0

Het portret van mijn Charlotte

Geplaatst door Johan op 5 juli 2017 in liedbladen, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

Op een liedblad gedrukt in Aarschot zien we dit:

De opgegeven wijze “L’amour… Suzon” is bij nader onderzoek een fanfare-mars geschreven door August Eenhaes (+ 1938) die van 1903 tot aan zijn dood dirigent-muzikant was bij de muziekmaatschappij “De Toonkunst” in Berg en tegelijk was hij ook de man met het stokje bij de buurfanfare Ste Pharaildis uit Steenokkerzeel (Wambeek).

De oorspronkelijke franse tekst is van Noël Desaux, die samen met Eenhaes nog andere muziekwerkjes uitbracht.

Wie de schalkse nederlandstalige versie schreef is niet duidelijk. Wel weten we dat het niet alleen in Aarschot door de familie Van Gestel werd gezongen, maar eveneens door Bertha Rusbach in Antwerpen (volgens Harry Franken in “Van Zingen en Speule – deel 12”) en door Theofiel Van Craenenbrouk & Leopoldine Kindermans in Aalst (volgens Jos Ghysens in “Het Aalsters Volksleven – 1 – Het Markt- en Straatlied 1860-1950”). Wij hebben de oorspronkelijke partituur niet terug gevonden, maar Harry Franken blijkbaar wel en we zijn hem postuum dankbaar voor zijn ijverig speurwerk en zijn vele publicaties!

Het verhaaltje: de zanger is wanhopig op zoek naar zijn geliefde Charlotte die er met een andere man vandoor is. Als hij haar beschrijft in het refrein en in de tweede strofe begrijpt geen enkele toehoorder wat hij in dat vreselijk vrouwmens ziet, maar dat is waarschijnlijk ook de grap!

Het portret van mijn Charlotte

Het is toch waarlijk wreed
Hetgeen mij nu is overkomen,
Iets wat ik nooit vergeet
Ik doe niets dan er ‘s nachts van dromen
Ik had haar toch zo lief
Wij hadden elkaar trouw gezworen
Maar nu is mijn hartedief
Met enen anderen weggevlogen
Als gij haar somtijds niet kent
Hier volgt haar signalement

Grote oren, lange kin
Heeft zij die ik bemin
Platvoeten ossenknieën
Z’is raar om zien
Scheel ogen en vals haar
Ja ‘t geen ik zing is waar
‘k Min ze toch zo vurig mijn Charlotte
‘k Wordt van haar nog stapelzot

Z’is mager als een graat
En heeft daarbij nog kromme benen
Ik zeg dit niet uit haat
Omdat ze van mij ging henen
Haar mondje lief en klein,
Gelijkt aan een bakkersoven
En haar tong zo fris en fijn
Die weegt vier pond zeer juist gewogen
Armen van drij meters lang
Zij trekt goed op een strijkplank

O! Wat verdriet, wat smart,
Wat had ik haar nu toch misdreven?
Het knaagt mij reeds aan ‘t hart.
Dat zal ik vast niet overleven.
Als gij haar soms ontmoet
Wil mij waarschuwen beste lieden
Want ge kunt ze kennen goed
Door ‘t portret dat’k u kom aanbieden.
‘k Vergeet nog dat z’ heeft ‘nen bult
Waaraan gij z’herkennen zult.

Partituur * Het portret van mijn Charlotte *
      instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Auteursrecht © 2000-2017 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com