0

Het soldatenkerkhof aan den IJzer

Geplaatst door Johan op 9 december 2015 in liedbladen, liederen, Soldaten, Wereldoorlog |

Marktzanger Tamboer schreef smartlappen nog voor het woord was uitgevonden – dat was pas circa 19601 – en heeft talrijke pakkende liederen over de gevolgen van de Oorlog geschreven. Vele daarvan toen Hitler in Duitsland steeds meer macht begon te verwerven en een tweede wereldoorlog zich begon aan te kondigen.

Zo ook onderstaand verhaal dat hij in elk geval ten vroegste in 1926 schreef, want hij gebruikte (eens te meer) de melodie van “Riquita” van Dumont-Benech en die werd in dat jaar gepubliceerd. Postuum, Benech overleed in 1925. Afgaande op de tekst is het lied uitgebracht in 1927, 13 jaar nadat de oorlog begon.

10026_1 05181_1

Wij publiceerden eerder al liederen die gebruik maakten van dezelfde populaire melodie:

Machtige landeigenaren slaagden er wel eens in een begraafplaats van hun eigendom te doen verwijderen. Bekend is het verhaal aan "Rossignol Hill" bij het Ploegsteertbos. In de herfst van 1930 werden 475 skeletten ontgraven en herbegraven op een begraafplaats in de buurt.

Machtige landeigenaren slaagden er wel eens in een begraafplaats van hun eigendom te doen verwijderen. Zo ook “Rossignol Hill” bij het Ploegsteertbos. In de herfst van 1930 werden 475 skeletten ontgraven en herbegraven op een begraafplaats in de buurt.

Zoals wel meer gebeurt in smartlappen is het hoofdpersonage een kind. Een ongelukkig kind uiteraard, want het heeft zijn vader verloren. Dat kind zou geboren zijn exact op de dag dat vader opgeroepen werd om ten strijde te trekken, dus in 1914, en als 13-jarige dwaalt het rond op “een kerkhof zonder muur”. Vader sneuvelde op het oorlogsveld en werd blijkbaar ter plekke begraven, niet in de buurt van een kerk.

Pas na 1915 werden gesneuvelden, voor zover mogelijk, begraven op de zogenaamde “Batllefield cemeteries”, dichtbij de frontlijn, haast altijd in de nabijheid van een medische hulppost. De indrukwekkende oorlogskerkhoven, die nog steeds druk worden bezocht, werden pas na 1930 opgericht – en dus ook nadat dit lied werd geschreven en gezongen.

In de laatste strofe drijft Tamboer de tragiek kundig ten top: de oorlog is gedaan en de vierjarige kleuter hoopt eindelijk voor het eerst zijn vader te zien, zoals mama beloofd heeft. Maar in plaats van vader komt een boodschapper melden dat de vader helaas gesneuveld en begraven is aan het front, blijkbaar niet zo heel ver van huis want als 13-jarige is zijn zoon elke dag op die begraafplaats te vinden.

Het is duidelijk dat Tamboer – en zijn publiek – niet zaten te wachten op een nieuwe oorlog, maar zij die de beslissingen moesten nemen luisterden niet naar de liederen van marktzangers.


1volgens Jacques Klöters in “Zo de ouden zongen”, Nijgh en Van Ditmar, 2006, pag. 8-9, is de term “smartlap” in geen enkele 19e eeuwse publicatie te vinden. “Het is voor het eerst gesignaleerd op pagina 260 van het Jaarboek 1962 van de Winkler Prins.” Het was waarschijnlijk een beetje denigrerend bedoeld om de successen van de Zangeres Zonder Naam vanaf 1957 te benoemen. Die gruwde zelf van het woord en had het enkel over “levensliederen”. Cabaretier J.L Pisuisse zou hierover gezegd hebben: “Een levenslied is een lied waarin bezongen wordt hoe iemand doodgaat.
Wie het woord “smartlap” bedacht is niet geweten. Vermoed wordt dat Alex De Haas het woord als eerste zou gebruikt hebben.

Het soldatenkerkhof aan den Yzer

Aan den Yzer op een kerkhof zonder muur
ziet men eIken dag een knaap soms uur op uur.
Hij is nog maar dertien jaar,
kende oorlog noch gevaar.
Maar zijn moeder had hem vroeger reeds verteld
hoe haar man zijn leven liet op ‘t oorlogsveld
en hij die geen vader vond
was sedertdien niet meer gezond

Vader lief hoort gij niet mijne klacht
Ik denk altijd aan u dag en nacht
Op de plaats waar gij rust als een held
Vraagt een vreemdeling soms heel ontsteld:
“Wie ligt daar op dat kerkhof zonder muur?”
‘t Zijn soldaten die stierven door ‘t vuur

In den nacht toen gij eens kreeg ‘t oorlogsbericht,
zegde moeder, schonk zij mij het levenslicht.
Gij verliet ons en ging heen,
vol verdriet en in geween.
Het kanon zond zijne stem over ons land,
ieder vluchtte door den schrik voor den vijand,
maar mijn moeder, in haar lot,
werd door die beulen nog bespot.

Stilaan groeide ik, ‘k was nu omtrent vier jaar.
Moeder sprak tot mij: “Mijn kind, de vred’is daar;
nu zult gij uw vader zien.
Hij zal u zijn liefde biën.”
Maar wij kregen toen bericht: hij is niet meer,
moedig stierf hij als een held op ‘t veld van eer.
Ieder feestte in ‘t verschiet
Bij ons was er weerom verdriet.

Partituur * Soldatenkerkhof aan den Yzer *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com