0

Apachenhart (Alfons, de beul der publieke vrouwen)

Geplaatst door Johan op 29 juli 2019 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet, Schrift Eugenius Koopman |

De melodie van de strofe is verwant aan “Rozalia, de klappende papegaai“, uit de 18e eeuw dus. Het refrein is dan weer een eerder 20e eeuwse walsmelodie die we ooit nog eens hopen thuis te brengen…

Alfons was dus een ongenaakbare pooier maar hij krijgt geen vat op “een meid met ogen blauw”. Dat zint hem niet en zoals het een macho-Apache betaamt verzekert hij zijn vrienden met het mes in de hand dat hij haar een lesje zal leren. Maar zij is niet onder de indruk en blijft hem trotseren. Dan ziet hij plots dat ze een jonge moeder is en hij smelt voor de smeekbeden van de dreumes in diens wiegje.

Totaal ongeloofwaardig uiteraard, maar zijn niet alle romantische liefdesverhalen in populaire “stationsromannetjes” dat? Je kan je zo de eerst verschrikte en vertwijfelde blikken inbeelden waarmee het publiek de zanger aanstaarde waarna op het einde iedereen een vertederde zucht van verlichting slaakte. Kassa kassa voor de verkoop van liedblaadjes!

Apachenhart
(Alfons, de beul der publieke vrouwen)

Alfons die was hier het verdriet,
den beul van de publieke vrouwen.
Iets weig’ren durfden z’aan hem niet
uit vrees, hij was niet te vertrouwen.
Iederen dag had hij een andere vrouw,
en weer kwam hij een vreemde tegen,
een meisje lief, scheen niet verlegen,
Dat’s iets voor mij dacht hij weer algauw.
En hij die riep dan in zijn schik,
dat meisjeshart, ja dat wil ik.

Het was een meid met ogen blauw,
oprecht een flinke schone vrouw,
de ster van al de nachtgodinnen,
iets liefs dat ieder zal beminnen.
Alfons die prijsde zich dan aan,
bedreigde haar moest ze hem ontslaan.
Zij lachte en weigerde gauw,
die lieve meid met ogen blauw

Zijn vrienden zeiden bovendien:
Alfons er is niets van te maken.
Niets aan te doen? Dat wil ik zien.
Zijn woede scheen ten top te raken.
Ik wil haar hart of wel wil ik haar vel,
de schonen moeten voor mij vallen,
dat is gekend onder hun allen,
of anders doorkerf ik hen snel.
Hij wachtte dan een uur nadien,
tot hij ze weder had gezien.

Het was een meid met ogen blauw,
oprecht een flinke schone vrouw.
Hij sprak tot haar: kies nu gij schone,
mijn liefd’of ‘t mes da’k u zal tonen.
Z’antwoordde spottend zonder smart,
dat voor een man je hebt er geen hart,
zij lachte en weigerde gauw,
die lieve meid met ogen blauw.

Het mes in d’hand vol razernij,
liep hij dan naar haar kamer mede,
en wou haar slaan, ineens hoort hij:
Moeder! Hij hield op en met reden.
Want in een wiegje lag een kindje teer,
d’armpjes gekruist omhoog geheven,
juist of het voor zijn moe wou streven.
En dan wierp hij het mes terneer,
dan riep het kindje, nog zoo klein:
Doe toch mijn moeke gene pijn.

Dank zij die meid met ogen blauw,
oprecht een flinke schone vrouw.
Voor ‘t eerst zag men die man toen wenen,
dan wou hij al zijn goedheid lenen.
‘t Hart was gebroken en gezwind
riep hij: ‘k wil vader zijn voor het kind.
‘k Werk voor u saâm en deel uw smart,
ziedaar nu een Apachenhart

.

Partituur * Apachenhart (Alfons, de beul der publieke vrouwen) *
      1. instrumentaal

Een variante van dit lied vinden we bij Frans Jacobs op zijn liedblad nr 51 als “Ene meid met ogen blauw” op de melodie van “Rien que vous” (zie “Waarom weigert gij“) De tekst is duidelijk verwant maar fel ingekort en veel van het melodrama is achterwege gelaten.

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com