0

De vreselijke bandietenbende Mercy en Naudts van Adegem (1918-1920)

Geplaatst door Johan op 27 juni 2018 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen, Wereldoorlog |

De “Groote Oorlog” veroorzaakte veel miserie en leed, en dat stopte niet na de wapenstilstand. De armoe was groot voor hen die zich niet hadden verrijkt tijdens de oorlog door hand- en spandiensten aan de bezetter te verlenen of door opportunistisch levensnoodzakelijke goederen aan woekerprijzen te verkopen. Bij die laatste groep zaten ook verkwistende snoodaards die gewend waren geraakt aan makkelijk verdiend geld en nu de hoorn des overvloeds zagen uitdrogen. Enkelen schakelden over naar afpersing, intimidatie en regelrechte rooftochten waarbij er onvermijdelijk werd gemoord.

In de streek van Maldegem – de thuishaven van marktzanger Tamboer – was een bende rond Jozef Mercy en Alfons Naudts ontstaan en het is dan ook niet verwonderlijk dat Tamboer er een lied over schreef. Hij gebruikte de melodie van “Reviens vers le bonheur” van Eugène Gravel die we al vermeldden bij “De droeve klacht van een deserteur” maar Tamboer volgt de originele melodie nauwgezetter en dus herhalen we die onderaan integraal in aangepaste versie.

Liedblad verzamelaar Roger Hessel weet te melden1 dat de derde strofe van Tamboers’ lied vrijwel letterlijk is overgenomen door marktzanger Viktor Beekaert in zijn lied over “De roversbende Vanderstuyft en Van Hoe achter grendel “, hoewel het beschrevene helemaal niks had te maken met die bende.
Of Tamboer zich gebaseerd heeft op de “ware feiten” proberen we te achterhalen in enkele kranten artikels.

In de “Nieuwe Venlosche Courant” van vrijdag 24 december 1920 lezen we een artikel dat 2 dagen voordien ook in het “Eindhovensch Dagblad” had gestaan:


In “De Volksstem” van 9 januari 1921 – 1 week na het oppakken van de bende leden – lezen we dit

In “De Tijd” (Amsterdam) van 24 februari 1922 staat een relaas dat vele elementen bevat die we in de liedtekst van Tamboer terugvinden.

Over het proces voor het assisenhof lezen we een verslag in “De Volksstem” van 17 maart 1922

Het verslag citeert dan tussenkomsten van het Openbaar Ministerie en van de verdediging van Alfons Naudts. Een verdediger van kompaan Jozef Mercy is er niet want de man werd doodgeschoten bij de arrestatie, zoals we lazen in de krant van Venlo en in “De Tijd”.

De verdediging van Naudts trekt de schuld van zijn client bij enkele moorden in twijfel want Naudts beweert dat ze door wijlen Jozef Mercy werden gepleegd. En medebeschuldigde Grammens zo leren we was tijdens de oorlog opgeëist en “hij heeft in Sedan verbleven”. Over P.J. Roelandt zegt zijn verdediger: “Toen de oorlog uitbrak was Roelandt slechts 14 jaar oud; hij is in handen gevallen van Mercy die hem heeft opgeleid in het stelen.” En zijn raadsman veroorzaakt enige hilariteit als hij verklaart: “Wat het feit te Knesselare betreft, Roelandt heeft niet naar de openbare macht geschoten. Het zijn de gendarmen die geroepen hebben ‘Bandiet, trekt u achteruit of ik schiet u omver’. Hij werd uitgedaagd en handelde uit wettige zelfverdediging.”

Ook in ’t Getrouwe Maldegem van 19 maart 1922 staat een omvangrijk verslag van het proces, inclusief twee “lichtbeelden” zoals men foto’s toen blijkbaar nog noemde.

Naudts werd uiteindelijk ter dood veroordeeld, 16 andere bendeleden kregen lichtere straffen.

Die doodstraf van Naudts werd echter omgezet in levenslang en na 20 jaar kwam hij vrij wegens goed gedrag. Het duurde echter niet lang of hij begon opnieuw te intimideren en af te persen. Toen de rijkswacht hem betrapte bij het ophalen van losgeld verzette hij zich hevig en werd hij tijdens de schermutseling gedood. De “Limburger Koerier” vertelde op 19-10-1942 het hele verhaal


1 in “De Filosofen van de Straat” (uitg. MuziekMozaiek, 2004)

De vreselijke bandietenbende Mercy en Naudts van Adegem

Onze streek was reeds lang in gevaar
ieder leefde met ‘t hart vol bezwaar.
Overal werd gebrand en gemoord
door bandieten die niemand ’n vreesden.
Medelijden kwam ook niet van pas,
spaarden ook gene werkende klas.
Hunne wreedheid was overgroot,
‘t roept om wraak bij God.

Ter dood op het schavot,
uwe straffe zal nooit zijn te groot.
Vervloekt door groot en klein
want gij hebt ons te vele misdreven.
Gij rechter doet uw plicht,
ziet geen enkelen door het licht
want voor hunne wreedheid op aarde
verdienen ze tweemaal de dood

Zij die waren zeer sterk in getal,
stalen veel en moorden overal,
niet uit nood maar verslaafd aan den drank.
Zo floreerden zij op onze wegen.
Aan elkander gekleefd zo ter trouw,
brachten menig gezin in de rouw.
Denkt aan ‘t lijden van ‘t wezekind
dat nu zucht ontzind

Zek’ren dag toen vernam men het kwaad
op het sterfbed van enen soldaat.
Hij gevoelde zijn einde nabij,
wilde zuiver van d’aarde verdwijnen
Aan de rechter verteld’ hij voortaan
wat zij allen reeds hadden misdaan
En hij zuchtte vol droeve klacht:
“Nu dan sterf ik zacht”

Kort nadien zat het woedend komplot,
gans de bende voor goed achter slot.
Zonder moeite gebeurde dat niet
want dat hebben wij vroeger bewezen
Zij die waren elkander getrouw,
voelen nu in hun leven berouw
Maar voor hen zal op ‘s wereldsplein
geen genade zijn.

Partituur * De vreselijke bandietenbende Mercy en Naudts van Adegem *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1195-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com