0

De Duitsen beenhouwer (1924)

Geplaatst door Johan op 26 juli 2020 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen |

Op het liedblad  “Nieuwe uitgave van DE VLAAMSCHE VOLKSZANGERS  door CESARINE DE SMET en Eduard  BAERT” vonden we dit luguber verhaal dat zich 96 jaar geleden afspeelde :
We slaan de waarschuwing van Césarine De Smet in de wind – het liedblad dateert van omstreeks 1924 en we kunnen de toelating niet meer vragen – en buigen ons nog eens over een rasecht moordlied.

Het klinkt allemaal heel gruwelijk maar naam en plaats worden niet genoemd, dus moeten we een beetje gissen naar de ware toedracht van het verhaal, althans: volgens de gazetten van toen.

We vonden in De Telegraaf van 19 juli 1924 commentaar over “Het geval Haarmann“, bijgenaamd “de vampier van Hannover”, waarbij de politie van Hannover  zou geblunderd hebben. Zij geloofden inderdaad niets van de vele klachten die plaatselijke burgers over deze man indienden want “vampiers bestaan niet.”

Haarmann

De man werd er van beticht dat hij “een onbegrensd aantal jonge lieden, die in een vreemde stad voor een nacht onderdak zochten, op afschuwelijke wijze om het leven bracht, hun kleedingstukken verkocht en hun lichamen gedeeltelijk met ander vleesch vermengd in den handel had gebracht“. Hij was echter bij de politie bekend als waardevol medewerker bij het oplossen van kleine misdrijven en die hadden niets gemerkt van zijn eigen misdadig gedrag. Dat kwam eerder toevallig aan het licht toen hij, zich uitgevende voor een politiebeambte, een 15-jarige jongen wou laten arresteren en zo op het politiebureau terechtkwam, terwijl een ongeruste moeder daar juist had aangegeven dat haar zoon spoorloos verdwenen was sinds hij een bezoekje had gebracht aan Haarmann. Een huiszoeking deed hem vervolgens de das om.

 

fragment uit De Telegraaf van 19-7-1924

Verscheidene politiefunctionarissen moesten naar aanleiding van dit misplaatst vertrouwen in Haarmann ontslag nemen. Als verontschuldiging riepen zij in dat alles “menselijk te verklaren” was gezien de omstandigheden. Daarmee bedoelden ze: de bar-slechte betaling van het personeel (wegens het failliet van de Duitse Staat na WO I) en het gebrek aan degelijk opgeleide medewerkers gezien de beste krachten de oorlog als soldaat niet hadden overleefd.

Meer over deze “vampier” op historianet.nl

Terug naar het lied…

Césarine De Smet vermeldt als melodie “12 uren”. Die kennen we niet. Maar we merkten wel dat “Why don’t my dreams come true” er wonderwel bij past. In tegenstelling tot de bekende edoch ingekorte versie “Drinkt en vergeet” – waarbij de 4/4 maat werd omgezet in een ¾ wals – is hier de originele melodie volledig intact te gebruiken. En dat deden we dan ook.

De Duitse beenhouwer

[A] Césarine De Smet & Eduart Baert [C] Georges E. Patten

Wat hoort men weer ‘t allenkant?
Nu is het weer in Duitsland
van een Duitsman van geslacht
die om het leven bracht.
Zevenentwintig moorden groot,
zijn kleed bedekt met bloed.
Ja, ‘t roept om wraak, ‘t is wreed voorwaar,
bandiet, gij moordenaar!

Wat hadden zij u misdreven?
Wat hadden zij u misdaan?
Waarom bracht gij hen van ‘t leven?
Moordenaar, wat hebt gij gedaan?
Dacht gij niet aan hunne smarten
die gij daar wenend zag staan?
Maar nu komt uw straf,
het schavot zal voortaan
u, moordenaar, ‘t hoofd afslaan

Nu komt de beul voor ‘t tribunaal
men luistert naar zijn verhaal.
Het komt op een moord niet aan
die ik heb misdaan.
En tot de rechter riep hij uit:
maak toch gauw een besluit.
Hoe eer ik sterf, hoe liever dan,
maak spoed zoveel het kan.

‘t Was ongelofelijk en wreed
wat dienen beenhouwer deed.
In stukken gesneden ‘t lijk
o het was vreselijk.
Hij smolt het dan onder elkaar
met ander vlees tegaar
en zo kocht menig mens daarvan
het vlees van vrouw of man.

Partituur * De Duitse beenhouwer *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Karel Verbist verongelukt (1909)

Geplaatst door Johan op 21 juli 2020 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen |

Wielrenner Charelke Verbist (°16-8-1883 +21-7-1909) was een populaire en succesrijke pisterenner uit Antwerpen, 2e in WK 1907, 1e in BK 1908 en 1909.
In 1908 vestigde hij een wereldrecord door in 1 uur meer dan 100 km af te leggen  achter een gemotoriseerde gangmaker. In 1909 stond op de Nationale Feestdag – vandaag exact 111 jaren geleden – een wedstrijd achter grote motoren op het programma, op de wielerbaan Het Karreveld in Sint-Jans Molenbeek. Daar kwam hij door een val om het leven. Hij werd meteen vereeuwigd in het straatlied: “Charelke, Charelke, Charelke Verbist. Had gij niet gereden op de pist, dan had gij niet gelegen in uw kist.”

Hier hebben we het echter over een ander lied dat heel het drama beschrijft met behulp van de bekende Italiaanse volksmelodie “O Sole Mio”, dat sommigen onder ons beter zullen kennen in de Elvis Presley namaak-versie “It’s Now or Never”.

Over de auteur van de tekst weten we niets, en ook niet wie het op zijn repertoire had staan.

Karel Verbist

[A] onbekend [C] trad / E. di Capua

Een ramp afgrijselijk,
zo wreed en ijselijk
viel er te Brussel voor.
Karel Verbist verloor
er vrees’lijk ’t leven.
Zijn teer jong leven
werd door de dood verslaan
in ’t fleur van zijn bestaan.

Beroemde Belgen,
één van die telgen
die werken saam
voor Vlaand’rens faam.
Plots wierd gij ons ontrukt
Uw vrienden zijn teneergedrukt.

Er werd gereden
en fel gestreden
in Karreveld’s velodroom.
Hij reed er zonder schroom.
De laatste ronde
valt hij ten gronde.
Een zwaar motormachien
verplettert hem nadien.

Het volk verslagen
valt uit in klagen.
De kampioen, zo braaf, zo koen,
in Brussel vond de dood,
Bij ’t volk is thans de droefheid groot.

Waar zijn de stonden
toen wij hem vonden?
Op Zurenborg als held
daar werd zijn roem vermeld.
D’ Antwerpenaren en Wijn’gemnaren,
hij werd door hen bemind
als broeder, als een kind.

Zijn moeder, vader, die kwamen nader,
bij ‘t lijk van hun beminde zoon.
“Arm kind” zo riepen zij,
“Uw dood versmacht ons allebei.”

Partituur * Karel Verbist *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Een misverstand (alias “De Clarinetzak”)

Geplaatst door Johan op 19 juli 2020 in dubbelzinnig, liedboeken, liederen |

Gevonden in “Zo de ouden zongen”, nog een lied over de lotgevallen van Pier Sis / Peer Cies uit Gent.
De door Walther Van Riet opgetekende tekst was in de loop der jaren volledig corrupt geraakt zodat elke strofe zo een beetje zijn eigen melodie nodig had. Niet erg als iemand het volledig solo voorzingt, maar niet te doen als er meerdere muzikanten geacht worden de zang te begeleiden.
Omdat we vonden dat het past in de traditie van de vele Karel Waeri liederen gingen we in zijn nagelaten geschriften rondneuzen.
En jawel, in de “Kluchtige en politieke liederen van Karel Waeri – bijlage * de vetjes* ” vinden we het gedicht “De Clarinetzak”, volgens een voetnoot van samensteller Pieter Waeri “door den heer Wauters gedicht maar door Karel Waeri met veel bijval gezongen“.

Het lied is dubbelzinnig maar om dat daarom te verstoppen in een speciale editie “voor volwassenen” lijkt me nu ook wat overdreven. Of was het omdat de in strofe 6 vermelde capote anglaise onder de toonbank moest verkocht worden?

Voor de melodie nemen we de optekening van Walther Van Riet over. Die meldt dat de melodie ook gekend is als die van “Het spooklied”.

Ook Walter De Buck zong dit lied, duidelijk op dezelfde melodie

Een misverstand

[A] Karel Waeri [C] “het spooklied”

Te Eeklo, ‘t is van hier niet wijd,
bestaat een societeitje
alwaar dat men op korten tijd
muziek leert in dat steedje.
Peer Cies, ne slimme gast,
had alles seffens vast
en na een maand te leren,
de chef gaf hem een instrument
de clarinet, och Here
als fluite daar gekend,

als fluite daar gekend.

Peer Sis, hovaardig als een pauw
die leerde goed de fluite,
waarop hij spoedig en algauw
een airke kon vanbuiten.
Als ‘t repetitie was,
op d’ure juist van pas
zijn fluit onder den arrem
was onze Cies altijd present.
Soms gaf de chef hem warrem
d’hand van contentement,

d’hand van contentement.

Nu zeek’ren dag niet lang geleên
kwam Peer Cies opgetogen
al naar de repetitie weer,
de chef sloeg juist zijn ogen
op Cies zijn instrument,
en seffens sprak de vent:
Peer Cies ge moest u kopen,
’n zak waardat g’uw fluit in steekt
van daarmee bloot te lopen,
‘t gebeurt soms dat ze breekt,

‘t gebeurt soms dat ze breekt.

Peer Cies keek hem beteuterd aan:
wel chef, waar kan ‘k da krijgen?
Te Gent, zo sprak de braven man
daar vind je die vaneigen.
En zie, ‘t was hem gedaan,
Peer Cies was al aan ‘t gaan
te voet op een paar schuiten
totdat hij kwam aan den Bazaar,
maar zakken voor zijn fluite
verkocht men niet aldaar

verkocht men niet aldaar.

‘t Is niets zei Cies, ‘k zal elders gaan,
‘k zal verder eens gaan ziene.
En zie, de jongen bleef nu staan
voor Schampheleir’s vitrine
waar alle soorten waar
te kopen lag aldaar.
Terstond trok hij naar binnen
waar ene juffer die daar dient
hem vroeg voor te beginnen:
wat zoudt gij willen vriend?

Wat zoudt gij willen vriend?

Peer Cies keek rond op zijn gemak
en hij begon te spreken:
Madam, geef mij ne keer ne zak
voor mijn fluit in te steken.
Die winkeljuf zei kwaad
op zijne grove praat:
Als gij achter vandage
zoiets moet hên, maakt dat ge ziet
capote anglaise te vragen,
dat is zo lelijk niet,

dat is zo lelijk niet.

En zie, zo ging de juffer voort,
‘k heb er van alle soorten.
Ik heb er met en zonder boord,
‘k heb brede, lang en korte.
Dat zijn kapote anglais
gelijk ge ziet heel frais
‘t is waar, zei Cies, ‘t zijn fijne
maar toch nog niet naar mijnen zin,
ze zijn al veel te kleine,
mijn fluit kan daar niet in,

mijn fluit kan daar niet in.

Die winkeljuf ten einde raad
die niet en kon verkopen,
zei: wacht een beetje, kameraad,
‘k zal om madam eens lopen.
Maar toen ze binnen ging
dacht ze: wat aardig ding,
dat heb ik nooit geweten
die gast moet iets bijzonders zijn,
‘k zou dat eens willen meten
al is’t da’k  kwezel ben,

al is’t da’k  kwezel ben.

Een paar minuutjes nu nadien,
Madam kwam afgesteken
en als ze ‘t boerken had gezien,
begon z’hem toe te spreken.
‘k Heb daar vernomen vriend
van ‘t meisje dat hier dient
dat z’u niet kan gerieven
maar ik zal u voldoen, mijnheer,
en als ‘t u zal believen,
toon mij uw fluit ne keer,

toon mij uw fluit ne keer.

Ba ja, zei Cies nog g’heel habiel,
ge moet ze goed beletten.
En zie, vanonder zijne kiel
haalt hij zijn clarinette.
Als die madam dat zag
dan schoot ze in een lach:
‘k geloof het wel, verdomme,
dat daar geeneen kapote op gaat,
loop naar den Duvel omme.
En Cies die vloog op straat,

en Cies die vloog op straat.

Partituur * Een misverstand *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De Spion, verrader van België

Geplaatst door Johan op 14 juli 2020 in liedboeken, liederen, Wereldoorlog |

Volgens diverse bronnen komt dit lied nu eens vanuit het repertoire van Maria Christina Jacobs, alias “Mevrouw Ellegiers”, dan weer van haar stadsgenote en concurrente Bertha (of Barbara) Rusbach. Het is natuurlijk mogelijk dat ze het beiden hebben gezongen…

De melodie “Reviens vers le bonheur” werd in 1919 geschreven door Eugène Gavel en in 1920 door ondermeer Emma Liebel op plaat gezet. Uit de tekst van “Spion, verrader van België” blijkt niet of dit lied over de Eerste of de Tweede wereldoorlog gaat. “In België bestaat nog ’t schavot” staat in het slotrefrein en inderdaad, tot in 1950 werd de doodstraf nog effectief uitgevoerd. Maar WOI ligt het meest voor de hand omdat de melodie na 1945 allicht niet meer zo gekend was bij het publiek.

De Spion, verrader van België

[A] Bertha Rusbach ? [C] Eugène Gavel (+1954)

Wat verschijnt er nu weer voor ’t gerecht?
Enen mens als een dier nog zo slecht!
’t Is de Spion, verrader van ’t land
Hij verschijnt nu voor zijn euveldaden
Spioneerde met een laf gedacht
Hij die koning, land en volk veracht
Door zijn schuld werd zo meen’ge vrouw
Gebracht in de rouw

Verrader van ons land
Voor uw straf moest men u guillotineren
Spioen van den vijand
g’Hebt zoveel mensen doen fusilleren
Gij staat nu voor het gerecht
Hoort die weduwen en wezen, barbaar
Zij roepen om wraak in het hart
Ter dood, O moordenaar.

Op een morgen bij het zonnelicht
Stond een moeder met lijdend gezicht
Zij aanschouwde voor de laatste maal
Wijl de zon schijnt over berg en dalen
Hare man stond geblinddoekt voor haar
De soldaten die stonden reeds klaar
Een schot knalde, hij was niet meer
Wijl de vrouw zonk neer

Gedenkt nog dien verschrikk’lijken nacht,
waart bezield met een vrees’lijk gedacht
‘n oude vader sleurt gij van zijn bed
‘t Is om hem naar het gevang te sturen
Maar een knaapje stond voor u, barbaar
Het roept uit, gij, gij zijt een verraar
Maar gij mikt ’t revolver gezwind
Op het arme kind

Maar ’t verraad van u hield genen duur
Gij die staat nu terecht op dit uur
Het volk roept er met wraak in het hart:
Spaart hem niet want hij kent gene smarte
Door zijn schuld en zijn vrees’lijk verraad
Stierf aan ’t front menig Belgisch soldaat
Vele burgers gefusilleerd
Of in Duitsland gekreveerd

4. Verrader van ons land
Voor uw straf moest men u guillotineren
Spioen van den vijand
G’hebt zoveel burgers doen fusilleren
De rechter spreekt de doodstraf uit
En het volk roept te samen uit:
In België bestaat nog ’t schavot
Maakt de lafaard spoedig kapot

Partituur * De Spion, verrader van België *
      1. instrumentaal
      2. Anna Van Heuckelom, Kasterlee (1975)
      3. Reviens - Pierre Valray (strofe)

Tags:

0

Een goede vriend hebben

Geplaatst door Johan op 12 juli 2020 in liedbladen, liederen, Over Liefde & Verdriet |

In het Brusselse was het de gewoonte om “tweetalige” liedbladen ter beschikking te stellen. Tussen aanhalingstekens, we hebben het al eerder gehad over het zeer creatieve nederlands waar tekstschrijvers als Jan Opalfvens zich van bedienden.

Ook Florent Fiocchi, een Brusselse muziekhandelaar, verkocht zo’n liedbladen. Daar stond meestal aan één kant een resem actuele Franse succesliederen, bekend van muzikale films en plaatopnames, en aan de keerzijde de “vertalingen”, gemaakt door  muzikale Brusselaars, klanten van Fiocchi allicht. Of dat met medeweten was van de originele auteurs is twijfelachtig, de auteursverenigingen stonden tijdens het interbellum nog in hun kinderschoenen.
Zo schreef Mathieu Dekemper “Een goede vriend hebben”, een vertaling van “Avoir un bon copain” dat op zijn beurt weer de franse versie was van “Ein Freund, ein guter Freund”.
Die liederen kwamen uit de film “Le Chemin du Paradis”, een frans-duitse coproductie met tekst en muziek van Jean Boyer en W. R. Heymann. We zijn in 1930, zowel de Franse als de Duitse filmproductie kon de concurrentie met Hollywood aan en Boyer-Heymann maakten meerdere films die zowel in het frans als in het duits werden vertoond. Vanaf 1940 was dat ineens gedaan en mede dankzij WO II kon Hollywood steeds meer de cinema domineren.

Dekemper vertaalt “Avoir un bon copain”  nogal eigenzinnig en gaat een hele andere richting uit dan het origineel. Zijn “goede vriend” blijkt in feite precies het tegendeel te zijn: een geniepigaard die vooral een oogje heeft op andermans oogverblindend mooie echtgenote…

Een goede vriend hebben

[A] Mathieu Dekemper [C] W.R. Heymann

Aan twintig jaar zoekt men, ‘t is waar
naar zo en schoon lief vrouwtje blond van haar.
Gij zoekt, gij vindt
zo een lief kind
dat u dan trouwt, u bemint.
Neem vroeg of laat geen kameraad
als g’een schoon vrouwtje hebt want dat kan kwaad.
Want gij die moet zien wat ge doet,
ne vriend is voor alles goed.

Past op, ’n goede vriend,
het zijn de dees die u bedriegen.
Past op, ’n goede vriend,
gaat dikwijls met uw vrouwtje vliegen!
Op een dag, gelijk de wind,
is hij zonder liegen weg met uw schoon lief kind,
zo gaat dat met ’n goede vriend.

‘k Had een schoon wijf met zo ’n lijf,
bij mij kwam thuis ook wel ’n vriend of vijf.
Op zeek’ren dag, was dat ne slag,
‘k dacht dat ik van mezelve lag.
‘k Was in ‘t verdriet, mijne vriend Piet,
die was weg met mijn vrouw, zodus ge ziet,
het was gedaan, ge moet verstaan,
Piet was met haar naar de maan.

Partituur * Een goede vriend hebben *
      1. instrumentaal

Tags:

2

De schrikkelijke moord en zelfmoord te Herenthals (1923)

Geplaatst door Johan op 7 juli 2020 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen |

We hebben het hele krantenartikel overgenomen; het staat open en bloot op een vrij toegankelijke website, dus ik ga ervan uit dat er 100 jaar later geen auteursrechten op rusten.

Deze moord werd volgens een liedblad bezongen door het duo “Van Gesten & Van Cauwenbergh”.

Het liedblad werd gedrukt in Brussel bij J. Bulens en we veronderstellen dat hij in werkelijkheid de opdracht kreeg van (Dolf) Van Gestel en (Martinus) Van Cauwenbergh, beiden marktzangers, leeftijdsgenoten en gehuisvest in Aarschot.

 

Het werd gezongen “Op eene bekende wijze”, tja …

Gelukkig kon Anna Van Heuckelom uit Kasterlee het lied circa 1975 nog zingen1 en dan ontdekten we dat het inderdaad om een bekende zangwijze gaat: het aloude lied van “Klokke Roeland”.

Onze favoriete opname van “Klokke Roeland” staat op naam van het trio The Shepherds, alias van Nico, Jan en Leni Schaap (heb je’m?) uit IJmuiden.


1 eens te meer via een bandopname gemaakt door Herman Van Gorp circa 1975

De schrikkelijke moord en zelfmoord te Herenthals

[A] liedblad Van Gesten & Van Cauwenbergh [C] J. Destoop (P.D.)

Wat een wreedheid
in Herentals
komt er nu ook weer te gebeuren!
’t Is schrikkelijk
als men het hoort,
een mens zijn hart zou er van scheuren
Een man van drie
en vijftig jaar,
hoe kan het toch op aard’ bestaan?

Zijn minnares wou hij vermoorden
Met zijn revolver haar hart doorboren
Gij hadt dat zover niet gedacht
en g’ hebt U zelf van kant gebracht.

0p zeek’ren dag, hoe kan het zijn
Hij is bij haar binnen getreden
Hij riep: “Uw vader en gij er bij
Moet hier door mij laten het leven
Nam dan zijn wapen en beefde niet
En heeft hun zo het hart doorschoten

Wel wreden beul waar waren uw zinnen?
Hoe kost gij zulke wreedheid beginnen?
Wat had dien man U toch misdaan?
Waarom moest hij de dood doorstaan?

Als nu zijn schelmstuk was volbracht
dan is den beul spoedig gaan vluchten
Hij liep naar huis en heeft gedacht:
Nu zal ik later moeten zuchten
Hij nam zijn wapen, bracht hem van kant
En heeft hem zo het hart doorbrand

Nu zal hij later niet moeten beven
Hij heeft hem ook beroofd van het leven
Dat was het best voor hem op aard
Want zulken beul wordt niet gespaard.

Het zal voor velen een spiegel zijn
Voor allen die nog zijn in ’t leven
Spaart ieders leven, eer ‘t is te laat
Dan moet gij later ook niet beven,
Leeft braaf en goed, bij dag en nacht
En zorgt voor vrouw en kinderen zacht

Dan zal het slechte U zo niet tergen
en U niet stoken of U vererg’ren
Leeft braaf en goed met vrouw en kind,
dan wordt gij van iedereen bemind.

Partituur * De schrikkelijke moord en zelfmoord te Herenthals *
      1. instrumentaal
      2. zang Anna Van Heuckelom, Kasterlee

Tags:

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com