1

Dan is het Kermis

Geplaatst door Johan op 24 juni 2019 in liedbladen, liederen, WOII |

Op diverse liedbladen werd als zangwijze “Hop met de beentjes” vermeld. Niet te vinden dachten we. Blijkt het simpelweg één van de vele werkjes van Arnold Frank en Wim Kreuer te zijn onder de titel “Dan is het Kermis“. Daarin beschrijven ze reeds in 1942 wat er zal gebeuren als de oorlog gedaan is.

Het lied maakte deel uit van de “Kermis Revue” die toen in de Antwerpse “Ancienne Belqique” werd opgevoerd, in volle oorlogstijd. In de liedjestekst wordt geen kwaad woord verteld over de Duitse bezetter – dat zou ook zeer dom geweest zijn – maar een goede verstaander heeft zelfs geen halve komma nodig om te begrijpen dat die bezetting niet in dank wordt aanvaard.

Tamboer (lied nr 320) en Frans Jacobs namen het over op hun repertoire en hun liedbladen, zonder vermelding van de echte auteurs
Op een plaatopname uit 1945 wordt het gezongen door “Willy Westman”, een pseudoniem van een (jonge) Dolf Brouwers die 30 jaar later wereldberoemd zou worden als de stuntelige (en irritante) Sjefke Van Oekel in zijn “discohoek” op VPRO-televisie. Reeds! Grote genade, wordt het toch nog gezellig!


Dan is het Kermis

662 [A] Arnold Frank [C] Wim Kreuer 1942

Als de woek’raars zullen boeten
en betalen d’oorlogsschuld,
als de eieren weer ne frank zijn
en de boer ons niet meer kult,
als ons zolen weer van leer zijn
en de kneip weer koffie is,
als we krijgen biefstuk fritten,
ja, dan is het kerremis!

Hop met de beentjes, Marieke,
hop met de beentjes, Lowies!
Dan mag de beiaard weer spelen,
dan is het weer kerremis!
Hop met de beentjes, Marieke,
hop met de beentjes, Lowies!
Dan mag de beiaard weer spelen,
dan is het weer kerremis!

Als ons stoofken weer zal branden
met anthraciet à volonté;
als ons gaz niet meer zal uitgaan
en daar is weer crême fouettée;
als ons ventje weer kan smoren,
als er weer van alles is,
als weer ‘s avonds ‘t licht zal branden,
ja, dàn is het keremis!

Als we ons weer kunnen kleden
zonder punten, zonder kaart;
als we volle mellek krijgen
en weer zeep voor onzen baard;
als de feestklok weer zal luiden,
als weer alles rustig is,
als weerkomt de schone vrede,
ja, dàn is het kerremis!

Partituur * Dan is het Kermis *
      1. instrumentaal (met intro)

Tags:

0

Endjesstekkers

Geplaatst door Johan op 17 juni 2019 in liedbladen, liederen, WOII |

In 1939 verscheen de Duitse film “Bel Ami”

Het titellied van de film “Du hast Glück bei den Frauen Bel Ami”, gezongen door Lizzy Waldmüller maakte indruk en werd tijdens WOII door marktzanger “Bertino van Oostende” – pseudoniem van Albert Lingier (1915-1969) – van een nieuwe tekst voorzien en spottend gezongen. Hij beschrijft één van de gevolgen van de rantsoenering waarbij de mannen die niet ten strijde trokken en zich verveelden omdat er niets te doen en nog minder te verteren viel verwoed op zoek gingen naar sigaren- en sigarettenpeukjes om de restjes tabak te kunnen recycleren.

De endjesstekkers

661 [A] Bertino van Oostende [C] Theo Mackeben – melodie “Bel Ami”

De toebak is gerantsoeneerd
en vele mannen hebben nu geleerd
een nieuwe stiel voor Jan of Sissen
een vakschool kosten ze best missen
Zo gans de dag, ja op de straat,
zo op en af precies op maat.
Ze zijn hun eigen baas en
niemand die het hem aangaat.

Ja, en gelijk waar dat ge nu gaat
ziet men mannen bukken, stuipen langs de straat.
Knippen een eindje alhier,
stekken een eindje aldaar,
nu wat drogen, dan de toebak bij malkaar.
d’Endjes stekkers die zijn steeds blij vol zin
met hun toebak, t’echte merk Egyptjin.
En wat hun vrolijk miek,
d’Endjesstekkers zijn steeds kwiek
met hun toebak voor de pijp en voor de chique.

Heeft je vrouw je al lang gekloot
en ga je nu op zekere dag dood?
Er zijn er niet veel die dat wisten:
je hebt veel volk achter je kist(e)
Der zijn er wel veel vrienden bij
maar kijk eens naar de laatste rij:
de endjesstekkers gapen, rapen,
zijn er geren bij.

Gaat ge langs de Boulevard du Midi,
Torhoutse steenweg of Petit Paris,
je ziet daar Jef, Lowie of Manten,
ze lopen gelijk d’olifanten.
Met hunne snuiter naar de grond,
met scherpe ogen en een trek rond hun mond
speuren ze naar wat verse peuken
tussen paardestront.

Partituur * De endjesstekkers *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Het Fort van Breendonk

Geplaatst door Johan op 10 juni 2019 in cahiers, liederen, schrift Mathilde Crickx, WOII |

In 1943 brachten The Ramblers hun zoveelste swingende dansmuziekje uit…

Zoals wel vaker negeert de fonoplaatopname van The Ramblers de strofen van het lied…

Een onbekende auteur schreef een paar jaar later een nieuwe tekst op deze melodie om de gruweldaden van de beulen in het kamp van Breendonk aan de kaak te stellen en gepaste straffen aan te kondigen. Mathilde Crickx schreef het op zodat dit wraakgedicht niet verloren ging.

Het Fort van Breendonk

660 [A] onbekend [C] Jack Bulterman “ik wil alles voor je doen

Geen van hen heeft dat gedacht, in hun leven
hebben zij zoveel misdaden begaan
nu moeten zij daarvoor boeten
laat hen maar in d’aarde wroeten
tot zij hun gerechte straf dan ondergaan.
Ieder misdaad die zij aan ons bedreven,
ieder moord door één van hen ooit begaan
dat moet nu gewroken worden
op die bloeddorstige horden
leer hen nu een ander in hun schoenen gaan

In Breendonk verdekkie daar is het plezant,
daar komen de beulen bijeen van ’t ganse land
Gestapo en VNVers en nog ander Duits krapuul
en zij krijgen, dat is klaar,
loon naar werken, het is waar.

Geen van hen heeft dat gedacht, in hun leven
hebben zij zoveel misdaden begaan
nu moeten zij daarvoor boeten
laat hen maar in d’aarde wroeten
tot zij hun gerechte straf dan ondergaan.
Ieder misdaad die zij aan ons bedreven,
ieder moord door één van hen ooit begaan
dat moet nu gewroken worden
op die bloeddorstige horden
leer hen nu een ander in hun schoenen gaan

Nog voor een paar dagen, ’t is waar wat ik zeg,
zochten deze kerels nog naar den kortsten weg
om naar Afrika ’t ontkomen.
Neen, geen dacht er in zijn dromen
aan het lot dat hen nu wacht
en waar elk van ons naar tracht.

Partituur * Het fort van Breendonk *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Toen ik in de Congo was

Geplaatst door Johan op 3 juni 2019 in liedbladen, liederen, Over Liefde & Verdriet |
Waarschuwing: dit lied is naar de huidige normen (of toch die van  maximum 82% der stemgerechtigde Belgen)  “politiek incorrect” en riskeert een storm van protesten uit te lokken. Misschien komt deze website daardoor wel in alle gazetten 🙂

We vonden het op een liedblad van Alois Van Peteghem uit St. Amandsberg – Gent.

Voor de melodie maakte hij gebruik van “Elle danse le Charleston” van de gebroeders Langlois, zeer populair want in die tijd door meerdere marktzangers in bruikleen genomen, zie bijvoorbeeld “De vuilste varkens willen ’t schoonste stroot“.
Dat betekent ook dat dit lied werd gedrukt tussen 1927 (publicatie van de originele melodie)  en circa 1930 (einde van de zangloopbaan van A. Van Peteghem)

Hij begint al meteen met een neologisme: een Congolese wordt een “Congolinne“, want het moet rijmen met “minne“. Hij noemt haar “Dokadiena”, we weten niet waar dat op slaat. Het is wel een familienaam die echt bestaat… zij het dan in de omgeving van Moskou.

Van Peteghem verhaalt een gefantaseerde affaire met een Congolees meisje en verwerkt daarin vele vooroordelen en clichés die in zijn tijd over “wilde, onbeschaafde” Afrikanen de ronde deden. Dat moest hij doen om zijn betalende toehoorders ter wille te zijn, maar het zou nu niet meer kunnen, tenzij dan op gesloten bijeenkomsten van Geschilde Vrienden of zo.

Toen ik in de Congo was

Ik zag eens een Congolinne langs enen boskant
Zij sprak mij al van de minne, zij was g’heel charmant.
Ik verstond dat zwartje goed
‘k Voelde voor haar minnegloed
Zij kwam dan wat dichterbij en zij die zeide mij:
“Witte, neemt mij voor uw vrouw,
ik blijf u altijd getrouw!”

Dokadiena, zei ze, dat is mijne naam
en ik maak al met mijn toeren veel reklaam
want ik heb macht gelijk een reus
en ik kan fretten, ‘t is affreus.
‘k Eet konijnen, everzwijnen, dat smaakt goed,
en ook mollen, rauwe knollen vind ik zoet.
Zij sprak alsdan: “‘k Wil u tot man”
Maar ik zei, maar ik zei,
Dokadiene, blijf van mij!”

En ik kwam haar goed ‘t aanschouwen,
zij had schoon krolhaar,
handen gelijk katteklauwen
vond ik veel te zwaar.
Zij had ook dat mollig ding,
in de neus een gouden ring.
Weinig kleren rond haar lijf,
zij trok op een potschijf.
Z’had veel tanden in de mond
en een kolossale kont.1

Ik liet haar alzo niet lopen, ik vond dat niet goed.
Ik kwam haar een kleed te kopen en ook enen hoed.
Nu vond zij zich lief en schoon,
‘k nam haar mee al naar mijn woon.
Zij was nu oprecht kontent
ik was een brave vent.
Ik kreeg van die malse poes
dan standvastig toes op toes.2

Zij sprak altijd maar van fretten,
eten dat ze kon.
Zij zat somtijds te lampetten3
aan mijne bierton.
Op ne keer was zij zo zat
en ze pakte mijne kat
en ze at ze op voorwaar
met de kop, staart en haar.
Zij was nog niet goed gevuld,
z’had nog niet genoeg gesmuld.

Zij liep dan koleirig naar mijn vogelmuit
en ze trok de papegaai er haastig uit.
Die schone vogel, rond en vet,
heeft ze ook smaak’lijk opgefret.
Twee konijnen sloeg ze nog in hare kraag
maar ik vond haar daden nu zeer laf en laag.
Ik zond den hond op haar nu af,
maar pardaf, dat was straf,
zij beet zijne staart nog af.


1 op het liedblad staat zedig een k met drie puntjes erachter
2 wij kennen het woord “toes” niet maar in Gent is dat een tjoeze, een totse, een kus.
3 uitgaan om lang en veel te drinken

Partituur * Toen ik in de Congo was *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De oorlogsellende

Geplaatst door Johan op 27 mei 2019 in cahiers, liederen, schrift Mathilde Crickx, WOII |



Lied nr. 40 in het “Liekensboek Van Mathilde Crickx, Wintam”. In de marge schijnt ze aan te geven dat ze het in 1944 opschreef.
De melodie “Aan het strand stond een meisje” komt van “Fahr’ mich in die Ferne mein blonde Matrose”, ook bekend als “Am Golf von Biskaya”. Volgens de Catalog of Copyright Entries zou dat walsmelodietje in 1941 bedacht zijn door J. Pfeil, waarschijnlijk een accordeonist.
In de marktzangersversie wordt het lot van de onfortuinlijke opgeëisten nog eens1 in de verf gezet: mannen of vrouwen die aan de dienstplicht waren ontsnapt maar door de bezettende vijand werden verplicht (of gelokt met veel geld) om in Duitsland te gaan werken en er de strijdende Duitse soldaten te vervangen in boerderijen en fabrieken.

De oorlogsellende

De oorlogsellende,
dat droevig bestaan,
verplicht vele Belgen
naar Duitsland te gaan.
Hun lot ligt voorhanden
gestremd door de nood,
gaan zwoegen en werken
voor een bete brood.

Verre van vrouw en kroost,
ons nood gaan verzachten,
in ’t land waar ze ons, Belgen,
durven verachten.
Wij leefden in vrede,
waarom moest dat bestaan?
Ach God hoort ons bede,
laat ons naar huis weergaan.
Wij leefden in vrede,
waarom moest dat bestaan?
Ach God hoort ons bede,
laat ons naar huis weergaan.

De oorlogsgevaren
die dreigen voortaan,
en soms ganse nachten
in schuilplaatsen gaan.
Benauwd op de zijnen
zo verre van hem
als ’t gevaar is geweken
dan zegt hij met klem.

Zijn wij op de wereld
daarvoor moeten komen?
Geen slaap en beroofd
van die lieflijke dromen.
Veel liever in België
met een stukje droog brood
dan hier moeten wachten
op het uur van ons dood.

Veel liever in België
met een stukje droog brood
dan hier moeten wachten
op het uur van ons dood.

Gij Vader en Moeder
denk steeds aan uw kind
dat daar moet gaan werken
en geen troost meer vindt.
Zo verre gescheiden
van hen die hij mint,
’t zij vroeg of ’t zij late
keert terug blij gezind.

Naar ’t oord waar die wiege
voor mij was geschapen
naar ’t land waar men toch nog
wat rustig kan slapen.
Gij zusters en broeders
die mijn leed kunt verstaan
laat u niet bekoren
om naar Duitsland te gaan.
Gij zusters en broeders
die mijn leed kunt verstaan
laat u niet bekoren
om naar Duitsland te gaan.

En gij wrede mensen,
wat heb ik misdaan
om van vrouw en kinderen
zo ver weg te gaan,
om beterswil zwoegen
maar eens komt de tijd
en dan durf ik zweren,
als ik ben bevrijd:

Mijn vrouw en mijn kroost
wil ik nooit meer verlaten.
Liever zoek ik ginder
mijn brood langs de straten.
Met vrouw en met kinderen
wil’k d’ellende doorstaan
en nimmer of nooit meer
nog naar Duitsland heen gaan.
Met vrouw en met kinderen
wil’k d’ellende doorstaan
en nimmer of nooit meer
nog naar Duitsland heen gaan.


1 zie ook Aan de ongelukkige opgeëisten

Partituur * De oorlogsellende *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Monumentaal boekwerk in drie delen

Geplaatst door Johan op 23 mei 2019 in nieuws |

Roland Desnerck is wereldberoemd in Oostende en bracht in eigen beheer zijn zoveelste boekwerk uit over zijn bakermat Oostende, de Oostendenaars en hun geschiedenis. Zijn laatste exploot werd een trilogie omdat 1015 liedjes – waarvan bijna de helft mét muziekpartituur – in één boek proppen onpraktisch was. In “Muzikaal Erfgoed van Oostende” valt dus één en ander te ontdekken!

De auteur “beperkte” zich tot liederen uit de periode 1600-1945, de periode dus waarin de marktzangers niet uit het straatbeeld waren weg te slaan.

Het eerste deel dat een jaar geleden verscheen, bevat liederen i.v.m. de geschiedenis van Oostende, de zeemans- en vissersliederen, de moordliederen.
In het tweede deel komen de “Kluchtliederen” aan bod over kermis, vrijen, huwelijk, pastoors en nonnetjes…
Het derde deel, pas verschenen, bundelt treurliederen over mislukte liefde, weeskinderen, oorlog.

Niet alle liedjes zijn puur Oostends erfgoed. Soms volstond de vermelding van “Oostende” ergens in de tekst om het op te nemen of het feit dat het werd ontdekt in een liedjesschrift van een Oostendenaar en bijgevolg ooit in Oostende gezongen.

De auteur geeft telkens keurig de bronnen van zijn vondst of andere vindplaatsen aan en hij heeft zeer veel moeite gedaan om de bijpassende zangwijzen terug te vinden én te publiceren. Dat laatste is niet altijd gelukt maar we weten uit eigen ervaring dat dit inderdaad niet evident is. We zullen dus op deze website ons best blijven doen om die ontbrekende melodieën stelselmatig op te sporen en aan te bieden 🙂

Ondertussen kunnen we deze 3 volumineuze naslagwerken alvast aanbevelen bij iedereen die zijn bibliotheek wil aanvullen met een schat aan oude liederen.

Het vergt overigens enige moeite om die boekwerken aan te schaffen als je ver van Oostende woont: ze zijn aldaar “in alle Oostendse boekhandels” te koop maar de gewone boekhandel en hun online varianten hebben ze vooralsnog niet of niet meer. Uitzondering zou “Storesquare” moeten zijn die ondermeer samenwerken met “Maison d’Art – Oostende”. Daar zijn momenteel deel I en deel II in de catalogus opgenomen.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com