0

Ik heb gedroomd

Geplaatst door Johan op 28 juni 2017 in liedboeken, liederen, Wereldoorlog |

In het boek “Uit het leven van Frans Lamoen, verteld door hemzelf”, in 1949 uitgegeven door John Lamoen, vernemen we dat de bekende Antwerpse volkszanger en humorist tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte bij het Rode Kruis, eerst in Antwerpen, daarna in Nederland. Hij suggereert dat hij het lied “Ik heb gedroomd” daar meermaals heeft voorgedragen.

Alle liederen in dat boek zijn zogezegd door Frans Lamoen geschreven, maar we hebben er toch een paar in ontdekt die met volle zekerheid niet door hem werden bedacht … Is dit hier ook het geval?

In “Ik heb gedroomd” beklaagt hij zich over de zogenaamde westerse beschaving die tijdens de oorlog niets voorstelt. In zijn droom komt hij ook in Afrika, waar hij de plaatselijke bevolking1 wil helpen beschaven. Maar die moeten van die zogenaamde westerse beschaving met zijn vreselijke oorlog niets weten.

Afwijkende versies van dit lied werden door Harry Franken opgetekend in Nederland:

"Dit lied, dat ontstaan is tijdens de oorlog van 1914-18, stelde ik samen uit optekeningen bij Jan Bruininx te Bergeyk-Weebosch en Tijntje Plompen te Vakenswaard. Bovendien vond ik het lied op een marktbriefje te Zeelst."

Zou het daar via Frans Lamoen zijn verspreid? Of is het omgekeerd?

Franken weet dat de melodie gebaseerd is op “De liefelijke meid van hierover”. Dat blijkt na enig speurwerk gemaakt te zijn als “De meid van hierover” door Frans De Cort (1834-1878), een geboren Antwerpenaar, en gepubliceerd te Brussel in zijn bundel ZingZang (1866), met notenschrift. De melodie die Franken optekende lijkt daar inderdaad op, wij namen het origineel (?) als basis. De keuze van een melodie van een lied geschreven door een Antwerpenaar maakt het dan toch weer plausibel dat Lamoen de tekstschrijver is van dit oorlogslied.

In de in Nederland opgetekende versies zijn er twee strofen meer dan in het origineel (?) van Lamoen: die sleuren Satan er bij met rammelende rijmen, we laten ze vallen…

Ik heb gedroomd

God dank ik ben wakker, ‘k heb ak’lig gedroomd,
‘t was alsof de wereld ging onder.
Een vuurgolf, en bloed had bij beken gestroomd,
geweer en kanonnengedonder.
Ik heb in die roes, bij ’n loopgraaf gestaan,
en zag levens in massa daar minderen
van’t puik onzer mannen, de schrik greep me aan,
ik dacht aan hun vrouwen, hun kind’ren.

Wat zijn wij, “modernen”, vooruit nu gegaan,
wat zijn we beschaafd, alle Goden!
Per uur, komt ‘t getal der gekwetsten te staan
op duizend, en evenveel doden!
En iedere soldaat vecht voor d’eer van z’n land
als razende gekken, de meesten.
Nam soms die beschaving niet weg ons verstand,
of zijn we krankzinnige beesten?

Zo ben ik, in m’n droom, in Afrika verdwaald,
Bij’n Zoeloe of Kaffer geheten.
“Ik kom je beschaven!” riep ik, “jij betaalt”
toen heeft die mij vreselijk verweten:
“Blijf jij in Europa” zei hij, “bij je soort,
daar zwijgt reeds de stem van de rede,
Dààr waar gij uw broers, uw kinderen vermoord,
Laat ons hier maar liever in vrede.”

“Wat wilt ge beschaven? Wat spreekt gij van eer?
Gij blanken, gij komt uit den boze.
Terwijl g’op het slagveld miljoenen slaat neer,
bestrijdt ge de tuberculose!
Hier lenigt g’ellende en dààr stookt ge vuur,
ge spreekt van verlossing der slaven,
Schijnheil’ge komedie, dat noemt ge “cultuur”?
Ga liever Europa beschaven!”


1 De beschrijving van de Afrikaanse bewoners is in onze ogen niet politiek correct; ten tijde van WO I was er wat dat betreft geen vuiltje aan de lucht …
Partituur * Ik heb gedroomd *
      instrumentaal

Aanvulling 3 juli 2017

Enkele leden van “De Kerkpoort Clochards” uit Berg (Kampenhout) maken er ons attent op dat dezelfde melodie gekend is als “Die Lore am Tore“, een 19e eeuwse compositie van de hand van Friedrich Silcher (1789-1860). Waarvoor dank!

Verder speurwerk leert ons dat de tekst van “Lore” in 1764 werd geschreven door Heinrich Christian Boie (1744-1806). Die tekst is dan weer een vertaling van het gedicht “Pretty Sally in our Alley” van Henry Carey (1687-1743).

Frans De Cort weet in zijn bundel “ZingZang” inderdaad dat het een “Duitsche melodie” betreft maar verder niets. Zijn tekst is geen vertaling van “Pretty Sally” of “Lore” maar ademt wel dezelfde sfeer.

Op YouTube vonden we o.a. deze uitvoering van de Duitse versie:

Tags:

0

Moord te Balen (1926)

Geplaatst door Johan op 21 juni 2017 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Moord & Rampen |

In zijn boek “Het Moordlied in de XXe eeuw” nam Julien De Vuyst dit lied op dat hij copieerde van een liedblad van V. Van der Maelen, met als titel “Nieuw Lied op het Treurig Moordtooneel gepleegd op Petrus Segers te Baelen op Nethe in den nacht van 11-12 juli 1926.” Vandermaelen, alias “pater cent”, vermeldden we al bij het Drama van Richard.

Over dat moordtoneel in Balen vonden we meer details in “De Volksstem” van 16 juli 1926.1

Van een melodie wist De Vuyst niks, ze werd ook niet vermeld op het liedblad. Maar het toeval (nu ja …) wil dat we in “Van Zingen en Speule” (deel 3, 1983, verzameling artikels van Harry Franken in de “KRONIEK VAN DE KEMPEN”), een ander lied terugvinden over een “Moord te Mol” (dat is alvast in de buurt van Balen), met transcriptie van een door Gerarda Vosters uit Reusel voorgezongen melodie, en met flarden tekst die zo goed overeenkomen dat we niet aarzelen beide liederen toe te schrijven aan dezelfde “pater Cent” en bijgevolg gezongen op dezelfde melodie.

In het lied over de misdaad in Balen zien we dit:

O droeven drank oorzaak van veel malheuren
Gij zijt d’oorzaak van menig kwaad
Gij doet hier weer zoo menig harte treuren
Maar men ziet het maar heilaas als het is te laat


In het lied dat Franken noteerde lezen we dit:

O droeve drank oorzaak van veel maleuren
Gij zijt d’oorzaak op aard van menig kwaad
Gij doet dan ook zoo menig harte treuren
Gij zijt de ondergang van burger en soldaat


Recyclage avant la lettre dus.

Vergelijk de tekst van het lied met het krantenartikel: de journalist blijft voorzichtig want de drie aangehouden personen ontkennen alles; de marktzanger verklaart hen resoluut schuldig …

1 Aan de gele tekstfragmenten kan u zien welke zoekwoorden we gebruikten op de website “Digitaal krantenarchief Aalst

Nieuw Lied op het Treurig Moordtooneel gepleegd op Petrus Segers te Baelen op Nethe in den nacht van 11-12 juli 1926

O droeven drank oorzaak van veel malheuren
Gij zijt d’oorzaak van menig kwaad
Gij doet hier weer zoo menig harte treuren
Maar men ziet het maar heilaas als het is te laat.
Jonkheid van Bael en omliggende streken
Neemt eenen spiegel aan dees treurig lied
Want deze zaak waar dat ik ga van spreken
Dat is de drank vrienden en anders niet.

Dien Maandag morgend zullen wij nooit vergeten
12 Juli Sinte Joannesdag
Als morgens vroeg den dag kwam aan te breken
En dat gansch Bael wierd in rep en toer gebracht
Aanstonds gink het al uren in het ronden
Er wierd geroepen en maar uitgebeld
Als dat zy Petrus Segers hadden gevonden
Vermoord tot Bael op ’t Veen in Blakkeveld

Men liep om den doktoor en dienaar des Heeren
Maar alle hulp en troost die was helaas te laat
En den doktoor dien kwam te konstateeren
Als dat zyn hart doodelyk was geraakt
Daar ligt hij nu in ’t bloeien van zyn jaren
Vermaledyden drank gy zyt vervloekt
Spiegelt u jonkheid en gy menschen van jaren
Wat dat den overdaad toch doet.

Den dag nadien is het parket gekomen
En hielden zy drij jongelieden aan
De welken zij dan hebben mede genomen
En naar het gevang van Turnhout gedaan
O gij jonkheid denkt aan u vrije dagen
Gij ziet hier nu weer klaar wat er van komt
De eenen werd naar het graf gedragen
En den anderen werd geleid naar het wreed prison.

Nu voor het sluiten, jonkheid, ziet uit uwe oogen
Neemt toch altijd uw vader lessen aan
Denkt aan die borsten waar gij hebt gezogen
Die toch zoo veel voor u hebben gedaan
Menschen van Bael en omliggende streken
Onthoud eens wel ja hier mijn treurig lied
Gij moogt toch nooit dees droeve zaak vergeten
Die is geschied op Baelens grondgebied.


Dit is de “originele” liedtekst volgens J. De Vuyst, in onze partituur hebben we deze zoals gewoonlijk aangepast en omgezet naar hedendaagse spelling.

Partituur * Moord in Balen *
      instrumentaal

Tags:

0

Driemaal wenen

Geplaatst door Johan op 14 juni 2017 in cahiers, liedboeken, liederen, schrift Luc Geens, Wereldoorlog |

Uit het liedjesschrift van de moeder van Luc Geens, volgepend < 1926 :

Een wat gehavende tekst, gelukkig werd hij ook door Willy Lustenhouwer gespot.

En ook Walther Van Riet hoorde het zingen in het land van Waas

In deze drie versies wijkt de tekst nogal af en ook de twee melodieën zijn niet overal even consequent … Het was niet makkelijk om er de grootste gemene deler in te ontdekken en de originele versie hebben we niet kunnen thuisbrengen.

Het is een droevig lied. De “zoon van rijke lieden” die een leven zonder zorgen leidde, wordt uiteindelijk toch driemaal door het noodlot getroffen.
Vooreerst verliest hij als kind zijn moeder, later laten vrouw en kind hem in de steek en uiteindelijk bij het leger, waar hij uit liefdesverdriet terechtkwam, wordt hij als vaandeldrager in de strijd geveld.

Er wordt nergens gezegd over welke oorlog het gaat, maar het zal allicht WO I geweest zijn (het liedschrift dateert van rond 1926, dus WO II kan niet) , waardoor het ontstaan van dit lied kort na 1918 kan gesitueerd worden.

Driemaal wenen

Hij was een zoon van rijke lieden,
door zijn ouders teer bemind.
Men kon hem slechts vreugde bieden,
want smarten die had hij nooit gekend.
Hij dacht toen van gans z’n leven
te wezen zonder smart.
Zijn weg scheen met rozen omgeven,
doch verborg voor hem bitt’re smart.

‘t Verdriet zal nooit iemand sparen,
zo kreeg hij ook zijn deel.
Toen hij in zijn kinderjaren,
gans in het zwart gekleed,
zijn moederlief ging begraven,
onder een kruis van staal,
daar tussen vele graven,
weende hij voor de eerste maal.

Doden is men gauw vergeten,
toen zijn rouwtijd was voorbij
en ook zijn verdriet gesleten
leefde hij weer vrolijk en blij.
Weldra begon hij te minnen,
hij was geen twintig jaar.
Hij werd verliefd op zijn vriendinne,
en hij huwde spoedig met haar.

Zij sleten een heerlijk leven,
zij schonk hem zelfs een zoon
maar door ijdelheid gedreven
ontvluchtte zij haar woon.
Met haar minnaar en haar kleine
verliet zij haar gemaal.
Hij zag zijn geluk verdwijnen,
en weende voor de tweede maal.

Hij werd gefolterd in zijn lijden
door de valse trouw van haar.
Hij ging vrijwillig ten strijde,
wanneer zijn land kwam in het gevaar.
Men zag hem de dood verachten,
hij maakte zich beroemd,
em beloonde zijn goede krachten,
hij werd vaandeldrager benoemd.

In ene strijd, wreed en bloedig,
gedroeg hij zich als een held.
Rondom vochten ze ook moedig,
velen werden geveld.
Door de vijand ingesloten,
trof hem het moordend staal,
hem werd het vaandel ontnomen,
toen weende hij een laatste maal.

Partituur * Driemaal wenen *
      instrumentaal

Tags:

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com