Oorlogsliederen

20

Wereldoorlog 1914-18

Wereldoorlog 1940-45

Over soldaten & legerdienst

 

20 Commentaren

  • Vaes Jef schreef:

    Ik zoek het liedje: Zie jij die dode gloed. Dit werd gezongen door Marie-Jeanne vandiyck uit Halen op de viering van de zilveren helmen op zondag 10 augustus 2014

    • Johan schreef:

      Dat lied is ons onbekend, geen spoor van gevonden in het archief. Maar er is een goede kans dat “Marie-Jeannne Vandyck uit Halen” u kan vertellen waar dat lied vandaan komt!

    • Wim Van Geel schreef:

      Goede avond Jef, Hier bij geef ik jou de tekst van het Lied Ziet gij die rode gloed

      Ziet gij die rode gloed aan’t hemels rond
      Ziet gij die stromen bloed vloeien voor ons
      Twee volkeren strijden daar vermoorden wreed elkaar
      Schieten met moordend geweer elkander neer

      Jongens van achttien jaar staan in de rij
      Mannen met grijzend haar trouw hun zij
      Zij allen moesten toch onder de wapens nog
      Scheiden van vrouw en kind verloofd en vriend

      Zie je die grijsaard daar S
      Starend in ’t rond vermagerd van verdriet
      zijn zoon niet vond Daar in een droge sloot
      vind hij zijn jongen dood
      Naast hem zijn geweer geen kogels meer

      Waarom die oorlog toch
      Moet die er zijn
      Vernieling en terreur
      Verdriet en pijn
      Het is de hel op aard
      Die zelfs geen kinderen spaart
      Leg dus die wapens neer
      Geen oorlog meer

      • Johan schreef:

        Ha! Geen “dode gloed” maar een “rode gloed”, geen wonder dat ik bij mijn vorige zoektocht niets terugvond.

        Op http://www.seniorplaza.nl vond ik in januari 2013 deze tekst van het lied getiteld “Jongens van achttien jaar”, zoals het ook door de Zangeres Zonder Naam werd gezongen – zie https://youtu.be/An9YF3CGhYc

        ’t Is nacht een donk’re nacht zonder gedruis
        Hier in de eenzaamheid, zo ver van huis
        Opeens weerklinkt bevel, de vijand nadert snel
        Mannen houdt u gereed, de strijd wordt heet
        Opeens weerklinkt bevel, de vijand nadert snel
        Mannen houdt u gereed, de strijd wordt heet

        Jongens van achttien jaar staan in de rij
        Mannen met grijzend haar trouw aan hun zij
        Zij allen moesten toch, onder de wapens nog
        Scheiden van vrouw en kind, verloofd’ en vrind
        Zij allen moesten toch, onder de wapens nog
        Scheiden van vrouw en kind, verloofd’ en vrind

        Zie je die grijsaard daar gebroken staan
        Hij vouwt vol bitt’re smart zijn handen saam
        Ginds in een droge sloot vond hij zijn jongen dood
        Naast hem lag zijn geweer, geen kogels meer
        Ginds in een droge sloot, vond hij zijn jongen dood
        Naast hem lag zijn geweer, geen kogels meer

        Ach waarom moet er steeds weer oorlog zijn
        Vernieling en terreur, verdriet en pijn
        Het is een hel op aard, die zelfs geen kind’ren spaart,
        Leg dus de wapens neer, geen oorlog meer
        Het is een hel op aard, die zelfs geen kind’ren spaart
        Leg dus de wapens neer, geen oorlog meer.

        Geen “rode gloed” hier. Wel vond ik in november 2008 “Ziet gij die rode gloed” op http://www.cubra.nl en er komen hele stukken van overeen met het vorige lied:

        Ziet gij die rode gloed
        aan ’s hemels strand?
        Ziet gij dat heldenbloed
        vloeien in ’t zand?
        Twee volk’ren strijden daar,
        vermoorden wreed elkaar,
        schieten elkander neer
        met moordgeweer.

        Jongens van achttien jaar
        staan in een rij.
        Mannen met grijzend haar
        staan aan hun zij.
        Zij allen moesten toch
        onder de wapens nog.
        Scheiden van vrouw en kind,
        van maat en vrind.

        De nacht is stil alom
        zonder gedruis.
        Dan klinkt een krijgsgezang
        heel ver van huis.
        Dan klinkt er een geweer:
        de vijand nadert weer.
        Mannen, houdt je gereed,
        de strijd wordt heet.

        Ziet gij die grijsaard daar,
        starend in ’t rond
        Vermagerd van verdriet,
        zijn zoon niet vond.
        Ginds in die droge sloot
        Daar ligt zijn jongen dood.
        Naast hem ligt zijn geweer,
        Geen kogels meer.

        Ziet gij die graven daar,
        een offer rijk.
        Daar zwaait de dood zijn staf
        van lijk tot lijk.
        En menig jonge held,
        op ’t slagveld neergeveld,
        slaapt er de dood in ’t graf.
        Soldaat, slaap zacht.

        In het boek “Huilen op de kermis”, een bloemlezing samengesteld door Dr. Tjaard De Haan in 1968, verklaart deze geleerde man dat de bijhorende melodie bijna identiek is aan “Nearer, my God, to thee” (1856) – zie http://hymnary.org/media/fetch/146712 en hoor https://youtu.be/PKsr49csFYk , bij ons beter bekend als “Nader bij U, mijn God”. Niet de melodie gebruikt door de ZZN.
        Het “strand” in de eerste strofe van de vorige versie is waarschijnlijk een klanknabootsing van een misbegrepen zinsnede, want in onderstaande (oudere?) versie is het de “hemeltrans”, dus de horizon of gewoon de lucht:

        “Ziet gij die rode gloed
        Aan ’s hemels trans?
        Ziet gij die stromen bloed,
        Die vloeien thans?
        Twee volken strijden daar,
        Vermoorden wreed elkaar,
        Schieten elkander neer,
        Met moordgeweer.

        ’t Was nacht, ’t was donk’re nacht,
        Niets geen gedruis,
        Soldaten slapen zacht,
        Dromend van thuis.
        Opeens klonk daar ’t bevel:
        “De vijand nadert snel,
        Mannen, houdt u gereed,
        De strijd wordt heet.”

        Jongens van achttien jaar
        Staan in de rij;
        Mannen met grijzend haar
        Trouw aan hun zij.
        Zij allen moesten toch
        Onder de wapens nog;
        Scheiden van vrouwen kind,
        Van maagd en vrind.

        Ziet gij die grijsaard niet,
        Starend in ’t rond?
        Viermagerd van verdriet
        Zijn zoon niet vond.
        Ginds in die droge sloot,
        Daar lag zijn jongen dood;
        Naast hem lag zijn geweer –
        Geen kogels meer.

        Ziet gij dat grote graf
        Aan d’ IJseldijk?
        De dood zwaait daar zijn staf
        Met lijk op lijk.
        Zo menig dapp’re held,
        Op ’t slagveld neêrgeveld,
        Rust daar in ’t stille graf.
        Broêrlief, slaap zacht.

  • nozem schreef:

    Ik zoek een liedje dat zo begint:

    ’t was in de oorlog van 14,
    ik werkte op het land,
    ik hoorde zegge dat oorlog wier,
    ik stak den boel in brand.
    ik pakte mijne riek,
    mijn gaffel en mijn zeis,
    ik at nog 7 boterhamme oep mee appelspijs

    Waarschijnlijk is de titel “Boerke Nijs”
    Was in de streek van Boom heel bekend.

    Kent iemand de volledige tekst?

    nozem

    • Herman schreef:

      Ik zoek de muziek van dat liedje. Heb jij misschien de titel en de uitvoerder?

    • andreas Jaquet schreef:

      De oorlog 1914 1918

      In 1914 den Duits kwam in ons land
      Ik hoorde zeggen dat t’oorlog was
      En ik liet mijnen boel in brand
      Ik zwierde weg mijn gaffel
      Mijne riek en ook mijn zeis
      En ik frette zeventien boterhammen op
      met appelspijs

      Toen moest ik daar gaan lopen ,
      Mijn schop op mijne rug
      Mijn zeis tussen mijn tanden
      En toch liep ik nog vlug
      Mijn zakken vol patatten
      en eieren onder mijn klak
      En aan mijn kont daar hing ne pispot
      met ne rol papier voor t’gemak

      Zo moest ik eens bommen gaan gooien
      Op de statie van den Dam
      Maar zoals gij wel zult denken
      Er kwam daar niet veel van
      Ze vielen er allemaal neffen ,
      maar dat trok ik mij niet aan
      Ze hadden toen die statie maar
      op haar plaats moeten laten staan

      Zo moest ik eens gaan schijten
      Was me dat daar een sport
      Nu schoten ze met een miteralieur
      Van achter in mijn fort
      Wel zes en dertig gaatjes ,
      dat viel verdomd niet mee
      Mijn kont die zag er uit
      zoals een lekkende trizee

      En toen kon ik naar huis gaan ,
      den oorlog was gedaan
      En mijn vrouw kwam mij afhalen ,
      maar dat stond mij niet erg aan
      Zij kwam daar afgelopen
      t’Was precies zo ne vogeleschrik
      En zij riep : d’as conkurentie
      Nu hebt gij meer gaatjes dan ik
      ——————

    • Tom bastin schreef:

      Heb net een plaat van Bing barlow en daar staat het op

  • Ilse De roeck schreef:

    Ik heb de volledige tekst van bovenstaand lied .

  • Marc schreef:

    Ik heb het plaatje op 45 toeren .

  • Martine schreef:

    Ik zoek “wat eten we in oorlogstijd, gelei”…

    • Johan schreef:

      Dat is op de muziek van “de koekoek”, in Nederland beter bekend als “Al is ons prinsje nog zo klein” en verwant aan “Al wie in januari geboren is, staat op”
      Op een liedblad van Jacques Van Gestel en/of Hubert Geens uit Aarschot is de tekst als volgt:

      Wat eten we in oorlogstijd? Gelei.
      Met wat wordt spijs en drank bereid? Gelei.
      Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat
      is alles wat de klokke slaat:
      Gelei, gelei, gelei.

      Wat geeft ons zegel twee maal zes? Gelei.
      Wat plakt aan tafel en aan mes? Gelei.
      Van pruim of kriek of abrikoos
      uit glaasjes, potjes of een doos:
      gelei, gelei, gelei.

      Wat geeft de vetste vitamine? Gelei.
      Wat trekt er goed op gelatine? Gelei.
      En “pure suiker, pure vrucht”
      staat op het potje voor de klucht.
      Gelei, gelei, gelei.

      Wat wordt er nog gedecoreerd? Gelei.
      Met ridderkruis en palm vereerd? Gelei.
      En heind’ en ver, van mond tot mond,
      klinkt over ’t hele wereldrond:
      gelei, gelei, gelei.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com