0

Aan de haven van Antwerpen

Geplaatst door Johan op 25 juli 2018 in cahiers, liederen |

In een handgeschreven liedschrift van José Vandevelde uit Antwerpen – ons bezorgd door René Van Horen van “Gaffeltuig” – vonden we een lofzang op de haven van Antwerpen.
Tekstschrijver onbekend, de muziek komt van “Pigalle”, een lied uit 1946 geschreven door Georges Ulmer en Guy Luypaerts. Het origineel werd ondermeer gezongen door Patachou


Het vergde enige handigheid om de vertaling op de melodie te plakken, maar we denken toch dat we daarin redelijk geslaagd zijn… De tekst bevat nogal wat jargon dat mogelijk voor rasechte Antwerpenaren actief in het havenbedrijf perfect verstaanbaar is. Wij hebben hier en daar wat vraagtekens.

Aan de haven van Antwerpen

Aan de haven van Antwerpen
is er een schipperskwartier
en men zingt er en men drinkt er
lekker een grote pot bier.
De trolleybussen die rijden
langs dokken en langs de baan.
Op wandel zult ge u verblijden
want dan blijft ge telkenmaal weer staan.

Hier ligt een spits
daar tractoren geflits
ginder ligt er een baquette
daar ene kast
met een hoge last
daar verder een garekeuken
Vlottende kranen
gelijk veteranen
steken hun flèche omhoog
Veel droge dokken
en drijvende bokken
de rest vraagt geen betoog.
Wippende bruggen
gelijk kemelruggen
bewegen hier op en neder
Grote zeeschepen
door bootjes geslepen
die keren hier telkens weder.

Rond de haven van Antwerpen
ligt het spoor ten allen kant
De zeeschepen inbegrepen
brengen hier hun waar aan land.
En de graanzuigers die wachten
op werk in het verschiet.
Hetgene dat zij betrachten
dat brengt ons helemaal geen verdriet.

Drijvende boeien
sirenen die loeien
grote en kleine sluizen
Magazijnen, hangaren,
motors kempenaren
en daarbij nog Oosterhuizen.
Beweegbare kranen
‘t zijn echte Titanen
als een reus zo groot.
Veel Antwerpenaren
met heel grote scharen
verdienen hier hun brood
Regelmatige lijnen
en vier magazijnen
vindt men bij ons in Antwerpen.
Een petrolhaven
die is men aan ‘t graven
voor onze stad Antwerpen.

Partituur * Aan de haven van Antwerpen *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De blinde soldaat (A. Coppenolle)

Geplaatst door Johan op 11 juli 2018 in liedbladen, liederen, Wereldoorlog |

We publiceerden al enkele liederen waarin blinde soldaten ter sprake kwamen en de oorzaken van die blindheid:

Deze keer een lied dat Achille Coppenolle schreef enkele jaren na de oorlog want hij gebruikte de melodie van “Les promesses“, een lied van de alomtegenwoordige F.L. Benech, gepubliceerd in 1925 en ondermeer gezongen door Georgette Plana

Wij vonden de tekst terug in “De Eerste Wereldoorlog in het Vlaamse Volkslied” (2001), een proefschrift van Elke De Greef, die ondermeer kon putten uit de omvangrijke verzameling liedbladen van Roger Hessel. Zanger en tekstschrijver (?) Achille Coppenolle weet kundig en poëtisch het tragische lot van een afgezwaaide blinde soldaat te beschrijven. De ongelukkige heeft de Grote Oorlog weliswaar overleefd maar zijn blindheid is definitief en hij kan zich stilaan zelfs niet meer herinneren hoe zijn familie eruitziet. Hij hoopt aan het eind van het lied  radeloos op een wonder. Of op de dood?

De blinde soldaat

Ik was zo gelukkig in vroegeren tijd
het leven was mij dan vol aangenaamheid
de natuur lag zo stralend voor ‘t oog
‘k Zag zon, maan, sterren schijnen zo hoog
‘k Zag bot en ‘k zag bloemen in lentegetij
‘k Zag bloemen bloeien in veld en wei
en wat ik meest minne, ‘k zag vrouw en ‘k zag kind
maar thans zie ik niet meer, ik ben blind

Met ‘t hart vol verdriet hoor ik hun spreken
doch ik zie hun niet, mijn hart zou breken
‘k Kus mijn kinders zo teer
doch ik zie hun niet meer
Ach mijn vrouw, ‘k zou geld ‘k zou aanzien biën
mocht ik u op dees aard nog eenmaal zien.

De oorlog heeft pijnlijk veel herten geraakt
weduwen en wezen, verminkten gemaakt
en met gassen mijn ogen verblindt
dat ik nu mijnen weg niet meer vind.
Wil ik eenmaal wand’len ik kan niet alleen,
men moet mij leiden gelijk waarheen
vergald is mijn leven, gebroken mijn hart
bij vrouw en kind is slechts troost en smart

Er staan in den geest zoveel beelden geprint
maar langzaam verflauwen zij als rook en wind
de tijd rooft stilaan ‘t beeld mijner vrouw
en dit van mijn kind blijft niet getrouw.
De beelden van vroeger verdwijnen, vergaan
laten m’alleen met blindheid belaan
‘t Zicht is mij ontnomen die kostbare schat
nooit geeft men weder wat ik bezat.

Ik dwaal in het duister bij dag en bij nacht
en mag zelfs niet denken dat redding mij wacht
‘k Ben hooploos, soms ween ik als een kind
als ik denk dat mijn leed slechts begint
O God van beproeving, mijn kruis is zo zwaar,
mijn lijden wreed, de toekomst zo naar.
Voor ‘t land mijner vaad’ren gaf ik mijn gezicht
troost mij en maak mijn bestaan wat licht.

Partituur * De blinde soldaat *
      1. instrumentaal

Tags:

0

De vreselijke bandietenbende Mercy en Naudts van Adegem (1918-1920)

Geplaatst door Johan op 27 juni 2018 in liedbladen, liederen, Over Moord & Rampen, Wereldoorlog |

De “Groote Oorlog” veroorzaakte veel miserie en leed, en dat stopte niet na de wapenstilstand. De armoe was groot voor hen die zich niet hadden verrijkt tijdens de oorlog door hand- en spandiensten aan de bezetter te verlenen of door opportunistisch levensnoodzakelijke goederen aan woekerprijzen te verkopen. Bij die laatste groep zaten ook verkwistende snoodaards die gewend waren geraakt aan makkelijk verdiend geld en nu de hoorn des overvloeds zagen uitdrogen. Enkelen schakelden over naar afpersing, intimidatie en regelrechte rooftochten waarbij er onvermijdelijk werd gemoord.

In de streek van Maldegem – de thuishaven van marktzanger Tamboer – was een bende rond Jozef Mercy en Alfons Naudts ontstaan en het is dan ook niet verwonderlijk dat Tamboer er een lied over schreef. Hij gebruikte de melodie van “Reviens vers le bonheur” van Eugène Gravel die we al vermeldden bij “De droeve klacht van een deserteur” maar Tamboer volgt de originele melodie nauwgezetter en dus herhalen we die onderaan integraal in aangepaste versie.

Liedblad verzamelaar Roger Hessel weet te melden1 dat de derde strofe van Tamboers’ lied vrijwel letterlijk is overgenomen door marktzanger Viktor Beekaert in zijn lied over “De roversbende Vanderstuyft en Van Hoe achter grendel “, hoewel het beschrevene helemaal niks had te maken met die bende.
Of Tamboer zich gebaseerd heeft op de “ware feiten” proberen we te achterhalen in enkele kranten artikels.

In de “Nieuwe Venlosche Courant” van vrijdag 24 december 1920 lezen we een artikel dat 2 dagen voordien ook in het “Eindhovensch Dagblad” had gestaan:


In “De Volksstem” van 9 januari 1921 – 1 week na het oppakken van de bende leden – lezen we dit

In “De Tijd” (Amsterdam) van 24 februari 1922 staat een relaas dat vele elementen bevat die we in de liedtekst van Tamboer terugvinden.

Over het proces voor het assisenhof lezen we een verslag in “De Volksstem” van 17 maart 1922

Het verslag citeert dan tussenkomsten van het Openbaar Ministerie en van de verdediging van Alfons Naudts. Een verdediger van kompaan Jozef Mercy is er niet want de man werd doodgeschoten bij de arrestatie, zoals we lazen in de krant van Venlo en in “De Tijd”.

De verdediging van Naudts trekt de schuld van zijn client bij enkele moorden in twijfel want Naudts beweert dat ze door wijlen Jozef Mercy werden gepleegd. En medebeschuldigde Grammens zo leren we was tijdens de oorlog opgeëist en “hij heeft in Sedan verbleven”. Over P.J. Roelandt zegt zijn verdediger: “Toen de oorlog uitbrak was Roelandt slechts 14 jaar oud; hij is in handen gevallen van Mercy die hem heeft opgeleid in het stelen.” En zijn raadsman veroorzaakt enige hilariteit als hij verklaart: “Wat het feit te Knesselare betreft, Roelandt heeft niet naar de openbare macht geschoten. Het zijn de gendarmen die geroepen hebben ‘Bandiet, trekt u achteruit of ik schiet u omver’. Hij werd uitgedaagd en handelde uit wettige zelfverdediging.”

Ook in ’t Getrouwe Maldegem van 19 maart 1922 staat een omvangrijk verslag van het proces, inclusief twee “lichtbeelden” zoals men foto’s toen blijkbaar nog noemde.

Naudts werd uiteindelijk ter dood veroordeeld, 16 andere bendeleden kregen lichtere straffen.

Die doodstraf van Naudts werd echter omgezet in levenslang en na 20 jaar kwam hij vrij wegens goed gedrag. Het duurde echter niet lang of hij begon opnieuw te intimideren en af te persen. Toen de rijkswacht hem betrapte bij het ophalen van losgeld verzette hij zich hevig en werd hij tijdens de schermutseling gedood. De “Limburger Koerier” vertelde op 19-10-1942 het hele verhaal


1 in “De Filosofen van de Straat” (uitg. MuziekMozaiek, 2004)

De vreselijke bandietenbende Mercy en Naudts van Adegem

Onze streek was reeds lang in gevaar
ieder leefde met ‘t hart vol bezwaar.
Overal werd gebrand en gemoord
door bandieten die niemand ’n vreesden.
Medelijden kwam ook niet van pas,
spaarden ook gene werkende klas.
Hunne wreedheid was overgroot,
‘t roept om wraak bij God.

Ter dood op het schavot,
uwe straffe zal nooit zijn te groot.
Vervloekt door groot en klein
want gij hebt ons te vele misdreven.
Gij rechter doet uw plicht,
ziet geen enkelen door het licht
want voor hunne wreedheid op aarde
verdienen ze tweemaal de dood

Zij die waren zeer sterk in getal,
stalen veel en moorden overal,
niet uit nood maar verslaafd aan den drank.
Zo floreerden zij op onze wegen.
Aan elkander gekleefd zo ter trouw,
brachten menig gezin in de rouw.
Denkt aan ‘t lijden van ‘t wezekind
dat nu zucht ontzind

Zek’ren dag toen vernam men het kwaad
op het sterfbed van enen soldaat.
Hij gevoelde zijn einde nabij,
wilde zuiver van d’aarde verdwijnen
Aan de rechter verteld’ hij voortaan
wat zij allen reeds hadden misdaan
En hij zuchtte vol droeve klacht:
“Nu dan sterf ik zacht”

Kort nadien zat het woedend komplot,
gans de bende voor goed achter slot.
Zonder moeite gebeurde dat niet
want dat hebben wij vroeger bewezen
Zij die waren elkander getrouw,
voelen nu in hun leven berouw
Maar voor hen zal op ‘s wereldsplein
geen genade zijn.

Partituur * De vreselijke bandietenbende Mercy en Naudts van Adegem *
      1. instrumentaal

Tags:

1

De droeve klacht van een deserteur

Geplaatst door Johan op 13 juni 2018 in liedbladen, liederen, Soldaten |

Op de melodie van  “Reviens vers le bonheur” – [C] Eugène Gavel (+1954) schreef Aloïs Van Peteghem kort na WOI een tekst over een onfortuinlijke soldaat die argeloos geloofde wat zijn spilziek vriendinnetje hem op de mouw spelde. Resultaat: kommer en kwel want hij verloor zijn eer en zijn job en zij liet hem in de steek zodra het geld op was. Een steeds weerkerend thema eigenlijk dat ook voor ons vandaag herkenbaar moet blijven.

“Reviens vers le bonheur” zou door Emma Liebel circa 1920 op plaat zijn gezet maar we hebben die opname nog niet teruggevonden.

De droeve klacht van een deserteur

‘k Wierd soldaat, ik gedroeg mij zeer goed.
Mijnen dienst kweet ik daar met veel moed.
Ik beminde een meisje met liefde
die mij later het harte doorkliefde.
Ik voldeed haren wil en haar zin
‘k zag niet dat het was al valse min.
Door haar schuld kwam ik in ‘t getreur
zo werd ik een deserteur

Ik was een goed soldaat
ik kwam mij in dien staat te gedragen.
Ik steeg dan ook in graad,
niemand had daar van mij ook te klagen.
Mijn lief bracht mij in schand,
ik ontvluchtte mijn vaderland.
Door de schuld van die snode vrouw
ben ik nu in de rouw.

Zij was voor het plezier en de vreugd
zo verkwistte ik daar eer en deugd.
Na het uur kwam ik ook dikwijls binnen
van dan af kwam mijn straf te beginnen.
Zelfs tweemaal kreeg ik dan eens cachot,
ik werd door mijne makkers bespot.
Door mijn oversten vroeger geacht
werd ik nu door hen veracht

Zij die was zeer gaarne schoon gekleed
en daarvoor was ik altijd gereed.
Ik voldeed het meisjes dwaze grillen,
daaraan kwam ik veel geld te verspillen.
Om te gaan eens te samen naar ‘t bal
pleegde ik enen zwaren diefstal.
‘s Morgens zegde ze mij: “Ferdinand,
vlucht met mij nu naar Holland.”

Op nen tijd was het geld daar verkwist
en nu kon ik ook worden gemist.
‘t Was gedaan met vermaak en geneugten
en zij kwam weer naar België te vluchten.
Door het meisje haar snode valsheid
zit ik hier in de smart en droefheid.
Voor haar brak ik mijn levensbaan,
wat heb ik nu toch gedaan!

Partituur * De droeve klacht van een deserteur *
      1. instrumentaal

Tags:

Auteursrecht © 2000-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com