1

’t Was mijn geluk, de liefde

Geplaatst door Johan op 3 juni 2015 in cahiers, liederen, Over Liefde & Verdriet, schrift Victor Clerinx |

victor-clerinx-011In het liedschrift dat Victor Clerinx (1912-1984) tijdens zijn militaire dienst circa 1932 maakte, vonden we dit relaas over een jongeman die een rijke freule aan de haak wil slaan. Het lukt, ondanks het verlies van zijn bretellen…
We vonden nergens anders een spoor van dit lied of iets dat er op leek, en er was geen aanduiding van een melodie, dus die hebben we zelf bedacht. Wie de tekstschrijver was weten we ook niet, maar stijl en inhoud doen ons veronderstellen dat het rond 1920 moet geschreven zijn. Er is immers een soort van refrein, dus is het haast zeker van de 20e eeuw. Ook de titel is een mysterie want niet meteen af te leiden uit de liedjestekst.
Het is een “kluchtlied” en derhalve compleet verzonnen.

Schermafbeelding 2014-12-29 om 20.10.27

Schermafbeelding 2014-12-29 om 20.10.44

’t Was mijn geluk, de liefde

Stel u eens voor dat ik was gek
van een bevallig erfgename
wat mij betreft ‘k had geldgebrek
maar ‘k stond bij vâar in goede fame.
Eens sprak hij mij: “Brengt mij bezoek
ik ga een schitterend dansfeest geven”,
en met mijn schoonste bonte broek
‘k ging bij den vader mij begeven.

‘k Aanschouwde vol bewondering
zijn dochters schoonheid en manieren
terwijl in langsom schoner kring
de dansers draaiend gingen zwieren

Ik richtte mij beschaamd tot haar
en om de schone te behagen
vroeg ik haar fluisterend: “Wilt ge daar
met mij een eerste dansje wagen?”
Zij stemde toe ter zelfder stond
als juist de wals ging herbeginnen
en ‘k dacht terwijl wij draaiden rond:
“Ik moet haar hartje zien te winnen.

Maar krak, ik voelde plotseling
da‘k een bretel was aan ‘t verliezen
terwijl in langsom schoner kring
de koppels draaiend bleven zwieren.

Ik hield mijn danseres omvat
met hand en arm, elk kon beseffen
dat ik alzo de kans niet had
om mijne broek wat op te heffen.
Ik dacht: “Mijn andere bretel
die is goddank nog vast en stevig”
maar zie, daar hoor ik even snel
een tweede krak zeer fel en hevig.

Mijn broek die zonder steun nu hing
joeg mij de schrik tot in de nieren
terwijl in langsom schoner kring
de koppels draaiend bleven zwieren.

“Komaan, “dacht ik, van niets gebarend,
“ik mag den dans niet onderbreken.”
Kloekmoedig hield ik mij bedaard,
‘k verborg mijn onrust zonder spreken.
Mijn danseres bekeek mij strak
en vroeg: “Meneer, zou u iets schelen?”
Al was ik niets op mijn gemak,
‘k mag haar de zaak niet mededelen.

Mijn broek die zonder steun nu hing
bracht reeds verwarring in mijn spieren
terwijl in langsom schoner kring
de koppels draaiend bleven zwieren

‘k Gaf haar nog van mijn smart geen blijk
z’aanzag mij zoet, vol welgevallen,
maar ik verbleekte schrikkelijk,
ik voelde dat mijn broek ging vallen.
‘k Nam een besluit al met ne keer,
ik moest alles op alles zetten
ik viel voor haar geknield ter neer,
zo kon’k den val der broek beletten.

” ‘k Bemin u,” sprak ik, “stelpt mijn smart!”
Men moet maar stout zijn met mamsellen,
op één slag won ik zo haar hart,
maar ‘k had verloren mijn bretellen.

Partituur * ’t Was mijn geluk *
      1. instrumentaal

Tags:

1 reactie

  • Johan schreef:

    Hetzelfde lied maar toch met een andere tekst vonden we in het liedjesschrift van Leonard Vandevelde (1869-1951) dat Willy Goethals ons in 2012 bezorgde.
    (we herstelden de foute rijmen) Het zou kunnen betekenen dat beide versies gebaseerd zijn op een frans of duits cabaretlied… dat ons onbekend is.

    ‘k Was stapelgek van een lief kind
    dat achttien maal de roos zag bloeien,
    heur vader had veel geld verdiend
    en geld valt nimmer te verfoeien.
    Eens sprak hij: “‘k Vraag u op bezoek,
    ik geef een feest, gij komt valseren!”
    Met een splinternieuwe broek
    ging ik bij Pa me presenteren.

    Refrein:
    ‘k Aanbad zijn dochter rank en mals,
    ‘k dorst nauwlijks naar mijn schone turen,
    terwijl gewemel van den dans
    in lust en vrede voort blijft duren.

    ‘k Werd bij den dans iets vreemds gewaar
    en ‘k voelde gans mijn hart ontstellen;
    mijn broek viel af, groot was ’t gevaar,
    zij waren los mijn twee bretellen.
    Ik had geen lust tot walsen meer
    en om te lachen geen ambitie.
    Ach, vrienden lief, stelt u ne keer
    voor ene stond in mijn positie!

    Refrein:
    ‘k Bekeek het meisje lief en mals,
    ‘k zag naar de grond, plafond en muren,
    terwijl ’t gewemel van den dans
    in lust en vreugde voorts bleef duren.

    De broek schoof lager, wat affront,
    ik dorst niet meer een voet verzetten.
    ‘k Zonk schier van schaamte door den grond,
    hoe kon ik dat geschuif beletten?
    Gered, ‘k viel op mijn knieën neer,
    in al de wanhoop die mij griefde
    en ik verklaarde stout en teer
    aan ’t lieve kind mijn vuur’ge liefde.

    Refrein:
    ‘k Aanbad de schone, lief en mals,
    bleef naar heur mond voor ’t antwoord turen,
    en ‘k wenste dat die vieze wals
    niet langer meer mocht blijven duren.

Laat een reactie achter op Johan Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com