0

Vreselijke autobusramp te Turnhout (1935)

Geplaatst door Johan op 19 juli 2017 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen |

Op 16 juli 1935 verscheen in De Volksstem volgend artikel:

klik op de afbeelding om te kunnen inzoomen

Marktzanger Louis Boeren (1891-1973) schreef er een lied over, allicht gebaseerd op dit en andere krantenberichten. Als melodie koos hij voor “Als ik naar je blinde ogen kijk“, een toendertijd overbekende smartlap van Willy Derby (1886-1944) die ook bij andere marktzangers populair was.

Het origineel is een en al drama, de melodie is dan ook zeer geschikt voor het bezingen van rampen en rouw. Hier een versie uit 1955 van “De Straatzangers”, zijnde Willy Alberti (pseudoniem van Carel Verbrugge ) en Max Van Praag. Eerstgenoemde zingt de hoge stem.

Louis Boeren weet het krantenbericht samen te vatten in 4 strofen maar neemt regelmatig een loopje met het ritme van de originele melodie en ook het rijm loopt meermaals mank. Het moest waarschijnlijk snel gaan om het liedblad tijdig gedrukt te krijgen. Namen van slachtoffers noemt hij niet, ook niet van de heldhaftige redders, in tegenstelling tot de krant. Zijn tekst lijkt eerder op commentaren bij de ramp, zoals buren en kennissen op straat of op café het zouden beschrijven.

Vreselijke autobusramp te Turnhout

Hoort, vrienden, hoort, wat men weer moet ontwaren
Een ramp zoo groot als men nooit zoo heeft gehoord
Een ramp gebeurd op de Turnhoutsche bruggen
Hoor, vriendenschaar, wat kreet er werd gehoord
Een Autobus met 21 hoofden
Van Baarle Hertog, nu naar huis gekeerd
Kwam aan de brug aan nummer 1 gelegen
Hoor, vriendenschaar, wat weder wordt beweerd:

Een kloek chauffeur die een fietser wou vermijden
Is zoo aldus de leuning door gegaan
De Autobus al stortend in het water
Met man en muis de diepte in gegaan
Men riep om hulp, maar het kon weinig baten
De ramp zo groot, de redding was nu daar.
Men deed zijn best met menselijke handen
Trotseerde daar het groot en wreed gevaar.

Na korten stond kwam men tot de conclusie
Men haalde dood en levend toen aan wal
Waar 11 dooden en de zwaar gewonden
En wat de toekomst ons nog geven zal
De meeste offers van het plaatsje Willebroek
Wat bracht zoo’n ramp hier op ’t tranendal
Wat brengt dat weer veel weduwen en weezen
Weer een getraan, hier op dit tranendal.

Zie den chauffeur, een man met 13 kinderen
Wat wreede slag is het voor kroost en min
Ik hoor de kreten nu nog in het ronde
Eenieder voelt de smart voor dat gezin
Wij brengen hulde aan de reddingsploegen
Want zonder hun was alles smart en rouw
Zoo is ’t leven van den mensch op aarde
Want heden vreugde, morgen getraan.

Partituur * Als ik naar je blinde ogen kijk *

0

Van knolderie selderie tsjoek tsjoek tsjoek

Geplaatst door Johan op 12 juli 2017 in liedboeken, liederen, Soldaten |

loopgracht graven – Breendonk 1914

Dit is een lied dat in select gezelschap werd gezongen, niet op markten en pleinen en ook niet op café of op familiefeesten. Het leunt aan bij de Sea Shanty’s maar heeft niets met de zee van doen. Het werd in dit geval waarschijnlijk gezongen in soldatenmiddens en de auteur was vertrouwd met land- en tuinbouw. Gezamenlijk kenmerk van deze liederen is dat ze ontstaan zijn en gezongen werden tijdens de (eentonige) handenarbeid.

Het herhaalde “knolderie selderie tsjoek tsjoek tsjoek” bootst het geluid na van werktuigen … of zo. Varianten vinden we ook terug bij liedjes over andere beroepen zoals wollewevers, smeden, scharenslijpers, …
Ook de dienstmeiden of huisvrouwen zongen tijdens de dagelijkse arbeid ellenlange liedjes, meestal eeuwenoude romantische balladen.

Bij dit lied is het niet vergezocht om er een dubbele, erotische bodem in te herkennen.

Harry Franken noteerde deze versie bij Mien van de Ven te Brakel en voegt er aan toe dat hij er meer dan drie versies van vond en publiceerde.

Van knolderie selderie tjoek tjoek tjoek

1. En toen ik op mijne molen stond

Van knolderie selderie tjoek tjoek tjoek

En toen ik op mijne molen

van tjoek tjoek tjoek

En toen ik op mijne molen stond

2. Toen zag ik daar een mooi meisje staan

3. Ik vroeg aan haar of ik mee mocht gaan

4. Zij schudde van nee maar ze meende van ja

5. Toen zijn we samen naar huis gegaan

6. Het bovenste laken dat was gescheurd

7. En wie dit liedje heeft gedicht

8. Ja, die kan fietsen al zonder licht

Partituur * Van knolderie selderie tsjoek tsjoek tsjoek *
      instrumentaal

Tags:

0

Het portret van mijn Charlotte

Geplaatst door Johan op 5 juli 2017 in liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Op een liedblad gedrukt in Aarschot zien we dit:

De opgegeven wijze “L’amour… Suzon” is bij nader onderzoek een fanfare-mars geschreven door August Eenhaes (+ 1938) die van 1903 tot aan zijn dood dirigent-muzikant was bij de muziekmaatschappij “De Toonkunst” in Berg en tegelijk was hij ook de man met het stokje bij de buurfanfare Ste Pharaildis uit Steenokkerzeel (Wambeek).

De oorspronkelijke franse tekst is van Noël Desaux, die samen met Eenhaes nog andere muziekwerkjes uitbracht.

Wie de schalkse nederlandstalige versie schreef is niet duidelijk. Wel weten we dat het niet alleen in Aarschot door de familie Van Gestel werd gezongen, maar eveneens door Bertha Rusbach in Antwerpen (volgens Harry Franken in “Van Zingen en Speule – deel 12”) en door Theofiel Van Craenenbrouk & Leopoldine Kindermans in Aalst (volgens Jos Ghysens in “Het Aalsters Volksleven – 1 – Het Markt- en Straatlied 1860-1950”). Wij hebben de oorspronkelijke partituur niet terug gevonden, maar Harry Franken blijkbaar wel en we zijn hem postuum dankbaar voor zijn ijverig speurwerk en zijn vele publicaties!

Het verhaaltje: de zanger is wanhopig op zoek naar zijn geliefde Charlotte die er met een andere man vandoor is. Als hij haar beschrijft in het refrein en in de tweede strofe begrijpt geen enkele toehoorder wat hij in dat vreselijk vrouwmens ziet, maar dat is waarschijnlijk ook de grap!

Het portret van mijn Charlotte

Het is toch waarlijk wreed
Hetgeen mij nu is overkomen,
Iets wat ik nooit vergeet
Ik doe niets dan er ‘s nachts van dromen
Ik had haar toch zo lief
Wij hadden elkaar trouw gezworen
Maar nu is mijn hartedief
Met enen anderen weggevlogen
Als gij haar somtijds niet kent
Hier volgt haar signalement

Grote oren, lange kin
Heeft zij die ik bemin
Platvoeten ossenknieën
Z’is raar om zien
Scheel ogen en vals haar
Ja ‘t geen ik zing is waar
‘k Min ze toch zo vurig mijn Charlotte
‘k Wordt van haar nog stapelzot

Z’is mager als een graat
En heeft daarbij nog kromme benen
Ik zeg dit niet uit haat
Omdat ze van mij ging henen
Haar mondje lief en klein,
Gelijkt aan een bakkersoven
En haar tong zo fris en fijn
Die weegt vier pond zeer juist gewogen
Armen van drij meters lang
Zij trekt goed op een strijkplank

O! Wat verdriet, wat smart,
Wat had ik haar nu toch misdreven?
Het knaagt mij reeds aan ‘t hart.
Dat zal ik vast niet overleven.
Als gij haar soms ontmoet
Wil mij waarschuwen beste lieden
Want ge kunt ze kennen goed
Door ‘t portret dat’k u kom aanbieden.
‘k Vergeet nog dat z’ heeft ‘nen bult
Waaraan gij z’herkennen zult.

Partituur * Het portret van mijn Charlotte *
      instrumentaal

Tags:

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com