0

Verkeerde manipulatie

Posted by Johan on 19 april 2019 in nieuws |

U zal bij oudere bijdragen merken dat er geregeld iets mis is met de illustraties. Dat komt door een domme, verkeerde manipulatie van ons waarbij de verkeerde folder op een server werd verwijderd. Terugzetten gaat niet want toevallig is het sinds de “werken aan het Telenet netwerk” vanochtend onmogelijk om die server te beheren…

Het zal even duren vooraleer ik alle “missing images” heb teruggevonden en teruggezet. Sorry.

0

Den bult

Posted by Johan on 16 april 2019 in liedboeken, liederen, Schrift Eugenius Koopman, Spot & Ironie |

Nog een liedje over een bult, toegeschreven aan “De Schele van de Poesje” (1843-1920) – een artiest die in de Poesjenellenkelder te Antwerpen furore maakte. Het werd opgetekend door Walther Van Riet in “Zo de Ouden zongen”, met melodie. Het refrein met de “Troela Troela Troelala” kwamen we in Antwerpse liederenschriften tegen bij andere teksten, het was daar blijkbaar een “standaard” melodie geworden.

Het lied schetst beeldend een wat ongewoon huwelijk, totaal ongeloofwaardig overigens want volgens de eerste strofe was de bruid “tachtig jaren oud” wat haar niet belet om samen met de bult een hoop (misvormde) kinderen te krijgen …

In strofe 4 wordt aangegeven dat het getrouwde koppel leefde “als Paul en Virginie”. Dat is een allusie op de gelijknamige roman, gepubliceerd in 1787, waarbij het koppel een idyllische, platonische liefde beleeft. Maar dat duurde blijkbaar niet lang in dit geval, want er komt al snel een kind.

De Suisse

Strofe 5 brengt de figuur van “de Suisse” weer  tot leven. Die is al een tijdje uit de meeste kerken verdwenen maar was vroeger de plaatselijke vertegenwoordiger van de Zwitserse Garde van het Vatikaan, een beetje gelijkaardig gekleed en voorzien van een hellebaard of een staf om rumoerige of onrustige kerkgangers tot meer devotie te bewegen. In een tijd dat kerkbezoek feitelijk verplicht was kon het  voorkomen dat niet iedereen met volle goesting de kerkdiensten bijwoonde… Meestal was het ook zijn taak om met “de schaal” rond te gaan en met strenge blik erop toe te zien dat iedereen voldoende betaalde.

Den bult

Ik heb gezien een vieze trouw
In een departement
De man die was een martiko
Een aap een lelijke vent
Het wijf dat was een aardig spook
‘t Was tachtig jaren oud
En de getuigen geheel den hoop
waren van dezelfde soort.

‘k Zag van ver dien troelala
TROELA TROELA TROELALA
De getuigen allemaal
TROELA TROELA TROELALA
En vanachter bonpapa
TROELA TROELA TROELALA
Met zijne dikke Martha
TROELA TROELA TROELALA

Ze gingen samen naar ‘t stadhuis
‘t was een plezier om zien
Geheel den hoop maakte gedruis
Gelijk de rijke liên
Ze gingen trouwen voor de wet
Die majestueuze ploeg
Den dikken boek werd voorgezet
De burgemeester vroeg:

Neemt gij dat spook voor uw vrouw? TROELA …
En den bult knikte van ja TROELA …
Hij bezag dat spook opzij TROELA …
Dezen nacht zal ‘t kermis zijn TROELA …

Den eersten avond was ‘t lampet
Dat was schoon om te zien
De pispot danste onder ‘t bed
het spook dat riep: ach Trien
voilà nu ben ik toch getrouwd
dien lelijken bult had praat
maar hij die was toch zo benauwd
Dat spook vloog langs de straat

Maar dat spook zat vol ambras TROELA …
Zorreg toch maar voor uw kas TROELA …
want komt ‘t vuur in uwen bult TROELA …
pakken zij ons voor ons schuld TROELA …

Zij leefden samen in akkoord
g’lijk Paul en Virginie
en als dien bult bedreef een fout
het Spook zei niets, maar zie
na negen maand heeft zij gekocht,
dat was een aardig kind.
‘t Geen zij heeft voor den dag gebracht
werd door den Bult bemind.

En den bult was nu papa TROELA …
en de peter zei van ja TROELA …
wel dat kind trekt goed op mij TROELA …
want ‘t heeft gene rug als gij TROELA …

Ze gingen met ‘t kind naar de kerk
ik stond juist aan de deur
De Suisse was juist aan het werk
en de pastoor kwam veur
en hij las voor uit zijnen boek
en zijne koster schreef
terwijl het kind in zijnen doek
zijn eerste doopsel deed

En dienen pastoor die zei TROELA …
dat kind heeft de kakkerij TROELA …
en de peter zei van ja TROELA …
‘k Riek het ook zei bonmama TROELA …

Maar als dan Bult dan weer kwam thuis
ging het spel aan de gang
dan riep het Spook: wel lelijken bult
gij hebt uw lijf vol drank
Ach bultjen lief, kom kijk eens hier,
het is zo lief en fier
maar als hij ‘t schepsel had gezien
riep hij: doe’t maar bij Trien

Wel gij crapuleuzen bult TROELA …
‘t Is mismaakt dat is uw schuld TROELA …
Wel gij lelijke drommedère TROELA …
‘t Is precies ne jongen beer TROELA …

Het Spook kon den bult niet meer zien
‘t was voor eeuwig gedaan
maar drieentwintig maand nadien
aanbad ze zon en maan
Ach bultje, lieve, kom toch weer
gij zijt de liefste mijn
en als ge het nu nog eens wilt
zal ‘t seffens kermis zijn

En zo heeft dat aardig spook TROELA …
al ‘t geluk in overvloed TROELA …
want ze heeft een heel dozijn TROELA …
martiko’s en bultjes bij TROELA …

Partituur * Den bult *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Hé! Kamielken, let op uw wijf

Posted by Johan on 12 april 2019 in dubbelzinnig, liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

In 1936 schreef Karl Berbuer in Duitsland  een succesvolle carnaval-schlager: “Heidewitzka, Herr Kapitän“, wat zoveel zou willen zeggen als “geef maar beuzze” of “volle petrol”, want in de oorspronkelijke tekst in het Keulens dialect gaat het over een boot die tegen 100 knopen vaart, uiteraard een dichterlijke overdrijving.

Volgens sommigen is de kreet “Heidewitzka” bovendien een vermomde Hitlergroet maar eigenlijk weet niemand wat het precies wil zeggen.

Het werd meteen opgepikt door Willy Derby die een nederlandstalige versie op plaat zette in 1937.

Derby maakte vele van zijn plaatopnames in Duitsland, hij was dan ook vertrouwd met Duitse schlagers die hij bewerkte en naar Nederland bracht. Daar kwam tijdens WOII al snel verandering in, hij werd meteen een anti-nazi propagandist, wat hem uiteindelijk in 1944 het leven kostte in een strafkamp.

Net zoals vele andere Willy Derby liederen werd ook deze Heidewitzka een legendarische hit die door marktzangers gretig werd opgepikt en uitgevoerd op straat, al dan niet met de originele tekst. Eén van de teksten die Lionel “Tamboer” Bauwens op deze melodie bedacht gaat over een jong koppel waarvan de man volgens Tamboer en zijn “gebuurte” door zijn jonge, levenslustige vrouw in het ootje wordt genomen. Sterker nog, “zij verdient in ’t geheim heure pree”. We mogen veronderstellen dat ze haar charmes verkocht, waarbij in de laatste strofe enkele dubbelzinnige bemerkingen over hare “radio” dat beeld nog moeten versterken. Wij hebben het nooit kunnen meemaken, maar we weten van horen zeggen dat Tamboer bij de “live”-uitvoering van zulk lied zijn toespelingen iets minder omfloerst verwoordde of met gebaren verduidelijkte, zodat de toehoorders maar al te goed wisten waar hij het over had.

Hé! Kamielken, let op uw wijf

Hier in ons gebuurte woont een jong getrouwde paar,
ja zij zijn te gaar tweeëndertig jaar
‘t Ventje is een soepe maar zijn vrouwtje, sapperlot
is er vanzeleven in haar kot.
Z’is volgens mij overal bij,
z’heeft ‘t nog wat hoger in het hoofd als wij.
Gaan zij soms de Zondag eens te gare op café,
alle vaste klanten roepen mee:

Hé! Kamielken, let op uw wijf,
want z’heeft van alle trukken in haar lijf
Z’heeft een paar knieën lijk een wippelpeerd,
en z’heeft een tong gelijk een ossesteert.
Hé! Kamielken, let op uw wijf,
want z’heeft van alle trukken in haar lijf

‘t Ventje moet gaan werken voor zijn vrouwken hare pak
en madamken leeft schoon op haar gemak
‘t Kleintjen ligt te schreien in de wiege vol kaka,
Zij trekt naar de cinema,
Brengt zij wat mee, thans is’t kade,
Want zij verdient in ‘t geheim heure pree,
Komt hij weere thuis en is de deure nog op slot
Al de buren roepen sapperlot.

Z’heeft ne schone radio, en menig jonge gast,
Gaat er ‘s avonds naar want hij speelt heel klaar,
‘s Morgens komt den bakker en de prise die zit in
Brussel Vlaamsch, voor het begin,
Maar rond den noen, niets aan te doen,
Krijgt haren baas weer een ander sermoen,
Dan pakt zij de franse post Parijs ofwel Roubaix
Alleman die zingt ‘t refreintje mee.

Partituur * Hé! Kamielken *
      1. instrumentaal (met intro)

Tags:

0

Het bombardement op Antwerpen (1943)

Posted by Johan on 2 april 2019 in cahiers, liederen, schrift Mathilde Crickx, WOII |

83 Amerikaanse en Engelse bommenwerpers waren op 5 april 1943 vertrokken voor een precisie-bombardement op Antwerpen maar zij werden dusdanig gehinderd door de Duitse luchtmacht dat er van precisie geen sprake kon zijn. Bedoeling was de autofabriek van MINERVA te treffen omdat daar het Duitse bedrijf ERLA zich had gevestigd om beschadigde Duitse Messerschmidts  te herstellen.
Resultaat: 936 dodelijke slachtoffers, waaronder 209 kinderen, en 1.259 woningen zwaar beschadigd. De Minerva/ERLA fabriek werd wel getroffen (307 slachtoffers waarvan een 6-tal Duitsers), maar ook vier scholen werden in puin gelegd met 190 dode leerlingen als gevolg. De “collateral damage” was dus enorm al meldde Radio Londen daar niets over…

Het boek “Tranen over Mortsel” van Pieter Serrien bundelt 65 jaar na de feiten de herinneringen van ooggetuigen aan dit “zwaarste bombardement ooit in België”. Er kwam ook een online lijst van de 936 slachtoffers, waardoor de gruwel meteen een herkenbaar menselijk gezicht kreeg.


Wie de tekst van onderstaand lied schreef is ons niet bekend. We vonden hem in het liedjesschrift van Mathilde Crickx die het tijdens de oorlog hoorde en opschreef.

De gekozen zangwijze kunnen we wel situeren: die is van Fred Raymond en zijn Duits soldatenlied uit 1942 “Es geht alles vorüber, es geht alles vorbei“. Zie hiervoor ook “Hier heeft eenmaal ons huisje gestaan” en “Moeder, laat mij verkeren

Bombardement op Antwerpen

Vrienden die hier in ’t ronde staan
luistert eens wat ik zingen gaan
over het bombardement
in ’t Antwerpse contingent.
Het was op de vijfde april
de hemel was helder en stil
en opeens was het een hels gedruis,
alles werd geworpen in gruis

Alles werd ons ontnomen
alles werd ons ontrukt
met die woeste vliegers
leeft ied’reen met schrik
en weg zijn mijn twee kind’ren
waar ik zoveel van hield
en ook nog daarbij
mijn woning gans vernield.

Wat baat mij nog ’t leven op aard?
Voor mij is ’t leven niets meer waard
Niemand weet hoezeer ik lijd
voor eeuwig mijn kind’ren kwijt.
Op de vlucht stierf mijn braven man
’k had al gedaan wat ik maar kan
en nu dit grote bombardement
op onze burgers met geweld.

Wat moet men toch denken daarvan
wat de oorlog meebrengen kan
en die kind’ren daar in ’t school
door de bommen op den dool
De ouders kwamen aangerukt
mond, ogen wijd open van schrik
al die onschuldige knaapjes daar
lieten ’t leven allen te gaar.

Partituur * Bombardement op Antwerpen *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De bultendans

Posted by Johan on 28 maart 2019 in liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Roger Hessel tekens dit liedje op bij Maurice Hessel en publiceerde het in zijn boek “Het Volkslied in West-Vlaanderen” (1980, uitgegeven in eigen beheer).

Hij geeft als commentaar:

Eigenlijk een schimplied, dat nu waarschijnlijk harder overkomt dan vroeger. Vroeger was het, om zo te zeggen, dagelijkse kost met de mens zijn gebreken of bepaalde tegenslagen de draak te steken. Ik herinner me nog zeer goed dat er te Torhout "gescharminkeld" werd wanneer een echtpaar uit elkaar ging, of zoals mijn nonkel zei, "wanneer er een jong meisje bedrogen was van een getrouwde man". Scharminkelen is met allerhande potten of deksels opéén slaan om zoveel mogelijk lawaai te maken. Zo toonden ze hun afkeuring aan diegene die volgens hen in fout was. Zoiets was natuurlijk strafbaar volgens de wet, temeer omdat het steeds 's avonds gedaan werd en zó nachtstoring tot gevolg had.

Ook De Kadullen en Wannes Van de Velde hadden dit lied op het repertoire. Zij haalden het uit het lijvig boekwerk “Het volksleven in het Straatlied” (1932) met liederen verzameld door Adhemar Lepage en Richard Vankenhove. Volgens deze Gentenaars is het een Gents straatliedje. Dat is best mogelijk, maar er is in Gent bij ons weten geen Lepelstraat! Er is wel een Willem Lepelstraat in Antwerpen (woonplaats van Wannes Van de Velde) en een Lepelstraat in Leuven (thuishaven van De Kadullen)…

Bulten of bultenaars stonden vaak symbool voor kritische, verstandige burgers die gevat uit de hoek konden komen. Dat werd bevestigd in een ander lied “De bultenaar” van August-Victor Bultynck (what’s in a name!) die leefde van 1844 tot 1917.

Geen dansers te zien op de hoek van deze Lepelstraat

De bultendans

Hebde gij de bulten niet zien dansen
daar op den hoek van de Lepelstraat?
Hebde gij de bulten niet zien dansen
daar op den hoek van de Lepelstraat

Leve de bulten, leve de bulten
daar op den hoek van de Lepelstraat
Leve de bulten, leve de bulten
daar op den hoek van de Lepelstraat

Hebde gij de bulten niet zien dansen
‘t was op den hoek van de luizenmarkt
Hebde gij de bulten niet zien dansen
‘t was op den hoek van de luizenmarkt

Leve de bulten, leve de bulten
daar op den hoek van de luizenmarkt
Leve de bulten, leve de bulten
daar op den hoek van de luizenmarkt

En die bulten waren met vieren
daar op den hoek van de Lepelstraat
wat was me dat daar roepen, tieren
daar op den hoek van de Lepelstraat

Leve de bulten, leve de bulten
daar op den hoek van de Lepelstraat
Leve de bulten, leve de bulten
daar op den hoek van de Lepelstraat

Den eersten bult die noemde Seppe
en door zijn broek zag men zijn slippen

Den tweeden bult die noemde Manten
draaide zijn bult naar alle kanten

Den derden bult die noemde Doortje
Hij droeg zijn bult al op zijn oortje

Den vierden bult die noemde Mieltje
en zijnen bult stak door zijn kieltje

De mensen die de bulten zagen
wilden die bulten ietwat vragen

Wat zit daarin, zo vroeg de Sander
‘t Zijn de gebreken van een ander!

Partituur * De bultendans *
      1. instrumentaal
      2. versie Wannes Van De Velde (fragment)

Tags:

0

Alleman doet dat

Posted by Johan on 19 maart 2019 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Een onbekende liedjeszanger heeft het over meisjes die al vanaf hun zestien jaar ongegeneerd aan het vrijen slaan. Moeder en vader vinden dat geen goed idee en het argument van de meisjes dat “alleman” dat doet, pakt niet. Ook niet als ze suggereren dat mama en papa dat vroeger ook hebben gedaan. Normaal eindigt zo’n lied met een moraliserende strofe nadat het mis is gegaan en het meisje alleen met een kind blijft zitten, maar dat is hier niet het geval. Misschien werd dat wel voorkomen door de moeder die in de laatste strofe haar holleblokken had uitgetrokken om de dochter aan den lijve te laten voelen wat zij vond van dat vroegtijdig vrijen.

Het lied werd voorgezongen aan en opgetekend door Walther Van Riet en gepubliceerd in “Zo de ouden zongen”. Over de oorsprong van het lied wordt niets gezegd, andere bronnen hebben we niet gevonden. We veronderstelden dat het zou gebaseerd zijn op een frans chanson, bijvoorbeeld “Tout le monde fait ça” of iets gelijkaardigs, maar die denkpiste loopt dood.

In de eerste strofe wordt de verbeelding van de toehoorder op de proef gesteld, want het tweede zinnetje eindigt op “naar het bal of cinema en ook nog ja”. En ook nog wat? Iets wat niet mag gezegd worden? Of gewoon uit rijmnood?

De tekst is in de stijl van Tamboer, maar een liedblad van hem met “Alleman doet dat” is ons niet bekend.

Alleman doet dat

Als men tegenwoordig ziet
naar de meisjes in ‘t verschiet:
zij worden van zestien jaar liefde gewaar.
En ze trekken, vrolijk, blij,
met een vriendje aan hun zij
naar het bal of cinema en ook nog ja
en als moeder reclameert en permitteert
roept het meisje met fatsoen:
laat mij maar doen!

Alleman doet dat,
alleman doet dat.
Moeder lief, dat kan geen kwaad,
g’hebt het vroeger ook gedaan.
Alleman doet dat,
alleman doet dat
vrijen, zie wat is de liefde toch een aardig spel.
Eerst zo een kus, klinkt als een bel,
dat doet er niemand verkeerd,
het wordt u vanzelf geleerd.
‘t Is een vreugde, ‘t is plezant
als ge met een lief uitgaat,
alleman doet dat!

En mijn zuster, die kapoen,
zie daar is niets aan te doen,
komt des avonds laat naar huis
stil als een muis.
Hoor ik zeggen tot haar lief:
‘t Is tot morgen, hartedief,
en mijn vader op de trap
roept: wat is dat?
Het is weeral over d’uur
gij klein postuur.
Zeg, wat gaat dat later zijn?
Snotneus, venijn.

Moeder ik vrij met Gustaaf,
wel hij is zo schoon en braaf,
laat hem binnenkomen, zie:
‘k heb hem zo lief.
Wel mijn kind, sprak moeder daar,
gij zijt nog maar zestien jaar,
steek dat vrijen en die min
wat uit uw zin.
Nooit verlaat ik hem niet meer
weende zij teer.
En moeder die gaf haar kloef,
hartenaas was troef!

Partituur * Alleman doet dat *
      1. instrumentaal

Tags:

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant All rights reserved.
This site is using the Multi Child-Theme, v2.2, on top of
the Parent-Theme Desk Mess Mirrored, v2.5, from BuyNowShop.com