0

Mijn betaald verlof

Geplaatst door Johan op 13 oktober 2019 in liedbladen, liederen, Over Leut & Plezier |

In “Solidair” lezen we:

Vrijdag 22 mei 1936. De nacht daalt neer over Antwerpen. Plots verbreekt geweervuur minutenlang de stilte. Albert Pot en Theofiel Grijp bezwijken onder de kogelregen van een fascistische militie. De moord op deze twee vakbondsmilitanten betekent het startschot van een nationale algemene staking die zal leiden tot betaalde vakantie en de 40-urenweek.

Frans Jacobs beschrijft in zijn lied relativerend en een beetje spottend de geneugten van de “congé met solde”, meestal “congé payé” en (nu) “betaald verlof” genoemd. Maar die sociale maatregel kwam er dus niet zonder slag of stoot. Toen het eenmaal zover was, begonnen arbeidersgezinnen mondjesmaat (na WOII) een tripje naar de kust of naar de Ardennen te wagen, iets wat voordien ondenkbaar was.

Voor het eerst aan zee ! (circa 1947)

Mijn betaald verlof

tekst: Frans Jacobs – muziek: “Suzanne” van August De Laat

‘k Had mijn congé met solde,
acht dagen met fatsoen.
‘k Dacht in mijzelf tevreden,
ik ga ook wat reizen doen
Eerst reed ik naar Oostende, daar was ’t nogal kadee
zo al die jonge meisjes te zien spart’len in de zee.

In Oostende, in Oostende
ziet g’er vele lopen zonder hemde.
Met de rode lippen, uitgedecolleteerd,
poeier op de kaken en het haar geonduleerd.
In Oostende, in Oostende
vindt ge veel blague en stoeffen zonder centen.

Vandaar reed ik naar Brussel,
‘k sliep in een logement.
‘k Werd g’heel de nacht gebeten van ’t zespoters Regiment.2
En ’s morgens onder ’t scheren
vroeg ik mijn schuld tevree.
‘k Moest dertig frank betalen
‘k had wat rode beestjes mee.

In Brussel, in Brussel
daar is ’t waarlijk goed om te logeren
Slapen op mansarde, het zevende verdiep,
hier en daar aan ’t scharten
maar veel slapen doet ge niet.
In Brussel, verdekke
leert gij de Franse tale zonder spreken.

Van Brussel naar Antwerpen
recht naar den beestenhof.3
‘k Had nog wat centen over van mijn betaald verlof.
‘k Ging daar een biefstuk eten,
’t was gelijk lekker vers.
Ik vroeg aan de garçon: is dat misschien filet d’Anvers?

Dat reizen, verdekke,
zal ik vanzeleven niet vergeten.
Luik, de Grot van Han en Eupen Malmedy
heb ik al gezien en ‘k beklaag het mij toch niet.
Met reizen kunt ge leren,
den naaste keer zal’k thuis mij amuzeren.


1 Roland Desnerck veronderstelt dat de melodie “Suzanne” van Stephen Foster is, gemaakt in 1848. Dat klopt niet: het is wel degelijk “Suzanne (waarom heb je toch zo’n hekel aan de mannen)” van August De Laat, een zangwijze die Tamboer en Fr. Jacobs veelvuldig gebruikten zoals bv. in “Soldatenliefde” maar ook in “’t Geluk die vliegt voor hem die geeren wiegt”, “De Gewone Straatgazette”, “O ! De Wijven ! De Wijven !”, ” ‘k Ben ook gevlucht geweest”, “De Woekeraars Lijste”, “Jan de Piot krijgt nen brief van zijn Charlotte” en “Toeren uit den «Tour de France» – De gevreesde Tandem voor 1939”
2 een legertje vlooien
3 de Zoölogie, alias de dierentuin van Antwerpen. Met “is dat misschien filet d’Anvers” schijnt de zanger zich af te vragen of het vlees misschien afkomstig is van een dier uit de zoölogie…
Partituur * Mijn betaald verlof *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De werkloze

Geplaatst door Johan op 6 oktober 2019 in liedboeken, liederen, Over Armoede & Drank |
  • lied van Florent Van Hulle (1891) uit Gent, misschien ook componist van de melodie
  • in “Liederen Industriële Revolutie” (Eric Demoen)
  • in “Geschiedenis van het Café-Chantant” (Willy Lustenhouwer)

De werkloze

’t Is winter het vriest en het weder is guur,
en men lijdt zo’n honger en koude.
En in onze stoof daar ’n is er geen vuur,
men zal het niet lang meer uithouden.
M’n maag is zo ijdel, gekrompen ineen,
ik voel dat ik langzaam verkwijn.
Daarom wil ik nu roepen, tot iedereen:
toe hélp me voordat ik verdwijn.

Wil werk geven, dat ik kan leven,
dat ik brood aan mijne kind’ren kan geven. (bis)

Ik ben zonder werk, drie maanden dat is erg,
de honger komt ons aan te vallen.
Van ’t eerste tot ’t laatst’ is verpand in de berg 1,
mijn vrouwe is nogmaals bevallen.
De tafel is dagenlang niet meer gedekt,
geen brood is er daar nog te zien;
geen kleding die er onze naaktheid bedekt,
en niemand die hulpe komt biên.

Wil werk geven, dat ik kan leven,
dat ik brood aan mijne kind’ren kan geven.(bis)

Aanschouw ons klein meisje het lijdt zo een dorst,
Ik kan ’t schaapje niet meer zien lijden.
Zijn moeder die drukt het al aan hare borst,
om ’t kind van de dood te bevrijden.
Zij kan het niets geven, haar borsten zijn droog,
zij heeft nodig voedsel vandoen.
Zij sterft bijna ook zelve de hongerdood,
en vader kan daar niets aan doen.

‘k Smeek al bevend, wil mij werk geven,
dat ik brood aan mijne kind’ren kan geven (bis)

Hoe ijselijk als ik mijn kinders aanschouw,
die een boterham vragen t’ eten.
Ze smeken zo droevig, ‘k heb honger en kou,
terwijl dat zij daar zijn gezeten.
Ze wachten mij af, maar hetgeen ik hen zei,
met eten te komen naar huis,
dat kan niet en daarom is ’t moeilijk voor mij
ik durf bijna niet meer naar huis.

‘k Kan niets geven, moet het beleven,
geen brood aan uw kind’ren te kunnen geven (bis)

Gij rijken die baden in geld en in goed,
kom help ons, wil ons iets toereiken.
Wij vragen en smeken al biddend zo zoet,
om ons niet te laten bezwijken.
Wij bedelen niet, wij vragen alleen werk,
wij vragen het u met fatsoen,
neemt gij ons in dienst, ons gemoed is nog sterk,
en wij zullen ons beste doen.

‘k Smeek al bevend, wil er werk geven,
dat d’arme lijk de rijke kunnen leven (bis)


1 De “Berg van barmhartigheid”, pandjeshuis, voorloper van het OCMW

Partituur * De werkloze *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De rijke miljonair

Geplaatst door Johan op 30 september 2019 in liedboeken, liederen, Over Armoede & Drank |
  • lied opgetekend door Willy Lustenhouwer (nr. 212) zonder bronvermelding
  • zou van rond 1900 kunnen zijn

De titel is een pleonasme, tenzij er ook arme miljonairs zouden bestaan. En “de arme werkman” zou in die periode al even dubbel op klinken.

Het lied behandelt de tegenstellingen tussen armen en rijken: armen worden veracht en rijken komen met alles weg. Tenzij in de dood: men kan al die rijkdom niet meenemen in het graf. Door dit alles is de rijke bang voor de dood terwijl de arme het als een bevrijding aanziet.

De rijke miljonair

677 auteur onbekend – circa 1900

Terwijl de miljonair met paard en koets mag rijden,
ziet men daar in de kroeg de werkman honger lijden.
Wij leven, het is waar, al van liefdadigheid,
in plaats van brood en wijn, verdrukt voor d’arrebeid.
De rijke deugeniet wordt overal geprezen,
wanneer men arm is, neen, kan men niet eerlijk wezen.

In onze maatschappij, waar goud en rijkdom leeft,
wordt men bespot, veracht, als men geen geld ’n heeft.
In onze maatschappij waar goud en rijkdom leeft
wordt men veracht, bespot, als men geen geld ’n heeft.

‘k Ging laatstmaal naar de kerk, om op ’t gemak te wezen,
ik nam daar ene stoel, en zette mij aan ’t lezen,
toen heeft mij daar een knaap geheel brutaal verhaald:
gaat weg van deze stoel, gij hebt nog niets betaald.
Zet u neer op uw knieên, dat kan mij weinig schelen,
of blijf recht staan wanneer het u niet zal vervelen.

Daar in het huis van God, waar pracht en rijkdom leeft,
daar moet men rechte staan, als men geen geld ’n heeft.
Daar in het huis van God, waar pracht en rijkdom leeft,
daar moet men rechte staan, als men geen geld ’n heeft.

Wat ziet men langs de straat somtijds voorbij passeren,
’t is een begrafenis, maar men ziet er geen heren.
Een priester is er bij, om zijn gebed te doen,
voor drie werklieden slechts, die volgden deze stoet.
’t Was Georges de bedelaar die zij naar ’t kerkhof droegen.
Wanneer men arm is, ja, uw leven lang moest zwoegen.

Wat baat het nu ach God, als men armoedig leeft,
men gaat naar ’t paradijs, als men veel centen heeft.
Wat baat het nu ach God, als men armoedig leeft,
men gaat naar ’t paradijs, als men veel centen heeft.

Die grijsaard dacht aan dank, zoals in jonge jaren,
wanneer dat arm of rijk, de dood niemand kan sparen.
Wat zijt gij met uw geld, waar gij zoveel om gaf,
wanneer de wormen u opeten in uw graf?
Maar gij die leeft in ’t goud, rijkaard wil goed verstaan,
dat gij na uwe dood tot asse zult vergaan.

En op zijn laatste uur, de rijkaard schrikt en beeft,
men verlangt naar de dood, als men geen centen heeft.
En op zijn laatste uur, de rijkaard schrikt en beeft,
men verlangt naar de dood, als men geen centen heeft.

Partituur * De rijke miljonair *
      1. instrumentaal

Tags:

0

’t Zal kermis zijn

Geplaatst door Johan op 23 september 2019 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

  • [AC] Frans Lamoen (1876-1954) 1
  • uit “Geschiedenis van het Café-Chantant” (Willy Lustenhouwer)
  • uit “Het leven van Frans Lamoen, verteld door hemzelf”

Als inleiding bij dit liedje vertelde Frans Lamoen het volgende aan zijn zoon, die de memoires 2 van zijn vader te boek stelde:

Van het "Internationale Artisten Bureau" kreeg ik een verbintenis voor een debuut in "Panopticum", een eerste rang cabaret te Amsterdam. In reuze letters stond mijn naam op de affiches. Te 1 uur namiddag begon de repetitie, met orkest.
"Waar is die fameuze Lamoen ?" vroeg de directeur.
"Dààr, bij de tweede coulisse ."
"Begin maar 'ns te zingen - maar waar 1s je bagage", vroeg de directeur .
"Bagage ?? - die heb ik niet nodig."
Ik had enkel een klein valiesje om m'n muziek in te bergen .
"Kerel", riep weer de directeur, "denk je dat ik zoveel guldens ga betalen voor een artist zonder bagage ? Ik heb hier op het programma vier acrobaten, die hebben wel honderd kilo materiaal met zich !"
De man kende niet eens het verschil tussen een krachtpatser en een humorist. Hij voorspelde dat wanneer ik 's avonds niet genoeg succes zou behalen - voor de vele guldens die hij me moest betalen - hij me door de politie zou laten buitenwippen.
"Heer directeur" zei m'n impresario, "wacht in Godsnaam tot vanavond na zijn eerste optreden."
En ja, na m'n optreden werd ik op het kantoor van de directeur geroepen voor 'n glaasje wijn en een lekker sigaartje, met de belofte dat ik, in plaats van vijftien dagen, zoals het contract vermeldde, hij me nog een maand langer engageerde. Ik stond er zelf verwonderd bij want de bijval was tienmaal groter dan in België.
In de Nederlandse variété-theaters was het voordien nooit gebeurd dat het publiek mét de humorist het refrein ging meezingen. Men voelde zich daarvoor veel te deftig, te bezadigd.
Welnu, ik plaatste op m'n programma een liedje met een refrein om mee te zingen. 'k Verzocht m'n geacht publiek om uit volle borst mee te doen en beloofde dat de eerste de beste die niet meezong de zaal zou moeten verlaten en z'n entrée~geld aan de cassa kon terug halen .... 
Ze zongen niet, ze brulden . En juist in de maat. Na afloop volgde er 'n stormachtig applaus.
Geen stad, geen dorp , in België of Nederland, of onderstaand liedje werd spontaan meegezongen.

1 In het “Online Repertoire” op de website van SABAM zijn maar 8 liedjes van Frans Lamoen te vinden, allemaal gepubliceerd door Intersong en/of Primavera. Dit lied is daar niet bij.
2 Memoires zijn zelden objectieve ooggetuige verslagen …

’t Zal kermis zijn

’t Is al meer dan veertien dagen
dat ik zoek naar Rozalie.
Wie dat is, zult gij mij vragen?
’t Was mijn lief, mijn Rozalie.
Z’had de hemel op de aarde,
ze kreeg alles wat ze wou,
en de centjes die ik spaarde
gaf ik allemaal aan die vrouw.
Ik heb haar niets misdaan,
opeens liet zij mij staan,
z’is er stil vandoor gegaan.

Refrein:
Rozalie, laat mij niet wachten,
Rozalie, ik heb chagrijn.
Lieveling, aanhoor mijn klachten,
kom terug, ’t zal kermis zijn.
Rozalie, laat mij niet wachten,
Rozalie, ik heb chagrijn.
Lieveling, aanhoor mijn klachten,
kom terug, ’t zal kermis zijn.

‘k Kocht ’n lot van d’Expositie,
en ik zei haar: luister kind,
wel, ik doe een propositie.
Als ge daar ‘ne prijs mee wint,
moogt ge schone kleren kopen,
en dan gaan we naar Parijs.
Het geluk is meegelopen
want zij won den eersten prijs.
Ik gaf haar ’t geld gezwind,
wat is de liefde blind,
z’is gaan vliegen met den wind.

Z’heeft mij nog ‘nen brief geschreven,
en ze zegt het maar rechtuit:
zonder geld kan ik niet leven,
nu is de mizerie uit.
Als ‘k verander van gedachten
of m’n keuz’ niet vinden kan,
als ge nog ‘nen tijd wilt wachten,
neem ik u misschien als man.
Ik hoop, ze komt bij mij,
och vrienden, ‘k ben zoo blij,
zingt eens all’ maal mee met mij?


Partituur * Het zal Kermis zijn *
      1. instrumentaal
      2. 78toerenplaat zang Frans Lamoen (fragment)

Tags:

0

Marjantje kost ook al vrijen

Geplaatst door Johan op 15 september 2019 in liedbladen, liederen, Over Liefde & Verdriet, Spot & Ironie |



Inhoudelijk is dit lied verwant met “Dat komt van ’t vrijen, Rozalie” maar er wordt hier iets minder nadrukkelijk gezegd wat de ongewenste gevolgen zijn van al dat vrijen. Blijkbaar heeft Marjantje er het “vogelschijt” aan overgehouden. Ja, ja …

Marjantje kost ook al vrijen

Wel moeder ik ben nu toch al achttien jaar
en gist’renavond werd ik weer iets gewaar.
Ik denk dat het nu wordt toch al mijnen tijd,
ik ben al groot genoeg, ik begin te vrij’n
en ’t meisje zei
verheugd en blij:

Refrein:
Moeder, wees nu maar blijde,
ik kan nu ook al vrijen.
‘k Vind dat zo leutig en plezant
te vrijen langs bos en kant.
Ik voel mijn hartje jagen
als ze mij naar iets vragen
maar dan zeg ik wel sakkerpiet
o neen, neen, neen dat durf ik niet.

De moeder zei: wel kind, maar pas uit het ei,
ge begint al te praten over het vrij’n.
Waar hebt ge dat geleerd, mijn kleine Marjan?
En ’t meisje zei: moeder ‘k gevoel da’k het kan,
en ze zei weer:
ik wacht niet meer

Zij begon nu te vrijen kleine Marjan
maar enen tijd nadien wist z’er alles van.
Ze had gevreên, gevrijd zonder overleg
dacht niet meer aan de gevolgen en had pech.
Ze zucht met spijt:
‘k heb teveel gevrijd.

Slotrefrein:
Ik liet me zo verblijden,
ik dacht ‘k kan ook al vrijen.
Had ik geweten dat ’t zo was,
ik had nog wat gewacht.
Moe zei: gij domme tuite,
had gij naar mij geluisterd,
gij had dan nooit niet tot uw spijt
gekregen ’t vogelschijt!

Partituur * Marjantje kost ook al vrijen *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Het werkmansloon

Geplaatst door Johan op 9 september 2019 in liedboeken, liederen, Over Armoede & Drank |

Nog een café-chantant lied, opgenomen door Willy Lustenhouwer in zijn interessant boek “De geschiedenis van het café-chantant” (1987, Brugge). Helaas heeft de auteur slechts bij een handvol liederen in dit boek vermeld waar het vandaan kwam en/of wie de auteur was. In dit geval dus ook niet.
Inhoud en stijl doen vermoeden dat het in Gent is geschreven rond 1900 door één van de vele militante links georiënteerde sociaal bewogen auteurs aldaar. Als extra “bewijs” haal ik een zinnetje uit het refrein aan:

"Door hen gekomen zijn uw rijkdommen"

Me dunkt dat dit perfect rijmt in het Gents waar ik in gedachten “rijkdomen” hoor zeggen (of droom ik dat? Ik ben opgegroeid ver van Gent …). Maar in de bloemlezingen met teksten uit die tijd van bv. Napoleon Destanberg vind ik het niet terug. Wel vele teksten met ongeveer hetzelfde verhaal en dezelfde woordenschat.
Lustenhouwer publiceert ook een melodie bij dit lied en dat is de voornaamste reden waarom we het hebben uitgewerkt want bij een andere tekst (“Het bloemenmeisje“, toegeschreven aan Jef Van Zoom) wordt naar de melodie van dit lied verwezen!

Het werkmansloon

674 auteurs onbekend

In de vroege kille morgen
kun je daar de werkman zien gaan.
Hij wordt weer naar ’t werk gezonden,
en dan breekt weer de dagsleur aan.
Hij moet gaan zwoegen, werken, slaven
om te verdienen een stukje brood.
Van ’s morgensvroeg tot laat in d’avond
want vrouw en kind leven in nood.

Refrein:
O rijke mensen, hoort wat wij wensen,
geef aan de werkman loon naar werk.
Door hen gekomen zijn uw rijkdommen,
wij maken u al rijk en sterk.
’t Zijn dure tijden, toe, ziet ons lijden,
voedsel en huur, alles slaat op.
Wij die u geven ’t luilekkerleven
toe slaat ons dagloon op.

Als wij ons naar ’t werk begeven,
naar ’t fabriek of het mekaniek,
’t doet ons vrezen voor ons leven
ofwel worden wij oud en ziek.
Wie zal er onze pijn verzachten
als iemand van ons verongelukt?
Dan staat het ziekenhuis te wachten,
van vrouw en kind’ren weggerukt.

Wij vragen u gene schatten,
maar wij willen ’t dagelijks brood,
en om ons zo af te matten
moeten wij lijden hongersnood.
Wij houden heel de wereld levend,
o rijke luistert naar ons bericht:
dat gij ons medelij moet geven,
dat is toch zeker uwe plicht.

Partituur * Het werkmansloon *
      1. instrumentaal

Tags:

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com