0

De lustige velomaker

Geplaatst door Johan op 8 juni 2006 in dubbelzinnig, liedbladen, liederen, Spot & Ironie |

Marktzanger Cesar Gyselinck uit Sint-Niklaas probeerde wat al zijn collega’s regelmatig probeerden: een luimige tekst te schrijven op een gekende melodie, met een dubbele bodem die niet té opvallend was om de gemeentelijke en geestelijke censuur te ontlopen. Dat soort liederen brachten ze in de wintermaanden, in de “café-chantants”, omdat het dan te koud was om op straat te zingen. Te koud, niet alleen voor hen, maar vooral ook voor de toehoorders die geacht werden lang genoeg te blijven staan om liedblaadjes te kopen.

In die cafés achter gesloten deuren waren de normen uiteraard een beetje losser dan op de openbare weg, en naarmate het bierverbruik toenam werden de liederen ook steeds gewaagder.

De melodie “Lison Lisette” van Ch. Borel-Clerc was rond 1920 zeer populair en dus makkelijk mee te zingen.

 

Wij vonden de tekst in “Van zingen en speule” – uit de “Kroniek van de Kempen – deel 16”, verzameld door Harry Franken. Hij overleed in 2003, maar de website waarin hij zijn recentste vondsten publiceerde is er nog steeds: www.volksliedarchief.nl

Ook op een liedblad van Bertha Rusbach, “de welgekende Volkszangeres van Antwerpen” vinden we de tekst terug, met vermelding van de melodie.

Hoofding van een liedblad

De tekstschrijvers van de “volksliedjes” worden niet vermeld.

De lustige velomaker

Auteur: Cesar Gyselinck
Componist: Ch. Borel-Clerc (1920)

Ik ben een van die rare snaken
die houden van vreugd en plezier.
Zie, ik kan elkeen goed vermaken
en ik ken een stiel of drie, vier.
Op ’n velo rijden kan mij niet vervelen,
want ik repareer en ik arrangeer,
ja, en zelfs werk dat heb ik veel te veel,
ik zwoeg met vlijt en zo passeert den tijd.
Soms diep tot in de nacht,
terwijl mijn vrouw thuis wacht.

Ik kan ne vélo arrangeren
daarvan kunt ge zeker zijn.
Neen, ik moet mij niet generen,
ja, ik werk voor groot en klein.
In ’t algemeen is ’t voor de vrouwen
gij gelooft mij niet misschien?
Wil m’uw machientje toevertrouwen,
‘k zal er seffens eens naar zien.

Eens kwam er tot mij een jong meisje.
“Beste vriend,” sprak zij, aangedaan,
“‘k Was van zin te maken een reisje,
nu is dit droombeeld naar de maan:
mijn pendule kwam er plotseling te breken.”
Ik sprak: “Juffer lief, zie ik heb gerief,
ik zal er rap een ander in gaan steken,
staakt uw verdriet, zie lang duurt dat toch niet.”
Ze dankt met blijde lach
als ze mijn werk bezag.

Ook een oude heer kwam mij vragen
eens goed te bezien zijn machien.
Hij stond daar als een snul te klagen
dat ik dra besloot hulp te bien.
En ik sprak: meneer, zie, gij moet het wel weten
gij hebt veel verdriet, ‘k zeg het niemand niet,
ja op enen slechten velo gezeten
en uw machien, dat kon ik zeer wel zien
het lekt aan de soepap
dat repareer ik rap.

Partituur * De lustige velomaker *
      1. 78-toeren *Lison Lisette*

Een iets recentere en zo te zien ook serieuzere velomaker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com