0

Ons varken is gestorven

Geplaatst door Johan op 31 mei 2017 in liedboeken, liederen, Over Leut & Plezier |

In 1937 bezocht Pol Heyns met een draadbandopnemer de “bejaarde” Rosalie Van Hove (1872-1945) uit Herentals die hem ondermeer het volgende lied voorzong:

      1. Ik ben een jong soldaatje

notenschriftversie volgens Pol Heyns in 1941

Dat is een getrouwe vertaling van een lied dat werd gepubliceerd in Leipzig, in  “Der Zupfgeigenhansl“, een liedboek voor jeugdbewegingen (eerste druk in 1909).

Volgens de Duitse liedtekst moet het in Zwitserland ontstaan zijn ergens in de 19e eeuw (“Schweizerijch 18. Jahrh.”) en men verwijst in voornoemde boekwerk door naar “Im Röseligarte”, een bloemlezing van Zwitserse volksliederen in 6 boekdelen, samengesteld door Otto von Greyerz (1863-1940), gepubliceerd in 1906 en heruitgegeven in 2008 bij Zytglogge-Verlag

Public Domain – gepubliceerd 1909

De door Heyns opgetekende melodie wijkt dus af van de “originele” Zwitserse versie, ook inzake herhalingen. “Geboren op het zand” zal wel een verbastering zijn van “geboren in Zwitserland”.

Wannes Van de velde nam het op zijn repertoire en volgde getrouw de versie die Pol Heyns optekende. Er staat ondermeer een uitvoering op “De Nomaden Van De Muziek” (2000, samen met Roland Van Campenhout)

Maar in de Kempen – zowel in Vlaanderen als in Nederland – circuleert een “contrefact” van dit lied, een heel andere tekst dus, over het slachten van een varken. Of hiervoor bewust de melodie van een soldatenlied werd gekozen is niet zeker, maar in het origineel wordt in zekere zin ook gewag gemaakt van een “slachtpartij”…

Er is nu veel te doen over bepaalde bevolkingsgroepen die ritueel schapen slachten, maar tot pakweg 60 jaar geleden, toen de BTW nog niet was uitgevonden, was het niet ongewoon in Vlaanderen dat op de binnenkoer regelmatig kippen of konijnen werden geslacht – zonder verdoving, gewoon de nek omwringen of de ruggegraat breken – en tijdens kermisperiodes was het de beurt aan “het vetgemeste kalf” of een vet zwijn.

Dat laatste heb ik zelf als kleuter mogen meemaken en de beelden staan in mijn geheugen gegrift: ik vond het wel spectaculair maar helemaal niet plezant.

Het schreeuwende feestvarken werd eerst met een zware hamer op de kop geslagen en dan (dood) in een bed van stro gelegd om de haren van het vel weg te branden. Met kokend water werd het schoongespoeld en daarna aan de achterste poten met een stevig touw omhoog gehesen om het te kelen en het bloed op te vangen in een emmer. Dat bloed was immers nodig om bloedworst mee te maken. Daarna werd het vlees vakkundig versneden: de hespen werden gepekeld en in de woonkamer aan het plafond gehangen als wintervoorraad, de poten en de kop werden cadeau gedaan aan helpende buren en andere onderdelen zouden enkele dagen later tijdens de kermis op tafel verschijnen.

Dit feestelijk tafereel wordt monkelend bezongen in het lied “Ons varken is gestorven”, zoals Harrie Franken het hoorde zingen door Gerarda Vosters in Reusel (Nederland, net over de grens, in de buurt van Arendonk). We vonden varianten op de website “Cultureel Brabant – CuBra” als “Ons vèrreke es gesteurven” waarbij doorverwezen wordt naar een LP van “Dommelvolk” (1979), en die versie hebben we teruggevonden op YouTube. De olijke muzikanten maakten er een kerkmuziek-versie van, alsof het tijdens een uitvaartplechtigheid werd opgenomen …

Wij hielden het bij de versie die Harrie Franken publiceerde in “Van Zingen En Speule, deel 1, pag. 100”:

Ons varken is gestorven

Ons varken is gestorven,
ons varken is gestorven,
het beest heeft zo geschreid, faldera,
al om die narigheid, faldera,
het beest heeft zo geschreid
al om die narigheid.

Waar ging het van kapoeris,
waar ging het van kapoeris,
van vetziekte beste man, faldera,
daar sterven z’alle van, faldera,
van vetziekte beste man,
daar sterven z’alle van.

Nu komt het in de hemel,
nu komt het in de hemel,
de hemel is de pan, faldera,
waar ‘t zich in warmen kan, faldera,
de hemel is de pan
waar ‘t zich in warmen kan.

Wat zal dat lekker smaken,
wat zal dat lekker smaken,
die ribjes, worst en ham, faldera,
al op den boterham, faldera,
die ribjes worst en ham
al op den boterham.

Nu zullen we’t begraven,
nu zullen we’t begraven,
al in een vat van hout, faldera,
temidden van het zout, faldera,
al in een vat van hout
temidden van het zout.

Partituur * Ons varken is gestorven *
      2. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com