0

De Nachtwacht

Geplaatst door Johan op 4 juli 2011 in cahiers, liederen, Over Liefde & Verdriet, schrift Victorine Laes, Spot & Ironie |

In het liedjesschrift van Victorine Laes vonden we een liedje over een beroep dat opnieuw populair is geworden in sommige steden: de nachtwacht of vigilante.

Afgaande op de tekst moet dat uit een revue of een operette komen, zoals er voor de tweede wereldoorlog ook in Leefdaal veelvuldig werden opgevoerd. Meestal waren die geschreven door Louis “spoinke” Michiels en opgevoerd in zijn eigen theaterzaal op de eerste verdieping van zijn woonst. Maar wie de auteur van dit kluchtlied is weten we niet, en evenmin in welk stuk het voorkwam of wie dat speelde en zong.

Ook de melodie konden we niet meteen achterhalen op basis van de tekst. Toevallig liet ik de tekst zien (in 2001) aan mijn vader en die meende er wel iets in te herkennen, maar veel kwam ik verder niet te weten. Enkele maanden later overleed hij en veel later vond ik tussen zijn talrijke muzikale archieven  een muziekblaadje waarop hij zijn jeugdherinnering aan dit lied blijkbaar nog dezelfde dag in notenschrift had genoteerd.

Mocht er iemand zijn die meer weet over dit lied en zijn oorsprong: graag een seintje !!!

De Nachtwacht

Ik ben de nachtwacht lijk ge ziet
een beter waker is er niet
ik ga op ronde dag en nacht
en zonder vrees doe ik mijn wacht
ik kijk langs hier, ik loer langs daar
en word ik ergens iets gewaar
dan spring ik met mijn sabelken vooruit
en roep dan overluid:

REFREIN:
Wie daar? Wie daar?
Ge zijt gevangen dat is klaar!
Kom spoedig uit, gij boevenspruit
of ‘k steek mijn sabel door u uit(1)
Maar geen kabaal
of ‘k maak u een proces verbaal
en als cadeau mee naar ’t bureau,
Vooruit, Vooruit, of klop!

Het was op enen don’kren nacht
dat ik loerend stond op mijn wacht
ik hoorde plots’ling een gerucht
ik stak mijn oortjes in de lucht.
Wat men daar deed merkte ik ras:
’t was Kobe die aan’t stelen was
sprong met zijn buit al over enen muur
doch ‘k riep hem na vol vuur:

Onlangs het was reeds middernacht
hoorde ik kussen stil en zacht
ik lei me stil tegen een poort
zo heb ik alles afgehoord:
’t was Jefke die wat liefde vroeg
aan Mieke die haar liefde kloeg
Jef kuste Mieke vurig op den mond
doch ik riep er terstond:

Op zeek’ren nacht in’t late uur
stond ik dromend tegen een schuur
ik hoord’ een ritslen om mij heen
‘k zag een meisje want ’t maantje scheen
’t Was Leentje van de molenaar
zij trok mij blozend dicht bij haar
wijl zij mij streeld’en kuste vroeg ze blij:
O, Jan, waak eens bij mij?

‘k Wil wel, ‘k wil wel,
antwoordde ik aan Leentje snel
Zijt gij niet bang als ik u vang?
‘k Waak over u mijn leven lang!
Min mij, zei zij,
wijl zij haar hoofd tegen ’t mijne lei
en ‘k zoende teder haren mond,
terstond, terstond (smak smak)

En ’t was een vreugd’ want elken nacht
hield Leentje met mij trouw de wacht
tot zij mij zei, Jan, spreekt rechtuit
wilt gij uw Leentje voor uw bruid?
Ik was content, wij trouwden gauw
en Leentje had mij in haar klauw
en elkeen die ons trouwfeest zag
die riep het uit met blijden lach:

Slotrefrein
Voorwaar, voorwaar,
Jan is gevangen dat is klaar
Zijn vreugd is heen, want Jan heeft Leen
voor eeuwig plakken aan zijn been
Doch ‘k lachte luid
alle die fijne spotters uit
‘k hield bij Leen op ons huwlijksnacht
zo blij de wacht, zo zacht!


(1) sic in het handschrift; moet waarschijnlijk zijn: “door uw huid”

Partituur * De Nachtwacht *
      1. Wreed & Plezant - 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com