0

Schetenlied (19e eeuw)

Geplaatst door Johan op 31 augustus 2016 in Andere liederen, cahiers, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

We kunnen het ons nu nog moeilijk voorstellen, maar pakweg honderd jaar geleden was een feestelijke bijeenkomst niet “af” als niet één van de aanwezigen een sketch, een gedicht, een lied naar voren bracht waarin kak en/of pis een hoofdrol (met 1 d) speelden. En dat was niet alleen zo bij het “gewone volk”, ook in de salons van de rijken waren scheetliederen niet van de … euh … lucht. Er was zelfs een professionele “pétomaan” die in het theater op de scène allerlei toeren uithaalde door krachtige winden te laten. Joseph Pujol (1857-1945) was die man en hij kon ook liederen spelen op een fluit die hij – voor alle duidelijkheid – niet in zijn mond stak…
In het “Iepersch Oud Liedboek” publiceerden Albert Blyau en Marcellus Tasseel in 1900 een paar welriekende teksten, waarbij ook het lied “Van de scheten”, inclusief melodie.van de scheten - iepers oud liedboek


Van de scheten

1. Eene juffrouw was in belet:
ze was met eenen wind besmet.
Ze liet een rondetje loopen;
Ze liet e scheetje, die niet en klinkt;
zei: « Foei, foei! Lisette, ge stinkt ! »
’t Beestje most het bekoopen!

2. De debben al van Ricolet
Ze laten een schete wondernet.
Ze laten ze lustig zinken.,
Ze zetten heur neder op eenen steen,
ze laten ze slibberen langs hun been;
Je zoudt er een boer op winken.

3. De pasters drinken geren wijn,
Die scheten moeten besuikerd zijn:
Van zoetigheid ze stinken.
Hij laat z’op zijn pantoffelen,
Ze rieken naar genoffelen:
Hij laat ze lustig zinken.

4. Den schoenmaker is een vrijgeest:
Hij spant zijn scheten op zijn leest,
Hij spant ze te stijf al rekken.
Den bakker tuit: « Al heet! al heet! »
Hij heet altijd zijn scheten g’reed
Met uit den oven te trekken.

5. De boeren zijn altijd bot
Ze ’n kunnen nie’ pissen zonder krot:
’t Is van die pap en brokken!
’t Is van dat zoete zurenissop !
Het gaat altijd: « Krot, krot! krot, krot!»
Je zou der joun aan verslokken.

6. Den Spanjaar’ kijk’ naar de lucht,
Zen oogen weenen, zen gat verzucht.
Wat zag men daar gebeuren?
’t Was krakende mul en krakende mol,
Hij kraakte heel zen broekje vol,
Dat ’t er van kwam scheuren.

7. Den bedelaar heê veel faveur:
Hij laat zen scheten voor allemans deur,
Voor boeren en boerinnen;
Die niet en riekt en niet en hoort,
Hij gaat altijd zen weugen voort
Zonder hem omme te keeren.



Karel Waeri (1842-1898) schreef een andere tekst over hetzelfde onderwerp die ook hetzelfde metrum gebruikt en dus op dezelfde melodie kan gezongen worden.
Hij maakt van elke derde regel een “bis”-regel als pseudo-refrein, wat in Ieper blijkbaar niet gebeurde.
Wim Claeys maakte er op “De Zwanenzang Van Karel Waeri” een multi-vocaal epos van in de stijl van de Oude Vlaamse Polyphonie: dat noemt men ironie.


De Scheten

Aan ’t kleed kent men geen menschen meer
’t Is al madame, ’t is al mijnheer
Maar wilt gij zeker weten } bis
Een ieders leven, rang of staat?
Kijk naar geen kleeren of sieraad
Maar luistert naar hun scheten } bis

De boer die jaagt met groot gedruis
De scheten uit zijn achterhuis
Zijn stem is als den donder } bis
En kwam er soms een hagelvlaag
Met eenen draaiwind uit zijn maag
’t Waar zekerlijk geen wonder } bis

Den augustijn, den jesuit
Ge denkt die menschen schijten niet
Maar wilt u niet vergissen } bis
Gaat eens in hunnen kloostergang
Daar hoort ge scheten ellen lang
De geur zal u verfrisschen } bis

Het altijd babb’lend vrouw geslacht
Doen zwijgen, ja, bij dag of nacht
Oh, dat mag niemand hopen } bis
Want gaat hun mond van babb’len moe
Somtijds voor twee minuten toe
Dan gaan z’al achter open } bis

De kwezel scheten kraken niet
Zooals een mensch vol van verdriet
Hoort men hun zuchten, beven } bis
.Ja ’t schijnt, ze gaan met tegenzin
De snood’ en booze wereld in
Ach wil het hen vergeven } bis

’t Begijntje houdt zich wonder stil
Wanneer het eens ontsluiten wil
Want dat mag niemand weten } bis
En als het op zijn vuurpot zit
Het braadt zijn scheten zonder spit
Die ’t lust mag er van eten } bis

Nu vraagt gij hoe den zanger doet
Ik zal’t u zeggen als het moet
Och, men hoort and’re zaken } bis
Zet u als schildwacht achter mij
En vliegt er een u daar voorbij
Wil met haar kennis maken } bis

Een scheetje laten is gezond
En vliegt er eentje uit uw kont
Ge moet daar niet in weten } bis
Mijn wijf die heeft weloverlest
Terwijl ik lag in mijnen nest
Op mijnen … knien gescheten } bis



Maar ons bekoorde toch het meest de tekst die we aantroffen in het liedjesschrift van Leonard Vandevelde (1869-1951), ons in 2012 bezorgd door Willy Goethals. Ook hier k-r-ak hetzelfde metrum én een “bis” bij elke derde regel.
In datzelfde schrift staat trouwens ook nog een grappige tekst over “de grote kak” waarvan we de melodie aantroffen in het boek “Café-Chantant” van Willy Lustenhouwer. Dat komt misschien ook nog eens aan bod…
Schtenlied - schrift Leonard Vandevelde
We herstelden de tekst waar nodig en pasten de melodie van het Iepersch Liedboek een beetje aan.


Schetenlied

Eenieder dicht naar zijnen zin
van Bacchus, Mars of van de min
en ik zing van de scheten } bis
als van een zaak meer ongemijn
gepleegd zowel door groot en klein
eenieder mag het weten. } bis

Ik handel van een instrument
aan alleman zeer wel bekend
‘t is van de achterkeuken. } bis
Van hunnen wonderlijken klank
en hun melodieuze zang
en van hun vieze reuken. } bis

Dit instrument maakt een geluid,
somtijds veel zachter dan een fluit,
dan raast het als nen dullen.
Dan klinkt het leeg en overfijn
nu gromt het weer gelijk een zwijn
en dan lijk d’ossen brullen.

Het is somtijds zo zeer ontsteld
door ‘t onverdraaglijk darmgeweld
alsof het had de stuipen.
Het laat er vijftig op een rij
en maakt een jammerlijk geschrei
als zij hun kot uitkruipen.

De ene scheet fluit overschoon,
een ander houdt in ‘t g’heel geen toon
het is voorwaar een wonder. } bis
Den deze piept gelijk een muis
den andere maakt een groot gedruis
en buldert als nen donder. } bis

Den ene houdt zich wonder stil
een ander sluipt heen langs de bil
en wandelt op zijn sokken } bis
omdat hij bang is van een zaak
bedwingt hij zijn verdomd gekraak
en smoort onder de rokken. } bis

Dan is het dat zijn stem verminkt
veel erger dan een ander stinkt,
ik lach met die devotie. } bis
Hoe klaarder dat zij zijn van klank,
hoe minder vergezeld van stank,
‘t is beter veel commotie. } bis

Want die stil uit de rommelpot
ontsluipen zijn zo danig rot,
zij zouden u vergeven } bis
door den vermaledijden geur
die langs hun achterkeuken deur
komt in uw neus gedreven. } bis

‘k Vermaan u allen voor het lest
en raad u tot het allerbest:
wilt gij niet dat ze stinken, } bis
versmoort ze niet maar schijt rechtuit,
de stank is viezer dan ‘t geluid,
laat ze maar vrolijk klinken. } bis



Partituur * Schetenlied *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com