? / bakken in de panne met nen vorten andjoen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 2000-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com