3

Drama van Richard

Geplaatst door Johan op 3 februari 2016 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |
Beeld van Rik Viool, Aarschot

Beeld van Rik Viool, Aarschot

A. Paessens schrijft in “Marktliedjeszanger en kroegzanger van bij ons” (1967): “De marktzangers werden ook wel eens ROLZANGERS genoemd naar de roldoek waarop de tonelen, oh, heel primitief, geschilderd waren en in schreeuwende kleuren afgebeeld, de treffendste en ontroerendste momenten die in het lied bezongen werden. De roldoek van een onzer laatst en meest gekende zangers met name Rik Viool, bijnaam van Henri Meulemans, is nog te zien in het Museum voor Heemkunde te Aarschot en vertoont, over verschillende vakken verdeeld, het lied getiteld “Het Drama van Richard”.

Ook Ate Doornbosch wist deze rolprent hangen en vermeldt in “Onder de groene linde – deel 4” dat onderaan de rolprent het jaartal 1859 staat afgebeeld. Is het drama in 1859 gebeurd?

rolprent uit het Aarschotse museum, ook overgenomen in "Veel volk verwacht", 2012, uitgeverij Peeters, Leuven, pag. 105

rolprent uit het Aarschotse museum, ook overgenomen in “Veel volk verwacht”, 2012, uitgeverij Peeters, Leuven, pag. 105

Of slaat dat jaartal op de datum waarop de tekening werd vervaardigd? Allicht het eerste, maar we vinden in oude kranten niets terug hierover. In het lied worden geen elementen vernoemd die toelaten het drama concreet te situeren: geen familienamen, geen plaatsnamen …

Volgens dit citaat uit het boek “Liedjeszangers uit Steenokkerzeel en ommeland” van Jos Lauwers (2001) was Rik Viool pas 20 jaar later geboren, hij was dus zeker geen bevoorrechte getuige : “Rik was als zanger weinig begaafd: zijn stem klonk schor en was bijwijlen haast onverstaanbaar. Geboren op 11 april 1880, en dus een tijdgenoot van Alfons Van Gestel, sloeg hij met deze de handen in mekaar. Alfons had de stem en Rik beheerste de harmonika. Jarenlang werkten ze als vrienden samen, tot er ruzie ontstond over een vrouwenkwestie. Alfons sloot aan bij Lowieke Nijs; Rik Viool nam Vandermaelen onder zijn hoede.”  Vincent Vandermaelen was een uitgetreden priester, afkomstig van Kampenhout. Hij werd door iedereen “pater Cent” genoemd. Omdat hij gestudeerd had – een zeldzaamheid in het marktzangersberoep – waren zijn teksten technisch beter in orde dan die van andere marktzangers. En Rik Viool speelde dus trekzak… Misschien had hij zijn bijnaam te danken aan zijn krassende stem? En even misschien schreef A. Paessens de rolprent ten onrechte toe aan Rik Viool of had die het overgeërfd van een andere zanger.

Het thema van het liedje is in elk geval oer-oud, veel ouder dan 1859, en we hebben al enkele andere liederen in dit genre besproken waarbij een verliefd koppel gedwarsboomd wordt door hun omgeving omdat ze niet tot dezelfde stand behoren of niet over een vergelijkbaar fortuin beschikken.

Ook nu weer loopt het slecht af, en zoals gewoonlijk worden op het einde de ouders opgeroepen om dergelijke drama’s te vermijden door wat meer begrip op te brengen voor jonge verliefden.

De melodie baseerden we hoofdzakelijk op wat Ate Doornbosch optekende in 1967 bij Jacoba Antoinetta Schipperen-Van Seters (1903-1988) te Raamsdonksveer (N.Br.). en bij twee andere dames met een fris geheugen. Die opnames van Doornbosch zijn ondertussen beschikbaar via de Nederlandse Liederenbank:

      1. Jacoba Antoinetta van Seters, Raamsdonksveer, 10-4-1967
      2. Maria Rijken, Waspik, 10-4-1967
      3. Alida Hendrika Jansen, Vriezenveen, 8-4-1967

Harry Franken noteerde een verwante melodie en tekst  bij Anna Gerrits-van Kruysbergen te Helmond. Het is een voorbeeld van een lied uit de nabloei van de romantiek. Standverschil is een geliefd thema bij dergelijke liederen.

uit: "Van ZIngen en Speule - nr. 8"

uit: “Van Zingen en Speule – nr. 8”

Drama van Richard

Wat brengt de liefde menig paar op ‘s werelds plein,
wat lijdt toch menig jeugdig hart vroegtijdig pijn.
‘t Is Meolien, een arme maagd, zij werd bemind
door Richard, ene rijke graaf, hij was een enig kind.

“O Richardlief, wat dwalen uwe zinnen,”
sprak Meolien met d’ogen vol getraan;
“ik ben zo arm, zo ned’rig van geslachte,
aanschouw toch eerst uw rijkdom en uw pracht.”

Richard sprak met oprecht gemoed: 0 schone maagd,
‘k Bemin jou boven geld en goed en werelds pracht.
Kom, laat ons gaan voor Gods altaar in liefde groot,
En ons verbinden met elkaar tot in het uur des doods.

“O Richardlief, wat dwalen uwe zinnen,”
Sprak Meolien met d’ ogen vol getraan;
“Zou dan jouw vader het jawoord willen geven?
Want hij is graaf, een edelmoedig man.”

Richard die is direct gegaan naar zijn papa.
Hij sprak: “0 lieve vader, ach, hoor mij toch aan:
Ik min haar van mijn prilste jeugd, min ik een maagd,
die ik tot aan de rand van ‘t graf nimmer of nooit verlaat.

‘t Is Meolien, z’is steeds in mijn gedachten,
Z’heeft ons gediend vanaf haar prilste jeugd.
Zij is wel arm en ned’rig van geslachte,
Maar zij is rijk, vader, aan eer en deugd.”

De vader die sprak toen in toorn: “0 Richardlief,
‘k had liever dat je lag gesmoord in een rivier.”
En Meolien, die arme maagd, zij werd verjaagd.
Helaas, helaas, wat nu gedaan? O Richardlief, waarheen zal ik nu dwalen?

Sprak Meolien hem aan in tranen;
Mijn lijden komt er nu pas aan.
Mocht onze God mij spoedig komen halen
Dan was mijn lij voor eer al hier gedaan.

Aan een rivier was zij met hem in droef getraan,
Zij sprak: “0 Richard liefste mijn, ach hoor mij aan:
Eer ik vertrek van deze aard’, beloof het mij,
Dat gij uw nederige maagd altijd indachtig zijt.

En als ik dan op ‘t kerkhof lig begraven,
schrijf dan op mijn, al op mijn treurig graf:
Hieronder ligt een mart’lares begraven
Die haar jonk leven voor haar minnaar gaf.”

Richard nam pen en inkt ter hand en schreef een brief:
“Adieu, mijn dierbaar vaderland, ik heb je lief!
O vader, ‘t is uw eigen schuld dat uw enigst kind
op z’n eenentwintigst levensjaar zijn leven zó verslindt.”

Toen zijn zij samen, hand in hand gebonden,
roepend: Adieu, 0 leven van plezier!
Toen zijn zij samen in de rivier gesprongen
0, rijke ouders, spiegelt u eens hier.

Partituur * Drama van Richard *
      4. instrumentaal

Aanvulling 22-06-2017

We kwamen gisteren via Hugo Geeraerts in het bezit van een liedschriftje, bijeengeschreven door Theophile Govaerts uit Ourodenberg-Aarschot. Daarin staat ook dit lied, maar met enkele opmerkelijke verschillen in de tekst. Omdat Theophile misschien de versie van dorpsgenoot Rik Viool heeft opgeschreven, tonen we u hier ook zijn versie, die inderdaad in vele opzichten correcter lijkt.

Wat baart de liefde vele smart op ’t wereldplein,
wat lijdt er toch zo menig (paar) door de minnepijn.
O Melanie, gij arme maagd,
gij wordt bemind, van Richard,
een jonge graaf en edel1 kind.

“O Richard lief, waar zijn toch uw gedachten”2
sprak Melanie met ogen vol getraan.
“Ik ben zo arm, zo nederig van geslachte
aanziet eens uw rijkdom en uwen naam”

Richard sprak met droef gemoed:” 0 schone maagd,
‘k Bemin u boven geld en goed en alle pracht.
O Melanie, geef mij uw hand en blijf getrouw
wij leven in den echte band als man en vrouw”3

“Ach Melanie, mijn liefste uitverkoren,
ik zweer u trouw tot ik het graf in ga
en blijf gedachtig deze schone woorden
van totderdood elkander bij te staan”

“Ziehier Richard, hetgeen gij vraagt mijn lieve vriend,
het hert van ene arme maagd die u bemint
laat ons nu gaan voor Gods altaar met liefde groot
ons verbinden met mekaar tot het uur der dood.”

“O Melanie, gij staat in mijn gedachten
acht jaren lang staat gij in mijn hart geplant.”
“Maar zal uw vader ’t ja-woord willen geven?
Hij is een graaf en een hoogmoedig man!”

Richard dan met blij gemoed bij zijn papa.
Hij sprak: “Ach lieve vader zoet, aanhoort mijn vraag :
Ik heb van kindsbeen af bemind een maagd,
die ik tot aan de rand van ‘t graf nimmer of nooit verlaat.

‘t Is Melanie, die staat in mijn gedachten,
Z’heeft ons gediend met hare jonge jeugd.
Zij is wel arm en ned’rig van geslachte,
Maar zij is rijk, in ere en in deugd.”

De vader riep met wreedheid: “Vertrek van hier
‘k had liever dat gij ligt versmoord in een rivier.”
En Melanie, met haar malheur en droef getraan
werd gesmeten aan de deur, wat nu gedaan?

“Ach Melanie, waar moet gij nu gaan dwalen?
Met uwe vlucht, uw lijden dat komt aan
O mocht den goeden God u komen halen,
gij arme maagd, uw lijden was gedaan.”

Richard viel op zijn knie ter aard, liet menige zuchten,
“Heb medelij met deze maagd en hare vreugd
want ’t is het geld dat u verblindt, ach vader zoet,
gij versmaad uw eigen kind van vlees en bloed.”

Maar al zijn klachten konden hem niet baten,
hij sprak: ” Papa,” met ogen vol getraan,
“zijt gij zo wreed? Ik zal haar nooit verlaten.”
Hij is op zoek naar Melanie gegaan

Aan een rivier daar vond hij haar in droef getraan,
Zij sprak: “Ach lieve minnaar zoet, ’t is met mij gedaan.
Richard, voor dat ik scheidt van d’aard, beloof het mij,
dat gij dees arme maagd zult gedachtig zijn.

En als wanneer mijn lichaam ligt begraven,
dan moet gij schrijven op mijn treurig graf:
Hier ligt door mij een mart’lares begraven
Die steeds haar leven voor haar minnaar gaf.”

Richard sprak met droef getraan: “Ach Melanie,
ik zal u tot de dood bijstaan, aanhoort mij hier,
maar mijn vader is verblind van geld en goed
hij veracht zijn eigen kind, zijn vlees en bloed.

Ach Melanie, ons klachten kunnen niet baten,
mijn hart dat lijdt zoveel smart en pijn
er is voor ons geen rust meer op dees aarde
wij zouden beter van deze wereld zijn.”

Richard nam de pen ter hand en schreef een brief:
“Adieu, mijn dierbaar vaderland en ouders lief!
Adieu vader, gij zijt d’oorzaak als dat uw eigen kind
al van zijn eenentwintigst levensjaar verslindt.”

Zij hebben hun handen tesamen gebonden,
roepend: “Adieu, wereld en plezier!”
Ze zijn tesamen in een rivier gesprongen.
0, rijke ouders, spiegelt u aan dit lied!


1 Gezien het thema van het lied is het “edel” kind veel plausibeler dan het “enig” kind dat we elders zagen
2 Dit rijmt alvast beter en is allicht authentieker dan de versie van Harrie Franken
3 de twee laatste verzen van de tweede strofe zijn helemaal anders, en ook het vervolg van de tekst vertelt het verhaal vollediger en plausibeler.

Tags:

3 Commentaren

  • andreas Jaquet schreef:

    Hello
    Dit liedje laat ons weten dat het zelfs in een cirkus niet allemaal rozengeur en maneschijn is . Ook dit lied is zeer oud .

    De clouwn

    Met zijn haardos rood en wit
    Is de clouwn zijn werk aan t’maken
    Ieder die in t’cirkus zit
    Weet hij kostelijk te vermaken
    Wat is hij aardig vlug en net
    Koning van t’volk , hij mag het weten
    Verschaft ons altijd zoveel pret
    Doet ons aller leed vergeten

    Refrein
    Clouwn gij doet ons lachen
    Met uw smakelijk fijn gelach
    Met al uw aardige grappen
    Gij die door niemand wordt gehaat
    Clouwn gij doet ons lachen

    De clouwn gaat heen , hij triomfeert
    Om haar die hij aanbid te vinden
    Naar zijn loge gepasseerd
    Om te omhelzen zijn beminde
    Eensklaps op zijn weg gestoord
    Denkt hij een kus te horen kraken
    Snelt er heen daar zij hem toebehoort
    Maar men roept : Clouwn gij gaat het volk verlaten

    Refrein
    Clouwn gij doet ons lachen
    Met uw smakelijk fijn gelach
    Met al uw aardige grappen
    Gij die door niemand word gehaat
    Clouwn gij doet ons lachen

    Het ogenblik van rust is daar
    Uit zijn loge ziet hij iemand vluchten
    Hij komt bij haar en vraagt aan haar
    Terwijl hij bevend staat te zuchten
    Komaan spreek op wie was bij u
    Dat gaat u niet aan , dat was een lief wezen
    Ik bemin u niet , ik ben schier beschaamd
    De vrouw van een clouwn te wezen

    Refrein
    Clown gij doet ons lachen
    Met schitterende blik ziet hij haar aan
    Zij die hij beminde heeft hem bedrogen
    God weet wat er gebeuren gaat
    Clouwn gij doet ons lachen

    Op de kunstladder gaat het werk voort
    Waar de taak hen beiden verenigd
    Samen beklimmen zij de koord
    Het publiek is stil , t’is enig
    Het behoud is in zijn handen nu
    Hij zegt : Morgen zal u dat niet meer lukken
    Bedriegster met mij dood ik u
    Terwijl hij sneed het touw aan stukken

    Slotrefrein
    Clouwn gij lacht niet meer
    Uw jaloersheid was te groot
    Daar vallen twee lichamen ten gronde
    En beiden zijn nu dood
    Clouwn t’is uit met lachen
    ____________

    • Johan schreef:

      Afwijkende tekst (én melodie) is te vinden in “Geschiedenis van het Café-Chantant” van Willy Lustenhouwer als lied nr 190 “De Clown”:
      Met zijn gezicht half-rood en wit,
      begint de clown zijn werk te maken.
      Het volk dat in het circus zit,
      kan hij er vrolijk mee vermaken.
      Wat is hij kranig, vlug en net,
      koning in ’t vak, da’s gebleken.
      Hij schaft ons altijd veel pret,
      dat wij daarbij ons leed vergeten.
      (enzovoort)
      Het lied zou gezongen zijn door de Antwerpenaar Jos Dumont in de periode 1900-1930

  • Pieter D'haene schreef:

    Ik heb een bandopname van 1960 van mijn overgrootmoeder die het lied zingt van Richard en Melanie. Ben heel blij deze tekst hier gevonden te hebben want van de tekst die zij zingt, is niet alles duidelijk verstaanbaar. Met deze tekst klopt alles wat zij zingt. Leuk! Bedankt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1195-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com