0

De schrikkelijke moord en zelfmoord te Herenthals (1923)

Geplaatst door Johan op 7 juli 2020 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen |

We hebben het hele krantenartikel overgenomen; het staat open en bloot op een vrij toegankelijke website, dus ik ga ervan uit dat er 100 jaar later geen auteursrechten op rusten.

Deze moord werd volgens een liedblad bezongen door het duo “Van Gesten & Van Cauwenbergh”.

Het liedblad werd gedrukt in Brussel bij J. Bulens en we veronderstellen dat hij in werkelijkheid de opdracht kreeg van (Dolf) Van Gestel en (Martinus) Van Cauwenbergh, beiden marktzangers, leeftijdsgenoten en gehuisvest in Aarschot.

 

Het werd gezongen “Op eene bekende wijze”, tja …

Gelukkig kon Anna Van Heuckelom uit Kasterlee het lied circa 1975 nog zingen1 en dan ontdekten we dat het inderdaad om een bekende zangwijze gaat: het aloude lied van “Klokke Roeland”.

Onze favoriete opname van “Klokke Roeland” staat op naam van het trio The Shepherds, alias van Nico, Jan en Leni Schaap (heb je’m?) uit IJmuiden.


1 eens te meer via een bandopname gemaakt door Herman Van Gorp circa 1975

De schrikkelijke moord en zelfmoord te Herenthals

[A] liedblad Van Gesten & Van Cauwenbergh [C] J. Destoop (P.D.)

Wat een wreedheid
in Herentals
komt er nu ook weer te gebeuren!
’t Is schrikkelijk
als men het hoort,
een mens zijn hart zou er van scheuren
Een man van drie
en vijftig jaar,
hoe kan het toch op aard’ bestaan?

Zijn minnares wou hij vermoorden
Met zijn revolver haar hart doorboren
Gij hadt dat zover niet gedacht
en g’ hebt U zelf van kant gebracht.

0p zeek’ren dag, hoe kan het zijn
Hij is bij haar binnen getreden
Hij riep: “Uw vader en gij er bij
Moet hier door mij laten het leven
Nam dan zijn wapen en beefde niet
En heeft hun zo het hart doorschoten

Wel wreden beul waar waren uw zinnen?
Hoe kost gij zulke wreedheid beginnen?
Wat had dien man U toch misdaan?
Waarom moest hij de dood doorstaan?

Als nu zijn schelmstuk was volbracht
dan is den beul spoedig gaan vluchten
Hij liep naar huis en heeft gedacht:
Nu zal ik later moeten zuchten
Hij nam zijn wapen, bracht hem van kant
En heeft hem zo het hart doorbrand

Nu zal hij later niet moeten beven
Hij heeft hem ook beroofd van het leven
Dat was het best voor hem op aard
Want zulken beul wordt niet gespaard.

Het zal voor velen een spiegel zijn
Voor allen die nog zijn in ’t leven
Spaart ieders leven, eer ‘t is te laat
Dan moet gij later ook niet beven,
Leeft braaf en goed, bij dag en nacht
En zorgt voor vrouw en kinderen zacht

Dan zal het slechte U zo niet tergen
en U niet stoken of U vererg’ren
Leeft braaf en goed met vrouw en kind,
dan wordt gij van iedereen bemind.

Partituur * De schrikkelijke moord en zelfmoord te Herenthals *
      1. instrumentaal
      2. zang Anna Van Heuckelom, Kasterlee

Tags:

0

Vreselijke moord te Antwerpen (1927)

Geplaatst door Johan op 5 juli 2020 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen |


Rare Sus, alias Frans Currinckx, moet dit ook hebben gelezen en dichtte zijn versie van de feiten op rijm.
Rosalie Geens 1 uit Aarschot pikte het op en plaatste het op één van haar liedbladen.

De melodie “Ferme tes jolies yeux” werd in 1913 bedacht door René de Buxeuil


1 vermoedelijk een dochter van Henri Edward Geens (°1878) en Carolina Eulaers, gehuwd op 16/6/1900 in Aarschot. Dit echtpaar gaf als beroep “leurder” op en de moeder van Rik Geens was Joanna Rosalia Aelbrechts, dus allicht de doopmeter van Rosalie Geens die dan circa 1902-1904 zou moeten geboren zijn. Op het eerste gezicht overigens geen naaste familie van stadsgenoten Hubert en Jean Geens die liedblaadjes verkochten als “de gebroeders Geens”. Opzoekingen inzake de burgerlijke stand in Aarschot zijn beperkt wegens vernietiging van de archieven tijdens diverse oorlogen. Er werd een poging gedaan de vernietigde gemeentelijke registers opnieuw samen te stellen met behulp van (vooral) de wel intact gebleven parochieregisters, maar daarin werden (uiteraard) geen gegevens opgenomen van inwoners die niet in de Katholieke Kerk waren gedoopt. Bovendien waren de pastoors bewust nogal karig met het vermelden van data en familiebanden, kwestie van het de ronselaars van kanonnenvlees niet al te gemakkelijk te maken.

Vreselijke moord te Antwerpen

[A] Rare Sus (Frans Currinckx) [C] René de Buxeuil

Wat komt er nu weer te gebeuren,
alhier in onze Scheldestad?
Eenieders hart zou openscheuren
bij ‘t vernemen van dit bloedbad.
Een vrouw nog zo jonge van jaren
werd door haar minnaar laf vermoord.
Dat drukt me en doet me zo nare,
ik vind zulke daad ongehoord.
Wat moest het slachtoffer toch lijden
om zo haren dood in te gaan.

O laffe moordenaar,
wat had zij u misdreven
dat gij haar als barbaar
ontnemen moest het leven?
Het wichtje nog zo klein
had recht het licht ‘t aanschouwen.
‘t Slachtoffer, d’arme vrouwe
stierf in smart en pijn.

Het is om het niet te geloven
van deze schandelijke daad.
Het gaat ieders gedacht te boven
en waar mijn verstand stil bij staat.
De barbaar, had die nog zijn zinnen
toen hij zulke moorden beging?
Om aan zulke daad te beginnen,
afgrijselijk en zonderling.
Waarom hebt gij zulks toch misdreven,
ik voel dat ik sidder en beef.

De vrouw die de hoop had gekoesterd
van binnenkort moeder te zijn
en gij die haar leven verwoestte,
ook van het wichtje bitter klein.
Door uw snode moordenaarsplannen
zijn twee mensenlevens vernield.
Bestaan er nog zulke tirannen
met zulke gedachten bezield?
Dat God u ontrukt van dees aarde
en voor ieder vrede bewaar.

3.Roept zulks niet om een wraak,
dat men hem overgeve
in d’handen van de beul
beschik over zijn leven.
Geen straf is u te zwaar,
voelt gij u nog niet beven?
Gij ontnam haar ook ‘t leven,
gij laffe moordenaar.

Partituur * Vreselijke moord te Antwerpen *
      1. instrumentaal

Tags:

0

’t Was weer concert in huis


Harrie Franken drukte dit liedblad af in “Van Zingen en Speule” onderdeel van “Kroniek van de Kempen – deel 5”. De opgegeven zangwijze slaat op het alom gekende “Trink, Brüderlein, trink”.

Het lied is misschien een beetje autobiografisch, zij het met de nodige overdrijvingen, want marktzanger Bernard Van Gestel, de opa (?) van Jaak, had 8 kinderen; diens zoon Dolf, de vermoedelijke1 vader van Jaak, had er misschien evenveel, maar wij hebben er slechts 4 kunnen terugvinden in de beschikbare registers. Jaak zou dan 20 jaar jonger geweest zijn dan zijn oudste zus Paulina Augusta, het ligt dus voor de hand dat het gezin groter was.

En voor de duidelijkheid: het “klarinet” en “trompet” blazen in het eerste refrein gebeurde zonder muziekinstrumenten …

‘t Was weer concert in huis

A] Jaak Van Gestel [C] Wilhelm Lindemann

Wij waren met acht in het leven,
ons vader en moeder was tien.
Om zo enen troep kost te geven
dat was er curieus om te zien.
‘t Was ‘s middags patatten met bonen,
dan smulden we ieder om ‘t meest,
maar ‘s avonds tegaar rond de stove
dan was ons achterste in feest.

Krik Krak, was dat een sport,
ieder die had zijnen toer.
Krik Krak, was dat een sport,
w’hoorden ‘t lawijt op de koer.
Mijn zusters die bliezen als een klarinet
en ik en mijn broeders trompet;
mijn vader en moeder scheten met gedruis:
het was weer concert in ons huis.

Ik was op ne keer aan het treuren
als moeder bleef liggen in bed.
‘k Sprak: “Vader, wat gaat er gebeuren?
Wat is het dat moeder nu let?”
Maar vader sprak: “Snotneus gaat spelen,
loop maar op de straat, ge zijt vrij.”
En ‘s anderendaags was het feesten:
wij hadden een zusterken bij.

Op een zaterdag, wil d’het weten,
kwam vader bedronken naar huis.
Wij zaten te wachten om ‘t eten
en hielden ons stil als een muis.
Mijn moeder begon op te spelen:
“Gij zatlap, waar is nu uw geld?”
Zij sloeg met den bezem verdekke
en dan was er feest met geweld!

3. Klits Klets, was dat een sport,
potten en pannen terstond,
klits klets, was dat een sport,
kwamen terecht op de grond.
Wij gingen aan ‘t schreeuwen
gelijk of het gaat,
z’hoorden ‘t lawijt tot op de straat.
Ja, vader die sloeg er ons boelken in gruis:
het was weer concert in ons huis.


1We hebben via de website van het Rijksarchief niet genoeg aktes kunnen terugvinden om met zekerheid te bepalen welke Jacobus Van Gestel de gezochte zanger is. Het gaat waarschijnlijker om de jongste zoon van Joannes Van Gestel (1846- ) en Anna Maria Harze (1846 – ), gehuwd in Mechelen. Joannes was “leurder, marskramer” en Anna Maria “chanteuse ambulante”, dochter en kleindochter van (Waalse) leurders-muzikanten.
Van dat koppel hebben we 7 kinderen teruggevonden, geboren tussen 1871 en 1889. Het pasgeboren zusterke waarover in de tweede strofe wordt gezongen hebben we niet teruggevonden, zij zou dan het achtste kind moeten geweest zijn want nr. 7 was (een) Jaak.
Deze Jaak is geboren op 17-1-1889 in Niel (toen zijn moeder al 43 jaar was, en een paar jaar later kreeg ze nog een dochter?) en op 7-12-1912 in Aarschot gehuwd met Amelia Tasseel (1886-1943). Hij trad volgens sommige liedbladen ook op samen met Fons Van Gestel, en dat zou dan zijn oudere broer kunnen zijn, geboren op 4-12-1879. Of zijn zoon, geboren op 7-7-1906 in Grobbendonk, door Jaak bij zijn huwelijk in 1912 erkend. In 1916 kwam er nog een zoon Dolf bij, geboren in Breda – de Van Gestels waren als “leurders” vaak ver van huis. Zijn vermoedelijke moeder Amelia Tasseel werd begraven in Mechelen en, inderdaad, zanger Jaak opereerde vanuit Mechelen…
In dat geval was Jaak een kleinzoon van de ongehuwde en jong gestorven Josephina Van Gestel (1825-1855) die een zus was van Bernard (1824-1894) en een tante van Dolf (°1863), die de vader was van een andere Jaak (°1909) en een andere Alphons Van Gestel (+1971) uit Aarschot. Kwestie van duidelijk te maken hoe onduidelijk het voor ons is.

Partituur * t Was weer concert in huis *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Lindbergh van New-York naar Parijs

Geplaatst door Johan op 27 juni 2020 in Andere liederen, liedbladen, liederen |

Charles Lindbergh

Charles Lindbergh (1902-1974) was de eerste vliegenier die op z’n eentje non-stop over de Atlantische Oceaan vloog, van Amerika naar Europa, in die tijd (1927) een zeer hachelijke onderneming.

Een jonge, aantrekkelijke en avontuurlijke jongeman: menig jong meisjeshart ging naar het schijnt helemaal van slag toen hij in beeld verscheen tijdens de projectie van nieuwsberichten in de cinema’s! Hij was op slag wereldberoemd, maar dat bekwam hem slecht: in 1932 werd zijn 2-jarig zoontje ontvoerd, losgeld werd niet gevraagd want achteraf bleek dat de kidnapper(1) het kind al meteen “per ongeluk” had gedood.

Pola Negri

Over die kidnapping gaat het lied niet dat Rosalie Geens op de markten zong (zij schreef het allicht tussen 1927-1931), wel over zijn heroïsche solovlucht met de “Spirit of St.-Louis”.
In de laatste strofe wordt de actrice Pola Negri opgevoerd als kandidaat-minnares. Over die affaire hebben we in de nieuwsarchieven niets teruggevonden(2), misschien had de tekstschrijfster dat gelezen in “de boekskes” van toen. De Poolse “femme fatale” Pola Negri – echte naam Barbara Apolonia Chałupiec (1897-1987) – zal het hoe dan ook niet erg gevonden hebben dat ze op die manier wat gratis reclame meepikte.
De populaire melodie die Rosalie Geens bezigde is eens te meer die van “Elle danse le Charleston” gecomponeeerd door de gebroeders Langlois.

Ook nog even meegeven dat Charles Lindbergh nooit president van de U.S. is geweest, het boek / de TV-serie “The plot against America” is fictie! Wel was hij voorstander van het isolationisme en wou hij de USA uit de Tweede Wereldoorlog weghouden, maar hij nam een bocht van 180° na de aanval op Pearl Harbour.


(1) Dat kind, Charles Jr., was verstandelijk gehandicapt en er werd beweerd dat Lindbergh de ontvoering had geënsceneerd om zich te kunnen ontdoen van zijn zoontje … “De verdachte, Bruno Hauptmann, een timmerman en Duitse immigrant, werd gearresteerd, berecht en geëxecuteerd, ofschoon hij een geldig alibi had en tot zijn dood altijd heeft beweerd onschuldig te zijn.”
(2)Lindbergh zou drie geheime gezinnen gehad hebben. Recent DNA-onderzoek bevestigde dat hij inderdaad (minstens) 7 buitenechtelijke kinderen had, ook de tol van de roem waarschijnlijk! Een amoureuse link met Pola Negri is dus niet zo vergezocht.

Lindbergh van New-York naar Parijs

[A] Rosalie Geens [C] L.T. Langlois

Vliegen is een schone kunst, ge kunt de wereld rond,
doch Lindberg dat is de man die haar het best verstond.
Als een flink Amerikaan
deed hij ‘t mensdom verstomd staan
want in anderhalf dagreis
vloog hij recht naar Parijs
Al de vrouwen kregen ‘t koud
toen hij aankwam half knockout

Lindberg is een knappe vent, galant en fijn,
die bestuurt zijn vliegmachien gelijk ‘t moet zijn.
Rats boven de wolken gezwind
trotserend sneeuw, hagel en wind.
Hij is van zon, maan of sterren niet verveerd
van de Grote Beer, Venus noch Jupiter.
Met ’n trektang en sleutel bij
vliegt hij gans d’aarde rond, is gerust en vrij.

Op reis kreeg hij ongemak en niet wetend wat doen
ging hij zitten overboord en liet daar met fatsoen
vallen zo een ferme hoop
op een kapitein zijn kop
die met zijn schip voer voorbij
en Lindberg lachte blij.
Men schoot er op hem rapied
maar och God, men trof hem niet.

Pola Negri, filmactrice, vroeg reeds d’echtscheiding aan
om met Lindberg, dien artiest, in ‘t huwelijk te gaan.
Maar Lindberg weert haar beslist
omdat hij niet geire mist
zijn vrijheid voor vrouwengril
en huiselijk geschil
want nu vliegt hij waar hij wil
totdat zijn machien valt stil.


Partituur * Lindbergh van New-York naar Parijs *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Jongens, we nemen nog een pint

Geplaatst door Johan op 23 juni 2020 in Drank, liederen, Over Leut & Plezier |

Na WOII kwamen er muzikanten op straat die succesliedjes van fonoplaten gingen promoten en liedbladen verkochten met “Radio-successen”. Op die blaadjes staan vrijwel altijd de auteurs van de liederen keurig vermeld, de marktzangers deden dat meestal niet.

Zo ook het lied “Jongens, we nemen nog een pintje bier”. Het staat er niet bij, maar de gebruikte melodie is de vrolijke mars “I’ve got a lovely bunch of coconuts” van Fred Heartherton (1), in onze contreien beter bekend als “Daar zijn de appeltjes van Oranje weer”, zoals dat werd gezongen door Max Van Praag of Eddie Christiani.

Blijkt dat al die vooroorlogse marktzangersliederen over de gevaren van overmatig alcoholgebruik na WOII vergeten waren … Hoewel: het ging hier natuurlijk niet over pinten genever!


(1) Weetje: Fred Heartherton bestaat niet, het is de schuilnaam van het schrijverscollectief Harold Elton Box, Desmond Cox en Lewis Ilda.

Jongens, we nemen nog een pint

[A] Jack Bess [C] Fred Heatherton

Zijn in café of bar
wat vrienden bij elkaar
dan is het mooiste liedje
van het hele repertoire:

Jongens, we nemen nog gauw een pintje bier!
Tjonge, tjonge, tjonge, ‘k heb zo’n dorst.
Een, twee, drie, vier,
breng het vat maar hier.
‘k Neem er nog een, ‘k neem er nog een,
kom, ik lust er nog wel vier!
Jongens, we nemen nog gauw een pintje bier,
want zo’n droge keel, dat is een kruis.
Open die kraan en laat de klok maar slaan,
we gaan nog niet naar huis
want moeder is toch niet thuis.
En als ze was thuis, dan gingen we niet naar huis.
En als ze was thuis, dan gingen we niet naar huis.
We hebben hier nog bier
en we hebben veel plezier,
en dus: al was ze thuis,
dan gingen we niet naar huis.

Is in een knus café
de stemming echt oké
dan zingt de hele zaak
spontaan het volgend liedje mee:

Partituur * Jongens, we nemen nog een pint *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Moedersmart

Geplaatst door Johan op 21 juni 2020 in liedbladen, liederen, Wereldoorlog |

“Ferme tes jolies yeux”, een van de bekendste composities van René de Buxeuil, was de inspiratiebron voor het duo Peeters – Van Gestel om te zingen over de gevolgen van de (Eerste) Wereldoorlog: de oorlog is gedaan, de vijand verslagen. Iedereen juicht, iedereen feest. Maar niet de moeder die zonder nieuws is over haar (enige ?) zoon.

Moedersmart

[A] Peeters – Van Gestel [C] René de Buxeuil (1913)

In d’hoofdstad ging alles zeer lustig,
het was juist op St.-Maartens dag
toen een vrouwe met droeve blikken,
stil wenend in haar venster lag.
Want zij verwacht haar goede jongen,
die vol van moed ten strijd ging heen.
Thans kijkt zij toe met zoet verlangen,
wat daar in de verte verscheen.
Ons leger trok de stadspoort binnen,
aan ‘t hoofd Koning en Koningin.

Och wat een blijde dag,
voor deze arme moeder.
Wijl zij rustig toe zag
Bad zij den albehoeder,
God wil mij hulpe bien.
Aanhoor toch mijne bede,
het is zo lang geleden.
Laat mij mijn kind weerzien!

Twee uren lang is zij gezeten
aan ‘t venster tussen vrees en hoop;
de laatste troepen zijn reeds henen,
wanneer de angst haar hart bekroop.
Ja liever zou ze zijn gestorven.
‘t Leven is haar van gener waard’
Sinds drie jaar heeft zij niks vernomen,
viel haar zoon of bleef hij gespaard?
En met hare handen gevouwen
snikte zij luid de arme vrouw:

Och wat een droeve dag
voor deze arme moeder
Haar stemme klonk zoo zacht
O God, mijn albehoeder
wil mij toch hulpe bien,
verstoot niet mijne beden,
‘k Heb reeds zo veel geleden,
laat mij mijn kind weerzien.

En ginds ver op een eenzaam plekje
van Vlaanderens heiligen grond,
daar staat op een heuvel een kruisje
waar d’held zijn laatste rustplaats vond
Veldrozen groeien er in ‘t ronde,
de vogelen zingen hun lied
als wilden zij ons blij verkonden:
vergeet den Yzerheld toch niet!
Gedenk hem steeds, die heeft gegeven
voor de vrijheid zijn bloed en leven.

En ginds in hare hut
zit een moeder te wachten.
Haar kracht is uitgeput,
verward zijn haar gedachten.
Neen, zij beseft niets meer.
Als men haar komt verhalen,
dat haar zoon is gevallen
op het slagveld van eer.

Partituur * Moedersmart *
      1. instrumentaal

Tags:

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com