0

De zoon van de sergeant

Geplaatst door Johan op 1 maart 2020 in liedboeken, liederen, Schrift Eugenius Koopman, Wereldoorlog |

Walther Van Riet kon dit en vele andere liederen circa 1980 nog noteren bij ouderen in en rond Sint-Niklaas-Waas maar tekst en melodie waren dikwijls met de jaren een beetje verwaterd. Van de melodie hebben we niet zo direct de inspiratiebron gevonden – het zal wel een frans chanson zijn uit de periode 1900-1918 en het refrein lijkt op “Les roses blanches” – maar voor de tekst konden we gelukkig vergelijken met wat Eugenius Koopman in 1916 in zijn omvangrijk liedjesschrift schreef.

In een ander liedjesschrift – van Jean en Adèle Cuypers uit Rumst – vonden we dit:

In “Volksliedonderzoek in het Noorwesten van Brabant” (Leuven KUL 1978) citeert Odette Albrecht ditzelfde lied zoals het haar werd voorgezongen door Leontine Van de Voorde uit Merchtem. Die had het horen zingen door haar vader.

Roger Hessel vond “Het kanon zwijgt” in “Volksche Oorlogsliederen verzameld door Leon Defraye” en publiceerde het zonder melodie in “Marktliederen over de Grooten Oorlog”. Die versie heeft hier en daar rijmnood en werd door Defraye waarschijnlijk niet uit de eerste hand opgetekend.

Ook Julien De Vuyst haalt een bijna identieke liedtekst aan in “Het marktlied als oorlogsthema” (Ons Heem, themanummer Tweede Wereldoorlog, 1991). Die heeft hij gevonden op een liedblad (niet in ons bezit) van Frans Jacobs onder de titel “De brave sergeant” en in een handschrift als “De Zoon van de Kazerne”.

De tekst van Jacobs wijkt ook een beetje af, we kunnen vermoeden dat hij het origineel evenmin op papier voor zich had liggen toen hij het neerschreef. Of hij bewerkte het om te passen op een andere, niet nader genoemde  melodie.
Zijn eerste strofe begint als volgt:

Hoort het kanon, het schijnt te rusten,
men hoort niet meer het bulderend geschut.
Men wil op aarde geen bloed meer doen vloeien,
gedaan is de vernieling en dood.

Rijmen doet deze versie niet, wat toch verbazend is in een dergelijk lied van een gerenommeerd marktzanger; de andere versies doen dat wel.

De zoon van de sergeant

702 – auteur onbekend

Het kanon zwijgt, het schijnt te rusten,
men hoort niet meer het fluitend lood.
‘t Is of de aarde geen bloed meer lustte,
gedaan was vernieling en dood.
Achter het bos ziet men de maan oprijzen,
droevig aanschouwt zij het bloedig slagveld.
Ze draait de rug, voelt het afgrijzen
voor den oorlog met zijn bloedig geweld.
De brancardiers lopen heen en weer,
dragen de gekwetsten op en neer

Hoevele brave zielen,
gisteren nog kloek, vol moed
die voor hun land daar vielen
vergoten daar hun bloed?
Wie weet wat zij nog riepen,
alvorens zij insliepen

De overblijvende soldaten
schaarden zich samen in het rond
en zochten naar hunne kameraden
die zij niet zagen op dien stond.
De oude sergeant voegd’ zich bij zijn troepen
met een klein zakboekje in zijne hand.
Vol angst komt hij de namen afroepen
van hen die streden voor het Vaderland.
Het antwoord klonk uit menig mond:
Present, gedood ofwel gewond.

Opeens roept hij vol beven
den naam van zijnen zoon.
Niemand kan antwoord geven.
Geen enkele stem, geen toon.
“Frans”, roept hij eenmaal teder.
Slechts den echo klinkt weder.

Daar vonden zij tussen de lijken
den zoon van den braven sergeant.
De jongens lieten hun meelij blijken
en boden vol deelneming d’hand.
«Moed», zegden zij met de tranen in d’ogen
want allen voelden zij dien wreden slag.
De Vader stond daar onbewogen
d’ogen gericht op zijn kind dat daar lag
Hij nam het lijk op van de grond
en kustt’ het op den dode mond.

Wat zal uw moeder zeggen
wanneer ik weder keer?
Wat moet ik haar uitleggen?
Zij minde u zo teer.
Rust zacht, mijn kind, mijn braven
uw Vader zal u begraven.

Met zijn sabel ontwroet hij d’aarde
tot hij een graf had voor zijn zoon
Hij nam hem zachtjes al in zijn armen,
bedekt met bloemen kind’s laatste woon.
Blootshoofds stonden de soldaten in rangen
allen woonden zij die plechtigheid bij
Velen stonden met ‘t hart bevangen:
heden aan hem, misschien morgen aan mij
Den armen Vader sprak met klem,
de tranen verstikten in zijn stem:

Gij die zo’n oorlog baarde,
beseft gij niet het kwaad
dat gij sticht op dees aarde
door uwen wreden daad?
Het bloed dat gij deed stromen
zal op u eens neerkomen.

Partituur * De zoon van de sergeant *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com