0

Gebed om de vrede

Geplaatst door Johan op 10 november 2019 in cahiers, liederen, schrift Mathilde Crickx, WOII |

Uit het liedjesschrift van Mathilde Crickx uit Wintam, zoals al de liederen in dat schrift genoteerd tijdens de oorlogsjaren 40-45.

De zangwijze werd geleend bij Johann Strauss (en Ralph Benatzky) en is alomgekend als het “Nonnenkoor uit Casanova”.


De nederlandse vertaling van Theo C. Warrens past wonderwel bij de peis en vree verzuchtingen tijdens en na een wereldoorlog. In die periode zaten alle kerken vol – voor zover ze niet kapot gebombardeerd waren – en werd er hartstochtelijk gebeden en gesmeekt.

Gebed voor de vrede

[A] Th. C. Warrens [C] Johann Strauss “Nonnenkoor uit Casanova”

Jub’lend rond den heem’len troon
zingen Engelen wonderschoon.
Zij verkondigen Gods macht
die ons Herder is dag en nacht

Wij die zijn mensen klein
knielen voor Uw aanschijn neder
Telkens weer, smeken Heer,
om bescherming goed en teder.
Gij die voor gevaren
ons slechts kan bewaren
breng toch Heer, vragen wij
ons de vrede weer.

Gij die tot ons mensen zei:
hebt ge droefenis, kom tot Mij,
bidden U dat Gij ons spaart
toon toch medelij met deez’ aard

Partituur * Gebed voor de vrede *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Boeren-vrijagie / De stier

Geplaatst door Johan op 3 november 2019 in dubbelzinnig, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Circa 1859 schreef Napoleon Destanberg een lied over “Pier Sis” (Petrus Franciscus) die Trezeke (Theresia), een boerenmeisje, probeert het hof te maken. Zij denkt aanvankelijk dat hij gewoon wat wil flikflooien “zoals alle mannen” maar zij wil niet zondigen waardoor ze later “naar de hel” zou moeten gaan… Pier houdt echter vol en in de achtste strofe gaan ze in plaats van naar de hel samen “naar wethuis en naar de kerk”. Om te trouwen dus.

Het lied is door Destanberg allicht geschreven voor een revue want de strofen worden afwisselend door een man (Pier Sis) en een vrouw (Trezeke) gezongen. De laatste strofe zingt “‘een zanger”

Tekstschrijver Destanberg gebruikte de melodie van het lied “Gelijk een roos in ’t groene veld” dat toegeschreven wordt aan Gentenaar Emmanuel Pieter Van Acker (1771-1842)

Boeren-vrijagie

PS = Pier Sis; Tr = Trezeke

PS. Wel Trezeke, mijn zoete kind,
Bazeerd, ’t doet mij plezier,
dat ik u aan de stalling vind,
zo rood gelijk een vier.
Zeg mij ‘ne keer, es da’ misschien
omdade gij mij had gezien?
Laat horen, aardig dier,

Tr. Pier Sies, gij maakt mij heel beschaamd
met uwen zotten praat.
‘k En wist niet dade gij daar kwaamt
of waar gij loopt of gaat.
Maar, Pier, terwijl ge mij beziet
staat gij te beven lijk een riet.
Zeg, zijde misschien kwaad?

PS. Zou ik gaan kwaad zijn of te boos,
dat waar een zot fatsoen,
als gij daar bloost gelijk een roos
in ’t midden van dat groen.
’t En is van kwaadheid niet da’k beef,
het is… het is… zo waar ik leef…
van goesting naar ’n zoen.

Tr. Ach! Wat een woord in uwen mond,
dat schier mijn herte breekt.
Zie, daar op zulken valsen grond
dat gij van liefde spreekt.
Een zoen, dien krijgt gij niet van mij,
’t is list en duivels schelmerij:
de paster heeft ’t gepreekt.

PS. Den duvel spreekt niet in mijn hert,
ik wil u niet verraân,
ik wil u niet tot uwe smert
een zonde doen begaan.
Zie, op mijn ziele, veur ’n zoen
zou ik te voet ’n beeweg doen,
ik zou naar Halle gaan.

Tr. Ja, ja, het mannevolk, Pier Sies,
ze zeggen ’t al zo wel:
ze spreken allen zo precies,
ze zijn daarin zo fel.
En als wij luist’ren naar hun praat,
we zijn geleverd aan het kwaad,
en wij gaan recht naar d’hel.

PS. Geloof me, Treze, ‘k meen het goed,
ik heb al wat vergaard:
‘k heb hemdens, lijnwaad, wollen goed,
en enen pot gespaard.
En, Treze, legt gij daar iet bij,
dan zijn we in een jaar of drij
te samen al gepaard.

Zanger Wat zou nu d’arme Treze doen,
haar hertje klopt zo sterk.
Zij gaf Pier Sies ’n malse zoen
en zij vergat haar werk.
Wat wel begint dat eindigt wel,
zij ging, in plaats van naar de hel,
naar wethuis en naar kerk!

Partituur * Boeren-vrijagie *
      1. instrumentaal


Karel Waeri maakte op dezelfde melodie een heel ander en fel gekruid “liefdeslied” over de lotgevallen van een volgzame Pier Sis, de nieuwsgierige en doortastende Marjan en de “tuchtige” koe Blesse. Marjan ziet blijkbaar voor het eerst hoe Blesse de koe gedekt wordt door een stier en dat brengt haar tijdens de terugweg op ideeën …

De originele melodie werd door Walter De Buck (en door Karel Waeri ?) fel bewerkt en is nauwelijks nog te herkennen. We behielden alle 9 strofen van Waeri: bij dit soort onderwerpen blijft het publiek ook na 4 strofen nog aandachtig luisteren !

De Stier

Pier Sies, de knecht van boer ArJaan
die moest de koe gaan halen,
om daarmee naar de stier te gaan,
ge moet dat goed verstaan.
Omdat dat beestje tuchtig was,
ze maakte nogal veel ambras,
de meid ging mee voor… ja, bazeerd,
te draaien aan de steert.

Marjan en Blesse en onze Pier,
ze waren juist met drijen,
ze trokken samen vol plezier
en vreugde naar de stier.
Marjanne wilde ne keer zien
hoe dat dat spel daar ging geschiën,
ze was van liefde heel doorweekt,
z’had in heur hemd gezeekt.

De stier had nu zijn werk gedaan,
ze mochten weerom keren.
Marjanne kost dat niet verstaan
hoe dat dat was gegaan.
“Maar, hoor eens,” sprak ze tot Pier Sies,
“dat spel, dat vind ik nogal vies,
hoe wist de stier nu juist van pas
dat Blesse tuchtig was?”

“’t Doet, doet,” zei Pier,” dat is bekend,
ze kunnen dat gerieken.”
“Wel, Pier, ge zijt een brave vent,
nu maakte mij content.
’t Moest met de mensen ook zo zijn,
geriekt gij nietmendal, kozijn?”
“Bij ja!” subiet, en onze Pier
deed ’t zelfde als de stier.

Marjanne was nu ook voldaan,
ze trokken weeral verder,
maar Blesse mocht niet zeer meer gaan,
dat kunt ge wel verstaan.
De steert en wierd niet meer gedraaid,
zij ging bij Pier de kameraad
en vroeg, terwijl z’hem gaf ne neuk:
“Hoe is’t met uwe reuk?”

“’t Is goed,” zei Pier, “ik riek het wel,
gij moet gij mij niet plagen.”
Hij pakt Marjanne bij heur vel,
’t was weeral ’t zelfde spel.
Dan nog een beetje voortgegaan,
Marjanne bleef alweder staan
en sprak nu voor den derden keer:
“Zeg, riekte gij niks meer?

Dat duurde zo tot viermaal toe,
Pier Sies begon te geeuwen.
Hij werd dat spel zodanig moe,
hij trok al aan de koe
om rap naar huis te kunnen gaan.
Marjanne deed ze blijven staan en riep:
“Trek uwen neus maar op,
gij stomme ezelskop.”

“Neen, neen,” zei Pier “‘k ben heel verstopt,
we gaan een beetje wachten;
’t Is nutteloos aan mijn deur geklopt,
‘k heb al genoeg getopt.
Gij zijt veel slechter dan de koe,
dat beest dat was van één keer moe,
en ik riek al ne keer of vier,
’t is straffer dan de stier.”

“O, ja, ge zijt ’n felle reus,”
sprak wederom Marjanne,
“ge maakt gij veel van uwen neus,
ge zijt nogal fameus;
waart gij besteld gelijk de stier,
‘k en vroeg naar genen keer of vier,
maar gij, met uwen korte steert,
’t is wel de moeite weerd!

Partituur * De stier *
      2. instrumentaal
      3. versie van Wim Claeys (fragment)

Tags: ,

0

De West-Hinder vergaan (1912)

Geplaatst door Johan op 27 oktober 2019 in liedboeken, liederen, Over Moord & Rampen |
  • tekst: Jan Bullaert muziek: Leo Friedman (1909)
  • zangwijze van: “Meet me to-night in dreamland”
  • ook gebruikt door Joe Hill voor “The White Slave” (De Blanke Slavin)
  • Scheepsramp van 14-12-1912 – aanvaring met de lichter “Minnie”


De West-Hinder vergaan

De West-Hinder in de grond geboord,
daar hoort ge overal van spreken.
Menig kloek man ligt in zee versmoord,
baten dan niet al hunne kreten?
Nu liggen zij daar, allemaal te saam,
begraven zijn zij in d’Oceaan!

Refrein:
Denkt aan de weduwvrouwen
en aan de kind’ren klein
die thans zonder hun trouwe
vader of echtgenoot zijn.
Ziet ze de handjes vouwen,
de diep beproefde liën.
Men hoort de kind’ren smeken, bovendien:
vader, nooit zullen w’u nog zien.

De West-Hinder die lag op zijn plaats
om in tijd van nood hulp te bieden.
Maar daar op zee bij ’t licht dat weekaatst
van in grote nood zijnde zeelieden.
Met veel grote moed zijn zij er heen gegaan;
maar zijn met man en muis vergaan.

Hoe vreselijk, ja, dit ongeluk
dat hier in de stad zich verspreidde.
De vrouwen zijn naar de zee gevlucht,
het was om hunne man te bevrijden.
Doch het was te laat, zo sprak ook de Heer,
de braven ze waren er niet meer.

En daag’lijks komen zij aan het strand
kind’ren en vrouwen staan te treuren.
Nog niet één lijk is er aangeland,
zoiets heeft men nooit weten gebeuren.
De vrouwen tegaar smeken op hun kniën:
mag ik zijn lijk nog eens wederzien?

Partituur * De West-Hinder vergaan *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Het droevig einde van een schipper

Geplaatst door Johan op 20 oktober 2019 in liedboeken, liederen, Over Moord & Rampen |
  • in “Het zeemansleven III” nr. 122 in “Muzikaal Erfgoed Oostende -deel 1″ (R. Desnerck)
  • “Vissersliedje” nr. 222 in “Geschiedenis van het Café-Chantant” (W. Lustenhouwer)
  • “Het droevig einde van een schipper” in “Zo de ouden Zongen” (W. Van Riet)
  • “Het droevig einde van een schipper” in “Liederen der Industriële Revolutie – deel 1” (Erik Demoen)
  • “Zeemansleven” in “Zingende Baren” (Jef Klausing) naar een bandopname uit 1959

Dit lied gaat niet over een specifieke gebeurtenis maar het is ook geen pure fantasie: de beschreven situaties waren uit het leven gegrepen en de toehoorders – als ze vissers op zee in familie of vriendenkring kenden – hadden geen moeite om zich in te leven in het verhaal.

Het droevig einde van een schipper

tekstschrijver: onbekend – melodie: “Reviens vers le bonheur” (Eugène Gavel +1954)

Winteravond, ’t is woelig op zee,
wijl een moeder in kommer en wee
met haar kind’ren in ’t huis wordt gewacht
naar den vader die heen is gevaren.
Voor het brood van zijn kroostrijk gezin,
die trotseert hij de regen en wind,
wijl hij vecht tegen storm en zee
zegt hij steeds gedwee.

Refrein:
Hoe wreed is het voorwaar
zo te zwalpen op zee, op die baren
Voor brood in ’t huisgezin;
denkt gij niet, vissers, op de gevaren.
Hoeveel van uw bestaan
zijn er niet in de zee vergaan
Terwijl uwe kinders en vrouw
blijven in druk en in rouw?

Wijl de storm en ’t onweer buiten woedt,
zit een moeder met droevig gemoed.
Zijn schip ging en keert niet meer naar huis
en zij denkt met ’t hoofd nedergebogen
aan haar man in d’ opbruisende zee
wijl haar kind’ren in rouw en in wee
vragen: Moeder, komt vader weer?
wij minnen hem zeer?

Het werd morgen, de zee was gestild,
Aan het strand zag men veel volk gedrild
Want de reddingsboot kwam aangevaren
En hij zou er alles gaan verklaren.
Maar de vrouw met haar kreunend gelaat,
zag haar man niet en riep: ’t Is te laat,
hij is er voor zijn brood voortaan
In de zee vergaan.

Partituur * Het droevig einde van een schipper *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Mijn betaald verlof

Geplaatst door Johan op 13 oktober 2019 in liedbladen, liederen, Over Leut & Plezier |

In “Solidair” lezen we:

Vrijdag 22 mei 1936. De nacht daalt neer over Antwerpen. Plots verbreekt geweervuur minutenlang de stilte. Albert Pot en Theofiel Grijp bezwijken onder de kogelregen van een fascistische militie. De moord op deze twee vakbondsmilitanten betekent het startschot van een nationale algemene staking die zal leiden tot betaalde vakantie en de 40-urenweek.

Frans Jacobs beschrijft in zijn lied relativerend en een beetje spottend de geneugten van de “congé met solde”, meestal “congé payé” en (nu) “betaald verlof” genoemd. Maar die sociale maatregel kwam er dus niet zonder slag of stoot. Toen het eenmaal zover was, begonnen arbeidersgezinnen mondjesmaat (na WOII) een tripje naar de kust of naar de Ardennen te wagen, iets wat voordien ondenkbaar was.

Voor het eerst aan zee ! (circa 1947)

Mijn betaald verlof

tekst: Frans Jacobs – muziek: “Suzanne” van August De Laat

‘k Had mijn congé met solde,
acht dagen met fatsoen.
‘k Dacht in mijzelf tevreden,
ik ga ook wat reizen doen
Eerst reed ik naar Oostende, daar was ’t nogal kadee
zo al die jonge meisjes te zien spart’len in de zee.

In Oostende, in Oostende
ziet g’er vele lopen zonder hemde.
Met de rode lippen, uitgedecolleteerd,
poeier op de kaken en het haar geonduleerd.
In Oostende, in Oostende
vindt ge veel blague en stoeffen zonder centen.

Vandaar reed ik naar Brussel,
‘k sliep in een logement.
‘k Werd g’heel de nacht gebeten van ’t zespoters Regiment.2
En ’s morgens onder ’t scheren
vroeg ik mijn schuld tevree.
‘k Moest dertig frank betalen
‘k had wat rode beestjes mee.

In Brussel, in Brussel
daar is ’t waarlijk goed om te logeren
Slapen op mansarde, het zevende verdiep,
hier en daar aan ’t scharten
maar veel slapen doet ge niet.
In Brussel, verdekke
leert gij de Franse tale zonder spreken.

Van Brussel naar Antwerpen
recht naar den beestenhof.3
‘k Had nog wat centen over van mijn betaald verlof.
‘k Ging daar een biefstuk eten,
’t was gelijk lekker vers.
Ik vroeg aan de garçon: is dat misschien filet d’Anvers?

Dat reizen, verdekke,
zal ik vanzeleven niet vergeten.
Luik, de Grot van Han en Eupen Malmedy
heb ik al gezien en ‘k beklaag het mij toch niet.
Met reizen kunt ge leren,
den naaste keer zal’k thuis mij amuzeren.


1 Roland Desnerck veronderstelt dat de melodie “Suzanne” van Stephen Foster is, gemaakt in 1848. Dat klopt niet: het is wel degelijk “Suzanne (waarom heb je toch zo’n hekel aan de mannen)” van August De Laat, een zangwijze die Tamboer en Fr. Jacobs veelvuldig gebruikten zoals bv. in “Soldatenliefde” maar ook in “’t Geluk die vliegt voor hem die geeren wiegt”, “De Gewone Straatgazette”, “O ! De Wijven ! De Wijven !”, ” ‘k Ben ook gevlucht geweest”, “De Woekeraars Lijste”, “Jan de Piot krijgt nen brief van zijn Charlotte” en “Toeren uit den «Tour de France» – De gevreesde Tandem voor 1939”
2 een legertje vlooien
3 de Zoölogie, alias de dierentuin van Antwerpen. Met “is dat misschien filet d’Anvers” schijnt de zanger zich af te vragen of het vlees misschien afkomstig is van een dier uit de zoölogie…
Partituur * Mijn betaald verlof *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De werkloze

Geplaatst door Johan op 6 oktober 2019 in liedboeken, liederen, Over Armoede & Drank |
  • lied van Florent Van Hulle (1891) uit Gent, misschien ook componist van de melodie
  • in “Liederen Industriële Revolutie” (Eric Demoen)
  • in “Geschiedenis van het Café-Chantant” (Willy Lustenhouwer)

De werkloze

’t Is winter het vriest en het weder is guur,
en men lijdt zo’n honger en koude.
En in onze stoof daar ’n is er geen vuur,
men zal het niet lang meer uithouden.
M’n maag is zo ijdel, gekrompen ineen,
ik voel dat ik langzaam verkwijn.
Daarom wil ik nu roepen, tot iedereen:
toe hélp me voordat ik verdwijn.

Wil werk geven, dat ik kan leven,
dat ik brood aan mijne kind’ren kan geven. (bis)

Ik ben zonder werk, drie maanden dat is erg,
de honger komt ons aan te vallen.
Van ’t eerste tot ’t laatst’ is verpand in de berg 1,
mijn vrouwe is nogmaals bevallen.
De tafel is dagenlang niet meer gedekt,
geen brood is er daar nog te zien;
geen kleding die er onze naaktheid bedekt,
en niemand die hulpe komt biên.

Wil werk geven, dat ik kan leven,
dat ik brood aan mijne kind’ren kan geven.(bis)

Aanschouw ons klein meisje het lijdt zo een dorst,
Ik kan ’t schaapje niet meer zien lijden.
Zijn moeder die drukt het al aan hare borst,
om ’t kind van de dood te bevrijden.
Zij kan het niets geven, haar borsten zijn droog,
zij heeft nodig voedsel vandoen.
Zij sterft bijna ook zelve de hongerdood,
en vader kan daar niets aan doen.

‘k Smeek al bevend, wil mij werk geven,
dat ik brood aan mijne kind’ren kan geven (bis)

Hoe ijselijk als ik mijn kinders aanschouw,
die een boterham vragen t’ eten.
Ze smeken zo droevig, ‘k heb honger en kou,
terwijl dat zij daar zijn gezeten.
Ze wachten mij af, maar hetgeen ik hen zei,
met eten te komen naar huis,
dat kan niet en daarom is ’t moeilijk voor mij
ik durf bijna niet meer naar huis.

‘k Kan niets geven, moet het beleven,
geen brood aan uw kind’ren te kunnen geven (bis)

Gij rijken die baden in geld en in goed,
kom help ons, wil ons iets toereiken.
Wij vragen en smeken al biddend zo zoet,
om ons niet te laten bezwijken.
Wij bedelen niet, wij vragen alleen werk,
wij vragen het u met fatsoen,
neemt gij ons in dienst, ons gemoed is nog sterk,
en wij zullen ons beste doen.

‘k Smeek al bevend, wil er werk geven,
dat d’arme lijk de rijke kunnen leven (bis)


1 De “Berg van barmhartigheid”, pandjeshuis, voorloper van het OCMW

Partituur * De werkloze *
      1. instrumentaal

Tags:

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com