0

De bende van de “Dameskous” (1941)

Geplaatst door Johan op 7 maart 2021 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen, WOII |

Tijdens WO II pleegden verzetsstrijders allerlei overvallen in het Limburgse, enerzijds om de vijand te dwarsbomen maar anderzijds ook wegens gebrek aan bestaansmiddelen. Zij vermomden zich met een nylon kous over het hoofd, vandaar de “bende van de dameskous”.  Enkele minder idealistische opportunisten maakten van de toestand gebruik om onder dezelfde vermomming maar los van de verzetsbeweging op rooftocht te gaan voor eigen gewin. Maar voor de slachtoffers maakte het niet uit welke motieven de rovers hadden, ze waren net zo goed hun geld kwijt. Er zouden nog tot in 1947 bendes opgerold en berecht worden.

Louis Boeren zingt over de misdrijven van de uiteindelijk gevatte bendeleden uit de streek van Zonhoven en Hasselt. We hebben niet zo direct andere bronnen gevonden die de door hem geciteerde feiten verduidelijken. Heel hard hebben we ook niet gezocht, wie er aan meedeed heeft allicht nooit het achterste van zijn tong laten zien en anderen wisten ook niet hoe de vork precies aan de steel zat.

Als zangwijze citeert hij “Sarina”. Dat moet het Javaanse volksliedje zijn waar in Nederland “Sarina, een kind van de dessa” werd van gemaakt en dat we al aanhaalden bij de “eerste golf” van de Corona-virus rampdagen.


De bende van de “Dameskous”

[A] Louis Boeren [C] P.D.

Wat hoort men nu heden ten dage,
wat klinkt er uit iederen mond?
Van inbraak van diefstal en moorden,
dat liedje klinkt steeds in het rond.
Men randt mensen aan op de wegen,
en plundert tot diep in de nacht.
Waar gaat nu het mensdom toch henen?
Wat wordt er ellende gebracht.

De rust en de vrede,
is lang niet verschenen, hier op dees aard.
De rust en de vrede,
dat is wat eenieder aanvaardt.

Beziet nu het geval van Stokrooie,
dat vredig en rustige oord.
Daar werd ‘s nachts een hoeve geplunderd,
met wreedheid, het is ongehoord.
Terwijl daar de dieven regeerden
en zochten naar weelde en pracht,
werd daar de familie in kwestie
als ‘t ware ten onder gebracht.

Dan nog het geval in de molen
tussen Runkel en Binderveld,
daar woonde Vanrusselt verscholen
in bossen, in beemden en veld.
Dat wordt dan bezocht door de dieven,
‘t was avond en ieder was thuis.
Zij hadden hen alles ontnomen
en vluchtten er mede inkluis.

Wie heeft niet gehoord van de mare,
die misdaad daar in Herk-de-Stad?
Daar waagden de dieven een inval,
wat heeft dat geen naklank gehad.
Daar was het geweld zeer onmens’lijk,
zij maakten vanalles daar buit.
Zij gingen gepakt en geladen
de woning Vanduren al uit.

Partituur * De bende van de Dameskous *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De vlucht der Duitsers en der vrouwen met afgesneden haar

Geplaatst door Johan op 4 maart 2021 in liedbladen, liederen, Wereldoorlog |

Leon Vanderplancke bezingt met enigszins ingehouden woede het onbetamelijk gedrag van enkele opportunistiche landgenoten tijdens de Groote Oorlog en de gevolgen daarvan toen de troepen van de Duitse Keizer waren gevlucht of gesneuveld.

Het thema kwam hier al meermaals aan bod want ook na WOII was het “populair”

De vlucht der Duitsers en der vrouwen met afgesneden haar

862 [A] Leon Vanderplancke [C] Walter Kollo

Vrienden, luistert naar ons lied,
wij gaan u verklaren
hoe wij met de Duitsers hier
ja hebben gevaren.
Zij eisten hier alles op,
ja tot zelfs de wolle,
al ons koper, nikkel, staal,
’t was verdomd geen lolle

1.2. De snelle keizer,
die verkenskop,
hij was van ijzer,
nu krijgt hij klop.
Die vuile klikke
met man en paard
is nu geen sjieke
goei’n tabak waard.

Wilde men om eten gaan,
al die markenpakkers,
ja gaan vluchten moest men dan
in huizen, in akkers.
Zonder geld in uwen zak
kreegt ge een pak slagen;
in de Pupils, in den bak,
voor vercheiden dagen.

En zovelen van ons volk
deden daarmee zaken.
Zouden wij dat deugnietsgoed
hunne nek niet kraken?
En de meisjes, gans verzot
op die Duitse pinnen,
ja, zij hielden daarmee krot
vol liefde en minne

3.4. Al was Lousberghe
een schandestraf,
die schone meisjes
hun haar moet af!
’t Zijn als de apen
met bloten kop,
laat ons maar zingen:
de schaar er op.

Velen, kregen hunne straf
van onze soldaten:
tot op ’t vel hun haren af,
en geen klacht kan baten.
Ieder die’t met Duitsers deed
zou men niet mogen sparen.
Elkeen zegt: ’t is wel besteed,
’t zal hun botten varen.

Partituur * De vlucht der Duitsers *
      1. instrumentaal (met intro)

 Bronnen:
zangwijze:"Das war in Schöneberg, in Monat Mai" 1913, Berlijn
Gezongen door Lisa Weise, Oskar Sabo, Marlène Dietrich
Liedblad van Leon Vanderplancke (MUZ0528 pag. 81)
Stoom-Drukkerij H. Van den Broeck-Jacobs,
St. Janstraat, (Park) Aalst

Tags:

Copyright © 1995-2021 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com