0

Jef heeft mij ’n chiek gerefuseerd

Geplaatst door Johan op 6 oktober 2020 in liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Dit is het verhaal van een niet met naam genoemde man – verpersoonlijkt door de zanger – die verontwaardigd is omdat zijn vriend Jef hem ineens een kwak pruimtabak weigert te “lenen”. Naarmate de tekst vordert blijkt hij nogal dikwijls te profiteren van zijn vriend Jef en is dat hoofdzakelijk éénrichtingsverkeer.

De tekst is van Brusselaar Jan De Baets, de meest gekende Vlaams-Brusselse artiest begin 20e eeuw. Die maakte echter nooit plaat- of filmopnames… De muziek is van Henri Van Luck, waarvan we alleen hebben kunnen terugvinden dat werken van hem in 1937 werden uitgezonden door het N.I.R, de verre voorloper van VRT / RTB, toen enkel op de radio uiteraard.
Gelukkig werden er wel partituren uitgeven door E. Lelong rond 1900 en een veertigtal jaren later kwam er een herdruk, zodat de meeste liederen van zijn hand bewaard bleven. Dat zij uiteindelijk nu nog steeds her en der gekend zijn is te danken aan ondermeer Wannes Van de Velde die er een aantal op zijn eerste fonoplaat zette in 1966. Hier een iets oudere live-opname, en uiteraard door hem gezongen met een Antwerps in plaats van een Brussels accent.

Jef heeft mij een chiek gerefuseerd

[A] Jan De Baets [C] H. Van Luck

Ge kent wel Jef, van onze gang!
Ik kan het nemie langer zwijgen…
We zijn vrienden van over lang
ik was voor hem lak voor mijn eigen!
W’hebben ons altijd goed verstaan,
‘k Had mij voor hem laten doodslagen,
maar van gisteren is’t gedaan,
dat hij stierf, ‘k zou hem niet beklagen.

Peinst eens, ’t is niet gepermitteerd,
Jef heeft mij een chik gerefuseerd.

Ik zeg hem gistren op den hoek:
zeg Jef, ge moest mij een chik geven
want met te changeren van broek
is er mijn chikdoos ingebleven.
Daarop antwoordt ‘em: “Non de bleu,
ge kunt maar chiktoebak gaan halen,
dat valt u nogal dikkels veu,
‘k moet ‘k ik de mijne oek betalen.

Voor ne vriend, is’t gepermitteerd?
Jef heeft mij een chik gerefuseerd.

Hij zegt mij laatst nog op nen noen:
“Zie, Jan, ik zien uw zuster geren,
ge moest voor mij’s een goed woord doen,
ik zal u wel recompenseren.”
‘k Zeg aan ons Mie, die hem wel kent,
met hem zoudt ge gelukkig leven,
want Jef dat is ne brave vent,
hij zou zijn hart en ziel weggeven.

En gistren, is’t gepermitteerd?
Jef heeft mij een chik gerefuseerd.

Van gistren loop ik gelijk zot:
die chik van Jef speelt op mijn zinnen;
iedereen houdt met mij de spot
omda’k geen rust nemie kan vinnen.
Alles die schijnt me veel te koud:
’t pistool alleen zal mij genezen,
en als ik sterf, ’t is Jef zijn fout,
dan zul’t g’op mijne grafsteen lezen:

Hij stierf, den brave die hier leit,
Jef had hem een chik gerefuseerd.

Partituur * Jef heeft mij ’n chiek gerefuseerd *
      1. versie van Het Kliekske - fragment

Tags:

0

De vrouwtjes van alle landen

Geplaatst door Johan op 3 oktober 2020 in liederen, Over Liefde & Verdriet, Wereldoorlog |

op een liedblad van Jan Kohn en J.B. Rosseau – drukkerij J. Heylen, Antwerpen

Het duo Kohn-Rosseau leende dit lied van Jan Baptist Struyven (+1944), “de Vlaamsche Kluchtzanger” die op 19 april 1913 een “Concerto Vertooning en Bal” organiseerde ter gelegenheid van zijn 15-jarig optreden als kluchtzanger in feestzaal “Nederlandsch Koffiehuis” aan de St-Jansplaats (het TjingTjangsPlaën ?) in Antwerpen. Volgens Jack Verstappen in “Volksleven rond Antwerpse Café-Chantants” (1983) was hij “van het type Rare Sus: ook zijn teksten werden vooral door andere zangers vertolkt.

De gekozen zangwijze “Tout le long de la Tamise (1916)” kan u hier beluisteren in de versie van Anny Flore, opgenomen circa 1960. Zij begint meteen met het refrein.


 

De vrouwtjes van alle landen

[A] J.B. Struyven [C] Eugene Rossi

Toen w’in veertien gauw hier moesten vluchten
omdat wij de moffencultuur duchtten
kwam ik in ’t gastvrije land,
’t land van kaas, dat heet Holland.
Daar ik ’n opmerker ben van vrouwen
was mijn eerste werk die daar ’t aanschouwen.
Ik zeg het vrank en vrij,
hoe bedroog ik mij,
hun schoonheid was aanstellerij.
Want moest ik ooit het vrijgezellen leven
het vaarwel geven

Ik zou geen Hollandse willen
want ik vind ze veel te taai.
Zij zijn veel te stille,
z’houden niet van grillen,
zij leeft zo eentonig als een Lierse vlaai.
Grotendeels zijn’t boeremeiden,
lomp en struis lijk ’n stuk hout.
Z’heeft niets op haar zijde
om ons te verleiden,
en dat is hun grootste fout.

Maar ik kon daar mijnen draai niet krijgen,
’k had er gauw genoeg van, ’t spreekt van eigen
’k Ging liever voor ‘t vaderland
aan het werk in Engeland.
’k Stak dus over en toen ik aan wal stapte
hoorde ik dat elk daar Engels klapte.
’t Was al over: the war,
’k ging met een motocar
to a great and wonderful square
waar ik het puike van d’Engelse vrouwen
goed kon aanschouwen.

Maar van al d’Engelse missen
zou ik er geen willen dan.
Zij zijn dun als wissen,
of ’k moet mij vergissen,
en zij spelen ook nog baas over hun man.
Daarbij lang, ’k laat het u weten,
it’s a long long way to go.
En het kindereten hebben zij vergeten,
‘t was toch niet te vreten, no

Ik moest Engeland later verlaten
want ’k werd opgepikt bij de soldaten.
’k Moest naar ’t leger dat toen stond
te vechten op Franse grond.
’k Had gelegenheid genoeg, och Here,
om de vrouwtjes daar te inspecteren.
Ik zag ze te Parijs wedijveren om prijs,
om te leveren het bewijs
ja, dat zij tegen de ontvolking streden
maar ’k zeg nog heden:

Elle sont charmantes et jolies
toutes les femmes de chez nous
mais que je me marie, jamais de la vie
met één van die modepoppen, pas du tout.
Want ’t zijn alle poesjenellen
en ik vind zo iets affreus.
’k Moet rechtuit vertellen, zo ’n mammezellen,
une femme française, je n’en veux.

De wapenstilstand was aangenomen
toen zijn wij terug naar huis gekomen.
’k Had geen liefste of geen vrouw
hier gelaten in de kou.
Maar geloof me vrij, mijn beste vrienden,
’k heb het genoeg kunnen ondervinden:
voor een vrouw lief en fijn,
moet men in België zijn,
al is het op de kaart zo klein.
En vooral hier in ons Antwerpse steden
zijn die aanbeden.

Aan de boorden van de Schelde,
daar zal ik mijn keuze doen,
want ik wil vermelden, ’t zijn allemaal belden,
voor geen ander natie moeten z’onderdoen.
Lijk de Antwerrepse vrouwen
kunt g’er nergens vinden schier:
zij zijn goed gebouwd en komt daarbij, zij houden
van de vreugd en van een uur plezier.

Partituur * De vrouwtjes van alle landen *
      1. instrumentaal

Tags:

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com