0

Mijn Visioen (Oorlogslied 1914-1918)

Geplaatst door Johan op 29 september 2018 in cahiers, liedbladen, liederen, Soldaten, Wereldoorlog |

Onze verzameling oude liederen (en vele verzamelingen elders) bevatten duizenden (! echt waar) liederen waarvan alleen de tekst werd bewaard, hetzij op een gedrukt liedblad, hetzij handgeschreven. Meestal is er geen enkele aanduiding van de melodie die erbij hoort en kunnen we het dus niet meer zingen, al is het af en toe duidelijk op basis van het metrum van de tekst of enkele herkenbare woorden in het refrein welk ander lied model heeft gestaan. Ook hebben we soms het geluk dat iemand de melodie nog min of meer uit het hoofd kent en kan voorzingen. Soms herkennen we daardoor de “bekende” melodie van indertijd en kunnen we die restaureren. We zijn dus altijd heel blij als iemand ons zo’n vergeten melodie kan bezorgen.

Dat deed Lia Goossens na het sturen van enkele oude teksten met de opmerking dat haar vader enkele van die liederen nog kon zingen. En zo hebben we dus een melodie kunnen reconstrueren voor “Mijn Visioen”, waarvan we de “originele” tekst ook teruggevonden op een oud liedblad via de Nederlandse Liederenbank

Het liedblad vermeldt geen melodie, een onderzoeker van het Meertensinstituut denkt nochtans te weten dat het gezongen werd op de wijze “Zusje, kun je mij soms ook vertellen“. Dat is een vrij moeilijke melodie, iets voor in de deftige salons van oude herenhuizen met goed opgeleide pianistes en zangeressen. Niet iets dat een marktzanger of een gewone soldaat zou zingen. En de klemtonen/lettergrepen kloppen ook niet helemaal. Maar oordeelt u zelf:

      1. *Zusje, kun je mij soms ook vertellen?* Geheugen van Nederland

De melodie die Lia opschreef en toestuurde (waarvoor nogmaals onze dank) lijkt ons veel plausibeler!


Op melodie van “Een visioen is mij verschenen” schreef Frans Rombouts uit Roosendaal een lied over “Een moordaanslag bij Valkenswaard”. Harrie Franken reconstrueerde de melodie op basis van “verschillende, gebrekkige bronnen” in de buurt van Weebosch. Die is een beetje verwant aan de melodie hierboven maar toch duidelijk verschillend. Franken publiceerde zijn versie in “Van Zingen en Speule nr 6” pagina 165

Mijn visioen (Oorlogslied 1914-1918)

Een visioen is mij plots verschenen,
ik zie een zestal kribben staan
waarin een Rus, een Belg, een Fransman,
een Brit, een Duits, een Italiaan
Hun laatste woorden voor zij sterven
tot Hollands zuster van ‘t Rood Kruis
waren zo vreeslijk diep ontroerend
van vrouw, van kind, van moeder thuis.

Waren zo vreeslijk diep ontroerend
van vrouw, van kind, van moeder thuis.

De Rus die zei: ach liefdezuster.
het land waarvoor ‘k mijn leven laat,
ben ik veel dankbaarheid verschuldigd.
Land dat ik liefheb, dat ik acht.
Hoe lig ik hier nu toch zoo somber,
in zo’n groot stil en triestig huis
Waarom mag ik dan niet gaan sterven,
bij vrouw, bij kind, bij moeder thuis

Waarom mag ik dan niet gaan sterven,
bij vrouw, bij kind, bij moeder thuis

De Engelsman zei tot de zuster:
Mijn laatste uur is zo nabij.
Mijn land, mijn koning zijn niet schuldig,
Daarom roep ik, God save the King.
Toen is hij kallem ingeslapen,
God zegent d’ouders, allen thuis,
Want vadertje keert nooit meer weder.
Bij vrouw, bij kind, bij moeder thuis

Want vadertje keert nooit meer weder.
Bij vrouw, bij kind, bij moeder thuis

De Fransman snikte tot de zuster:
Mijn laatste uur is nu nabij.
Ach zuster, ‘k leefde zo gelukkig,
met al wat’k liefhad aan mijn zij.
Een dienst wil ik U echter vragen.
Dit pak met mijn soldatenkruis,
te zenden aan die’k nooit meer zien zal:
mijn vrouw, mijn kind, mijn moeder thuis

Te zenden aan die’k nooit meer zien zal:
mijn vrouw, mijn kind, mijn moeder thuis

Een Italiaan dat is de vijfde,
met zijn vurige natuur.
Tot ‘t laatste toe heeft hij gestreden,
tot nu toe in zijn stervensuur.
Ook hij leefde eens zo gelukkig,
muziek z’n ideaal in huis.
En nu zo ver to moeten sterven,
van vrouw, van kind, van moeder thuis.

En nu zo ver to moeten sterven,
van vrouw, van kind, van moeder thuis.

Toen kwam de zoon uit ‘t land der Belgen
die gillend op zijn sterfbed zong,
krankzinnig riep hij tot de zuster:
ik zing mijn lied, mijn Brabançonne.
En toen, zacht huilend, als een kind nog,
maakte hij voor het laatst een kruis
en zegend’ onder diepe stilte,
zijn vrouw, zijn kind, zijn moeder thuis.

En zegend’ onder diepe stilte,
zijn vrouw, zijn kind, zijn moeder thuis.

De laatste man dat was een Duitser
ook hem naderde ‘t stervensuur.
Zijn land bekend in heel de wereld,
land van beschaving en cultuur.
En toen de brave liefdezuster,
eerbiedig toonde zijn ijzeren kruis
zei hij al lachend, ‘t was z’n doodslach:
dat is geen vrouw, geen kind, geen thuis

Zei hij al lachend, ‘t was z’n doodslach:
dat is geen vrouw, geen kind, geen thuis

Mijn visioen is nu verdwenen,
Goddank in dezen reuzenstrijd
heeft Holland tot den dag van heden
zijn schat bewaard, z’n Neutraliteit.
En dat het grote oorlogsmonster
nooit dringe in ons vredig huis.
En wij behouden ‘t schoonst op aarde:
Onze vrouwen, kinderen, moeders thuis!

En wij behouden ‘t schoonst op aarde:
Onze vrouwen, kinderen, moeders thuis!

Partituur * Mijn visioen *
      2. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1195-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com