0

Harten met opschriften

Geplaatst door Johan op 29 maart 2020 in liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Een café-chantant of revue-lied waarin enige enscenering wordt verondersteld.

Beeld u een zanger in die op de scène een soort draagbare Röntgen- machine heeft die verdacht veel weg heeft van een fototoestel. Daarmee kan hij foto’s maken van het hart van telkens weer andere personen, toevallig vooral jonge meisjes. Vanaf de derde strofe laat hij de werking van zijn machientje zien en op het eind van die strofe wordt een eerste pancarte zichtbaar die het resultaat is van zo’n doorlichting… Althans, zo stel ik het me voor.

Het effect van Röntgenstraling werd in 1895 ontdekt en de fantasie van café-chantant zangers en andere artiesten sloeg meteen op hol: in het magische jaar 2000 zou men op die manier inbrekers kunnen betrappen door de muren heen…

Het zou in dit lied om tijdloze humor gaan ware het niet dat ondertussen de term “sexisme” dit soort sketches in diskrediet heeft gebracht.

Harten met opschriften

706 tekstschrijver onbekend

Harten kun je niet bekijken
daar ze steeds in ‘t donker staan
ik voor mij ‘k geloof bepaald
dat het met opzet is gedaan.

Laatst kreeg ik een buitenkansje
door een X-straal apparaat,
daarmee kon ik lezen wat er
op elk hart geschreven staat.

‘k Zag het hart van een jong meisje,
‘n bakvis nog heel jong en blond.
‘t Klopte al onregelmatig
weet u wat of er op stond?
(gesproken: Opening 1 juni aanstaande)

‘k Zag ‘t hart van een ander meisje
dat erg in de mode was,
om haar heen een kring aanbidders,
weet u wat ik daar op las? (Vol)

Weer zag ik een meisjeshartje,
van een meisje erg in trek,
daar stond ook wat op te lezen
maar in ‘t eerst leek het wel gek: (Alleen staanplaatsen)

‘k Zag een ander meisjeshartje
zij was in ‘t geheim verloofd,
niemand mocht er iets van weten
maar toch had ze’t hem beloofd. (Besproken)

Weer zag ik een ander hartje,
een meid pas geëngageerd
met een bord er aan gehangen
waar op mooi stond gegraveerd: (Bezet)

Ik zag nog een meisjeshartje
van één die verstandig was.
Twee teksten heb ik ontcijferd
en weet u wat ik dan las:
(Prière de ne pas toucher / Geen buurtverkeer)

Toen zag ik door ‘t apparaatje
‘t hart van een moderne vrouw
die studeerde en studeerde,
van niets anders weten wou (IJssalon)

Daag’lijks zag’k een aardig meisje
maar z’liep altijd met haar Ma
en die liet haar niet alleen gaan,
op haar hartje stond weldra (Sleutel bij de bewaakster)

Jongelui, wees toch voorzichtig,
speelt met meisjesharten niet,
z’hebben allemaal dit opschrift,
ook al zie je het soms niet. (Breekbaar)

‘k Zag ook ‘t hart van een oud heertje
stromp’lend nog zo wat in ‘t rond,
weet u wat er op het hartje
van dat oude heertje stond?
(Uitverkoop wegens vergevorderd seizoen)

Oude nonnen zag ik lopen
langzaam statig over straat,
‘k dacht: nu zal ‘t me toch benieuwen
wat op ‘t nonnenhartje staat (Onbewoonbaar verklaard)

Een dienstmeid zag ik het laatste,
‘t mutsje zeer koket geplooid,
wat het opschrift van haar hart was,
raadt u vanzeleven nooit! (Tehuis voor militairen)

Partituur * Harten met opschriften *
      1. instrumentaal

Tags:

2

Er hapert iets aan

Geplaatst door Johan op 22 maart 2020 in liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

“pince-nez” (strofe 4)

Nog een café-chantant lied dat lang in het geheugen van sommige mensen is blijven hangen. Een dijenkletser is het niet vinden wij, maar als de sfeer er eenmaal goed inzit wordt er allicht met alles dankbaar gelachen …
Wij volgen grotendeels de versie van het verzamelboek “Zo de ouden zongen” (1983) maar Richard Van der Staey noteerde in het Leuvense een versie met een afwijkende melodie die u kan terugvinden in zijn “Liedboek van De Kadullen” (2015)

Er wordt in het lied verwezen naar “de Verbondsstraat”. Dat zou in Sint-Joost-ten-Noode kunnen zijn: de naam van de straat verwijst daar naar het verbond tussen katholieken en liberalen in 1827 tegen koning Willem I. Tussen 1845 en 1846 verbleven Karl Marx en Friederich Engels respectievelijk in nr. 5 en 7.

Het helpt ons niet veel om de auteur te identificeren, maar het lied moet dus echt wel na 1830 zijn geschreven, voordien was die straatnaam er nog niet … De stijl doet ons denken aan de teksten van Andreas de Weerdt. Die leefde alvast in de juiste periode – 2e helft 19e eeuw – maar als douanier in Antwerpen had die weinig banden met Brussel. Of was er in Antwerpen ook een Verbondsstraat?

Waarom uitgerekend “Baron de Bares” in strofe 4 als een zeer welstellend man  wordt opgevoerd is ons niet duidelijk. Misschien puur omdat het rijmt…

Er was in de 15e eeuw een Louis de Toulignon, Baron de Bares, gehuwd met Louise de Mondragon maar over illustere afstammelingen in de 19e eeuw hebben we niets teruggevonden en over een vermeend fortuin evenmin.

Er hapert iets aan

705 – auteurs onbekend

Over een tijd ontmoette ik twee wijven
in de Verbondsstraat, die stonden te saam
ruzie te maken en stonden te kijven,
ge weet: zulk een wijf is daar goed voor bekwaam.
‘t Was “ros” van hier, “Ai gij lange tong” van ginder,
“Gij sleept iedereen over de baan!”
“Ja maar,” zei d’ander, “gij zijt niet veel minder,
denk maar eens goed want daar hapert iets aan.”

Denk maar eens goed want daar hapert iets aan.

‘k Hoorde dat af en ik dacht in mijn eigen:
sapperdeboeren, dat is iets van ‘t fijn.
Zou ik daar niets van bijeen kunnen krijgen
al was het maar een liedje zonder refrein.
Als ik thuiskwam, ik begon dat te schrijven,
rechtuit gezegd, ja dat ging nogal gauw.
‘k Schreef inderhaast het lied van die wijven
maar aan één kant, zie, daar hapert iets aan

Maar aan één kant, zie, daar hapert iets aan.

In ‘t paradijs leefde Adam zo rustig
maar op zekeren dag kwam er een wijf
hem enen appel aanbieden zo lustig
dat het hem ging ja door ziel en door lijf.
Adam die beet maar hij riep: ‘t is een zure,
ons Lieven Heer had het gade geslaan.
Hij sprak: wel Adam dat zijn toch geen kuren,
gauw ‘t paradijs uit want daar hapert iets aan.

Gauw ‘t paradijs uit want daar hapert iets aan.

Op onze dagen ziet men er veel lopen,
heerkens die pronken met hoed en pince-nez1.
Men zou dan zeggen dat z’al kunnen kopen
als zijn ze de zoon van Baron de Barés.
Maar als hij dan aan hen eens mocht gaan vragen
hoe het men hun portemonnaie is gestaan
dan zijn ze ook van den donder geslagen
want door den band, zie, daar hapert iets aan.

Want door den band, zie, daar hapert iets aan.

Kobe die vree al zo lang met Katrientje,
ja op z’n minst wel al zes, zeven jaar.
‘t Was steeds: mijn schatje, mijn duifje, mijn liefje
en ieder die dacht: zie, dat wordt vast een paar.
Maar als Katrien hem van trouwen kwam spreken
stond hij te zien of hij viel uit de maan.
“Wat zou ik mij nu in d’armoe gaan steken?
Neen, meisje, neen, want daar hapert iets aan.

Neen, meisje, neen, want daar hapert iets aan.


1 pince-nez: een soort bril zonder oortjes die op de neus kon worden vastgeknepen. Dit model bril was populair van ongeveer 1870 – 1945, en werd door zowel mannen als vrouwen gedragen.
Partituur * Er hapert iets aan *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Een deftige familie

Geplaatst door Johan op 15 maart 2020 in cahiers, liedboeken, liederen, Schrift Eugenius Koopman, Spot & Ironie |

De onbekende auteur van dit lied heeft zich gewaagd aan een 20e eeuwse “remake” van het 19e eeuwse “Mijn familie“. Ook in deze versie worden de toehoorders even op het verkeerde been gezet als de zanger in de eerste strofe verontwaardigd de geruchten over hem en zijn familie als vals probeert te “ontmaskeren”. Maar gaandeweg vallen de echte maskers af – voor een goede verstaander dan toch – als blijkt dat hij in feite met “alternatieve feiten” de  zaken probeert om te draaien, een techniek die nog steeds veel bijval geniet.

Deze “nieuwe” versie van het lied zal zeker haar weg hebben gevonden naar de café-chantants. Ook in Antwerpen, waardoor we een nauwelijks beschadigde tektsversie konden terugvinden in het liedjesschrift van Eugenius Koopman uit 1916.


De melodie werd andermaal door Walther Van Riet met z’n bandopnemer genoteerd en uitgeschreven circa 1980. Het resultaat kwam in het boek “Zo d’ouden zongen” (1983, vzw Drieske Nijpers, SINT-GILLIS-WAAS)

De microfoontjes op tafel capteren “zoals de ouden zongen”

Een deftige familie

704 – auteurs onbekend

Gij kunt m’aanzien, ‘t kan me niet schillen 1
voor wat ge wilt, ‘t gaat mij niet aan.
Maar ‘t enige wat ik niet zou willen:
als ge moordenaar riep, ‘t zou mij niet gaan.
Dan zou ik al gauw mijn vel uitspringen.
Eender wie ‘t was, maar ik nam hem vast.
Dat zijn voor mij zo van die dingen
dat voor een deftige mens toch niet past

Ze mogen van mij denken wat ze willen
maar ik ben van een deftige famille.

Als het veel mensen moesten weten,
ze namen den hoed voor mij af
Ik heb wel eens in ’t prison gezeten
maar het was maar zes maanden straf
Mijn arrestatie werd bevolen
omdat ik met geld in den zak liep
Zesduizend frank maar niet gestolen,
gekregen van ene die sliep

Ze mogen van mij denken wat ze willen
maar ik ben van een deftige famille.

Mijn vader die doet grote affairen,
als koopman is hij heel habiel
Zij leveren bij hem allemaal geire,
mijn papa is verheelder van stiel
Mijn moeder weet alles aan te halen,
hoe z’er aan geraakt weet ik ook niet,
alles krijgt ze zonder betalen,
ze koopt dat als het niemand ziet

Ze mogen van mij denken wat ze willen
maar ik ben van een deftige famille.

Mijn zuster is pas achttien jaren,
wat kennissen dat die al heeft.
Door haar schoonheid en jeugd niet te sparen
wordt er bij ons goed van geleefd
Z’is in “relatie” met een rijke
maar met heren van jaren vooral
waarvan ze ’t geld weet op te strijken,
die weet ze te vangen in heur val.

Ze mogen van haar denken wat ze willen
maar ze is van een deftige famille.

Mijn oom dat is ene gekende,
’t was ne vent met een groot genie.
Hij was voorzitter van een bende,
en aanvoerder van d’anarchie.
Die heeft eens een hele stad doen lopen,
van wijd en zijd kwam men vandaan
om hem te zien stond ‘t volk op hopen
wanneer hem de kop is afgedaan

Zoekt ze nog eens waar ze voor trillen,
ja wij zijn van een deftige famille.


1 schelen

Partituur * Een deftige familie *
      1. instrumentaal

 

Zowel Alberic Cattebeke als Jaak Van Gestel zongen allebei (dezelfde) variante op dit thema, op de wijze van “Constantinople”, een echte tongenbreker! in 1928 geschreven door Harry Carlton en op plaat gezet door Harry Bidgood & His Broadcasters

Tags:

0

De stervende soldaat

Geplaatst door Johan op 8 maart 2020 in liedboeken, liederen, Wereldoorlog |

Dit lied deed me denken aan een scène uit de TV-reeks “In Vlaamse Velden” waarin het jonge hoofdpersonage in een tot modderpoelen herschapen slagveld op zoek gaat naar haar geliefde.

In het lied is het eigenlijk nog een pak erger want het gaat om een jonge moeder die alleen achterblijft met een klein kind.
De melodie is waarschijnlijk gebaseerd op “La valse des ombres” (1912, Paul Ségo) dat we al eerder tegenkwamen bij “Als de klokke slaat” en later ook bij  “Hoort gij de kanonnen“.  Deze keer hebben we ons echter niet gebaseerd op de originele muziekpartituur en op oude plaatopnames maar op de melodie die Walther Van Riet noteerde circa 1980 en die dus al enige interessante wijzigingen had ondergaan in het geheugen van zijn voorzangeres.

De stervende soldaat

703 [A] onbekend [C] naar Paul Ségo “La valse des ombres” (1912)

Ginds dwaalt ene vrouwe
vol droefheid en rouwe
en wenend staart zij in het ronde
Haar man moest gaan strijden
‘t geen haar bracht in ‘t lijden
met haar hoofd gericht naar de grond
Want dagen en nachten
staat zij reeds te wachten,
zij is uitgeput zonder krachten
Want dien zij zoo teer beminde is niet meer,
haar herte dat breekt van hertzeer.

Zij knielde neder
nam hem stil bij de hand,
kuste hem teder
nog zijn stervende wang.
Zij sprak al wenend:
kent gij uw vrouw niet meer.
Tranen rolden van zijn wangen
droevig neer.

De vrouw zonder dralen
gaat zoeken en dwalen
zo met haar klein kind door de velden
want reeds in haar oren
weerklinken de tonen
daar liggen gesneuvelde helden
Zij riep stil en hoorde
de stervende woorden
ja ‘t geen haar het herte doorboorde
Zij slaakte een kreet, zij was gans ontsteld
haar man die lag nedergeveld.

Zij knielde neder
nam hem stil bij de hand (…)

Hij sprak onder ‘t wenen:
“O vrouw, ik ga henen
maar wil voor ons knaapje toch zorgen.”
Hij drukt’ het aan ‘t herte
en sprak dan met smerte:
“Den hemel die zal ‘t u waarborgen.
Vaarwel, lieve vrouwe,
gij waart mij steeds trouwe
maar wil er mij toch niet vergeten.”
Een stervende zucht glijdt nog uit zijn mond
en moeder zinkt wenend ten grond.

Zij knielde neder
nam hem stil bij de hand (…)

Vijf jaren zijn henen,
ja vol druk en wenen
dwaalt er ene vrouw door de straten.
Zij draagt aan haar herte
een knaapje met smerte
het scheen dat ze gans was verlaten.
Zo was zij al dromend
aan een graf gekomen
al van haar tedere geliefde
In den grond beslijkt
rust zijn edel lijk
waar een houten kruisje op prijkt.

Zij zonk daar neder
al op het kille graf,
handen ten hemel
riep z’in ‘t midden der nacht:
eeuwig ontnomen
de vader van mijn kind.
Hij zal er nooit wederkomen
die ik min.

Partituur * De stervende soldaat *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De zoon van de sergeant

Geplaatst door Johan op 1 maart 2020 in liedboeken, liederen, Schrift Eugenius Koopman, Wereldoorlog |

Walther Van Riet kon dit en vele andere liederen circa 1980 nog noteren bij ouderen in en rond Sint-Niklaas-Waas maar tekst en melodie waren dikwijls met de jaren een beetje verwaterd. Van de melodie hebben we niet zo direct de inspiratiebron gevonden – het zal wel een frans chanson zijn uit de periode 1900-1918 en het refrein lijkt op “Les roses blanches” – maar voor de tekst konden we gelukkig vergelijken met wat Eugenius Koopman in 1916 in zijn omvangrijk liedjesschrift schreef.

In een ander liedjesschrift – van Jean en Adèle Cuypers uit Rumst – vonden we dit:

In “Volksliedonderzoek in het Noorwesten van Brabant” (Leuven KUL 1978) citeert Odette Albrecht ditzelfde lied zoals het haar werd voorgezongen door Leontine Van de Voorde uit Merchtem. Die had het horen zingen door haar vader.

Roger Hessel vond “Het kanon zwijgt” in “Volksche Oorlogsliederen verzameld door Leon Defraye” en publiceerde het zonder melodie in “Marktliederen over de Grooten Oorlog”. Die versie heeft hier en daar rijmnood en werd door Defraye waarschijnlijk niet uit de eerste hand opgetekend.

Ook Julien De Vuyst haalt een bijna identieke liedtekst aan in “Het marktlied als oorlogsthema” (Ons Heem, themanummer Tweede Wereldoorlog, 1991). Die heeft hij gevonden op een liedblad (niet in ons bezit) van Frans Jacobs onder de titel “De brave sergeant” en in een handschrift als “De Zoon van de Kazerne”.

De tekst van Jacobs wijkt ook een beetje af, we kunnen vermoeden dat hij het origineel evenmin op papier voor zich had liggen toen hij het neerschreef. Of hij bewerkte het om te passen op een andere, niet nader genoemde  melodie.
Zijn eerste strofe begint als volgt:

Hoort het kanon, het schijnt te rusten,
men hoort niet meer het bulderend geschut.
Men wil op aarde geen bloed meer doen vloeien,
gedaan is de vernieling en dood.

Rijmen doet deze versie niet, wat toch verbazend is in een dergelijk lied van een gerenommeerd marktzanger; de andere versies doen dat wel.

De zoon van de sergeant

702 – auteur onbekend

Het kanon zwijgt, het schijnt te rusten,
men hoort niet meer het fluitend lood.
‘t Is of de aarde geen bloed meer lustte,
gedaan was vernieling en dood.
Achter het bos ziet men de maan oprijzen,
droevig aanschouwt zij het bloedig slagveld.
Ze draait de rug, voelt het afgrijzen
voor den oorlog met zijn bloedig geweld.
De brancardiers lopen heen en weer,
dragen de gekwetsten op en neer

Hoevele brave zielen,
gisteren nog kloek, vol moed
die voor hun land daar vielen
vergoten daar hun bloed?
Wie weet wat zij nog riepen,
alvorens zij insliepen

De overblijvende soldaten
schaarden zich samen in het rond
en zochten naar hunne kameraden
die zij niet zagen op dien stond.
De oude sergeant voegd’ zich bij zijn troepen
met een klein zakboekje in zijne hand.
Vol angst komt hij de namen afroepen
van hen die streden voor het Vaderland.
Het antwoord klonk uit menig mond:
Present, gedood ofwel gewond.

Opeens roept hij vol beven
den naam van zijnen zoon.
Niemand kan antwoord geven.
Geen enkele stem, geen toon.
“Frans”, roept hij eenmaal teder.
Slechts den echo klinkt weder.

Daar vonden zij tussen de lijken
den zoon van den braven sergeant.
De jongens lieten hun meelij blijken
en boden vol deelneming d’hand.
«Moed», zegden zij met de tranen in d’ogen
want allen voelden zij dien wreden slag.
De Vader stond daar onbewogen
d’ogen gericht op zijn kind dat daar lag
Hij nam het lijk op van de grond
en kustt’ het op den dode mond.

Wat zal uw moeder zeggen
wanneer ik weder keer?
Wat moet ik haar uitleggen?
Zij minde u zo teer.
Rust zacht, mijn kind, mijn braven
uw Vader zal u begraven.

Met zijn sabel ontwroet hij d’aarde
tot hij een graf had voor zijn zoon
Hij nam hem zachtjes al in zijn armen,
bedekt met bloemen kind’s laatste woon.
Blootshoofds stonden de soldaten in rangen
allen woonden zij die plechtigheid bij
Velen stonden met ‘t hart bevangen:
heden aan hem, misschien morgen aan mij
Den armen Vader sprak met klem,
de tranen verstikten in zijn stem:

Gij die zo’n oorlog baarde,
beseft gij niet het kwaad
dat gij sticht op dees aarde
door uwen wreden daad?
Het bloed dat gij deed stromen
zal op u eens neerkomen.

Partituur * De zoon van de sergeant *
      1. instrumentaal

Tags:

0

’t Is Vrede! ’t Is Vrede !

Geplaatst door Johan op 23 februari 2020 in liedbladen, liederen, WOII |

De oorlog is gedaan en het leven lacht iedereen weer toe.
Al heeft Jozefientje toch een probleempje nu haar Amerikaanse vriend terug naar huis moet. Maar moeder heeft daar de perfecte oplossing voor …

Marktzanger Jaak Van Gestel schreef en zong de tekst in 1945, de muziek leende hij van Michael Carr die in 1939 de muziek bij een spotlied schreef over de “onoverkomelijke” Siegfried Linie. Ook nu nog zijn er beleidsmakers met Duitse voorvaderen die denken zo’n onoverkomelijke hindernis aan de grens te kunnen bouwen.

’t Is Vrede ! ’t Is Vrede

701 [A] Jaak Van Gestel (1945) – [C] Michael Carr (1939)

Vriendjes lief, den oorlog is nu voorgoed gedaan,
alles zal nu beter gaan.
Laat die zorgen en die kommer nu maar aan de kant
want den goeden tijd van vroeger komt weer in ons land.

En als de rantsoenering zal zijn voorgoed gedaan
we zonder bonnekens naar de winkel gaan,
eten en drinken, alles wat ons hartje lust
en in ons huisje zijn gerust.
En al ons vollek uit den vreemde thuis,
wij zijn verlost van al het vreemd gespuis.
Hop met de beentjes, laat ons zingen
dansen hand in hand,
‘t is nu vrede, zet de zorgen aan de kant.

Voor ons jonge mannen was ‘t meer als hogen tijd
dat den oorlog nam een eind
want men zag ze zonder meisje
gaan langs de straat
en nu zal het weer eens helemaal zijn omgedraaid

En Jozefientje riep:
ach moeder, wat nu gedaan.
‘k Heb het te pakken van een Amerikaan.
Hij is partie en ‘k zal hem zeker niet meer zien,
maar zijn Amerikaantje dat blijft hier.
Moeder zei: Fientje, trekt u dat niet aan,
dat komt in orde, laat het nu maar gaan.
Ge hebt een helen tijd met Jefke van den boer gegaan,
hewel, dienen heeft dat spel gedaan
en dien krijgt het op zijnen naam.

Partituur * t Is vrede *
      1. instrumentaal

Tags:

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com