1

Eens komt weer de dag van de Vrede !

Geplaatst door Johan op 6 december 2019 in liedbladen, liederen, Soldaten, WOII |

In “Komt vrienden, luistert naar mijn lied (1750-1950)” (Lannoo, 1985), door studenten bijeengesprokkeld onder de leiding van professor Stefaan Top, wordt het lied “Eens komt de dag van de vrede” toegedicht aan Hubert Geens uit Aarschot omdat het op één van zijn liedbladen stond. Wij vonden het aanvankelijk enkel terug op een liedblad uit Antwerpen van “De Lustige Sinjoor”, alias van Arnold Frank (August Hermans) en daar wordt W. Vervoort (terecht) als tekstschrijver genoemd.


Uiteindelijk bleek “De Lustige Sinjoor” ook hier vooral promotie te willen maken voor één van zijn bladmuziek-uitgaven, waarop we kunnen zien dat niet alleen de tekst maar ook de muziek bedacht is door Willy Vervoort.

Willy Vervoort (°1905 +1964), een Nederlander, geboren in Den Haag, was in zijn geboorteland voor WOII nauwelijks gekend. Hij was vanaf 1930 als jongeman immers gaan werken in de Folies Bergères te Brussel en in de Ancienne Belqique van Antwerpen. Eerst als koorzanger en figurant maar al snel als volwaardig acteur en als radio-vedette. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schreef hij revues en werd hij ondermeer regisseur in de AB van Antwerpen. Bekende liedjes uit die tijd waren “Reviens” en “Als op de Keizerlei het licht weer branden gaat”1. Hij verhuisde na WOII naar Rotterdam en zette er zijn carrière verder met optredens in het radioprogramma de Bonte Dinsdagavondtrein. Er kwamen ook enkele fonoplaten uit bij DECCA en Philips. Misschien had hij een licht Antwerps accent opgeraapt na 15 jaar België want Co De Kloet noemt hem in zijn boek “Bloesem van Seringen” de “Vlaming Willy Vervoort die de tekst schreef van Cheerio Holland”. Misschien ook omdat hij (zoals in dit lied) wat Franse woorden in zijn teksten gebruikte?

Vervoort stond bekend om zijn (zachte) humor en die vinden we ook terug in dit lied. Het werd wellicht gezongen in één van de revues die hij tijdens WOII maakte in Antwerpen.


1 niet te verwarren (of toch wel?) met het in 1943 door Willy Walden (van Snip & Snap) gezongen lied “Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan”. Auteurs daarvan zijn Bert Van Eyck (tekst) en Cor Steyn (muziek). Die “Bert Van Eyck” is een alias van Jacques van Tol: tijdens de oorlog schreef hij onder zijn eigen naam pro-Duitse teksten en voor minder duitsgezinde liederen gebruikte hij dus een alias. Omgekeerd zou niet mogelijk geweest zijn maar zijn “dubbelrol” zorgde na de oorlog toch voor heel wat moeilijkheden.

Eens komt weer de dag van de Vrede !

[AC] Willy Vervoort

We leven in een rare tijd,
een tijd van grote dingen,
maar wat er ook gebeuren mag,
ik blijf mijn liedje zingen,
nu alles is gerantsoeneerd
naar vastgestelde regels,
Alleen de lach, de zang, humor,
dat is nog zonder zegels.
Ik ben en blijf een optimist
totdat ik dood lig in mijn kist.

Want eens komt de dag van de vrede,
dan is de miserie gedaan,
dan valt er niets meer naar beneden,
dan gaan al de lichten weer aan.
Dan hoor je geen afweergeschut meer,
dan is er weer spek in de pan.
Van ravitaillering en van rantsoenering
daar spreken we dan niet meer van.
Van ravitaillering en van rantsoenering
daar spreken we dan niet meer van.

Ik eet mijn dagelijks rantsoen,
maar ‘k word er niet te dik van.
Ik slik mijn brood van suikerbiet
maar ‘k krijg er zo de hik van.
Ik eet saucis en leverworst
al valt er op te passen:
‘t gebeurt zo vaak dat zo’n saucis
ineens begint te bassen.
Zolang ‘t een charcutier goed gaat
ziet men geen hond meer op de straat.

‘k Heb een bomvrije rez d’chaussée,2
een bed in pantserplaten,
een keuken in beton armée,3
een kleerkast vol granaten.
Ik slaap vier hoog op de mansarde4,
daar schijnt het zonlicht helder,
maar komt er nachtelijk bezoek,
dan kruip ik in de kelder.
Mijn schoonmama staat op ‘t balkon
met een splinternieuw afweerkanon.


2 Gelijkvloers
3 Gewapend beton – versterkt dus met betonijzers
4 Kamer onder de dakpannen

Partituur * Eens komt weer de dag van de Vrede ! *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Een moeder wacht op haar zoon / Kus mij nog eens

Geplaatst door Johan op 1 december 2019 in liedbladen, liederen, WOII |

Op een liedblad van Jaak Van Gestel dat kort na de oorlog verscheen staan enkele liedjes waarvan de marktzanger expliciet vermeldt dat hij de teksten ervan zelf schreef. De melodieën verwijzen stuk voor stuk naar populaire liederen van dat moment.

Zo is het lied “Een moeder wacht op haar zoon” geschreven op de melodie van “Kus mij nog eens” – een ander lied op de keerzijde van het zelfde liedblad. Dat heeft Van Gestel dan weer min of meer vertaald van de engelse versie (“Kiss me again”, 1944, Sunny Skylar) van  “Besame Mucho”, een liefdesliedje dat de Mexicaanse componiste Consuelo Velazquez schreef in 1941. The New York Times schreef hierover bij haar overlijden in 2005:

Trained as a concert pianist, she wrote the original Spanish lyrics for "Bésame Mucho" when she was 25 and, as she liked to say, had never been kissed.

Het werd een wereldhit en wordt nog steeds gezongen. De Braziliaanse bossa-nova versie van Joao Gilberto (gitaar en zang) uit 1977 vinden wij één van de beste!

Kus mij nog eens

Kus me nog eens!
Kus me, mijn liefste.
Bij elke zoen van je mond hoor ‘k een jubelend gezang.
Ach allerliefste
Hou m’in je· armen
‘t is al wat ik van jou verlang.Door jou omhelsd geweest
voeld’ ik ‘t geluk voor ‘t eerst,
mijn hart heeft zoo nooit getrild.
‘k Heb er nooit op gewacht
of er nooit aan gedacht.
Het lot heeft het zo gewild

‘k Heb je zo lief!
O, blijf steeds bij me
Kan zonder jou niet meer voort.
Zonder jou ben ‘k in rouw.
Voor jou wil ik leven,
Kus me en blljf me voor immer en eeuwig trouw!
Hou m’in je· armen
‘t is al wat ik van jou verlang.

Partituur * Kus mij nog eens *


Voor zijn ontroerend relaas over een moeder, die smachtend wacht op de terugkeer van haar zoon uit krijgsgevangenschap, week Van Gestel lichtjes af van de oorspronkelijke structuur van Besame Mucho maar over het algemeen volgen zijn teksten vrij getrouw de originele melodie en slaagt hij erin teksten te produceren zonder storende verkeerd gelegde klemtonen. Een bekwaam tekstdichter dus!

Een moeder wacht op haar zoon

Mijn lieve zoon,
sinds je ging henen,
sinds die verraders je wegsleepten uit onze woon
was het geluk voor mij verdwenen.
Dagen en nachten wacht ik op uw thuiskomst, mijn zoon.

Vijf jaren wachten en steeds in gedachten,
waar zou je nu toch kunnen zijn?
Kon ik maar weten of jij nog zou leven
dan zou ik weer gelukkig zijn.
Maar moest u iets zijn overkomen
zonder u wil ik niet langer in leven zijn.

Dag voor dag staat z’in de rangen
met starend’ ogen wacht zij daar op iedere trein,
staat zij daar tussen de moeders,
met bangen blik denkt zij: zou hij daar nu nog niet zijn?
Daar hoort z’opeens het gebulder, gekraak,
enen trein komt daarginds weder aan.
Hij komt steeds nader, zij slaat hem maar gade
en staat met het hart vol getraan.

Plots hoort zij het, een stem roept: “Moeder!”,
daar valt zij in de armen van haren zoon.
Het geluk was weergekomen,
nu was de vrede ook in deze moeder haar woon.
Nu was de vrede ook in deze moeder haar woon.

Partituur * Een moeder wacht op haren zoon *
      1. instrumentaal

Tags: ,

1

Frans leren

Geplaatst door Johan op 24 november 2019 in liedbladen, liederen, Spot & Ironie |

Op liedblad nr 74 van Frans Jacobs vonden we dit:

Jacobs vermeldt als z.w. (zangwijze) het lied “Je frambaise” en bewijst hiermee (misschien als grap) zijn eigen beperkte kennis van de franse taal. Het gaat in feite om het lied  “Les fraises et les framboises” dat we al kenden van “Het lied over den coureur Constant Van Impe

Frans leren

687 tekst: Frans Jacobs – muziek: trad “Les fraises et les framboises”

Als ik ging naar de schole
‘k Leerde van alles goed
Ik heb de franse tale
bemachtigd en zeer goed
Kan alles lezen, schrijven
gelijk nen franskiljon
want met de franse tale
gaat men de wereld rond

Un lapin dat is ne kater,
cochon dat is ne man
en manger is een glas water
Beaucoup is’n koffiekan
Un enfant dat is nen ezel
église dat is nen hoed
et un boeuf dat is een kwezel
la main dat is nen voet.

Toch blijf ik voort studeren
en ‘k word wel vroeg of laat
als ik zo voort blijf leren
doktoor of advokaat
een klerk of een notaris
dat zal een leven zijn
of ook nog secretaris
met mijn frans en latijn

Un chameau dat is een katte
chemise dat is nen hond
un pigeon dat is een ratte
rosbeef dat is ne stront
un cheval dat is een kieken
notaire dat is nen dief
un lion dat is een bieken
l’amour dat is nen brief

Als ik later zal trouwen
een meisje fijn en chique
dan kan zij janverdomme
geleerd worden als ik
Ja, ‘k zal haar liefde geven
vrienden, dat is geen zwans
ik zal haar alles leren
van ’t huishouden in ’t frans

Un chien dat is een handdoek
un fou is een doktoor
banane dat is nen zweetvoet
garçon is nen pastoor
un boudin dat is ne vogel
étoile dat is de maan
le soleil dat is ne kogel
une vache dat is nen haan

Partituur * Frans leren *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Ons huisje in Vlaanderen

Geplaatst door Johan op 17 november 2019 in cahiers, liederen, Wereldoorlog |
  • Dit lied bekwam den eersten prijs in den kampstrijd van oorlogsliederen, uitgeschreven door de Belgische Standaard (1916)
  • Roland Desnerck (nr. 896) vond het – zonder muziek – in het liedjesschrift van Louise Maenhout
  • Partituur gevonden in “Zes Oorlogsliederen“, De Panne, (De Belgische Boekhandel Juul Filliaert). Volgens een artikel in “Ons Vaderland” van 23 juni 1918 zijn de liederen geschreven door Robert De Leye. De tekst komt echter van Theo Walter, De Leye is de “toondichter”.

Wij houden ons in principe ver van de in onze ogen gekunstelde, licht verkleuterde taalpropaganda liederen, die blijkbaar niet zonder verkleinwoordjes kunnen en gemaakt en gepubliceerd werden om het Vlaamse Volk tot “een hoger cultureel niveau” te verheffen. We doen het uitzonderlijk toch een keer, al is het ondenkbaar dat dit soort liederen door marktzangers of in café-chantants werd gezongen. Het lijkt meer iets voor de muzikale opvoeding in de kostschool bij de nonnetjes.

Ons huisje in Vlaanderen

Ons lieve huisj’ in Vlaand’ren, hoe wondermooi het stond,
eer die vervloekte duitser dit heiligdom’ke schond.
Al kronk’lend kwam het laantje tot voor het kleine huis
waar boven ’t bleek groen deurtje blonk witgekalkt een kruis.

Een eeuwenoude linde bleef ’t hofken steeds getrouw
en ’t lieve lindenlover schud’ elken dag zijn dauw,
met zangen van de vogels voor ’t lemen huisje uit.
En ’t zonn’tje schoot zijn straalkes bij ’t eerste daggeluid.

Eilaas, ’t werd Krieg te lande en vaartje moest naar ’t front,
en werd na moedig strijden voor ’t Vaderland gewond.
De vijand ging aan ’t roven en stak ’t nestje in brand
en moeke met heur kleintjes moest haveloos uit ’t land.

Doch na veel maanden lijden kwam peis en vrijheid weer
en vaartje bracht aan moetje een blinkend Kruis van Eer.
Men bouwd’ opnieuw een hofke, de kleintjes werden groot,
wijl d’oude trouwe linde nog steeds heur schaduw bood.

Partituur * Ons huisje in Vlaanderen *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Gebed om de vrede

Geplaatst door Johan op 10 november 2019 in cahiers, liederen, schrift Mathilde Crickx, WOII |

Uit het liedjesschrift van Mathilde Crickx uit Wintam, zoals al de liederen in dat schrift genoteerd tijdens de oorlogsjaren 40-45.

De zangwijze werd geleend bij Johann Strauss (en Ralph Benatzky) en is alomgekend als het “Nonnenkoor uit Casanova”.


De nederlandse vertaling van Theo C. Warrens past wonderwel bij de peis en vree verzuchtingen tijdens en na een wereldoorlog. In die periode zaten alle kerken vol – voor zover ze niet kapot gebombardeerd waren – en werd er hartstochtelijk gebeden en gesmeekt.

Gebed voor de vrede

[A] Th. C. Warrens [C] Johann Strauss “Nonnenkoor uit Casanova”

Jub’lend rond den heem’len troon
zingen Engelen wonderschoon.
Zij verkondigen Gods macht
die ons Herder is dag en nacht

Wij die zijn mensen klein
knielen voor Uw aanschijn neder
Telkens weer, smeken Heer,
om bescherming goed en teder.
Gij die voor gevaren
ons slechts kan bewaren
breng toch Heer, vragen wij
ons de vrede weer.

Gij die tot ons mensen zei:
hebt ge droefenis, kom tot Mij,
bidden U dat Gij ons spaart
toon toch medelij met deez’ aard

Partituur * Gebed voor de vrede *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Boeren-vrijagie / De stier

Geplaatst door Johan op 3 november 2019 in Andere liederen, dubbelzinnig, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Circa 1859 schreef Napoleon Destanberg een lied over “Pier Sis” (Petrus Franciscus) die Trezeke (Theresia), een boerenmeisje, probeert het hof te maken. Zij denkt aanvankelijk dat hij gewoon wat wil flikflooien “zoals alle mannen” maar zij wil niet zondigen waardoor ze later “naar de hel” zou moeten gaan… Pier houdt echter vol en in de achtste strofe gaan ze in plaats van naar de hel samen “naar wethuis en naar de kerk”. Om te trouwen dus.

Het lied is door Destanberg allicht geschreven voor een revue want de strofen worden afwisselend door een man (Pier Sis) en een vrouw (Trezeke) gezongen. De laatste strofe zingt “‘een zanger”

Tekstschrijver Destanberg gebruikte de melodie van het lied “Gelijk een roos in ’t groene veld” dat toegeschreven wordt aan Gentenaar Emmanuel Pieter Van Acker (1771-1842)

Boeren-vrijagie

PS = Pier Sis; Tr = Trezeke

PS. Wel Trezeke, mijn zoete kind,
Bazeerd, ’t doet mij plezier,
dat ik u aan de stalling vind,
zo rood gelijk een vier.
Zeg mij ‘ne keer, es da’ misschien
omdade gij mij had gezien?
Laat horen, aardig dier,

Tr. Pier Sies, gij maakt mij heel beschaamd
met uwen zotten praat.
‘k En wist niet dade gij daar kwaamt
of waar gij loopt of gaat.
Maar, Pier, terwijl ge mij beziet
staat gij te beven lijk een riet.
Zeg, zijde misschien kwaad?

PS. Zou ik gaan kwaad zijn of te boos,
dat waar een zot fatsoen,
als gij daar bloost gelijk een roos
in ’t midden van dat groen.
’t En is van kwaadheid niet da’k beef,
het is… het is… zo waar ik leef…
van goesting naar ’n zoen.

Tr. Ach! Wat een woord in uwen mond,
dat schier mijn herte breekt.
Zie, daar op zulken valsen grond
dat gij van liefde spreekt.
Een zoen, dien krijgt gij niet van mij,
’t is list en duivels schelmerij:
de paster heeft ’t gepreekt.

PS. Den duvel spreekt niet in mijn hert,
ik wil u niet verraân,
ik wil u niet tot uwe smert
een zonde doen begaan.
Zie, op mijn ziele, veur ’n zoen
zou ik te voet ’n beeweg doen,
ik zou naar Halle gaan.

Tr. Ja, ja, het mannevolk, Pier Sies,
ze zeggen ’t al zo wel:
ze spreken allen zo precies,
ze zijn daarin zo fel.
En als wij luist’ren naar hun praat,
we zijn geleverd aan het kwaad,
en wij gaan recht naar d’hel.

PS. Geloof me, Treze, ‘k meen het goed,
ik heb al wat vergaard:
‘k heb hemdens, lijnwaad, wollen goed,
en enen pot gespaard.
En, Treze, legt gij daar iet bij,
dan zijn we in een jaar of drij
te samen al gepaard.

Zanger Wat zou nu d’arme Treze doen,
haar hertje klopt zo sterk.
Zij gaf Pier Sies ’n malse zoen
en zij vergat haar werk.
Wat wel begint dat eindigt wel,
zij ging, in plaats van naar de hel,
naar wethuis en naar kerk!

Partituur * Boeren-vrijagie *
      1. instrumentaal


Karel Waeri maakte op dezelfde melodie een heel ander en fel gekruid “liefdeslied” over de lotgevallen van een volgzame Pier Sis, de nieuwsgierige en doortastende Marjan en de “tuchtige” koe Blesse. Marjan ziet blijkbaar voor het eerst hoe Blesse de koe gedekt wordt door een stier en dat brengt haar tijdens de terugweg op ideeën …

De originele melodie werd door Walter De Buck (en door Karel Waeri ?) fel bewerkt en is nauwelijks nog te herkennen. We behielden alle 9 strofen van Waeri: bij dit soort onderwerpen blijft het publiek ook na 4 strofen nog aandachtig luisteren !

De Stier

Pier Sies, de knecht van boer ArJaan
die moest de koe gaan halen,
om daarmee naar de stier te gaan,
ge moet dat goed verstaan.
Omdat dat beestje tuchtig was,
ze maakte nogal veel ambras,
de meid ging mee voor… ja, bazeerd,
te draaien aan de steert.

Marjan en Blesse en onze Pier,
ze waren juist met drijen,
ze trokken samen vol plezier
en vreugde naar de stier.
Marjanne wilde ne keer zien
hoe dat dat spel daar ging geschiën,
ze was van liefde heel doorweekt,
z’had in heur hemd gezeekt.

De stier had nu zijn werk gedaan,
ze mochten weerom keren.
Marjanne kost dat niet verstaan
hoe dat dat was gegaan.
“Maar, hoor eens,” sprak ze tot Pier Sies,
“dat spel, dat vind ik nogal vies,
hoe wist de stier nu juist van pas
dat Blesse tuchtig was?”

“’t Doet, doet,” zei Pier,” dat is bekend,
ze kunnen dat gerieken.”
“Wel, Pier, ge zijt een brave vent,
nu maakte mij content.
’t Moest met de mensen ook zo zijn,
geriekt gij nietmendal, kozijn?”
“Bij ja!” subiet, en onze Pier
deed ’t zelfde als de stier.

Marjanne was nu ook voldaan,
ze trokken weeral verder,
maar Blesse mocht niet zeer meer gaan,
dat kunt ge wel verstaan.
De steert en wierd niet meer gedraaid,
zij ging bij Pier de kameraad
en vroeg, terwijl z’hem gaf ne neuk:
“Hoe is’t met uwe reuk?”

“’t Is goed,” zei Pier, “ik riek het wel,
gij moet gij mij niet plagen.”
Hij pakt Marjanne bij heur vel,
’t was weeral ’t zelfde spel.
Dan nog een beetje voortgegaan,
Marjanne bleef alweder staan
en sprak nu voor den derden keer:
“Zeg, riekte gij niks meer?

Dat duurde zo tot viermaal toe,
Pier Sies begon te geeuwen.
Hij werd dat spel zodanig moe,
hij trok al aan de koe
om rap naar huis te kunnen gaan.
Marjanne deed ze blijven staan en riep:
“Trek uwen neus maar op,
gij stomme ezelskop.”

“Neen, neen,” zei Pier “‘k ben heel verstopt,
we gaan een beetje wachten;
’t Is nutteloos aan mijn deur geklopt,
‘k heb al genoeg getopt.
Gij zijt veel slechter dan de koe,
dat beest dat was van één keer moe,
en ik riek al ne keer of vier,
’t is straffer dan de stier.”

“O, ja, ge zijt ’n felle reus,”
sprak wederom Marjanne,
“ge maakt gij veel van uwen neus,
ge zijt nogal fameus;
waart gij besteld gelijk de stier,
‘k en vroeg naar genen keer of vier,
maar gij, met uwen korte steert,
’t is wel de moeite weerd!

Partituur * De stier *
      2. instrumentaal
      3. versie van Wim Claeys (fragment)

Tags: ,

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com