0

Liefdesdrama (1905)

Geplaatst door Johan op 5 september 2020 in liedbladen, liederen, Over Liefde & Verdriet, Over Moord & Rampen |

Berend Kielstra (1871-1905) werd kort na zijn dood vereeuwigd op een (anoniem) marktzangersliedblad.

(klik om in te zoomen)

Op de wijze van “Bij het ouderen graf” vernemen de toehoorders wat deze man – met naam genoemd – had meegemaakt: hij had zijn geliefde “Anna” met drie kogels beloond omdat ze hem had afgewezen, waarna hij zichzelf neerschoot. En dan stopt de tekst op de liedbladen die bewaard worden in de Nederlandse Liederenbank en in Het Geheugen van Nederland
Misschien is men daar vergeten om de achterkant van het liedblad te scannen of heeft men enkel gecensureerde versies in handen gekregen want in het boek “Huilen op de Kermis” (Dr. Tjaard De Haan, uitg. Kruseman, Den Haag, 1968) volgen er nog twee strofen met gruwelijke details.
De Haan vond die volledigere versie in een “Volksmondlezing” van het drama. Hij weet dat de “Anna” van het lied feitelijk Wiechertje Köllen heette en H. Schreur, secretaris van de Giethoornse V.V.V. vertelde hem anno 1953 het volgende over dit liefdesdrama – alsof hij er zelf bij was (quod non) en … in de plaatselijke tongval:

 Berend Kielstra, n jüngeman uut Stewekerwüld, had 'n ügien üp Wiechertien Köllen in 't Nüürdende van Gietern. Hij adde 't al zo' wied ebrücht, dat y geregeld by eur müch kümmen, müar de liefde van zien kaante waas ienege grüaden eveger as van eur. 
De verkerenge kwaamp in 't leste min üf meer üp n dood punt. Y was an trüuwen tüe en iederkeer, ünt y bij eur kwaamp, drung y stiever en stiever üp n besluut in de richtege van de burgerlijke stand an. Moar altied adde ze 'n smoezien kloar üm 't uut te stellen. Dat meuk in 't leste dat de galle om overleup en de zenegen om parten speulden. 
Op 'n middag waas Wiechertien buten deure, tüe de Steweker lappieskerel Gokkes op eur toestapte. "Gemürn, Wiechertien, mos 'r vandège nog wat wezen, mègd?" "Och, dat wee'k zo niet; moar goa d'r in jong, dan kan 'k wel ies kieken, üj nog wat veur my in de marze emmen."
Gokkes gonk mit Wiechertien in uus. En toen ze drok mit de lappies an 't uutzeuken waren, kwaamp Berend binnen. Y zag er ügenschienlek normaal uut, moar inwendeg waas y knap uut 't lood. Zonder üp Gokkes aacht te geven, vreug y Wiechertien: "En wanneer goa w' nüu trouwen? Ik wil binnen de veertien dègen onder de geboden, en a-j' mog uutvlochies emmen, zu-j' gewèèr würden, da-'k my niet langer veur 't ükke loäte olden." Wieohertien laachte wat en zee doar nou alweer mit an? Dat kan 'k zo nüu niet zengen. An trouwen bin 'k direkt nog niet toe." 
Om kürt te gaan: Berend trük z'n revolver, onder de uitroep "Dan allebei düod!" Wiechertien viel üp de gründ, en Berend, die meende dat ze düüd was, sneed zichzelf in de hals, liep bloedend naar buiten en sprong in de slüot. Hij kroop weer uit het water, en sneed zich toen resoluut de hals af. Wiechertien knapte weer op.

 

Uit de kwartierstaat van Berend Kielstra kunnen we opmaken dat dit drama gebeurde op 17 april 1905 in Giethoorn, Nederland. Berend Kielstra was weduwnaar van Johanna de Nekker, gestorven in 1903 op 30-jarige leeftijd.
Wiegertje Köllen overleefde de aanslag en bleef tot aan haar dood in 1950 in Steenwijkerwold wonen, waar ook haar belager was geboren. Ze werd 70 jaar.

De melodie “Bij het ouderengraf” verwijst naar “Am Elterengrab”, een smartlap van circa 1900

Liefdesdrama

[A] anoniem [C] “Am Elterengrab” einde 19e eeuw

Komt vrienden blijf nu even bij mij staan
En wil mij eens aanhoren
Hoe dat een man dan ook zo ver kan gaan
Zijn eigen te vermoorden
Hij hield altijd zoveel van haar
Sprak van zijn liefdezon zo klaar

Maar liefde is, dat weet eenieder wel
Op deze aard het meest gevaarlijk spel (bis)

Berend Kielstra heet die jonge man
Hij ging met Anna vrijen
Zij dacht, die jongen die bevalt mij wel
Die jongen mag ik lijden
Maar eenmaal kwam hij weer bij haar
Sprak van zijn liefdezon zo naar

De jaloezie die kwam in zijn hart
Hij leed verschrikkelijke liefdessmart (bis)

Op maandagochtend ging hij naar haar heen
Hij kon niet langer wachten
Hij sprak, mijn lief, hier ben ik heel alleen
Laat mij niet langer smachten
Maar zij gaf hem een weigerend woord
Toen dacht de jongeman aan moord

Hij sprak, zoetlief dat is de laatste dag
Dat ons de liefdezon beschijnen mag (bis)

Hij schoot driemaal achter elkaar op haar
Zij was ter aard gevallen
Hij dacht, dan ook ja nu mijn eigen maar
Wij moeten beiden vallen
Beloofde dan zijn ziel aan God
En loste op zichzelf een schot

En half krankzinnig, ook zijn leven moe
Wierp hij zijn eigen in de watervloed (bis)

Maar dan wacht’ hem nog niet de wrede dood,
hij heeft zijn mes getrokken
en sneed zich toen eens stevig in de stroot,
en toen was hij vertrokken.
Verschrik’lijk, lees en lees het weer!
Hij sneed de hals af en viel neer!

Men vond hem nog in dezen zelfden stond,
zijn lijk lag zielloos bloedend op den grond (bis)

Dus mannenmaagden, luister naar dees leer,
wanneer gij gaat verkeren,
neem dan één die ge mint en dan niet meer,
gij kunt het hiervan leren.
Het spelen met een mensenhart
baart menigeen soms bitt’re smart.

Dus bidden wij tot onze Heer en God,
dat hij ons spaar’ voor zulk een aak’lig lot. (bis)

Partituur * Liefdesdrama *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com