0

Een Kindervraag

Geplaatst door Johan op 20 september 2017 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Armoede & Drank |

We vonden een liedtekst met verwijzing naar de melodie van “Venise la jolie”. Al speurend naar meer informatie kwamen we uiteindelijk bij nog 2 andere liederen uit die dezelfde melodie gebruiken en – kan dat toeval zijn? – ook over hetzelfde thema zingen!
Er is het lied “Werkmans-lot” op tekst van Louis Vandenbreeden en gezongen door Nicolaas “Colà” Bal uit Vilvoorde, gepubliceerd door Jos Lauwers in het boek “Tweede couplet van de liedjeszangers uit onze streek” (Steenokkerzeel, 2006)

Er is het lied “Werkmanslied”, geschreven en gezongen door Jaak Van Gestel uit Mechelen (gedrukt bij zijn familie in Aarschot). Bemerk de overeenkomsten in beide teksten … Het lijkt er op dat Van Gestel naar een optreden van Colà is geweest maar zich niet alle zinswendingen meer kon herinneren om zijn “versie” op te tekenen.

En er is “Een Kindervraag”, geschreven door Aloïs Van de Velde en gezongen door Honorine Van Hemelrijk uit Lokeren. Van de Velde heeft zo te zien niet afgeschreven van een collega …

In elk van die liederen wordt het droeve lot van de onrechtvaardig behandelde en armoe lijdende werkman aangeklaagd. Na puzzelen met elk van die teksten hebben we uiteindelijk de “Kindervraag” weerhouden voor verdere uitwerking. Aloïs Van de Velde legt de prangende levensvragen in een kindermond, en dat is bevorderlijk voor het dramatisch effect. Bovendien respecteert hij de originele melodie én is zijn taal ook “moderner” (klaar en helder, simpel, geen gezwollen strijdtaal)

De melodie komt van het lied “Venise La Jolie ou Vénézia Bella”, geschreven door Jean Daris (18..-1934) in 1924 als een Fox-Trot. Over die auteur hebben we niet veel teruggevonden, maar gelukkig wel een muziekpartituur.

Een Kindervraag

Moedertje lief, waarom weent gij als ik vraag
of er verschil van kinderen moet bestaan
en waarom zucht vader soms met droef geluid
ah, troost mijn klein gemoed, leg’t mij eens uit?

1,2,3. De moeder zei daarop vol pijn
mijn schat gij zijt nog veel te klein
uw hartje kan nog niet begrijpen
het werkmansleven vol zorg en lij
We zijn nochtans van enen God
waarom worden wij soms bespot?
Moeder ik begrijp u, al ben ik klein:
‘t is omdat wij werkmensen zijn.

Het kind vroeg weer: is vader dan niet bekwaam
om ons te geven zo een rijk bestaan?
Ook rijk gekleed en alles in overvloed,
waarom dat groot verschil en tegenspoed?

Moedertje lief, als het soms sneeuwt op straat
dan zie ik al die rijke kind’ren gaan;
warm gekleed worden zij naar school gebracht
terwijl ik beef van kou en van onmacht.

Moedertje lief, antwoordt op mijn laatste vraag:
zal dat voor ‘t werkvolk zo blijven bestaan.
Het werkmanslot is soms zo pijnlijk en zwaar,
zal ‘t dan voor ‘t arme volk nooit beter gaan?

4. Geduld, mijn kind, den dag breekt aan
dat er gelijkheid komt op aard,
dan zal ‘t werkmanskind niet meer klagen,
weg met dat lijden en droef bestaan.
Dat de zon schijnt voor iedereen,
meer vragen wij toch niet, o neen.
De toekomst voorspelt ons nen tijd
dat ‘t werkvolk zal gelukkig zijn.

Partituur * Een Kindervraag *
      instrumentaal

 

Tags:

1

Garçon, geef ons een boksken

Geplaatst door Johan op 13 september 2017 in liedbladen, liederen, Over Leut & Plezier |

Jeanne Bourgeois stierf op 5 januari 1956 in Bougival, 80 jaar oud (volgens sommige bronnen was ze 3 jaar ouder). Zij was in haar jonge jaren een internationale vedette, ooit de best betaalde zangeres ter wereld naar men zegt. Nochtans liet haar zangtechniek heel wat te wensen over…

De naam zegt u niets? Dat is normaal, zij trad op onder de artiestennaam “Mistinguett”, we laten u mee genieten van 1 van haar grootste successen, uit 1926.

Het Spaanse paso-doble ritme en de melodie van componist José Padilla Sanchez (1889-1960) werkten aanstekelijk. Het lied stond in de lage landen ook model voor plat-erotische straatliederen (neen, niet de Johnny Hoes – Eddy Wally-versie), misschien wel mede veroorzaakt door de reputatie van de zangeres en haar “gewaagde” optredens: ze had immers haar belangrijkste troef – haar benen, niet haar stem – laten verzekeren voor een fabelachtig bedrag en ze had liefdesaffaires met koningen en prinsen.

Eén van de nog redelijk brave varianten is:

Valencia,
wilt gij niet slapen in uw hemdje, pakt dan mijne pyama

De minder fijnzinnige versies laten we liever in de archieven rusten.

Marktzanger Alfons Van Gestel had er in volle crisistijd een “propere” tekst op geschreven.

Valencia,
al de mannen zonder centen die gaan naar de cinema
Valencia,
er zijn ratten in mijn zakken en zij hebben grote kaa
Valencia,
onze frank die is gezakt en hij is naar Amerika.
Wilt verstaan,
als dat zo nog lang met ons moet gaan,
dan is ’t gedaan.


In datzelfde jaar bracht Mistinguett een sterk gelijkend lied uit, “Ca… c’est Paris”, van dezelfde auteurs, en ook dat was een groot succes.

Wij vonden de “partituur” terug in een stapeltje handgeschreven muziekblaadjes die we een hele tijd geleden kochten in Bibliopolis, een tweedehandszaak in de Zuidstraat in Brussel.

Marktzanger Jaak Van Gestel uit Mechelen, broer van Alfons, was ook een fan en hij gebruikte de melodie van “Paris” voor zijn lied “Garçon, geef ons een boksken”, een huppelend drinklied. Eigenaardig toch hoe een Spaanse melodie van een Frans lied in Vlaanderen gebruikt wordt om de lof te zingen van een Duits bier


Garçon, geef ons een boksken

Garçon, geef ons een boksken,
voor mij en voor mij moksken
Geef ons ne chevalier marin
dat is beter als wijn.
Garçon, nog maar een boksken
voor mij en mijn schoon moksken
Garçon, weet gij hoe het moet zijn?
Daar mag geen schuim aan zijn!

Er is weer een nieuw spreekwoord in het land
en het is reeds gekend ja t’allenkant.
Men roept het in fabrieken en op straat,
men hoort het somtijds zingen bij vroeg of laat,
maar in cafés hoort men het meest:

Garçon, geef ons een boksken,
voor mij en voor mij moksken
Geef ons ne chevalier marin
dat is beter als wijn.
Garçon, nog maar een boksken
voor mij en mijn schoon moksken
Garçon, weet gij hoe het moet zijn?
Daar mag geen schuim aan zijn!

De zoon van pachter Nielis, ne rare snuit,
die trekt er van zondags ‘s morgens vroeg op uit.
Tegen vier uren is hij goed aangebrand
en dan roept hij ook met zijn berenverstand:
nu weet ik ook dat nieuw spreekwoord

Garçon, geef mij een boksken
maar ik ’n heb geen moksken,
daarvoor is mijn verstand te klein,
daarom drink ik allein.
Moest mij een moksken vragen:
Nielis, durft gij het wagen?
Nielis, trakteert mij met een bok
dan word ik stapelzot.

De jonge paren zijn nu verheugd en blij
als zij ‘s zondags komen uit de groene wei.
Zijn moe gevreen en stikken van den dorst,
o, dan trachten ze naar een lekkeren bock,
en onverstoord roepen ze voort:

Garçon, geeft ons een boksken,
voor mij en mijn zoet moksken,
want ze heeft mij zo zacht gestreeld
da’k niet meer wist wa’k deed.
Garçon, geef nog twee bokskens
voor mij en mijn klein moksken.
Zij is toch zo’n lieve kapoen,
voor mij zou zij haar hemd uitdoen!


Partituur * Garçon, geef ons een boksken *
      instrumentaal

Tags:

0

Lena, het bedrogen meisje

Geplaatst door Johan op 6 september 2017 in liedbladen, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Op een oud liedblad schrijft de man die het verkoopt met grote stelligheid:

Dat is natuurlijk niet helemaal waar … We nemen aan dat Casimir D’hondt de teksten heeft geschreven (of laten schrijven tegen betaling), maar de muziek haalt hij meestal bij anderen, en dat verstopt hij ook niet. Zo zien we op hetzelfde liedblad dat hij het lied “Verlaten” zingt op de melodie van “Dolorosa”, “Den dronkaard” op “Liefdesmart”, “De Plezante Marchand” op “Mie en Charlowie”, geen van alle melodieën die hij bedacht. Ook dit niet:

Die zangwijze is in feite “Ce n’est pas la même chose (quand on est deux)”, een lied uit 1924 waarvoor Raoul Moretti (1893-1954) de muziek schreef en Albert Willemetz  (1887-1964) de oorspronkelijke tekst. Het werd – allicht met veel succes – gezongen door Maurice Chevalier.

Die melodie past mits wat getemporiseer wonderwel bij het triestige verhaal dat Casimir D’hondt uit Zele er op zong. Een jong meisje krijgt goede raad van haar moeder vanop haar sterfbed; het zijn de laatste woorden die zij nog kan stamelen. Maar het jonge meisje slaat die raad al snel in de wind en – elke toehoorder voelt het aankomen – dat kan nooit goed aflopen.

Lena, het bedrogen meisje

Op een avond zeer schoon
‘t was voorzeker genen droom
lag daar stervend ene vrouw
uitgestrekt in de rouw
en naast haar zat een meisje
van nauwelijks zestien jaar,
luisterend naar moeder teer,
‘t was de laatste keer.

Refrein:
Lena mijn kind
luister naar moeders woorden
want de liefde is blind
waakt op uw hart mijn kind
en als gij ook eens een moeder zult worden
vol pijn en smart,
dan kent gij het moederhart.

Maar korten tijd nadien
men kwam het weldra te zien
aan den arm van enen heer,
‘t was Lena van weleer.
Schoon gekleed en versierd
terwijl zij in de weelde zwiert
klinkt de stem van moeders woord,
wat zij nu weer hoort:

Maar den tijd die vergaat,
wat zag men nu langs de straat?
Ene wankelende vrouw
en bevend van de kou.
‘t Was Lena, ‘t schone kind,
dat door de liefde was verblind.
Gans verlaten nu door hem,
hoort zij moeders stem:

Zo komt zij traagzaam af
en blijft staan op moeders graf,
bedekt wenend haar gelaat,
maar nu is het te laat.
En zij zucht: ‘k ben zo moe,
moeder, waar zijt gij naartoe?
Maar de wind huilt zachtjes voort,
wijl het meisje hoort:


Na de laatste strofe is de melodie van het slotrefrein (in het franse origineel) lichtjes anders dan voordien; in de instrumentale versie hieronder hoort u dus de eerste strofe + refrein en de laatste strofe + refrein.
Partituur * Lena, het bedrogen meisje *
      instrumentaal 1e en 4e strofe + refrein

Tags:

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com