2

Als een meisje spreekt van trouwen

Geplaatst door Johan op 11 oktober 2017 in liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Het huisje bij den toren” is een lied uit 1936 van Jan Van Laar Senior, iets minder bekend dan zijn ode aan “Het plekje bij den molen“. Jacques Klöters schrijft over hem en dat laatste lied in “Zo de ouden zongen” (Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2006) :

Toen de maker een titel bedacht, koos hij de verkeerde. Hij had de eerste regel van het refrein moeten nemen, want zo noemt iedereen het lied: 'Daar bij die molen'. Het is een prettige wals die lang repertoire gehouden heeft. Oer-Hollands en vooroorlogs degelijk wat betreft het liefdesideaal dat erin bezongen wordt.
Jan van Laar is totaal vergeten, hoewel hij toch een productief liedjesschrijver is geweest. Hij was opgeleid als waterbouwkundige, maar kwam rond het jaar 1890 in het artiestenvak terecht omdat hij als amateur-humorist zo'n groot succes had. Hij vormde aan het begin van de twintigste eeuw met zijn vrouw een redelijk succesvol humoristisch duo en had daarnaast ook een winkel in voordrachten en feestartikelen die zijn carrière als humorist overleefde.

Inderdaad, totaal vergeten, we vonden zelf over die man weinig of niets terug.
Het origineel werd ondermeer gezongen door Kees Pruis.


De melodie van “Het huisje bij den toren” werd door verschillende Vlaamse marktzangers gebruikt, wat impliceert dat het hun toehoorders zeer bekend in de oren klonk zodat ze het dadelijk konden meezingen.

We konden kiezen uit “Het huiselijk drama te Houthulst” (van Tamboer) en “Krankzinnige vrouw pleegt kindermoord: zij snijdt haar wichtje van 9 maanden de keel over” (van Alfons Van Gestel) maar over die beschreven misdaden vonden we niets terug in oude kranten. Daarnaast waren er meerdere “luchtige” liederen op deze melodie, zoals “Ik zie maar ene geeren” (van Frans Jacobs) en “Silveer Maes overwinnaar der Ronde van Frankrijk” (van Achille Coppenolle) en nog 5 liedjes van Tamboer over steeds hetzelfde onderwerp, namelijk de gevaren van het huwelijk (voor de mannen): “Blijft binnen de schreve“, “Jongens trouwt nooit te vroeg“, “Klaag toch nooit van trouwen niet“, “Bij de mooie meisjes” en onze uiteindelijke keuze “Als een meisje spreekt van trouwen“. De tekst spreekt voor zich, commentaar overbodig.

Als een meisje spreekt van trouwen

G’hebt jongens die ‘t hulder beklagen
van als zij maar pas zijn getrouwd.
Het vrouwken die wordt al een zage,
al is de liefde nog niet koud
toch moet er de man alles laten,
ja, doen wat zijn wederhelft zegt
of anders dan smijt z’hem op strate
in ruzie of in een gevecht.

Refrein:
Als de meisjes trouwen
spelen zij den baas.
Dat doen alle vrouwen,
ach jongens, blijft niet dwaas.
Houdt ze kort aan ‘t voetje,
zet heur in den hoek.
Noemt haar “liefste loetje”
maar draagt zelf de broek.

Papa zit het kleintje te wiegen,
het vrouwken rijdt uit per velo.
Ze is heure man aan ‘t bedriegen,
terwijl hij zingt “doderido”,
moet werken en slaven, och Here,
en ‘s avonds is’t nog niet gedaan.
Thans zou die madam u nog leren
hoe gij naar den Hemel zult gaan.

Zie, trouwen dat wordt nu een zonde
dat is reeds bij ieder bekend.
Gij draagt zelf de pijn van de wonde
als gij maakt uw vrouwken gewend.
Laat zien dat gij zijt genen dwazen,
gij geeft haar op tijd maar een klap
en koelt zij dan niet zonder blazen,
gij bindt ze goed vast aan den trap.

Partituur * Als een meisje spreekt van trouwen *
      instrumentaal

Converteer en download het hele artikel naar PDF

Tags:

2 Commentaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com