0

Het lied der haren

Geplaatst door Johan op 13 februari 2022 in cahiers, liedboeken, liederen, Over Leut & Plezier, thesis Herman van Gorp |

In de licenciaatsverhandeling “HET VOLKSLIED in Kasterlee” en omgeving (H. van Gorp, 1976) vonden we “Het lied der haren” dat de samensteller bij verschillende personen kon noteren, zonder melodie evenwel.

Wij vonden een handgeschreven versie in het liedjesschrift van Martha Criel anno 1911.

Harrie Franken vond het op vijf andere plaatsen, waaronder Retie en Arendonk. Hij noteerde wel enkele melodieën en uit al deze bronnen hebben we onze versie dan samengesteld.

Het is een “kluchtlied”, zoals dat in café-chantants op een podium werd vertolkt door een (gelegenheids)artiest om de stemming erin te brengen en het richt zich hoofdzakelijk tot een gniffelend mannelijk publiek.

Het lied der haren

[A] onbekend [C] onbekend

In ’t algemeen bemin ik vele vrouwen,
want ene vrouw is toch zo lief en fijn.
En als ik binst mijn leven eens zal trouwen,
dan zweer ik u, ’t zal een lief meisje zijn.
Wat mij aan ‘t hart het meeste kan behagen?
Zijn het haar ogen somtijds droef of klaar?
Is het haar borst, haar handen, zult gij vragen.
O neen, o neen, het is haar schone haar.

Het zwarte haar geeft aan de meisjes trekken,
iets groots, iets fiers, dat haar vereren doet.
Die schone kleur die het hoofd kan bedekken,
het zwarte haar staat alle meisjes goed.
Geheel verheugd verslijt ik gans mijn leven,
Als ik eensdaags met zo een schepsel paar.
En dan zou ik mijn hart wel voelen beven
Voor meisjes lief, voor meisjes met zwart haar.

Hoe lief en fijn is toch het blonde wezen,
De blonde meid met ogen blauw en grijs,
In ’t huwelijk zijn al die uitgelezen,
Ik zweer het u, het zal een blonde zijn.
Had ik mijn woord de zwarte niet gegeven,
het was gedaan, ik zeg het u voor waar.
Want dan zou ik in vreugde verder leven
met ’t meisje lief, het meisje met blond haar.

Het rosse haar, dat is het haar der bazen,
hetgeen wellicht wel niemand heeft geloofd.
Maar, wat zij van die kleur ook mogen razen,
ik loop me zot voor zo een gouden hoofd.
Kom toch tot mij, o gij vergulde vrouwe.
Ik ben verpatst, och Heer, och God, ’t is waar.
Maar zie, ik wens aan jonkmans die gaan trouwen
een meisje lief, een meisje met ros haar.

Het grijze haar dat eerbied doet verwekken
Is wel voor mij een edel hoofdsieraad.
Daarvoor zou ik mijn hoofd willen ontdekken
als zulk een vrouw mij tegenkomt op straat.
Mocht onverwachts mij eerste wijf mij foppen,
ik nam een tweede van wel tachtig jaar.
En dan zou ik mijn hart nog voelen kloppen
Voor ’t meisje lief, voor ’t meisje met grijs haar.

Maar al die kleuren zijn van gene waarde,
als men daarbij een kaalhoofd vergelijkt.
Dat is het schoonst, het edelste op aarde,
Vivat een hoofd dat zonder pluimen prijkt.
Men kan daarmee in ‘t donker nog goed lezen
en zonder licht ziet men daarmee nog klaar.
Voor mij moeten er geen andere wezen
dan meisjes lief, dan meisjes zonder haar.

Partituur * Het lied der haren *
      1. instrumentaal

 Bronnen:
In (MUZ0903) "HET VOLKSLIED in Kasterlee, Lichtaart, Tielen, Gierle, Turnhout en Oud-Turnhout" (H. van Gorp, 1976)
in (MUZ0772) "liedschrift 1911 Martha Criel" ; 
in (MUZ0752) "Kroniek van de Kempen - deel 2 - 1982" (Harrie Franken)

Tags:

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2022 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is gemaakt met behulp van het Multi kind-thema, v2.2, op
het bovenliggende thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com