2

Lied van de klas

Geplaatst door Johan op 10 januari 2018 in cahiers, liedboeken, liederen, Soldaten |

Er werd niet alleen op straten en pleinen gezongen of bij het werk of in café, ook in het leger zongen de soldaten wat af. De eentonige marsoefeningen waren verteerbaarder als er op de maat van een lied kon gestapt worden. Een beetje zoals sea-shanties maar dan zonder boot of water.

Postkaart uit 1960 met ironische boodschap en het aantal resterende dagen.

Momenteel is de verplichte legerdienst in België niet meer van toepassing, dat is het eeuwenlang wel geweest. Er werden in de Lage Landen ontelbare veldslagen gevoerd, steeds weer andere heersers hadden voortdurend nieuwe, jonge strijders nodig. Na de onafhankelijkheid van België ging dat gewoon door: eerst werd het nodige aantal jongelingen uitgeloot, in 1909 kwam de algemene dienstplicht in de plaats en eind 1992 werd die uiteindelijk afgeschaft. Tussen 1830 en 1992 waren er dus maar weinig soldaten in het leger die daarvoor zelf hadden gekozen en veel spontaan enthousiasme was er niet. Discipline en tucht moesten hier een mouw aan passen, maar de meeste betrokkenen waren maar wat blij als hun dienst er op zat en ze in “volle congé” naar huis konden vertrekken. Tijdens de dienst hielden ze een kalender bij waarop het aantal resterende dagen kon worden afgelezen en als het zover was werd een humoristische “doodsbrief” verspreid met de naam van de afzwaaiende gelukzak. Meer info hierover op de blog Het ABL-History Forum

Rond 1960 zongen ze bij hun vertrek dit lied waarvan we de ontstaansgeschiedenis niet kennen. In de enkele boeken en schriftjes waarin het meestal fragmentair wordt vermeld zien we alleen dat geen enkele bron ouder is dan 1960. We kunnen voorzichtig besluiten dat het van na WOII moet dateren en dat het in het Belgisch leger werd bedacht, afgaande op het vele soldatenjargon van franse oorsprong. De tekst en de melodie van het refrein is letterlijk zoals we die zelf als jonge knaap hoorden zingen door enkele afgezwaaide Chiroleiders circa 1962 – we beschikten toen nog over een feilloos geheugen voor dat soort dingen … – en de strofen hebben we samengesprokkeld uit diverse bronnen want die werden door onze voorzangers overgeslagen. Voor zover nodig voegen we onderaan nog een kleine verklarende woordenlijst toe.

Lied van de klas

Vrienden sta op, de klaroen die heeft geblazen.
Vrienden, sta op, de mooie dag is daar
dat wij voorgoed de kazerne gaan verlaten,
dat wij voorgoed naar ons beminde gaan.
In khakibroek en vest zullen wij floreren,
op onze borst steken wij onze livret1.
Wij zullen ons bij die troep niet meer begeven,
want nu vandaag gaan wij in volle congé2.

En we zijn er van de klas3 en we drinken bier met emmerkes.
Terwijl die arme schachten aan ‘t patattenjassen4 zijn
vergeten wij den troep5 en onze droevige dagen.
Dan roepen wij allen gelijk:
smeerlappen ge zijt ons kwijt!

Wij moeten ook geen wapens niet meer dragen
en ons geweer dat staat in ’t magazijn
waarvoor dat wij zoveel droevige dagen
hebben gewerkt op ‘t exercitieplein.6
Ook onze zak zullen wij niet meer pakteren7
want latertijd komt hij nog wel van pas
voor d’arme schachtjes die ons remplaceren
ze krijgen ook ons goed en ons bezas.8

Wij moeten ook geen stok of schrim9 meer spelen
de gymnastiek dat doen wij ook niet meer
De corvée10 die zal ons ook niet meer vervelen,
wij gaan naar huis en hebben liberteit.
Wij moeten ook geen khakibroek meer wassen,
geen wacht meer doen of klaar staan op piket.11
Wij gaan naar huis ons burgerkleren passen
en slapen daar al in ons eigen bed.

En nu vaarwel, gij allen, beste vrienden,
doet goed uw dienst lijk wij hebben gedaan.
Gij zult het later wel zelve ondervinden
als ge met uw klas naar huis zult mogen gaan.
En ook vaarwel, gij schoon geburen meisjes,
maak geen verdriet want binnen korten tijd
dan komen er and’re soldaten binnen
die maken dan uw hartje weer verblijd.

een “bezas”


1 livret = het verlofboekje
2 volle congé = verlof voor altijd
3 de klas = de lichting
4 patattenjassen = aardappelen schillen
5 den troep, la troupe = het leger
6 excercitieplein = het plein waar marsoefeningen gegeven worden
7 pakteren = inpakken, samenproppen. Elke soldaat had een linnen zak – een “kitzak” – waarin zijn soldatenkledij moest opgeborgen en vervoerd worden
8 bezas = (fr.) besace, schoudertas met flap
9 schrim = uit het duits, verborgen waarnemingspost
10 corvée = taak, dienst. Patattenjassen bv.
11 op piket staan = klaar om bij alarm onmiddellijk uit te rukken

Partituur * Vrienden sta op *
      instrumentaal

Tags:

0

De Nieuwjaarsbrief

Geplaatst door Johan op 1 januari 2018 in cahiers, liedbladen, liedboeken, liederen, Wereldoorlog |

Harry Franken schrijft in “Van Zinge en Speule, deel 15, pag. 3” over “De nieuwjaarsbrief”:

Dit sentimentele nieuwjaarslied kreeg ik van Frans Verheijen, de in 1994 overleden speelman uit de Antwerpse Kempen. Het stamt waarschijnlijk uit de Eerste Wereldoorlog.

De melodie volgens Franken komt ons zeer bekend voor, maar we kunnen de originele versie niet thuisbrengen.

Richard Van der Staey kon vrijwel hetzelfde lied in 1970 in Leuven optekenen als “Brief van een kind” en zag het ook in het liedboekje van Aline Mees uit Haasrode. De melodie is duidelijk verwant aan de vondst van Harry Franken, maar nog verwanter aan de versie die Willy Lustenhouwer ergens gehoord had en aldus noteerde:

Wij namen als basis de melodie die Harry Franken puurde uit de zang van zijn zegspersoon.

Het lied vertelt hoe een klein meisje een nieuwjaarsbrief schrijft aan haar vader. Die is al 4 jaar als soldaat in oorlogsgebied, en zij heeft eigenlijk maar één wens: dat hij zo snel mogelijk en ongedeerd moge terugkeren.

Het lied heeft het dus over een Nieuwjaarsbrief van 1-1-1918 en dat is toevallig exact honderd jaar geleden.

De Nieuwjaarsbrief

Het was een klein blond meisje
van pas een jaar of acht
Zo vrolijk als een sijsje
met oogjes blauw en zacht
Naarstig zat zij te staren
op haren nieuwjaarsbrief
En schreef met vele gebaren
aan haren vader lief

Eindelijk is de dag nader
waar ik zo lang naar tracht
Dat ik aan mijnen vader
mag schrijven mijn gedacht
Vadertje braafste der mensen
als ik u eenmaal zag
Dat zijn mijn vurigste wensen
op dezen nieuwjaarsdag

En wat wij allen verlangen
is dat de vrede brak aan
En gij arme krijgsgevangen
weder naar huis mocht gaan
Om ons hulp te verlenen
dan zijn wij uit ons lij
Dan zal moeder niet meer wenen,
dan wordt zij weder blij

Vaderlief ik laat u weten
dat wij aan ‘t verhuizen zijn
Wij gaan in een straatje wonen
in zo een huisje klein
Daar zal het zo koud niet wezen
als wij hebben geen vuur
Want dat komt dikwijls door deze:
kolen zijn raar en duur

Hoe rolt de tijd toch henen
‘t is reeds de vierde keer
Dat nieuwjaar is verschenen
en gij zijt nog niet hier1
‘k was nog een heel klein wezen
van pas een jaar of vier2
Ik kon niet schrijven of lezen
en nu ben ik reeds groot

Alleen heb ik dit geschreven
vader is dat niet lief
Gans mijn spaarpot uitgegeven
aan dezen schonen brief
Vadertje kent gij de bloemen
die g’op mijn briefje ziet?
Ik zal hunnen naam eens noemen,
het is vergeet-mij-niet.

Voor ‘t sluiten van mijn schrijven
vader beloof ik u
Van altijd braaf te blijven,
mijn best te doen als nu
En mocht de vrede eens prijken
en dat gij wederkeert
Dan zult gij verwonderd kijken
hoeveel ik heb geleerd.

Uw lot is wel te beklagen
vader ‘k begrijp dat goed
Maar denk dan eens alle dagen
aan dat onschuldig bloed
Van alle vaders die vallen
ginds op het veld van eer
Gij zijt de beste van allen,
eenmaal keert gij toch weer!

Partituur * De Nieuwjaarsbrief *
      instrumentaal


1 Waarschijnlijk stond er in de oorspronkelijke versie “en gij zijt nog niet weer”. Of het lied werd in een dialect (na)gezongen waarbij “keer” (kie) rijmt op “hier” (hie)
2 De andere bronnen schrijven “Van pas 4 jaren oud” en “nog geen vijf jaren oud”. Dat rijmt alvast beter…

Tags:

0

Alleen op de wereld (of “Het verlaten meisje”)

Geplaatst door Johan op 21 december 2017 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Kerstmis is (was) niet voor iedereen een zalige periode. Op een oud liedblad – niet gedateerd, vermoedelijk circa 1920 – wordt het smartelijke verhaal verteld van een jong meisje dat helemaal alleen op de wereld is achtergebleven.

Op een andere versie van dit liedblad wordt ook de geleende melodie vermeld.

Dat kan niet anders zijn dan “Moeder” van Willy Derby, door hem op plaat gezet in 1919 – zie hierover  “De zwerver” of “De ellende van den oorlog”
De marktzanger die “Alleen op de wereld” schreef heeft de melodie trouw gevolgd voor zijn smartlaplied over een niet nader genoemd meisje dat een triestige Kerst moest beleven. Er komt geen mirakel, het loopt slecht af.
En toch was het populair: niet alleen staat het op een tiental verschillende liedbladen, het werd volgens noteringen door Harry Franken een halve eeuw later ook nog vlot uit het geheugen nagezongen door dames uit Weebosch en Veldhoven. Weliswaar met interessante tekstvarianten: waar het geheugen in gebreke bleef kwam de creativiteit ter hulp. Wij maken gebruik van die creativiteit om in onze versie niet helemaal het origineel te volgen…

Alleen op de wereld

Zij was een lief meisje van pas vijftien jaar
en had reeds haar ouders verloren.
Geen zuster, geen broeder waren nog bij haar,
waarom toch was zij ook geboren?
Alleen op de wereld, een droevig bestaan,
waarvoor en voor wie moest het zo met haar gaan.

Ze schreide en snikte: “Ik ben nog zo klein,
waarom toch alleen op de wereld te zijn?”

De kerstdagen kwamen, eenieder had pret,
’t was feest met familie en vrienden
maar zij was alleen op de wereld gezet,
voor haar was geen kerstvreugd te vinden.
En overal zag men de Kerstbomen staan,
in pracht en in praal met cadeautjes belaân.

Ze schreide en snikte: “Ik ben nog zo klein,
waarom toch alleen op de wereld te zijn?”

Het was haar verjaardag, ze werd zestien jaar,
niemand kwam haar feliciteren.
Geen vader of moeder waren daar voor haar
die haar konden complimenteren.
En ’s avonds zat zij op de rand van haar bed,
zij kust’en omklemde haar moeders portret.

Ze schreide en snikte: “Ik ben nog zo klein,
waarom toch alleen op de wereld te zijn?”

Zij zag hoe een bedelares met haar kind
voor ’n huis op de stoep zat te rusten
Zij zag hoe de moeder in lompen gehuld
vol liefde haar kindeke kuste.
Zij dacht bij zichzelve: hoe rijk is dat kind,
die heeft nog een moeder die haar teer bemint.

Ze schreide en snikte: “Ik ben nog zo klein,
waarom toch alleen op de wereld te zijn?”

Zij werd door haar droefheid en eenzaamheid ziek
en lag daar alleen en verlaten
en urenlang bleef zij in droefheid alleen,
geen mens die haar moed in kwam praten.
In ijlende koortsen riep zij om haar moe
en sloot toen voor altijd haar kijkertjes toe.

En haar laatste snik was: “Ik ben nog zo klein,
waarom toch alleen op de wereld te zijn?”

Partituur * Alleen op de wereld *
      instrumentaal

Auteursrecht © 2000-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com