0

De Boer en zijn Verken

Geplaatst door Johan op 30 augustus 2017 in liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Op een liedblad getiteld “Zangen van de Klas” heeft “imprimerie Dethier-Ougrée” een reeks vlaamstalige soldatenliederen verzameld, of althans toch liederen om door soldaten gezongen te worden tijdens de (te) vele vrije tijd die ze hadden in vredestijd.

Op het blad staan de teksten van volgende liederen:

  • Den Boer met zijn Verken
  • De ware liefde van Gustaaf en Laura (melodie “Gigolet”)
  • Vaartwel kazerne
  • Nationaal lied (O Vaderland, o edel land der Belgen)
  • Het vertrek van Jefke naar den troep (melodie “Quand on est deux”)
  • Naar wijd en zijd (melodie “Vers l’avenir”)
  • Tien geboden van de Klas
  • Soldatenlied (“En we zijn er van de klas”)

Wij herkenden op het eerste gezicht slechts 3 van die liederen: het volkslied uiteraard (hier met een later in ongenade gevallen tekstversie), “Naar wijd en zijd”1 dat we in het derde leerjaar moesten zingen en het meest gekende soldatenlied “En we zijn er van de klas en we drinken bier met emmerkes”.

Harry Franken was blijkbaar ook in het bezit van dit liedblad, hij is te weten gekomen dat het lied van den boer en zijn verken gezongen werd op de melodie van “Zaza” die we kennen van het lied “Waarom treuren?“, de melodie dus van een Frans chanson uit 1923 op muziek van René de Buxeuil. Het lied “Quand on est deux” zou een compositie kunnen zijn van Raoul Moretti uit 1929 en “Gigolet” vinden we niet terug, dat zou kunnen “La Gigolette” van Franz Lehar zijn of nog een handvol andere franse liederen met “Gigolette” in de titel… Als we hiermee rekening houden zou dit liedblad net voor de Tweede Wereldoorlog kunnen verschenen zijn.
Hier en daar staan er (nog) typfouten in de liedteksten maar het zijn er verrassend weinig als we bedenken dat het blad in een Waalse drukkerij werd vervaardigd.

Het milde spotlied dat we eruit pikten is inhoudelijk te vergelijken met “Een reisje naar Brussel (met de trein)” en andere dergelijke waarschuwende-vinger-liederen. De hoofdrolspeler wordt een beetje euforisch nadat hij voor veel geld zijn vet varken heeft verkocht in Brussel, en naar kandidates om mee te profiteren van zijn tijdelijke rijkdom moet hij niet lang zoeken. Maar uiteindelijk moet hij met een lege geldbeurs terug naar huis …


1Vers l’avenir – Naar wijd en zijd. Tekst: G.T. Antheunis – Muziek: F.A. Gevaert, “composé à l’occasion du 75me anniversaire de l’indépendance nationale” (1905 dus). Te vinden o.a. in “Het Liederboek van de Belgische Jeugd” van Th. Quoidbach. Het is ondertussen een controversieel lied geworden want het propageert de kolonisatie van het (niet met name genoemde) Congo: “Is uw bodem hier klein, ginds toch wacht u een strand. Als een wereld zo groot waar uw vlag staat geplant.” – “Si ta force déborde et franchit ses niveaux, verse-la comme un fleuve en des mondes nouveaux !” – “Va, sans faiblir, peuple énergique, vers des destins dignes de toi ! Dieu saura protéger la Belgique et son Roi !” (in 1905 was dat Leopold II )

Den Boer met zijn verken

Ja Boer Jan trok naar de markt
plezierig welgezind
Hij moest ‘t verken verkopen,
‘t was de moeite waard
Naar Brussel wel opgezet
met zijn jasken schoon en net.
Onzen Jan, een man met veel verstand,
stak de briefkens schoon van kant.
Seffens honderd ballen trok hij daar op
en dan ging hij op rabot.

Boer Jan verkocht het verken
en met dat geld zwierde hij rond verstaat dat wel
Maar ‘s avonds kwam hij te merken,
wel janvermille dat is hier toch wel een spel
Vrouwtjes zag hij met ogen
schoon geblanket, wel opgezet, ja lief en net
Maar Jan had in zijn zinnen, eens te beminnen
zo een koket

Hij liep dan de stad eens rond
ja fier gelijk ne prins
Wel hier zijn schone dingen
in den avondstond
Hij bezocht menig’ hotels,
vrienden, gij verstaat dat wel.
Daar was een meisje lief en galant:
Mijnheer gij zijt charmant!
Lief kind gij hebt mijn hart verleid
ik blijf met u ja voor altijd.

Hij sprak dan: mijn liefste kind
drinkt maar al ‘t geen gij wilt.
Gij moet u niet generen,
‘k heb ze toch verdiend
Wel mijnheer ‘k heb lust op wijn
voor een flesken mag dat zijn
Drinkt champagne voor mij, engelin
want gij staat in mijnen zin.
En ons Jantjen ging met veel plezier
met dat mokken op zwier.

Nu was het voor Jan te laat
om naar zijn dorp te gaan
Geen trein om te vertrekken,
nu stond hij op straat.
Schept maar moed mijn vriend
gij hebt ook mijn hartje verblind
Komt maar mee met mij naar mijn hotel
Jan sprak dat is wel
En gelooft mij vrienden wat ik zeg:
‘t geld van ‘t verken was weg!

Partituur * Den Boer met zijn Verken*
      instrumentaal

Tags:

1

Manneke Pis (2)

Geplaatst door Johan op 24 augustus 2017 in cahiers, liedboeken, liederen, Schrift Eugenius Koopman, Spot & Ironie |

De zoektocht van Louis Raaijmakers naar de volledige tekst (en melodie) van een lied dat hij lang geleden door zijn vader hoorde zingen bracht ons ertoe dit lied alsnog op de site te zetten. Of we het ooit voor een levend publiek zullen zingen is onzeker, als u verder leest zal u te weten komen waarom.
Wij vonden uiteindelijk tekstversies in het liedschrift van Eugenius Koopman (1917), in het liederenschrift van Marie De Puysseleer (1918, geciteerd in “Zo werd gezongen” van Alfons De Belie), in het boek “Anderlecht zingt zoals vroeger” (1991, Ontspanningsclub van ’t Broeck) en in het boek “Zo d’Ouden Zongen” van Walter Van Rieth. Die laatste publiceerde ook een melodie zoals die circa 1986 werd voorgezongen door enkele ouderen.

fragment uit “Zo d’Ouden Zongen”

Het thema van het lied is verwant met “een reisje naar Brussel” en niet zoals je op het eerste gezicht zou kunnen denken met dat andere lied over Manneke Pis.

De auteurs van het lied zijn onbekend en de gebruikte melodie is allicht een oud (frans) liedje van “voor den oorlog”, dat merken we aan de stijl, aan de woordenschat en … aan de publicatiedatum van de 2 liederenschriften waarin we het vonden.

Het gaat dus eens te meer over een boerreke die met zijn zuur verdiende spaargeld de trein neemt naar Brussel. Dat heeft hij nog nooit gedaan, want hij weet niet wat er gebeurt als het landschap voor de vensters van de trein voorbijschuift 1. En hij gaat in het midden van de bank zitten uit vrees dat anders de trein zou kantelen…
In Brussel aangekomen zoekt hij zonder kaart en zonder adres naar Manneke Pis en een straatmadelief heeft dat snel in de mot. Ze troont hem mee naar een café maar ons boerreke is blijkbaar niet van gisteren en haar snood plannetje mislukt.

De tekst gaat nogal vrij om met de melodie en het is in elke strofe zoeken om de juiste lettergrepen onder de juiste noten te zetten. Dat – en het ontbreken van een refrein – maakt het zeer moeilijk om het lied in groep te zingen als men het nog niet kent, het is allicht een liedje dat in een revue werd gebruikt en daarna op familiefeesten werd voorgezongen door een plezante nonkel.

We hebben wat voetnoten aan de liedtekst toegevoegd omdat sommige archaïsche zinswendingen en begrippen misschien niet meer algemeen gekend zijn.


1. Dat doet me denken aan 1 van de kinderversjes/mopjes die mijn opa “Jef van Toinge” (die Brussel wél goed kende) voor argeloze kleuters zoals ik placht voor te dragen: “Tuut zei de trein en de statie vertrok”.

Manneke Pis (kluchtlied)

‘k Had ne frank of zeventien gespaard
met veel moeite had ik dat bijeen vergaard
‘k Dacht: met die centen daarmee ga ik op reis,
ik ga voor nen dag of acht naar Brussel of Parijs.
‘k Liep naar de statie om een kaartje heel gedwee.
Maar waar moette naartoe?
‘k Zeg: g’hebt er geen affaire2 mee
Ik zat voor het venster van ‘t portel3.
Wel! Wel! Wel! Dat was een spel!
Het was kadee, den trein die ree,
en al die bomen en die akkers reden mee.
Somtijds dacht ik dat den trein bleef staan
Omdat ik alles zag weg gaan.
Ik kost me daar niet aan verstaan.

Een vent met koopren knoppen, dat is fijn,
die knipte dan een gaatje in mijn kaartje van den trein
‘k Zette mij in ‘t midden van de bank, ge moet verstaan,
omdat den trein niet scheef zou rij’en, niet van de route zou gaan.
Ik stond in Brussel te gapen, ‘k weet niet hoe
De weg moest ik niet vragen want ik wist niet waar naartoe
‘k Liep dan zo maar op goed vallen uit 4
D’een straat in en d’ander uit
Wat grote jar5 op dien boulevard
Het was al winkel en Bazar.
Ik vroeg aan een agent van Police
Zeg mijnheer, waar is
het standbeeld van Manneke Pis?

Dien agent zei minzaam tegen mij:
Gaat daar over dat pleintje, door dat straatje daar opzij
Dicht daartegen is een winkeltje met vis,
als ge ‘t dan nog niet vindt, hé vriend,
vraag het daar dan nog is.
‘k Pakte mijn pet af en ik zei dankuwel
Dan ging ik verder op mijn weg en het ging rap en snel
Maar wat verder moest ik blijven staan:
een schoon maske sprak mij aan
Wel, brave vent, zei ze present,
ik zie dat gij in Brussel nog de weg niet kent?
Zeg mij waar g’ieverans6 wezen moet
Spreek maar ventje zoet,
ik wijs u de weg met spoed

Zeg lief kind, hoort mij eens even aan
Weet gij hier omtrent Manneke Pis niet staan?
Zeker, zei ze, dat is daar in dat café
Trakteert ge mij een pintje, dan ga ik wel met u mee
‘k Zeg: welja, maar dat was kolossaal,
Het was een stamineeke7 met een groot portaal
In dat portaal daar stond een mammesel
Maar binnen was het een spel
Een wijf of vier, rokskes tot hier,
het waren de meisjes van plezier
Ik moest niet lang zoeken, dat was waar
Ik zag het standbeeld daar
Ik sloeg mijn handen dan tegaar

‘k Zag ras da’k in ’n cabberdoesjke8 was
Ik hield goed mijn centen in mijn handen dan vast
Een juffer met zo een korten rok vroeg:
Trakteerde niet met ’n munich9 of een bock10 ?
‘k Zeg, lief kind, mijnen bok heb ik niet bij
Die staat op onzen stal en mijn geit die staat er bij
Ze glimlachte en ze zweeg subiet
Heuren haring braadde niet11
‘k Trok er vandeur, zonder getreur,
En ‘k liep algauw naar den a vapeur12
Als ik nu nog eens naar Brussel gaan
Geloof mij voortaan
‘k Zal naar Manneke Pis niet gaan.

2 Het zijn uw zaken niet
3portaal; kort bij de deur
4 lukraak, à l’improviste, met de natte vinger
5 grand genre, met veel vertoon
6 ergens (nergens = nieveranst nie)
7 estaminet, café
8 “chambre douce” waar men ongezien en ongestoord de liefde kon bedrijven
9 pilsbier gebrouwd in Munchen
10 Bock is een biersoort. Oorspronkelijk Einbeckerbier in de 17e eeuw, in de lage landen verbasterd tot “een bockbier”
11 zegswijze: haar plannetje mislukte
12 de stoomtrein of -tram
Partituur * Manneke Pis (kluchtlied) *
      instrumentaal

Tags:

0

De gevolgen van armoede en ellende

Geplaatst door Johan op 16 augustus 2017 in cahiers, liedboeken, liederen, Over Armoede & Drank |

Onlangs kregen we nog eens een oud liedjesschrift in handen, aan de vooravond van WO I bijeen geschreven door Theophiel Govaerts uit “Arodenberg”-Aarschot en ons door zijn schoondochter geschonken via Hugo Geeraerts, waarvoor dank!
Daarin op pagina 33 het lied “De zorvulgde van armoede en ende”, althans, dat is wat we menen te ontcijferen…

Het is duidelijk dat er iets schort aan de titel maar dat komt wel meer voor in schriftjes van die periode: de volksmensen die neerschreven wat ze ergens hadden gehoord waren verre van academici. Gelukkig is de tekst van de eerste strofe beter begrepen en konden wij hem integraal terugvinden in “Liederen van de Industriële Revolutie”, waar samensteller Eric Demoen weet dat het een pennevrucht betreft van Jan Van Wulpen (1866-1930), een “zanger en vlaemschen dichter” uit Oostende en dat het gepubliceerd werd in 1893.

De zangwijze zou afgeleid zijn van “L’orphéline de Vincennes”, alias “De Wees van Vincennes”, een compositie van Emile Curin uit 1890, ons onbekend. Geen partituur of plaatopname te bespeuren. Curin zou die melodie echter ook gebruikt hebben bij zijn lied “L’ami de la maison”, en daar konden we dan wel de partituur van terugvinden

Het is dus een typisch lied uit de tijd van de Industriële Revolutie, toen de kloof tussen arm en rijk ontzaglijk groot was geworden, waarna een jarenlange sociale strijd woede om dit onrecht te milderen.

Het hoofdpersonage, tevens de zanger van het lied, had het aangedurfd om bij rijkelui (“ik stond voor een prachtig gebouw”) een stukje brood te bedelen voor zichzelf en zijn gezin. Dat bekwam hem slecht: hij werd naar Hoogstraten1 weggevoerd en daar 7 jaar opgesloten. Hemeltergend onrecht, tandengeknars bij de toehoorders. Maar het kan nog erger: vrouw en kinderen – zonder kostwinnaar – sterven tijdens zijn gevangenschap van honger en kou. Het leven heeft daardoor voor hem geen zin meer, hij smeekt God om ook te mogen sterven.

De gevolgen van armoede en ellende

Komt vrienden luistert naar mijn klachten
en luistert eens naar mijn verdriet
waarnaar mijn hertje komt te trachten
hetgeen ik wil ’n vind ik niet
daardoor leef ik in groot bezwaren
ik heb geen werk aanhoor mij (aan)
0, God helpt mij uit de gevaren
mijn kinderen moeten bedelen gaan.

Refrein:
Waar zijn al ons plezieren
en waar is ons bestaan
zoo kwamen die manieren
‘k wordt naar Hoogstraten gedaan.

Zo kwam ik laatst mijn nood te klagen
ik stond voor een prachtig gebouw
om een arm stuk brood te vragen
voor mijn kinderen en mijn vrouw
de wet die kwam mij ‘t arreteren
en mij in de boeien te slaan
kinders en vrouw aan ‘t ambeteren
en ‘k wierd naar Hoogstraten gedaan.

Refrein:
Ziet hoe zij mij hier halen
hoe ons verdriet komt aan
waar zullen wij nog dwalen
‘k wierd naar Hoogstraten gedaan.

Voor zeven jaar leef ik gescheiden
van vrouw en kinders klein en groot
ziet welke straf dat men moet lijden
al om te vragen een stuk brood
ook ganse dagen ganse nachten
zie ik mijn kinderen voor mij staan
mijn vrouw die zweeft in mijn gedachten
ach mocht ik toch van hier weggaan.

Refrein:
Mensen zonder geweten
o God hoe kan ‘t bestaan
den armen wordt vergeten
en naar Hoogstraten gedaan.

Maar enen brief heb ik gekregen
van mijn gemeente commissère
mijn vrouw had haar zegen gegeven
en mijne kinderen zijn niet meer
helaas zij zijn allen van ‘t leven
door smart en druk en armoe groot
van honger en van kou versteven
zo stierven zij een wrede dood.

Refrein:
o God laat mij ook sterven
Ruk mij de wereld af
laat mij niet langer zwerven
laat mij bij hun in het graf.

Partituur * De gevolgen van armoede en ellende *
      instrumentaal


1Hoogstraten was een gespecialiseerde gevangenis voor landlopers en bedelaars, zie commentaar bij het lied “De Vagebond

Tags:

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com