0

Ons gemeen is niet gemeener dan eenig ander gemeen van Europa.

Geplaatst door Johan op 18 mei 2018 in Citaten |

(uit “AANTEKENINGEN op het vierde deel van den SPIEGEL HISTORIAEL van JACOP VAN MAERLANT door J.H.Halbertsma”, Deventer, 1851)

Onze menschen, zoodra zij de pen in handen krijgen, zijn dadelijk zoo van boekenlucht doordrongen, dat zelfs alle proeven, welke zij nemen van een straatlied, er naar rieken. Ons gemeen zingt nog liever de vuilste en zinnelooste liedjes, die in zijne taal gesteld zijn, dan de oeconomische liedjes van jufvrouw Deken, of de volkszangen van dichter die en die, zoo zij maar den minsten zweem der boekentaal hebben. 
Ons gemeen is niet gemeener dan eenig ander gemeen van Europa. Meest heeft 't hier lezen en schrijven geleerd, wat in andere landen zoo het geval niet is.
Laten onze dichters maar als Beranger grijpen in de levende, naive, geestige volkstaal, en hunne liedjes zullen spoediger, dan zij zelven denken, de walgelijke bordeelzangen van onze straten verdrongen hebben.
Maar wie geslaagd is, dat is zeker onze Cats. Hij zat opgepropte vol van levenswijsheid, welke hij uit ondervinding en boeken beide had opgedaan; hare lessen nu heeft hij in tallooze versen, die hem afvloeiden als water, uitgegoten. Zijne gedichten, zij mogen zich dan eerder door weelderigheid en rijkdom van beelden, dan door vinding, pittigheid of verheffing onderscheiden; zij wisten toch van het oogenblik, dat zij uitkwamen, tot op den dag van heden, en dus langer dan twee eeuwen, door alle wisselingen des smaaks heen, de aandacht van alle standen te boeijen.

Gedigitaliseerd en online gepubliceerd door Google Books

0

Sedert lang bestaat er eene wezenlijke leemte in het betamelijk volks- of straatlied

Geplaatst door Johan op 18 mei 2018 in Citaten |

(uit “HANDELINGEN van het negende Nederlandsch Letterkundig CONGRES, gehouden te GENT den 9-21 augustus 1867”)

Mijne Heeren, ik zal u lezing doen van den volgenden brief des heeren C. Verhulst, van Wommelgem, over het volkslied, onderwerp waarvoor hij in ’t programma stond ingeschreven :
« De ondergeteekende heeft de eer aan het Congres het volgende voorstel nopens het volkslied te doen :
» 1° Middelen te beramen, opdat de gemeentebesturen er eene krachtige hand zouden aan houden, om te beletten dat de zoo ellendige straatliederen in hunne gemeenten publiek verkocht worden;
‘» 2° Middelen te beramen, opdat de volksliederen, welke in boekdeel verschijnen, in losse bladen onder het volk zouden kunnen verspreid worden.
» De redenen, welke deze twee punten aan de beraadslaging der derde afdeeling van het Congres doen onderwerpen, zijn de volgende :
» Sedert lang bestaat er eene wezenlijke leemte in het betamelijk volks- of straatlied.
» Het lied, hetwelk tegenwoordig des zondags in de plattelandsche gemeenten publiek gezongen en verkocht wordt, is onder alle oogpunten een wezenlijk wangedrocht , dat enkel en altijd op denzelfden trant de afschuwelijkste en onzedelijkste misdaden verhaalt en eenen noodlottigen invloed op beschaving, kunstgevoel, goeden smaak en zeden uitoefent.
» Van den anderen kant worden de liederen , die voor het volk geschikt zijn en min of meer kunstwaarde bezitten, in boekdeel uitgegeven en bereiken derhalve nooit hunne bestemming.
v » VERHULST. »
De heer DELCROIX. — Mijne Heeren, wij hebben, mijns dunkens, met de straatliederen niets te stellen. Laten wij goede liederen maken : dat is het eenige, dat wij vermogen te doen.
Maar, de menschen verbieden te zingen, wat zij willen, dat is iets dat wij niet kunnen; te meer, daar hebben wij geen recht toe : dat is eene zaak van politie (Ja!)

Gedigitaliseerd en online gepubliceerd door Google Books

0

Men denke niet, dat zoogenaamde straatliedjes volksliederen zijn, …

Geplaatst door Johan op 18 mei 2018 in Citaten |

(uit “VOLKS_LETTERKUNDE uitgegeven door DE VRIEND VAN ARMEN EN RIJKEN – 24e deel – E.S. Witkamp, Amsterdam 1874, pag. 145 e.v. “HET VOLKSGEZANG”, een voordracht van G.J. VOS Az.)

Het is misschien noodig, dat wij met een paar woorden doen uitkomen, wat door volksgezang is te verstaan.
- Een lied, dat bij alle menschen welkom is, bij alle standen bekend is, door ieder kan worden meegezongen, dat ieder gaarne zingt, dat is een volks lied. 
Men denke niet, dat zoogenaamde straatliedjes volksliederen zijn, of dat elk volkslied alleen op de straat te huis behoort. Een eigenlijk straatlied, in den vollen zin des woords, is een verwerpelijk voortbrengsel, dat nooit een volkslied kan worden, omdat een beschaafd mensch, tot welken stand hij ook behoort, dat lied niet kan, niet wil, niet mag zingen. Een straatlied is een slecht lied, evenals straattaal, slechte taal en een straatjongen een baldadige kwajonge is.
Zoo is dan ook niet elk lied, dat nu en dan op de straat wordt gezongen, een straatlied. Als wij het Wien Neerlandsch bloed, Piet Hein of het Vlaggelied op de straat hooren zingen, zal het immers niemand van ons in het hoofd komen, die liederen straatliedjes te noemen, evemin als wij fatsoenlijke woorden, op straat gesproken, straattaal heeten of een jongen, die behoorlijk zijn weg over de straat volgt, zonder iemand te deren, voor een straatjongen zullen uit maken.
Voor het eigenlijke straatlied wacht zich ieder rechtschapen man en iedere kuische vrouw. Het straatlied wordt soms op de straat geboren en blijft op straat. Men zingt het in het duister en de zangers durven elkaar bij het zingen daarvan niet eens in de oogen zien, uit vreeze, dat zij zich zullen gaan schamen. Het echte straatlied is zoo vuil, dat niemand het durft opzeggen. 
Somtijds ook wordt het straatlied op straat gebracht uit het café chantant of uit eenigen kleinen schouwburg van laag gehalte. Zulke liederen zijn vaak niet minder vuil, maar omdat ze gemaakt zijn door personen, die de kunst verstaan het gemeene en liederlijke onder minder platten vorm te zeggen, hebben ze een eenigszins beschaafd voorkomen. Ze zijn daarom niet minder gevaarlijk en komen in zekeren zin overeen met den gauwdief, die zich als een eerst heer aankleedt.
Hoe zij uit het café chantant, dat voor een zeker slag van losbandige jongelieden bestemd en berekend is, op de straat komen, weet ik u niet te zeggen. Oneerbare en ontuchtige liederen, die daar binnen door schaamtelooze vrouwen worden gezongen, hooren wij echter al spoedig op den publieken weg aanheffen door.... door jongmans en jongedochters, van wie wij betere dingen hadden verwacht, en niet het minst door kinderen, ja door kinderen!
M. V. zoudt gij de straatliederen voor volksliederen willen erkennen, dan helaas zou het met ons volk wanhopig geschapen staan, dan zou ik bijna zeggen laat ons van het Nederlandsche volk niets goeds meer verwachten. Liever willen wij erkennen, dat wij geen volksgezang hebben.

Gedigitaliseerd en online gepubliceerd door Google Books

Auteursrecht © 2000-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com