0

Rozalia (de klappende papegaai)

Geplaatst door Johan op 17 januari 2019 in cahiers, liedbladen, liederen |

In het liedschrift van Theophil Govaerts uit Ourodenberg, neergepend circa 1910 staat dit:


Een beetje moeilijk te lezen, maar wij menen te herkennen (letterlijk):

De klapende papegaa of rozalia bemind u moeder

De wereld is een treurtooneel
vervult met allerlei gevallen
de eenen krijgt veel goed ten deel
den anderen krijgt niets medallen
zelf kinderen van een huwelijk
ja uit een echt bed gesproogen
(enzovoort)

Theophiel was geen geoefend schrijver maar we herkenden wel genoeg woorden om te beginnen zoeken naar de versies die anderen noteerden. Hij kende 18 strofen (!), de andere bronnen vaak veel minder. We vonden het bijvoorbeeld bij de liederen uitgegeven door Jan Van Wulpen in Oostende, einde 19e eeuw, maar hij is niet de auteur, het lied is duidelijk ouder. En de heer Putman nam het op zijn liedjesrepertoire met 16 strofen.

Julien De Vuyst plaatste een goed leesbare versie in “Marktliederen uit Erpe-Mere”.
In “Kroniek van de Kempen -nr 19” vonden we een zwaar verminkte versie van “Rozalia het verworpen kind” zoals het werd voorgezongen aan Harrie Franken door Antonia Marijnissen-de Bruin in Zundert rond 1980. Zij begon als volgt:

De wereld is een treurtoneel
vervuld met allerlei gevallen
Den een heeft een erfdeel
den andere niet met allen
Zelfs kinderen van één huwelijk
ja uit het echtebed ontsproten
(enzovoort)

Gelukkig werd het al veel vroeger “uit de volksmond” opgetekend in Alsemberg door Priester Jan Bols terwijl hij daar pastoor was (1887-1907), en daar is de tekst veel aannemelijker, misschien was hij door Jan Bols wat gefatsoeneerd. Bols noteerde ook de melodie. Gelukkig, de melodie zoals ze bijna honderd jaar later werd voorgezongen had al heel wat van haar pluimen verloren. We namen dus de versie genoteerd door Bols als leidraad.


Is dit het origineel? Niet echt, Harrie Franken is te weten gekomen dat het verhaal wel heel erg lijkt op een lied uit de verzameling van Wouters-Moormann, gevonden op een liedblad van Joseph Sadones (1755-1816) uit Geraardsbergen. De eentonige, litanie-achtige melodie en de ellenlange tekst passen inderdaad perfect bij de stijl van marktzangers uit de 18e eeuw. Geen spek voor onze bek, u zal dit lied waarschijnlijk nooit door Wreed & Plezant horen zingen.



Sadones besluit, zoals gewoonlijk, zijn liedblad (19 strofen!) met een wijze spreuk

Sadones vermeldt eerst “zang-wys opgesteld door den Digter en Zanger Joseph Sadones” en onmiddellijk daarna   “Stemme : Femmes voulez-vous éprouver of Den Sinjoor die van Roomen kwam”. Verwarrend! Waren er dus 3 zangwijzen mogelijk?
Die franse melodie is een lied uit de opera-comique “Le Secret”, geschreven in 1796 door Solié. Volgens  Jan Bols heeft de zangwijze die hij optekende in Alsemberg daar “niets mee gemeen”

In het verhaal van Sadones gaat het over twee broers, waarvan er eentje – Georgius – werd verstoten door zijn vader. De andere erfde alle goederen van de overleden moeder en Georgius kwam als zestienjarige  in West-Indië als slaaf terecht. Maar hij werd rijk, kocht een papegaai en leerde die zeggen: “Georgius, bid voor uwen vader”. Uiteindelijk vindt hij zijn vader terug in stervensnood, en een rijke dame trouwt met hem nadat ze de papegaai zijn slagzin heeft horen herhalen.

Zoo wierd de vadermin gekroond
Van deze dame rijk en machtig.
Georgius die wordt beloond;
Hij blijft zijn vader steeds gedachtig.
Ik raad u, vrienden, minst tot meest,
Zingt dit liedje met vreugd te gader.
Zingt kinders mee een goede geest
En bid voor moeder ende vader.

Het verhaal van Rozalia kent een beetje hetzelfde verloop, de ene tekst is zeker geïnspireerd door de andere. Waarschijnlijk is die van Sadones – de tamboer van zijn tijd – het origineel. Misschien vond een marktzanger het na de dood van Sadones commercieel interessanter om de hoofdrol aan een jong, lief, godvruchtig en gehoorzaam meisje toe te bedelen. Hoe dan ook bewijst het terugvinden van dit aloude verhaal in liedschriften van de 20e eeuw dat het wijd werd verspreid en veel indruk is blijven maken.

Rozalia

1. De wereld is een treurtoneel
vervuld met allerlei gevallen.
de ene heeft een rijk erfdeel
de andere heeft niemendalle.
Zelfs kind’ren uit één huwelijk,
ja, uit één echt’lijk bed gesproten.
Het één wordt rijk, het ander arm,
‘t één sterk bemind, ‘t ander verstoten. (bis)

2. Dat blijkt hier uit Rosalia,
Waarvan dat ik een liedje zinge.
Haar leven zonder wederga
baart iedereen verwonderinge.
‘t Geval dat is heel zonderling:
Dit kind met haren eengen broeder
Die waren samen een tweeling
Van eender dracht en eender moeder. (bis)

3. De vader was reeds één maand dood,
Als twee kinders ter wereld kwamen.
De moeder vond den last te groot
Om alle twee te kweken samen.
Rosalia wierd uitgedaan,
Zij moest haar moeders borsten derven;
Haar broer mocht die alleen ontvaàn,
‘t welk d’oorzaak was van zijn bederven (bis)

4. Hij wierd te zeer en zot bemind,
Hij was altijd in moeders ogen
Rosalia, ‘t verworpen kind,
had aan haar moeder nooit gezogen
als zij thuis bij haar moeder kwam
en bij haar bleef met haren broeder
Zij was, alzoo elk klaar vernam,
‘t Verworpeling van hare moeder. (bis)

5. De zoon kreeg alles naar zijn lust,
Rosalia, met stoten en slagen,
Moest werken, slaven zonder rust,
Geperst, verdrukt bij nachten en dagen.
Als zij was zeventien jaar oud
En ziende geenen troost te hopen,
Ze is van haar moeders huis benauwd
Wel twintig uren wijd geloopen . (bis. )

6, Een rijke heer, een weduwnaar,
Die nam haar om bij hem te wonen
Zij leefden deugdzaam met malkaar.
De heer die en had maar twee zonen:
De eene die was priester gewijd,
Door deugd zijns vaders faam vermeêrde
De jongste die was voor wat tijd
In Holland, daar hij kommercie leerde. (bis .)

7. Rosalia haar meester en heer
Nam zijn vermaken en plezieren:
Want hij beminde wonder teer
De rare schone pluimgedieren,
Kanarievogels, papegaai,
Die Rosalie op iedren morgen
Met veel opmerking net en fraai
Voor haren meester moest bezorgen. (bis.)

8. Rosalia had ruim één jaar
Gewoond aldaar met lof en ere,
Als zij kwam zoet en wonderbaar
Een papegaai dees woorden leeren:
Om zonder nijd te zijn of haat
Voor hare moeder ende broeder,
Leert zij hem roepen vroeg en laat :
” Rosalia, bemin uw moeder! ” (bis.)

9 . Hoe menigmaal beklaagde zij
Dat hare moeder haar zo haatte,
Nochtans met hertzeer ende lij’
Omdat z’haar moeder had verlaten.
Wanneer zij sprak misnoegd van geest
” Mijn moeder en was nooit mijn voeder! »
Zij hoorde roepen van dees beest :
” Rosalia, bemin uw moeder! ” (bis.)

10. Nadat zij vier jaar was uit ’t land
En haar verdrukkingen ontloopen,
Haar broeder, grote débauchant 1,
Deed al zijn moeders goed verkoopen :
Door drinken, schinken dag en nacht
Had hij gemaakt schuld boven maten;
Stak hem, als ’t al was opgebrast,
Al bij de Pruisische soldaten. (bis.)

11. De moeder, arm en zonder goed,
Die kon noch wist geen troost te vinden :
Een mens, die is in tegenspoed,
Is niet geacht en heeft geen vrienden.
Zij ging nog zoeken haren zoon,
Schoon hij was onder de soldaten,
Die voor haar liefde tot een loon
Haar had in de arremoê gelaten. (bis.)

12. Zij kwam tot Maastricht in de stad,
Waar Rosalie haar dochter diende,
Aan ’t zelfde huis om een aalmoes bad;
Rosalia, haar niet aanziende,
Riep : ” God die helpe u onbekend!
De hemel wil zijn uw behoeder! ”
De papegaai riep fraai en jent :
« Rosalia, bemin uw moeder! ” (bis.)

13. Die arme moeder vol van rouw
Sprak: « Wil mij toch uw jonste tonen!
‘k Ben een verdwaalde droeve vrouw!
Help mij! De hemel zal ’t u lonen !
Geef iets, ik kan niet verder gaan :
’t Is bij gebrek aan lichaamsvoeder … ”
De papegaai riep altijd aan :
” RosaIia, bemin uw moeder! ” (bis.)

14. Rosalia, op dat getreur,
Zich onbekend naar de moeder wendde :
Zij was maar nauwlijks aan de deur,
Als zij haar arme moeder kende.
Zij vloog haar aan den hals gezwind,
Riep uit: ” Ik zal uw tranen stelpen!
‘k Ben Rosalie, ’t verworpen kind!
Getroost u, moeder, ‘k zal u helpen! ” (bis.)

15. De moeder riep: ” Zijt gij dat kind,
Dat ik zoo onrecht heb misdreven,
Dat ik te weinig heb bemind! ”
Rosalia riep :” ’t Is vergeven
En vergeten dat ‘k heb onderstaan
Van u, o moeder, als van broeder! ”
De papegaai riep altijd aan:
” Rosalia, bemin uw moeder! ” (bis.)

16. De zoon van ’t huis die uit Holland
Was g’arriveerd sinds enige dagen
Stond op de liefde en groot verstand
Van deze dochter heel verslagen;
Hij sprak: ” 0 deugdzame juffrouw,
Zo edelmoedig groot van zinnen,
Gij mint uw moeder: schenk me uw trouw,
Want gij zult uwen man beminnen! ” (bis.)

17. Zij sprak met een bedaard gemoed :
” Zou het uw vader wel behagen?
Gij weet dat ik ben arm van goed
Om u mijn liefde op te dragen. ”
De vader sprak: ” G’ hebt mij gediend
Getrouwelijk vier volle jaren.
‘k Schenk u mijn zoon! Word gij mijn kind!
God geve u zegen en welvaren ! ” (bis.)

18. Zij kwam met hem in ’t houwelijk;
Haar heer en meester wierd haar vader;
Zij is een vrouw gans machtig rijk;
Haar moeder woont met hen te gader.
Rosalia wierd om haar deugd
Bemind van God den Albehoeder.
Leer gij dit liedje, jonge jeugd!
Bemin uw vader ende moeder! (bis.)


1 van débauché, klaploper, verkwister, slemper

Partituur * Rozalia *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com