0

De grendel en de klink

Geplaatst door Johan op 5 januari 2020 in Andere liederen, dubbelzinnig, liedboeken, liederen |

We zetten het nieuwe jaar in met een lied van Karel Waeri dat postuum werd gepubliceerd door zijn zoon Pieter in een aanvullende liedjesbundel met de “vetjes“, liederen die Waeri met een dikke penpunt had neergeschreven om zonder woorden duidelijk te maken dat ze nogal op het randje waren. Dit lied is zelfs ver over die rand… De grendel blijkt een mannelijk substantief, de klink is eerder vrouwelijk.

Zoals in vele van zijn liedjes kan Waeri het niet laten om met de Kerk en haar personeel te spotten, in  dit geval moeten de “deugdzame” nonnekens het ontgelden.
De melodie werd door Roger Hessel – die we bij deze met een paar dagen vertraging een gelukkig Nieuwjaar toewensen – genoteerd zoals ze hem werd voorgezongen door Aldegonde Dierickx uit Brugge.
Er zijn niet minder dan 8 strofen in dit verhaal, maar we weten ondertussen dat toehoorders tot op het laatst aandachtig blijven luisteren bij dit soort liederen!

De grendel en de klink

[A] Karel Waeri

‘k Lig soms te denken bij dag en bij nachte,
Om iets te zingen voor arm of voor rijk,
Maar tegenwoordig mijn droeve gedachten,
Brengen geen aarde meer aan mijnen dijk.
Maar op ‘nen nacht lag ik toch eens te dromen,
‘k Speelde poortier ja met sleutel en klink,
en aan mijnen grendel mocht niemand niet komen,
Of ‘k was aan ‘t werken aan d’onderste klink.

Neen, aan mijnen grendel
mocht niemand niet komen,
Of ‘k was aan ‘t werken aan d’onderste klink.

Eens wierd er zo aan mijn belle getrokken,
‘k Loerde door ‘t gat, ‘t was een lieve kokot,
Z’had bijkans heel mijn machiene gebroken,
De klippel sloeg haast de belle kapot.
‘k Zei het heur ook, maar zij sprak zonder schromen:
‘Laat mij maar doen, want ik kenne dat ding,’
En als zij het poortje was binnen gekomen,
Stak ze de grendel nog zelf in de klink.

En als zij het poortje was binnen gekomen,
Stak ze de grendel nog zelf in de klink.

Een jonge meid was fijn olie gaan kopen,
Maar haren sleutel viel uit haren zak,
Spoedig kwam z’om mijnen grendel gelopen,
Waar zij haar voordeurken open mee stak.
Zij dankte mij in haar vliegende vendel,
En zij die schonk mij ‘ne goudene ring,
Wel ja, ne poortier wint zijn brood met den grendel,
Een poortieres wint haar brood met de klink.

Wel ja, ne poortier wint zijn brood met den grendel,
Een poortieres wint haar brood met de klink.

Ne sleutelmaker ge moogt het wel weten,
Wierd lest geroepen bij een keukenmeid,
Omdat het slot van heur klink was versleten,
Daarmee geraakte z’haar inkomen kwijt.
De smid die zei: ‘Laat mij eerst ne keer kijken,
Ja, ‘k heb ‘t al vast, ‘t is een beetje kapot,
Ik zal aan de grendel wat keerseroet strijken,
‘En lijk ne pijl vloog hij glad in het slot.

Ik zal aan de grendel wat keerseroet strijken,’
En lijk ne pijl vloog hij glad in het slot.

Lest een maseurken, ‘t was zuster Pauline,
Kwam voor mijn deurken en sprak er mij aan:
‘Vriend, uwen grendel zou mij kunnen dienen,
Wil er eens mee naar mijn kloosterken gaan.’
‘k Zeg: ‘Neen, maseurken, ‘k en durf ‘t niet betrouwen,
Want mijnen grendel die ware kapot,
Ze zou’n te vele de zot ermee houwen,
En ‘k heb hem nodig voor thuis in mijn slot.

Ze zou’n te vele de zot ermee houwen,
En ‘k heb hem nodig voor thuis in mijn slot.

‘t Heilig maseurken die ging zeer bewogen,
Aan moederoverste haar klachten gaan doen,
Maar deze kwam als ‘nen tijger gevlogen.
‘Deugniet,’ riep ze, ‘ha, gij oude kapoen,
Zoude voor ons uwen grendel verduiken?
‘t En zal niet waar zijn, gij lelijke prei,
Ik wil hem terstond op mijn kamer gebruiken,
En al mijn nonnekens ook achter mij.

Ik wil hem terstond op mijn kamer gebruiken,
En al mijn nonnekens ook achter mij.

Ja, daar en viel daar geen woord meer te praten,
‘k Moeste ‘k ik mee naar heur kloosterken gaan,
Maar daar he’k wat van mijn pluimen gelaten,
Iedereen trok en die sleurde eraan.
Ik viel aan ‘t roepen en ‘k lag mij te weren,
Ik riep: ‘Maseurken, ‘k en kan niet meer staan,’
Maar op conditie van weere te keren,
Lieten ze mij met mijn grendelken gaan.

Maar op conditie van weere te keren,
Lieten ze mij met mijn grendelken gaan.

Voor elken arbeid verdient men beloning,
‘k Doe nog al geren ‘ne grendel present,
Mijn passepartout gaat op iedere woning,
hoewel mijn wijf er is slecht van content,
Maar lijk eenieder he’k ook mijn gebreken,
Mijn Trien is kwaad als ik druppelkens drink,
Maar als ze nog van de grendel zal spreken,
Sla ‘k mijne slets tegen ‘t gat van de klink,

Maar als ze nog van de grendel zal spreken,
Sla ‘k mijne slets tegen ‘t gat van de klink!

Partituur * De grendel en de klink *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2020 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com