0

Lucie de arme wees

Geplaatst door Johan op 26 februari 2022 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Gevonden in MUZ0132 “Zo d’ouden zongen” (Walther van Riet) pag 436 die 11 strofen kon optekenen.

Ook Alfons de Belie vond het met 12 strofen in een liedjesschrift en schreef de muziek over die Walther Van Riet had genoteerd.

Roland Desnerck zag het in “Het liedjesschrift van Nick Vanslembrouck” onder de titel “De Vondeling of Laura en Alfons” met 24 halve strofen maar vond de melodie niet.

Het zal duidelijk zijn dat dit een (zeer) oud lied is, het aantal strofen wijst daarop. Het tragisch-romantische verhaal is niet op controleerbare feiten gebaseerd en het eindigt (dan ook) met een haast mirakuleuze ontknoping.

Een gelijkaardig verhaal én ontknoping vinden we vele jaren later gecondenseerd terug in “L’hirondelle du faubourg” alias “De kleine zwaluw“, op een modernere melodie.

Lucie de arme wees

[A] onbekend [C] onbekend

Ik ben een wees, waar moet ik henen dwalen.
Van m’n achttien jaar leef ik in een hartzeer.
Mijn brave ouders die zijn mij nu ontnomen,
ik dwaal hier gans alleen hier op het wereldsplein.
Maar ene boer hoorde haar bitt’re klachten
en sprak: “Lucie, ’n vrees voor geen gevaar.

Zijt gij een wees, gij moogt hier blijven wonen
en denken als dat ge bij uw ouders zijt.

Zij woonde daar als kind in huis geboren
omtrent drie jaar en dacht aan geen gevaar
Maar naar de stad daar moest zij alle dagen
boter gaan dragen bij enen rijken heer
waardat den zoon in haar vond zijn behagen
en sprak: “Lusie mijn allerliefste zoet!

Uwe schoonheid staat ook in mijn memorie”
En gaf haar een ring waarin stond zijne naam

Zij sprak Victor dat kan ik niet geloven
Ik ben een wees, ik heb noch geld noch goed
Bedenk toch eens den hoogmoed van uw ouders
Is dat wel liefde met een oprecht gemoed?
o ja, sprak hij, den trouw heb ik u gezworen
Maar zoo kwam zij in schande en in pijn

Maar als zijn ouders dat hadden vernomen
Moest hij naar school gaan om doktoor te zijn

Maar van het hof daar werd zij weggejagen
Wist geenen troost waar zij moest binnengaan
Zoo dwaalde zij door bosschen en door straten
Achter het hof kwam zij in enen bosch
Aan dees kapel deed zij hare bittere klachten
En riep: “ach God wat moet ik onderstaan

Is er geen mens die mijn leed kan verzachten
Helaas ik gevoel den barensnood komt aan”

In smart en pijn kwam zij haar kind te baren
Maar zie toch eens wat ene moeder lijdt
Aan dees kapel vroeg zij aan God genade
Bewaar mij toch en mijn klein schepsel teer
Zij sprak: “Mijn kind, waar moet ik nu gaan dwalen
Wist geenen troost dan’t te leggen op den grond

en enen priester heeft het opgenomen
den vondeling die aan haar bedde stond.

Zo dwaalde zij als een bedrukte moeder
Aan een rivier waar zij haar klachten doet.
Een arme vrouw die kwam haar daar te vinden
zegt: “Creatuur, zeg mij uw droef gemoed.”
Lucie die sprak: “mijn kind is gans bezweken
En d’arme vrouw die nam haar bij haar hand

Naar hare woning kwam zij haar bijstand geven
zij woonden daar te samen twintig jaar.

De priester heeft het kind van de grond genomen
en onderzocht wie dat zijn ouders zijn
en in het doopsel zijne naam ontvangen
en voor vijf jaar naar ene school gedaan.
De vondeling erkenden gene ouders
tot zijn verdriet, zo werd tot hem gezeid

Na twintig jaar kwam hij hem aan God te begeven
waar dat hij zelf als priester werd gewijd.

Wat blijde dag als hij dat kwam te ontvangen
Vroeg hij aan God wie zijne ouders zijn
Naar ’t hospitaal daar werd hij gezonden
waar dat hij zag vele zieken in druk en pijn.
Daar zag hij alle dagen zijnen vader
die bij de zieken was als chirurgijn

en aan elkaar gene kennis kwam te geven,
de vondeling smeekte van verdriet en pijn

Zijn brave moeder was ook nog in het leven
zij werd ook blind naar ’t hospitaal gebracht.
Daar was het kind dat aan zijn ouders denkte
wanneer hij deze bedrukte moeder zag.
Hij ging bij haar om ’t leed wat te verzachten
maar den doktoor die aan haar bedde stond

die nam haar hand om haar ogen te genezen
en zag er de ring waar zijnen naam in stond.

“Wie vind ik hier in deze ziekenzalen
O God, Lucie, mijn allerliefste zoet.
Zeg mij toch eens waar is uw kind gebleven
ik ben den heer die u genezen moet.”
Lucie die sprak:” mijn kind is gans bezweken
wist genen troost dan te leggen op de grond

en enen priester heeft het opgenomen”
den vondeling die aan haar bedde stond.

De vondeling hoorde dees woorden spreken
uit elke oog bolde er ene traan
“Nu vind ik hier, o God, mijn brave ouders
ik ben hier meer dan tweeënveertig jaar.”
Den vondeling erkende zijne ouders
en ik dank God in welke staat ik leef.

Daarna kwam zij ook haren geest te geven
adieu en Victor en kindlief voor altijd.

Partituur * Lucie de arme wees *
      1. instrumentaal

 Bronnen:
gevonden in MUZ0132 "Zo d'ouden zongen" (Walther van Riet) pag 436 (pdf pag 428)
cfr . lied nr 840 "De Vondeling of Laura en Alfons" in MUZ0815 Muzikaal Erfgoed Oostende
Ook in MUZ0099 "Zo werd gezongen" (Alfons De Belie) pag. 53 - 10 strofen

Tags:

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1967-2022 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is gemaakt met behulp van het Multi kind-thema, v2.2, op
het bovenliggende thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com