0

Over de vrouwen

Geplaatst door Johan op 11 augustus 2019 in liederen, Wereldoorlog |

Een tekst van Kamiel Devadder (1883-1945) vermoedelijk geschreven tijdens WOI.
Het gaat niet over alle vrouwen maar enkel over zij die, terwijl hun mannen vechten aan het front, een leven leiden vol lust en weelde. Waar ze het geld halen wordt niet gezegd. Heulen ze met de vijand? Of teren ze op enkele thuisgebleven rijken? Ook komt het bij deze tekstschrijver niet op dat het misschien uit bittere noodzaak gebeurt, om het vaderloos gezin te onderhouden.
De melodie komt van “Georgetje” en/of “Wij spinsters van de vlasfabriek”, dezelfde melodie die ook het lied over “Mijn mansarde” bekend heeft gemaakt, en die auteurs zouden dan weer de mosterd gehaald hebben bij “Chanson Vécue“, in 1908 geschreven door Henri Christiné (1867-1941) en Pierre Forgettes (1874-1939) en op plaat gezet door Berthe Sylva. Zie hiervoor ook de bespreking van “Fleur de la mansarde

Volgens het voorblad van de muziekpartituur zou het lied al eerder op het repertoire hebben gestaan van illustere vedetten als Karl-Ditan, Fauvette, Luce Bailly, Valdor, Marjal, Schneider en Henriette Leblond maar wij vonden ook een plaatopname gemaakt door “Carvey” in 1908

      1. Chanson Vécue - Carvey

Over de vrouwen

Dames en heren, luistert al,
naar ‘t geen ik u nu zingen zal
over de vrouwen
die hier en daar ja overal
zich gedragen als een schandaal,
‘t zal hen berouwen.
Zo zijn er meisjes flink en schoon
maar die tot walgend spot en hoon
het brandwerk dragen
van oneer, schande en ontrouw
wier aangezicht zelfs dekt de rouw
sinds enk’le dagen.

‘k Vernam dat een vrouw die voorheen
als braaf geboekt en deftig scheen
haar liet verleiden
terwijl haar man op het slagveld,
misschien gesneuveld als een held,
na vrees’lijk lijden.
Ik ken een moeder laf en wreed,
één die haar eigen kind besteedt
voor slechte zaken,
die met het geld waar schand aan kleeft
in genoegen en weelde leeft,
en in vermaken.

Iedereen spreekt er daag’lijks van
hoe een moeder verlaten kan
haar lieve kleinen,
zonder generen, menigmaal,
te gaan zwieren in een danszaal,
on ‘t amuseren.
Zo zijn er veel in onze stad,
z’hadden geen rok al aan hun gat
in vroeger dagen,
nu zijn ze fijntjes opgezet,
van ‘s morgens vroeg al in toilet,
om te behagen.

Om ‘t volk een blinddoek aan te doen
leuren er nu met fruit en groen,
straat op, straat neder.
Z’hebben hun echtgenoot misdaan,
en vrezen hoe het zal vergaan
als hij komt weder.
‘t Is niet gekend in ‘t openbaar
maar geen geheim is het voorwaar,
van al die vrouwen.
Want niet alleen van d’arme klas,
maar velen zelfs van ‘t rijke ras
zijn waard bespouwen.

Zo zijn er huizen dag en nacht
waar eer en onschuld wordt verkracht,
ja zonder schamen,
waar baas of huisvrouw enkel streeft
en voor geen laagheid schrikt of beeft
om ‘t geld te zaam’len.
Wanneer de oorlog is gedaan
en dat de grote dag breekt aan, dat vrede kome,
herinnert u dat vrouwennest
dat onze bodem heeft verpest
en eer ontnomen

Partituur * Over de vrouwen *
      2. instrumentaal


Aanvulling 15-8-2019

Willy Goethals stuurde ons een scan van een liedblad “Daarom Zingt Vlaanderen” dat zo te zien op het eind van WO II werd gedrukt (“Nu de moffen voorgoed weg zijn”).

In het lied “Erzatsche Meisjes” – op de melodie van “Dan is ’t Kermis” – kunnen we nog eens vaststellen dat er na WOII zo mogelijk met nog meer haat werd wraak genomen op “moffenhoeren” dan na WOI het geval was. Afgaande op de liedteksten van marktzangers weliswaar.

Het tweede lied op dit liedblad “Daarom zingen wij allen blij” geeft als zangwijze “Tour de France” aan. Dat verwijst afgaande op het refrein duidelijk naar “De Ronde van Frankrijk 1935” van Tamboer, op de melodie van “Was kan die Sigismund dafür”, cfr. ” ‘k Zou willen trouwen met een meisje van den buiten

Klik voor het  volledige document met “erzatsche-meisjes”

Tags:

0

Het bastaardkind

Geplaatst door Johan op 5 augustus 2019 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

We hebben meerdere liederen gevonden over “bastaardkinderen”, kinderen dus die buiten een wettig huwelijk waren geboren en gedoemd tot een leven in schande en oneer. Meestal waren de moeders onschuldige, misbruikte of alleszins bedrogen meisjes die alleen moesten opdraaien voor het grootbrengen van hun kind.

In dit lied is de moeder blijkbaar zelf de “schuldige” en heeft ze berouw voor de gevolgen van haar eertijds liederlijk leven. Maar het getergde kind blijft zijn moeder trouw!

De tekst vonden we alleen bij Willy Lustenhouwer terug en in de muziek die hij uit de mond van een niet genoemde voorzanger noteerde herkenden we uiteindelijk “Viens près de moi”, dat we reeds kenden van de “Hulde aan korporaal Trésignies

Het bastaardkind

[A] onbekend – [C] Léo Daniderff (1878-1943)

Van school kwam hij, de knaap,
met een zeer trage stap,
het hoofdje als gebogen neer
en zuchtend keer op keer.
Tehuis gekomen daar
werd moeder gauw gewaar
dat haar lief enig kind
als was ontzind.
De reden vroeg ze gauw,
de goede vrouw.

Moeder, sprak het kind,
de makkers op de school spotten met mij zovele.
Ik ben niemands vriend,
elk die veracht mij en dat doet me zo verdriet.
Elk roept achter mij
dat ik een bastaard ben zonder vader op aarde.
Moeder, zeg het mij,
heb ik geen vader die mij mint,
een bastaardkind?

In uwe jeugd waart gij,
zeggen de makkers mij,
het speelgerief van iedereen en niets ontzag uw eer.
Dat gij uw lichaam schonk,
voor ‘t geld aan oud en jonk,
dat gij braste en schonk, steeds hevig dronk.
Een lichtekooi waart gij, zo zeggen zij.

Die woorden brachten smart
thans in het moederhart
en zie, z’herdacht zo heel en al
haar vroeger leven al.
Zij bergde voor de schand’
‘t gelaat in beide hand’,
zij weende gans ontzind
zoals een kind.
Het kindje droogde dan
zijn moeders traan.

3. Moe, vergeef het mij,
daar ik zie dat gij voelt berouw voor ‘t vroeger leven
en zolang ik leef blijf ik uw zoon,
en spreek ik nooit meer op die toon
maar, ben ik een man,
zal ik mij zeker wreken op die grote heren
die op ‘s levensbaan
met al hun geld zo menig jong hart heeft geveld.

 

Partituur * Het bastaardkind *
      1. instrumentaal

Tags:

0

Apachenhart (Alfons, de beul der publieke vrouwen)

Geplaatst door Johan op 29 juli 2019 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

De melodie van de strofe is verwant aan “Rozalia, de klappende papegaai“, uit de 18e eeuw dus. Het refrein is dan weer een eerder 20e eeuwse walsmelodie die we ooit nog eens hopen thuis te brengen…

Alfons was dus een ongenaakbare pooier maar hij krijgt geen vat op “een meid met ogen blauw”. Dat zint hem niet en zoals het een macho-Apache betaamt verzekert hij zijn vrienden met het mes in de hand dat hij haar een lesje zal leren. Maar zij is niet onder de indruk en blijft hem trotseren. Dan ziet hij plots dat ze een jonge moeder is en hij smelt voor de smeekbeden van de dreumes in diens wiegje.

Totaal ongeloofwaardig uiteraard, maar zijn niet alle romantische liefdesverhalen in populaire “stationsromannetjes” dat? Je kan je zo de eerst verschrikte en vertwijfelde blikken inbeelden waarmee het publiek de zanger aanstaarde waarna op het einde iedereen een vertederde zucht van verlichting slaakte. Kassa kassa voor de verkoop van liedblaadjes!

Apachenhart
(Alfons, de beul der publieke vrouwen)

Alfons die was hier het verdriet,
den beul van de publieke vrouwen.
Iets weig’ren durfden z’aan hem niet
uit vrees, hij was niet te vertrouwen.
Iederen dag had hij een andere vrouw,
en weer kwam hij een vreemde tegen,
een meisje lief, scheen niet verlegen,
Dat’s iets voor mij dacht hij weer algauw.
En hij die riep dan in zijn schik,
dat meisjeshart, ja dat wil ik.

Het was een meid met ogen blauw,
oprecht een flinke schone vrouw,
de ster van al de nachtgodinnen,
iets liefs dat ieder zal beminnen.
Alfons die prijsde zich dan aan,
bedreigde haar moest ze hem ontslaan.
Zij lachte en weigerde gauw,
die lieve meid met ogen blauw

Zijn vrienden zeiden bovendien:
Alfons er is niets van te maken.
Niets aan te doen? Dat wil ik zien.
Zijn woede scheen ten top te raken.
Ik wil haar hart of wel wil ik haar vel,
de schonen moeten voor mij vallen,
dat is gekend onder hun allen,
of anders doorkerf ik hen snel.
Hij wachtte dan een uur nadien,
tot hij ze weder had gezien.

Het was een meid met ogen blauw,
oprecht een flinke schone vrouw.
Hij sprak tot haar: kies nu gij schone,
mijn liefd’of ‘t mes da’k u zal tonen.
Z’antwoordde spottend zonder smart,
dat voor een man je hebt er geen hart,
zij lachte en weigerde gauw,
die lieve meid met ogen blauw.

Het mes in d’hand vol razernij,
liep hij dan naar haar kamer mede,
en wou haar slaan, ineens hoort hij:
Moeder! Hij hield op en met reden.
Want in een wiegje lag een kindje teer,
d’armpjes gekruist omhoog geheven,
juist of het voor zijn moe wou streven.
En dan wierp hij het mes terneer,
dan riep het kindje, nog zoo klein:
Doe toch mijn moeke gene pijn.

Dank zij die meid met ogen blauw,
oprecht een flinke schone vrouw.
Voor ‘t eerst zag men die man toen wenen,
dan wou hij al zijn goedheid lenen.
‘t Hart was gebroken en gezwind
riep hij: ‘k wil vader zijn voor het kind.
‘k Werk voor u saâm en deel uw smart,
ziedaar nu een Apachenhart

.

Partituur * Apachenhart (Alfons, de beul der publieke vrouwen) *
      1. instrumentaal

Een variante van dit lied vinden we bij Frans Jacobs op zijn liedblad nr 51 als “Ene meid met ogen blauw” op de melodie van “Rien que vous” (zie “Waarom weigert gij“) De tekst is duidelijk verwant maar fel ingekort en veel van het melodrama is achterwege gelaten.

Tags:

0

De Clown

Geplaatst door Johan op 21 juli 2019 in liedboeken, liederen, Over Moord & Rampen |

Op het repertoire van Jos Dumont uit Antwerpen stond dit tragische lied over een circusclown. Hij heeft een relatie met een trapeziste werkzaam bij hetzelfde circus maar hij vermoedt dat ze hem ontrouw is. Verteerd door jaloezie confronteert hij haar met zijn vermoedens en ze geeft hem botweg de bons. The Show Must Go On en hij zorgt voor een definitieve, ijzingwekkende finale.

We vonden twee versies van de tekst en één versie van de bijpassende muziek.

Die tekst is overduidelijk een vrije vertaling van “Le Clown” zoals Adolphe Bérard dat zong in 1910 op tekst van E. Joullot.

Avec son toupet rouge et blanc
Le clown dans le cirque s’élance,
Pirouettant, cabriolant,
Hardi, souple et plein de vaillance
Qu’il est drôle, qu’il est adroit
On pouffe à ses mines sévères
Par la farce le clown est roi,
On peut oublier ses misères

Clown, fais-nous rire !
Lance des quolibets salés,
Entends la foule qui délire
A tes lourds propos envolés
Clown, fais-nous rire !

      1. Le Clown - Adolphe Bérard

De Clown

Met zijn haardos in rood en wit
begint de clown zijn werk te maken
Ieder die in het circus zit
weet hij kostelijk te vermaken.
Wat is hij aardig vlug en net,
koning van ‘t vak hij mag het weten
Verschaft ons altijd zoveel pret
dat wij daarbij ons leed vergeten.

Clown gij doet ons lachen
gij met uw lief vrolijk gelaat
en met al uw aardige grappen
gij die door niemand wordt gehaat
Clown gij doet ons lachen

De clown gaat heen, hij triomfeert,
om haar die hij aanbidt te vinden.
Langs zijne loge gepasseerd
om te omhelzen zijn beminde.
Doch eensklaps op zijn weg gestoord
denkt hij een kus te horen smaken
Hij snelt er heen daar z’hem behoort
Maar men roept: “Clown, kom ‘t volk vermaken.

Clown gij doet ons lachen
gij met uw lief vrolijk gelaat
en met al uw aardige grappen
gij die door niemand wordt gehaat
Clown gij doet ons lachen

Het ogenblik van rust is daar,
uit zijn loge ziet hij één vluchten.
Hij komt bij haar en vraagt aan haar
terwijl hij bevend staat te zuchten
“Komaan spreek op wie was bij u?”
“‘t Gaat u niet aan, ‘t was een lief wezen
Ik min u niet, ben schier beschaamd
de vrouw van enen clown te wezen”

Clown moet droevig lachen.
Met strenge blik ziet hij haar aan.
Die hem bemind’ heeft hem bedrogen,
wat zal er nu gebeuren gaan?
Clown moet droevig lachen

Op de kunstladder werkt hij voort
waar de taak hen beiden verenigt.
Samen beklimmen zij de koord,
‘t muziek is stil, alles is enig.
‘t Behoud is in zijn handen nu,
zegt: “Morgen zal ‘t u niet meer lukken,
bedriegster, met mij dood ik u”
terwijl hij sneed de koord aan stukken.

Clown gij lacht niet langer,
uw jaloesie was veel te groot.
Ten gronde vielen twee lichamen,
ze vonden beiden hunne dood.
Clown, gedaan met lachen


De oorspronkelijke melodie van Léo Daniderff  is door de mondelinge overlevering flink veranderd.

Partituur * De Clown *
      2. instrumentaal

 

Tags:

1

Mijn liefste Rozeke

Geplaatst door Johan op 15 juli 2019 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

Een jongeman (veronderstellen we) beschrijft zijn aanstaande bruid: zijn Rozeke. Hij heeft een cadeautje voor haar want dat had ze gevraagd en het duurt vier strofen eer we te weten komen wat het is. Uiteindelijk krijgt het ogenschijnlijk tedere, romantische verhaal een platte, licht-erotische wending. Denken we toch …

Dit is duidelijk geen lied dat een marktzanger onder de kerktoren zong, het hoort thuis in een café-chantant met licht beschonken toehoorders. Willy Lustenhouwer kreeg het in de omgeving van Brugge te horen waar eind 19e – begin 20e eeuw heel wat café-chantants actief waren.

Mijn liefste Rozeke

665 muziek: Vincent Scotto / Henri Christiné “Le petit objet”

Iedereen kent wel mijn Roosje, toekomende bruid misschien,
op haar wangen schijnt een blosje, ach moest gij haar toch ’s zien.
‘t Is haar naamdag, potverdikke, van mijn Roosje lief en fijn,
nu zal ik haar gaan besteken, wat zal ze gelukkig zijn.
De cadeau is wel niet te groot,
maar beste vrienden, sapperlot,
als ze dat ziet wordt ze nog zot.

refrein:
O, mijn liefste Rozeke,
‘k heb er ’n geschenk naar uwe zin.
O, mijn liefste Rozeke,
‘k geef het u omdat ik u bemin.

Willem, sprak mijn liefste Roosje, koop mij toch als het kan zijn,
Een uurwerk of schone broche, of zo een corsètje fijn,
Daad ‘lijk ging ik aan het kijken, heel de stad al in het rond,
Of ik nergens iets zag blinken, dat mijn Roosjelief aanstond,
Ik zag er heel veel gouden pracht,
maar ik had er nooit aan gedacht,
Dat ik maar vijftien centen had.

Toch was ik nu vastberaden, iets te kopen zo wellicht,
Waren het geen goudsieraden, ‘k heb dan toch gedaan mijn plicht,
Willem mijne beste jongen, zal ze zeggen nu gewis,
‘k Heb mij al zolang bedwongen om te weten wat het is;
En het is toch zo iets plezant,
en daarbij ook nog zo charmant,
En het kan juist in hare hand.

Dus ge hoort het beste mensen, ‘k heb alles in ‘t werk gesteld,
om te voldoen aan haar wensen, maar ik had te weinig geld,
Nu voor ‘t sluiten van mijn liedje zult ge vragen wat ik kocht,
Wel ze zal er van verschieten, wat ik haar heb meegebrocht,
En het is zeker wel niet vies,
en daarenboven ook niet kies,
Want ‘t is ’n eind’ droge saucies.

Partituur * Mijn Rozeke *
      1. instrumentaal
      2. Le petit objet - Polin (1911)

Tags:

2

Revolutie in Parijs (1893)

Geplaatst door Johan op 8 juli 2019 in cahiers, liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet, Schrift Eugenius Koopman |

Zowel bij Willy Lustenhouwer (“Geschiedenis van het café-chantant”) als bij Eugène Koopman (“Liedjesschrift 1917”) vonden we een dramatische vertelling die zich afspeelt tijdens de “Revolutie in Parijs”, de bloedig neergeslagen opstand van de communards in 1871. We kwamen die gebeurtenissen al tegen bij het lied van “De wees van de Communard”

Beide bronnen verschillen inhoudelijk lichtjes, maar de opbouw van het verhaal is duidelijk dezelfde.

Het gaat over een jongedame, Lizon, die smoorverliefd is op een “ridder”, een adelijk man dus, die blijkbaar ter dood veroordeeld is. Bovendien moet hij een verstandshuwelijk aangaan met een ander meisje – vermoedelijk ook van adel, het wordt niet gezegd – en dat drijft de jaloerse Lizon er uiteindelijk toe haar minnaar te verraden. De man verliest letterlijk zijn hoofd op het schavot, zijn troosteloos lief verliest het hare ook, maar dan figuurlijk: zij wordt gek van verdriet.

Lustenhouwer heeft een walsachtige melodie kunnen noteren en dat is altijd nuttig!

Na wat speurwerk kregen we toevallig een partituur uit 1910 in het vizier van de alomtegenwoordige F.-L. Benech als tekstschrijver en Léo Daniderff als componist. Het werd meteen duidelijk dat het “vlaamse” café-chantant lied een poging tot vertaling was van “En Quatre-Vingt-Treize” (in 1893), we geven u de eerste strofe + refrein van het origineel ter vergelijking:

C’est quatre-vingt-treize !
À Paris,
On tire le canon d’alarme,
Et pour délivrer le pays
Le peuple entier sur rue aux armes !
Mais Lison s’en moque vraiment,
Elle est toute à sa jalousie,
Car le chevalier, son amant
Avec une autre se marie !
Pourtant, bravant la mort, le chevalier proscrit
Pour lui dire “Au revoir” est venu cette nuit
Et dans un baiser il lui dit :

“Je t’aimerai toujours Lison,
Tu voix, je suis venu quand même,
Mon coeur demeure en ta maison,
Puisque c’est toi seule que j’aime,
Pourquoi me tourmenter Lison ?
Embrassons-nous ma blondinette,
Un mariage de raison
Ne peut faire perdre la tête !


De melodie van het origineel is helemaal geen wals maar een kordate en tegelijk pathetische marsmelodie, niet makkelijk te zingen overigens!


De oudste plaatopname die wij terugvonden is van Henriette Leblond, een 78-toerenpolaat overgenomen op de CD “Chansons de France: Les chansons de Papa” (2006) en ook in een CD-koffertje met tien CD’s “Anthologie de la Chanson Française enregistrée – les années 1900-1920” (2007)

      1. En 93 - Henriette Leblond

Die melodie staat toch wel mijlenver af van wat Lustenhouwer zoveel jaren later in het Brugse noteerde; die was door de mondelinge overlevering dus niet alleen omgetoverd tot een meeslepende wals maar de scherpe kantjes waren er ook af en de zingbaarheid fel verbeterd. Het is daarom deze geëvolueerde melodie die we overhielden voor onze versie.

Voor de tekst baseerden we ons in de eerste plaats op het liederenschrift van Eugène Koopman die het opschreef amper enkele jaren na de publicatie van de originele franse versie.

Revolutie in Parijs

‘t Was revolutie te Parijs
‘t alarm klinkt door de straten
Het volk dat geeft alles ten prijs
Eenieder heeft zijn huis verlaten
Maar Lizon die ziet daar niet naar
Haar hart vol haat en rouwe
Daar den ridder, haren minnaar
Nu met een ander wil gaan trouwen.
En nochtans, heden nacht, ondanks ‘t grote gevaar
van de dood die hem wacht, komt hij bij haar
En liefd’rijk kussend zegt hij haar:

Ik bemin u nog altijd Lizon
Gij ziet ik kom bij u weer
Tot u die eens mijn liefde won,
geen ander neen bemin ik meer
Waarom behandelt gij mij slecht
Omhelst mij, m’n lieve blondinne
Een huwelijk uit plicht en recht
Mag niet verduist’ren uwe zinnen.

Maar wat is dat, men klopt hier aan
Polies, verberg u spoedig
’t Is middernacht, ‘k wou slapen gaan
Ik open snel, zo sprak zij moedig
en tevergeefs werd er gezocht
Verschoning lieve vrouwe
Wij doen ons plicht, maar niets vermocht
Hij blijft aan zijn beminde trouwe
en dol van jaloezie, uitgeput van verdriet
zegt Lizon, neemt hem maar, hij is hier,
ziet, dan heeft die ander hem ook niet

Lizon, waarom pleegt gij nu verraad?
Ik schonk u mijn hart en zinnen.
Nochtans, voor u voel ik geen haat
want u alleen blijf ik beminnen.
Ik verwacht reeds den beul, Samson,
’t is toch het lot aan mij beschoren.
Door de liefde voor u Lizon
heb ik alreeds het hoofd verloren.

Lizon verlaat noch dag noch nacht
de plaats der guillotinen.
Ze ziet het volk dat zingt en lacht
rond die ijselijke machine
en ziet den ridder treedt vooruit
Lizon roept, d’handen geheven:
Genade voor hem, smeekt zij luid,
dood mij maar laat hem toch het leven.
Hij beklimt het schavot met z’n fiere gemoed
En zijn blik treft Lizon als afscheidsgroet
’t geen haar ‘t verstand verliezen doet

Langzaam klimt hij verder op ‘t schavot
men hoort niets door al ‘t rumoer
Juist den trommel van den tamboer
begeleidt er zijn droevig lot.
En Lizon roept nu is het klaar,
hij komt weer, hij’s voor mij geboren.
Want Lizon zoals haar minnaar
heeft voor altijd het hoofd verloren.

Partituur * Revolutie in Parijs *
      2. instrumentaal

Tags:

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com