0

Mijn liefste Rozeke

Geplaatst door Johan op 15 juli 2019 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Een jongeman (veronderstellen we) beschrijft zijn aanstaande bruid: zijn Rozeke. Hij heeft een cadeautje voor haar want dat had ze gevraagd en het duurt vier strofen eer we te weten komen wat het is. Uiteindelijk krijgt het ogenschijnlijk tedere, romantische verhaal een platte, licht-erotische wending. Denken we toch …

Dit is duidelijk geen lied dat een marktzanger onder de kerktoren zong, het hoort thuis in een café-chantant met licht beschonken toehoorders. Willy Lustenhouwer kreeg het in de omgeving van Brugge te horen waar eind 19e – begin 20e eeuw heel wat café-chantants actief waren.

Mijn liefste Rozeke

665 auteur onbekend

Iedereen kent wel mijn Roosje, toekomende bruid misschien,
op haar wangen schijnt een blosje, ach moest gij haar toch ’s zien.
‘t Is haar naamdag, potverdikke, van mijn Roosje lief en fijn,
nu zal ik haar gaan besteken, wat zal ze gelukkig zijn.
De cadeau is wel niet te groot,
maar beste vrienden, sapperlot,
als ze dat ziet wordt ze nog zot.

refrein:
O, mijn liefste Rozeke,
‘k heb er ’n geschenk naar uwe zin.
O, mijn liefste Rozeke,
‘k geef het u omdat ik u bemin.

Willem, sprak mijn liefste Roosje, koop mij toch als het kan zijn,
Een uurwerk of schone broche, of zo een corsètje fijn,
Daad ‘lijk ging ik aan het kijken, heel de stad al in het rond,
Of ik nergens iets zag blinken, dat mijn Roosjelief aanstond,
Ik zag er heel veel gouden pracht,
maar ik had er nooit aan gedacht,
Dat ik maar vijftien centen had.

Toch was ik nu vastberaden, iets te kopen zo wellicht,
Waren het geen goudsieraden, ‘k heb dan toch gedaan mijn plicht,
Willem mijne beste jongen, zal ze zeggen nu gewis,
‘k Heb mij al zolang bedwongen om te weten wat het is;
En het is toch zo iets plezant,
en daarbij ook nog zo charmant,
En het kan juist in hare hand.

Dus ge hoort het beste mensen, ‘k heb alles in ‘t werk gesteld,
om te voldoen aan haar wensen, maar ik had te weinig geld,
Nu voor ‘t sluiten van mijn liedje zult ge vragen wat ik kocht,
Wel ze zal er van verschieten, wat ik haar heb meegebrocht,
En het is zeker wel niet vies,
en daarenboven ook niet kies,
Want ‘t is ’n eind’ droge saucies.

Partituur * Mijn Rozeke *
      1. instrumentaal

Tags:

2

Revolutie in Parijs (1893)

Geplaatst door Johan op 8 juli 2019 in cahiers, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet, Schrift Eugenius Koopman |

Zowel bij Willy Lustenhouwer (“Geschiedenis van het café-chantant”) als bij Eugène Koopman (“Liedjesschrift 1917”) vonden we een dramatische vertelling die zich afspeelt tijdens de “Revolutie in Parijs”, de bloedig neergeslagen opstand van de communards in 1871. We kwamen die gebeurtenissen al tegen bij het lied van “De wees van de Communard”

Beide bronnen verschillen inhoudelijk lichtjes, maar de opbouw van het verhaal is duidelijk dezelfde.

Het gaat over een jongedame, Lizon, die smoorverliefd is op een “ridder”, een adelijk man dus, die blijkbaar ter dood veroordeeld is. Bovendien moet hij een verstandshuwelijk aangaan met een ander meisje – vermoedelijk ook van adel, het wordt niet gezegd – en dat drijft de jaloerse Lizon er uiteindelijk toe haar minnaar te verraden. De man verliest letterlijk zijn hoofd op het schavot, zijn troosteloos lief verliest het hare ook, maar dan figuurlijk: zij wordt gek van verdriet.

Lustenhouwer heeft een walsachtige melodie kunnen noteren en dat is altijd nuttig!

Na wat speurwerk kregen we toevallig een partituur uit 1910 in het vizier van de alomtegenwoordige F.-L. Benech als tekstschrijver en Léo Daniderff als componist. Het werd meteen duidelijk dat het “vlaamse” café-chantant lied een poging tot vertaling was van “En Quatre-Vingt-Treize” (in 1893), we geven u de eerste strofe + refrein van het origineel ter vergelijking:

C’est quatre-vingt-treize !
À Paris,
On tire le canon d’alarme,
Et pour délivrer le pays
Le peuple entier sur rue aux armes !
Mais Lison s’en moque vraiment,
Elle est toute à sa jalousie,
Car le chevalier, son amant
Avec une autre se marie !
Pourtant, bravant la mort, le chevalier proscrit
Pour lui dire “Au revoir” est venu cette nuit
Et dans un baiser il lui dit :

“Je t’aimerai toujours Lison,
Tu voix, je suis venu quand même,
Mon coeur demeure en ta maison,
Puisque c’est toi seule que j’aime,
Pourquoi me tourmenter Lison ?
Embrassons-nous ma blondinette,
Un mariage de raison
Ne peut faire perdre la tête !


De melodie van het origineel is helemaal geen wals maar een kordate en tegelijk pathetische marsmelodie, niet makkelijk te zingen overigens!


De oudste plaatopname die wij terugvonden is van Henriette Leblond, een 78-toerenpolaat overgenomen op de CD “Chansons de France: Les chansons de Papa” (2006) en ook in een CD-koffertje met tien CD’s “Anthologie de la Chanson Française enregistrée – les années 1900-1920” (2007)

      1. En 93 - Henriette Leblond

Die melodie staat toch wel mijlenver af van wat Lustenhouwer zoveel jaren later in het Brugse noteerde; die was door de mondelinge overlevering dus niet alleen omgetoverd tot een meeslepende wals maar de scherpe kantjes waren er ook af en de zingbaarheid fel verbeterd. Het is daarom deze geëvolueerde melodie die we overhielden voor onze versie.

Voor de tekst baseerden we ons in de eerste plaats op het liederenschrift van Eugène Koopman die het opschreef amper enkele jaren na de publicatie van de originele franse versie.

Revolutie in Parijs

‘t Was revolutie te Parijs
‘t alarm klinkt door de straten
Het volk dat geeft alles ten prijs
Eenieder heeft zijn huis verlaten
Maar Lizon die ziet daar niet naar
Haar hart vol haat en rouwe
Daar den ridder, haren minnaar
Nu met een ander wil gaan trouwen.
En nochtans, heden nacht, ondanks ‘t grote gevaar
van de dood die hem wacht, komt hij bij haar
En liefd’rijk kussend zegt hij haar:

Ik bemin u nog altijd Lizon
Gij ziet ik kom bij u weer
Tot u die eens mijn liefde won,
geen ander neen bemin ik meer
Waarom behandelt gij mij slecht
Omhelst mij, m’n lieve blondinne
Een huwelijk uit plicht en recht
Mag niet verduist’ren uwe zinnen.

Maar wat is dat, men klopt hier aan
Polies, verberg u spoedig
’t Is middernacht, ‘k wou slapen gaan
Ik open snel, zo sprak zij moedig
en tevergeefs werd er gezocht
Verschoning lieve vrouwe
Wij doen ons plicht, maar niets vermocht
Hij blijft aan zijn beminde trouwe
en dol van jaloezie, uitgeput van verdriet
zegt Lizon, neemt hem maar, hij is hier,
ziet, dan heeft die ander hem ook niet

Lizon, waarom pleegt gij nu verraad?
Ik schonk u mijn hart en zinnen.
Nochtans, voor u voel ik geen haat
want u alleen blijf ik beminnen.
Ik verwacht reeds den beul, Samson,
’t is toch het lot aan mij beschoren.
Door de liefde voor u Lizon
heb ik alreeds het hoofd verloren.

Lizon verlaat noch dag noch nacht
de plaats der guillotinen.
Ze ziet het volk dat zingt en lacht
rond die ijselijke machine
en ziet den ridder treedt vooruit
Lizon roept, d’handen geheven:
Genade voor hem, smeekt zij luid,
dood mij maar laat hem toch het leven.
Hij beklimt het schavot met z’n fiere gemoed
En zijn blik treft Lizon als afscheidsgroet
’t geen haar ‘t verstand verliezen doet

Langzaam klimt hij verder op ‘t schavot
men hoort niets door al ‘t rumoer
Juist den trommel van den tamboer
begeleidt er zijn droevig lot.
En Lizon roept nu is het klaar,
hij komt weer, hij’s voor mij geboren.
Want Lizon zoals haar minnaar
heeft voor altijd het hoofd verloren.

Partituur * Revolutie in Parijs *
      2. instrumentaal

Tags:

0

De vissersramp op zee (1924)

Geplaatst door Johan op 1 juli 2019 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen |

Op 18 juli 1924 kwamen in een zware storm enkele vissersboten in moeilijkheden, we bespraken een ander lied over deze ramp reeds enkele jaren geleden.

De Volksstem 20 juli 1924

Tamboer beschreef de gebeurtenissen op zijn manier en gebruikte de melodie van “Drie uur in de morgen”. Dat bleek uiteindelijk gebaseerd op “Las Tres de la Manana” van Julian Robledo die het al in 1919 schreef. Het werd in 1922 een grote instrumentale hit voor het orkest van Paul Whiteman: “Three O’Clock in the Morning” maar we verkiezen de gezongen versie van John McCormack zodat de vertaling van Dorothy Terriss (pseudoniem van Theodora Morse) te horen is. Het lied begint met het klokkengelui van de “Big Ben”, niet direct stormklokken maar we zijn er zeker van dat Tamboer er een extra dramatische dimensie wist aan te geven.

Dit lied werd ook overgenomen in "Zingende baren" (Jef Klausing, 1986, lied nr 82) en in "Noch klachten noch kluchten" (Roland Desnerck, deel 1 van "Muzikaal Erfgoed van Oostende", lied nr. 139)

De Vissersramp op zee

663 t. Lionel Bauwens – m. Julian Robledo (1921)

De zee is woest en de baren
kenden geen hulp, o wee
en velen waren gevaren
op visvangst in de zee.
Veel moeders zag men reeds wenen
met hunne kinders op ‘t strand.
Zij zuchtten: wie zal hulp verlenen,
waar blijft onzen vader zo lang?

Refrein:
“God geef genade”
klonk het vol wanhoop en wee.
“Red mijnen vader
toch van de dood op de zee.
O! Woeste baren,
denkt aan zijn vrouw en zijn kind.
Spaart hem toch van de dood
die moet vissen voor zijn brood!”

Ginds ver zag men op de baren,
een schip was in gevaar.
Men zag het van verre varen,
het viel zo pijnlijk zwaar.
Aan hulpe was niet te denken,
iedereen was vol geween.
Men zag ons de armen toewenken
wijl ‘t schip in de diepte verdween.

Men zag reeds alles verdwijnen
toen er een groot gewicht
boven de baren sloeg henen,
een man was in het zicht.
“Red mij, ik ben nog in ‘t leven”
maar het geluk sloeg van kant.
Men kon hem geen hulpe meer geven,
een kreet die ontglipt op het strand.

En menig kind zucht op aarde
met ‘t harte vol verdriet:
“Ons leven heeft gene waarde,
visser dat word ik niet.
Want hij die met vol vertrouwen
verdient met vissen zijn brood
voor kind’ren en dierbare vrouwe,
vindt toch in de zee zijnen dood.

Partituur * De vissersramp op zee *
      1. instrumentaal

Tags:

1

Dan is het Kermis

Geplaatst door Johan op 24 juni 2019 in liedbladen, liederen, WOII |

Op diverse liedbladen werd als zangwijze “Hop met de beentjes” vermeld. Niet te vinden dachten we. Blijkt het simpelweg één van de vele werkjes van Arnold Frank en Wim Kreuer te zijn onder de titel “Dan is het Kermis“. Daarin beschrijven ze reeds in 1942 wat er zal gebeuren als de oorlog gedaan is.

Het lied maakte deel uit van de “Kermis Revue” die toen in de Antwerpse “Ancienne Belqique” werd opgevoerd, in volle oorlogstijd. In de liedjestekst wordt geen kwaad woord verteld over de Duitse bezetter – dat zou ook zeer dom geweest zijn – maar een goede verstaander heeft zelfs geen halve komma nodig om te begrijpen dat die bezetting niet in dank wordt aanvaard.

Tamboer (lied nr 320) en Frans Jacobs namen het over op hun repertoire en hun liedbladen, zonder vermelding van de echte auteurs
Op een plaatopname uit 1945 wordt het gezongen door “Willy Westman”, een pseudoniem van een (jonge) Dolf Brouwers die 30 jaar later wereldberoemd zou worden als de stuntelige (en irritante) Sjefke Van Oekel in zijn “discohoek” op VPRO-televisie. Reeds! Grote genade, wordt het toch nog gezellig!


Dan is het Kermis

662 [A] Arnold Frank [C] Wim Kreuer 1942

Als de woek’raars zullen boeten
en betalen d’oorlogsschuld,
als de eieren weer ne frank zijn
en de boer ons niet meer kult,
als ons zolen weer van leer zijn
en de kneip weer koffie is,
als we krijgen biefstuk fritten,
ja, dan is het kerremis!

Hop met de beentjes, Marieke,
hop met de beentjes, Lowies!
Dan mag de beiaard weer spelen,
dan is het weer kerremis!
Hop met de beentjes, Marieke,
hop met de beentjes, Lowies!
Dan mag de beiaard weer spelen,
dan is het weer kerremis!

Als ons stoofken weer zal branden
met anthraciet à volonté;
als ons gaz niet meer zal uitgaan
en daar is weer crême fouettée;
als ons ventje weer kan smoren,
als er weer van alles is,
als weer ‘s avonds ‘t licht zal branden,
ja, dàn is het keremis!

Als we ons weer kunnen kleden
zonder punten, zonder kaart;
als we volle mellek krijgen
en weer zeep voor onzen baard;
als de feestklok weer zal luiden,
als weer alles rustig is,
als weerkomt de schone vrede,
ja, dàn is het kerremis!

Partituur * Dan is het Kermis *
      1. instrumentaal (met intro)

Tags:

0

Endjesstekkers

Geplaatst door Johan op 17 juni 2019 in liedbladen, liederen, WOII |

In 1939 verscheen de Duitse film “Bel Ami”

Het titellied van de film “Du hast Glück bei den Frauen Bel Ami”, gezongen door Lizzy Waldmüller maakte indruk en werd tijdens WOII door marktzanger “Bertino van Oostende” – pseudoniem van Albert Lingier (1915-1969) – van een nieuwe tekst voorzien en spottend gezongen. Hij beschrijft één van de gevolgen van de rantsoenering waarbij de mannen die niet ten strijde trokken en zich verveelden omdat er niets te doen en nog minder te verteren viel verwoed op zoek gingen naar sigaren- en sigarettenpeukjes om de restjes tabak te kunnen recycleren.

De endjesstekkers

661 [A] Bertino van Oostende [C] Theo Mackeben – melodie “Bel Ami”

De toebak is gerantsoeneerd
en vele mannen hebben nu geleerd
een nieuwe stiel voor Jan of Sissen
een vakschool kosten ze best missen
Zo gans de dag, ja op de straat,
zo op en af precies op maat.
Ze zijn hun eigen baas en
niemand die het hem aangaat.

Ja, en gelijk waar dat ge nu gaat
ziet men mannen bukken, stuipen langs de straat.
Knippen een eindje alhier,
stekken een eindje aldaar,
nu wat drogen, dan de toebak bij malkaar.
d’Endjes stekkers die zijn steeds blij vol zin
met hun toebak, t’echte merk Egyptjin.
En wat hun vrolijk miek,
d’Endjesstekkers zijn steeds kwiek
met hun toebak voor de pijp en voor de chique.

Heeft je vrouw je al lang gekloot
en ga je nu op zekere dag dood?
Er zijn er niet veel die dat wisten:
je hebt veel volk achter je kist(e)
Der zijn er wel veel vrienden bij
maar kijk eens naar de laatste rij:
de endjesstekkers gapen, rapen,
zijn er geren bij.

Gaat ge langs de Boulevard du Midi,
Torhoutse steenweg of Petit Paris,
je ziet daar Jef, Lowie of Manten,
ze lopen gelijk d’olifanten.
Met hunne snuiter naar de grond,
met scherpe ogen en een trek rond hun mond
speuren ze naar wat verse peuken
tussen paardestront.

Partituur * De endjesstekkers *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Het Fort van Breendonk

Geplaatst door Johan op 10 juni 2019 in cahiers, liederen, schrift Mathilde Crickx, WOII |

In 1943 brachten The Ramblers hun zoveelste swingende dansmuziekje uit…

Zoals wel vaker negeert de fonoplaatopname van The Ramblers de strofen van het lied…

Een onbekende auteur schreef een paar jaar later een nieuwe tekst op deze melodie om de gruweldaden van de beulen in het kamp van Breendonk aan de kaak te stellen en gepaste straffen aan te kondigen. Mathilde Crickx schreef het op zodat dit wraakgedicht niet verloren ging.

Het Fort van Breendonk

660 [A] onbekend [C] Jack Bulterman “ik wil alles voor je doen

Geen van hen heeft dat gedacht, in hun leven
hebben zij zoveel misdaden begaan
nu moeten zij daarvoor boeten
laat hen maar in d’aarde wroeten
tot zij hun gerechte straf dan ondergaan.
Ieder misdaad die zij aan ons bedreven,
ieder moord door één van hen ooit begaan
dat moet nu gewroken worden
op die bloeddorstige horden
leer hen nu een ander in hun schoenen gaan

In Breendonk verdekkie daar is het plezant,
daar komen de beulen bijeen van ’t ganse land
Gestapo en VNVers en nog ander Duits krapuul
en zij krijgen, dat is klaar,
loon naar werken, het is waar.

Geen van hen heeft dat gedacht, in hun leven
hebben zij zoveel misdaden begaan
nu moeten zij daarvoor boeten
laat hen maar in d’aarde wroeten
tot zij hun gerechte straf dan ondergaan.
Ieder misdaad die zij aan ons bedreven,
ieder moord door één van hen ooit begaan
dat moet nu gewroken worden
op die bloeddorstige horden
leer hen nu een ander in hun schoenen gaan

Nog voor een paar dagen, ’t is waar wat ik zeg,
zochten deze kerels nog naar den kortsten weg
om naar Afrika ’t ontkomen.
Neen, geen dacht er in zijn dromen
aan het lot dat hen nu wacht
en waar elk van ons naar tracht.

Partituur * Het fort van Breendonk *
      1. instrumentaal

Tags:

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com