8

Pandemie en marktzangers

Geplaatst door Johan op 9 april 2020 in nieuws, Spot & Ironie |

Al een hele tijd ben ik op zoek naar de verslaggeving over pandemische crisissen en dodelijke virussen door marktzangers, maar … niets gevonden. Geen enkel lied over  ebola of aids, dat is normaal, die bestonden nog niet pre 1950. Maar ook niets over de Spaanse Griep, niets over pest en cholera…

Nu er geen marktzangers meer zijn duiken er wél liederen op die niet meer op de markten gezongen worden (het zou ook niet mogen) maar via de zogenaamde sociale media worden verspreid

Hierbij een schitterende contrefact van het bekende Marina van Rocco Granata (waarvan men in Tex-Mex kringen denkt dat het een oud lokaal volksliedje is). Een nieuwe tekst op een (zeer) gekende melodie waarvan iedereen het refrein meteen kan meezingen, het is het klassieke recept voor een marktzangerslied.

Corona wordt voorgesteld als een “femme fatale” door een groep die zich De Gemene Delers noemt. Het wordt nergens vermeld, maar de accordeon en het stemgeluid van de zanger doen me aan iemand denken die ook wel eens met Het Ukologisch Museum op de planken gaat staan…

8 Commentaren

  • Michel Van Essche schreef:

    Schitterend, ondanks het onderwerp. Tex-Mex gewijs zou het Flaco Jiminez kunnen zijn, maar z’n nederlands is te goed, whoeah. Dus gokken we maar op Jan De Smet!

    De groeten,

    Michel

    • Johan schreef:

      In verband met de link naar Flaco Jimenez volgende anecdote: eind vorige eeuw (!) ging ik met mijn broer en een paar kameraden een optreden bijwonen van Santiago Jimenez Jr, een jongere broer van Flaco, die (net zoals hun vader) de “pure” Tex-Mex vertolkte. Het was in de folkclub “Het Sleutelgat” in Haren (het kan zijn dat de club toen al van naam was veranderd en ’t Oogenblik werd genoemd) en op een bepaald moment kondigde Santiago met vuur een “oud Mexicaans volksliedje” aan dat hij van zijn vader had geleerd en dus in het Spaans zong. Wij herkenden al bij de eerste tonen “Marina” van Rocco Granata, hij had nog nooit van de italiaans-belgische auteur gehoord … Alle “volksliedjes” hebben uiteraard een auteur, maar met de jaren wordt die vergeten. Het is eigenlijk een hele eer als je een liedje hebt gemaakt dat nog tijdens je leven een “volksliedje” wordt. Maar je kan er geen brood van kopen.
      Overigens is de originele Marina een (gefantaseerde) mooie zwartharige italiaanse waarop de zanger hopeloos verliefd is, in de nederlandse vertaling van Johnny Hoes is het een spaanse bar-danseres in Sevilla die àlle mannen het hoofd op hol doet slaan…

      • Michel Van Essche schreef:

        Johan, sta toch versteld van je kennis en opzoekingswerk, heb zelf, buiten Flaco, ook nog een lp van papa Santiago, moet ze eens terug op de draaitafel leggen. Al jaaaaaren niet meer gedraaid. Ondanks dat er over de oceaan nogal eens auteursgewijs iets word vergeten, denk ik toch dat Marina, Rocco geen windeieren heeft gelegd.

  • goethals willy schreef:

    Dag Johan,
    In bijlage een coronalied met op trompet mijn dochter en zang van haar schoonvader, in het Gents met onderteksten. Ik vind het fraai maar ben wel bevoordeeld…

  • Ben Lommelen schreef:

    Dag Johan

    Dat intrigeert mij enorm, dat er geen liederen zijn over epi/pandemieën. Er wordt wel eens gezegd dat marktzangers de miserie van een bepaald dorp alleen in andere dorpen bezongen, omdat het voor de lokale bevolking te pijnlijk kon zijn. Misschien ook uit schrik om weggejaagd te worden, of erger. Zing maar eens een moordlied voor een publiek waar familieleden tussen staan.
    Zou het kunnen dat de Spaanse griep zo algemeen was dat ze er nergens over durfden te zingen?
    Dat lijkt wel in strijd met de snelheid waarmee er vaak liederen verschenen. Ik zou denken dat er zeker bij de start van een epidemie toch regionen moeten zijn die even gespaard bleven en waar er liederen opdoken …
    Of zouden ziekte en dood zo veel normaler geweest zijn dan tegenwoordig dat het minder groot nieuws was? Zeker tijdens en vlak na de oorlogsgruwelen?
    Hierbij een recent lied van Ed Cooyman over de coronapandemie-maatregelen.
    https://www.youtube.com/watch?v=186MWlzhFBU

  • Johan schreef:

    In het boek “Het Monster van de Oorlog. Nederlandse liedjes en gedichten over de Eerste Wereldoorlog” (Nijght & Van Ditmar, Amsterdam, 2004) vond ik een anoniem gedicht – geen lied – over “De Spaanse Griep” dat in Amsterdam zou geschreven zijn in 1918.

    (SPAANSE GRIEP)
    Ieder heeft thans influenza,
    Spaansche griep, of hoe het heet.
    Ieder had het, ieder wacht het,
    Of hij heeft juist nu het beet.
    Aspirine wordt verorberd,
    Niet bij grammen, maar bij het pond.
    En men geeft de thermometer,
    Vlijtig door, van mond tot mond.(1)

    Heel het economisch leven,
    Staat, blijft dit zoo gaan, dra stil.
    Aangetast door eisch der staking(2),
    En de Spaansche griep-bacil.
    Deze uiterst kleine wezens
    Werken samen, naar ik vrees,
    Met de bloedige juweelen
    Der beruchten Rutgers-Mees(3).

    Wie er echter mogen staken,
    Niet de dokters! Zie hen gaan!
    Door de straten schieten zij ,
    Als meteoren langs hun baan.
    Toen Alberto(4) er één wou filmen,
    Op bezoek bij een patiënt,
    En de film juist draaide,
    Was hij alweer weggerend.


    (1) “Van mond tot mond”, dat lijkt niet de beste garantie om de ziekte niet door te geven…
    (2) er was in 1918 en in Nederland misnoegdheid wegens de belabberde sociaal-economische situatie.
    (3) Sebald Rutgers was een vooraanstaand Nederlands communist en samen met zijn echtgenote trok hij naar Rusland om er Lenin te ontmoeten. Hij nam deel aan internationaal overleg terwijl zijn vrouw huiswaarts keerde met een geheime opdracht en Russische juwelen.
    (4) Het is niet duidelijk wie die Alberto was. Misschien gaat het over Albert Mullens die samen met zijn broer Willy in die tijd films produceerde.
  • Johan schreef:

    R. Vermandere gaf een lied uit bij Gustave Faes in Antwerpen onder de titel “Microben”. De tekst werd overgenomen in “Liederenboek van het Alg. K. Vl. Studentenverbond” (1913). Het lied is een satire en heeft geen wetenschappelijke waarde. Het gaat ook niet specifiek over de (Spaanse) griep want het suggereert dat het pas ontdekte bestaan van de nauwelijks zichtbare microben aantoont dat zowat alles aan deze “kleine diertjes” te wijten is. Rob Van Deun stuurde me een veldopname (waarvoor nogmaals dank) die door Herman Van Gorp in 1976 werd gemaakt bij Regina Dockx uit Oud-Turnhout tijdens de voorbereiding van zijn licenciaatsverhandeling. Zij zong uit het hoofd een stuk van het lied voor. Het zal ons nog wat kopzorgen opleveren om die opname te analyseren en om te zetten in bruikbaar notenschrift, tenzij we de originele partituur van Vermandere kunnen terugvinden.

    Microben

    Sinds een korten tijd is er een dier ontdekt
    Of beter een klein dierke,
    Dat wel honderd duizend malen minder is,
    Dan ’t allerkleinste mierke;
    ’t Weegt juist tienmaal minder dan een zeepblaas(1) weegt
    En van ’t minst dat gij een liter geersten(2) leegt,
    Hebt ge er vier millioen – ’t en is u niet misgund –
    Een kosteloos verblijf in uwe maag vergund !

    Microben, microben
    Buiten, binnen, onder ons en boven :
    Geen enkel’ plaats waar g’ haar niet vindt;
    Ze zit in vuur, in sneeuw, in ijs en wind!
    Microben.

    Men heeft de microob in alle spijs en drank,
    Bij alle dier gevonden :
    Zij wordt met de brieven, met den telegraaf,
    En telefoon verzonden.
    Gansch deze aarde is slechts een groot microbennest
    Oude en nieuwe wereld zijn erdoor verpest :
    En in Congo ook, microob al wat men ziet,
    Er zijn er daar zooveel dat zij gaan half voor niet.

    ’t Schijnt dat er veel soorten van microben zijn,
    Verschillende naar de landen :
    Aan den Noordpool kunnen zij goed tegen kou,
    In Congo tegen ’t branden;
    Aan de Roode Zee zijn zij zoo rood als bloed,
    Aan de Zwarte Zee zijn zij zoo zwart als roet;
    In China zijn zij geel, van pooten tot aan kop
    In Pruisen hebben zij ook eenen pinhelm op !

    Al de ziekten die er op deze aarde zijn,
    We hebben z’ hun te danken :
    Waren er geen microben, al ons kwaad hield op,
    Er waren scheel’ noch manken.
    Ze hebben ons geschonken die influenza(3),
    d’ Hysterie, migraine en etcetera:
    En als ze vechten daar, dat ’t aan de ribben houdt,
    Dat komt door de microbe van het Engelsch zout(4) !

    Elke dag brengt veel nieuwe microben voort,
    Ik zelf heb er gevonden :
    En als monsters zonder waarde heb ik die
    Mijnheer Pasteur(5) gezonden.
    Hij heeft ze dan ook met aandacht bestudeerd
    En mij met een grooten langen brief vereerd,
    Waarin dat hij mij juist, de namen heeft verkond
    Van al de nieuwe microben die ik tot hem zond.


    (1)zeepbel
    (2)gerstebier
    (3)Griep. Er was nog geen “Spaanse” griep toen dit lied werd gepubliceerd
    (4)Magnesiumsulfaat, gebruikt als laxeermiddel
    (5)Louis Pasteur (1822-1895) lanceerde de theorie van de micro-organismen alias microben als ziekteverwekker, waar sterilisatie een probaat tegenmiddel was, niet alleen voor het langer bewaren van voedsel maar ook om wonden en medisch gereedschap te desinfecteren. Deze ontdekking komt ook vandaag nog van pas om zelfgemaakte katoenen mondmaskers te kunnen hergebruiken…
  • Willem Wilmink schreef Bacteriën:

    Als ome Graads gescheten had,
    dan krabde hij zijn magere gat
    met zijn handen af
    en veegde hij zijn handen droog
    in de handdoek waar hij ook in spoog
    en slijm opgaf.

    Nooit ging die handdoek in de was.
    Die kon toch drogen in het gras
    in de zomerzon?
    Oom stonk zo ranzig en zo zuur
    dat geen bacterie het op den duur
    nog harden kon.

    Alle bacillen vielen flauw,
    geen virus dat nog leven wou
    in oom zijn lijf.
    Dus oom bleef door en door gezond
    en toen de dood hem eindelijk vond,
    was hij honderdvijf.

    https://www.youtube.com/watch?v=bK_fyRZr2aQ

    En ik heb het vertaald:

    THE VIRUS SONG
    When uncle Tom had had a poo
    He scraped by hand each glob of goo
    From his scrawny bum,
    And scrupulously wiped his mitt
    On towels he also used for spit
    And coughed-up scum.

    He never washed those towels post arse,
    But dried them out upon the grass
    In the sun’s bright rays.
    For uncle’s stench was so depraved
    That every virus quickly craved
    The end of days.

    Bacilli used to all pass out,
    Bacteria would scream and shout
    In uncle’s bod.
    And so for years we smelled him thrive,
    Until, aged a hundred and twenty five,
    He met his God.

    https://www.youtube.com/watch?v=b1E833qAqfY

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com