0

De beenhouwer

Geplaatst door Johan op 16 februari 2020 in Andere liederen, cahiers, dubbelzinnig, liedboeken, liederen, Schrift Eugenius Koopman |

Tijdens of vlak na WOI schreef Eugène Koopman in Antwerpen dit liedje neer, één van de honderden die hij in de plaatselijke café-chantants had gehoord of op liedbladen had gelezen.


Geen melding van zangwijze maar die vonden we wel terug in de “Geschiedenis van het café-chantant” (Willy Lustenhouwer). Daar situeert het gebeuren zich in Brugge, bij Koopman is dat Antwerpen en die versie leek ons authentieker, we hebben ons dus grotendeels daarop gebaseerd.
Ook hier hebben we weeral met een beroep te maken met erotische aspecten.

De beenhouwer

auteur onbekend

Ik heb een zaak, ik slacht maar raak,
mijn vlees hangt aan den haak
Ik ben rap en abiel,
‘k ben beenhouwer van stiel,
ik lever mijn kalanten in het groot en in het klein
waar dat er jonge en ook oude onder zijn
Bestelt men hier wat voor in’t stad,
ik breng u daadlijk dat,
‘t zij lever of ’t zij nier of een stuk van de spier
‘t Is eender waar ik met mijn vlees moet henen gaan,
en onderweg vang ik altijd dit liedje aan:

Ik ben plezante Jan die worsten maken kan.
Bestelt u er eens één bij mij,
op vijf minuten hebt gij er een pond of drij.
Rosbief en frikadel, dat maak ik wonder wel
en soepe beentjes extra fijn
als er een mergpijp bij mag zijn.

‘k Heb eens gevrijd met ene meid,
ik kwam daar over tijd,
ik zet mijn vlees daar neer.
Opeens riep zij mij weer.
Ach Jantje, zei ze, beste vriend dat is niet naar mijn zin!
Zie, in dat vlees daar steekt precies een beentje in.
Ik zei algauw, wat zijt gij flauw,
ach mens, ziet gij zo nauw?
Gij krijgt gij bij geen een
zo’n stuk vlees zonder been.
Ach Jantje, sprak zij tegen mij, gij zijt een rare guit,
kom, doe mij een plezier en trekt dat been er uit.

Bij juf De Weert in Het Grijs Peerd bracht ik een ossensteert.
Die lijdt veel aan de maag, had mij al lang gevraagd
of dat ik haar niet met zo’n staart een beetje helpen kon
om daaruit dan te trekken een straffe bouillon
Als ze me zag schoot z’in een lach
als ze mijn vlees bezag.
Dan was zij heel voldaan, zei in het henen gaan:
Ach Jantje, als gij nog een keer passeert langs hier,
breng er dan nog maar uwe steert een keer of vier

Ik blijf niet staan, moet henen gaan
want ‘k heb nog niet gedaan.
Mijn korref is nog vol, ik moet nog de stad rond.
‘k Moet nog een kallefsrol
gaan brengen op de Keizerlei,
bij juffrouw Jeanne,
met nog een ossentong erbij.
Bij juffrouw Kras daar aan het Sas
wat spek en cervelas
en dan nog op het Kiel een stukje van de ziel.
En heb ik mijn kalanten niet op tijd voldaan,
zij zouden morgen naar een and’ren frutter1 gaan.

1 De “frut” is de bijnaam van de Gazet van Antwerpen. Onze beenhouwer verpakt zijn vlees dus in een oude krant. De bijnaam “de frut” zou ontstaan zijn omdat een illustere Antwerpse  frituuruitbater zijn meeneem-pakketten eerst in gewoon papier en dan nog eens in oud krantenpapier placht te verpakken.

Partituur * De beenhouwer *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com