0

Neuzenbruiloft

Geplaatst door Johan op 18 november 2007 in cahiers, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Een lange neus: je ziet ze tegenwoordig niet zo vaak meer sinds de plastische chirurgie hoogtij viert.

Een typisch feestliedje zoals we er velen terugvonden in oude liedjesschriften.

We kunnen ons voorstellen dat bij het refrein wijdse gebaren hoorden om de beschreven neuzen aanschouwelijk voor te stellen.

Na een strofe of twee zal het – licht bedronken en euforische – gezelschap ongetwijfeld lachend en wijzend het refrein hebben meegezongen.

Neuzenbruiloft

Ik kom al van een bruilofstfeest, bedronken,
een feest dat ik nooit vergeten zal.
‘k Heb er gefeest, gedanst, gezongen
maar nog gelachen meest van al.
Met wat het was zal ik vertellen,
’t geval is waarlijk heel kurieus,
familie en bruiloftsgezellen,
ze hadden toch zo’n rare neus.

Van nonkel Jaak, ’t was lijk nen haak,
van kozijn Sis, hij stond er mis.
De broer der bruid, had lijk ne snuit
en ’t meisje had just een patat.
De schoonpapa had iets comme ça
en van matant stond z’aan de kant.
De bruidegom, zijn neus was krom
de bruid, och Heer, ze had geen neus ni meer.

Toen wij met gans de stoet aan ’t stadhuis kwamen,
de burgemeester vroeg ons halfluid,
aan de getuigen hunne namen,
alsook aan bruidegom en bruid.
Maar pas had hij hen goed bekeken
of hij schoot plots in ene lach,
als hij die aardige gebreken,
heel die collectie neuzen zag.

En dan van’t stadhuis recht al naar de kerke,
maar als de bruiloft toen binnen kwam,
de koster en de piekeniere 1,
ze lachten zich daar bijna lam.
De pastoor die hen kwam omringen
en aan het paar de zegen gaf,
kon moeilijk ene lach bedwingen,
die neuzentrek was hem te straf.

En dan van de kerk gingen we aan tafel
en daar ons buikje maar goed gevuld,
met roggebrood en vlees van’t verken
en als alles was opgesmuld,
een fotograaf van eerste keuze
trok dan de groep, maar zie wat pret,
als elkeen zijn mismaakte neuze
bewondren mocht op het portret.

Moe van te lachen en ook van te jokken,
de neuzenbruiloft sprak er van “scheên”
‘k Nam er mijn hoed en ‘k ben vertrokken
en zo ben ik nu gans alleen.
‘k Dacht onderweg toch bij mijn eigen
de kleintjes van’t getrouwde paar,
wie weet wat neus ze zullen krijgen,
misschien ne scheve lijk hun vaer!

(1) Tot aan het concilie van 1962-1965 liep er in de meeste kerken een “Garde Suisse” rond die de gelovigen met piek en strenge blik tot stilte en devotie aanmaande.

Volksprent uit de 18e eeuw – rare neuzen

Partituur * De Neuzenbruiloft *
      1. instrumentaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com