0

De misdienaar

Geplaatst door Johan op 20 mei 2015 in dubbelzinnig, liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

MUZ0165Bij onze speurtocht in onze bibliotheek naar een originele melodie voor het lied “De biecht” stootten we op een ander lied waarin de biechtstoel het decorum is.

Het werd gepubliceerd (en geschreven ?) door Willy Lustenhouwer in zijn boek over “Café-Chantant”-liederen. Hierbij gaat het evenwel over een regelrechte moord en de melodie zou overgenomen zijn van het ons onbekende lied “Acht jaar gevang”.

misdienaar

Een misdienaar door de Napolitaanse schilder Giacomo di Chirico (1843-1882)

Het verhaal in het kort: een zeer godvruchtig jongman die meer tijd in de kerk doorbrengt dan elders komt te weten dat zijn lief, van beroep meid van de pastoor, hem zou bedriegen. Als hij bovendien verneemt dat ze op een bepaalde dag te biechten wil gaan steelt hij de pastoor zijn kleren en gaat in diens plaats postvatten in de biechtstoel. En ja hoor, zo komt hij te weten op een manier die hij niet had verwacht dat zijn lief hem inderdaad “horens zet”. Hij vermoord zijn lief omdat … zie het einde van de laatste strofe.

Uiteraard is dit lied pure fictie, anders zou het ook niet in de eerste persoon gesteld zijn… We vermoeden dat de zanger de vele gedetailleerde handelingen die het lied verhaalt op de scène ook echt in beeld bracht, allicht gekleed als een misdienaar.

De misdienaar

Zeg vrienden hoort wat er van is,
ik zal ‘t u gaan vertellen,
‘k Ben missedienaar ja geweest,
voor ‘t wieroken en ‘t bellen.
‘k Stak lampen en boegietjes aan,
die in de kerke staan,
En gaf de pastoor zijnen boek,
die vaagt aan ‘t werken fijn z’n broek.
Ik ben een jongman zonder wijf,
van ‘s morgensvroeg al om halfvijf,
Sta ik daar in de kerk gereed,
en maak het wierookvaatje heet,
‘k Ontsteek dan elke kandelaar,
en laat ze branden en ‘t is klaar.
Ge moet niet vragen, groot en klein,
of ik een paapsgezinde zijn,
Heel godvruchtig wezen, onz’ vaders lezen,
Gebeden prevelen heel zacht,
en kruisjes maken met de macht,
Da’s mijn afféire, dat doe ik geire,
Maar ‘k heb de pastoor’s meid vermoord,
alstublief vertel het niet voort.

Dat meisje zag ik geren zeg,
die liefste Emmerance,
‘t Was ‘t troetelkind van haar papa,
ze kon zo geestig dansen,
Ik vree er al een tijdje mee,
ik was van haar tevree,
Maar toen de koster mij eens vroeg,
of ik wist dat ik horens droeg.
‘k Dacht: zou dat waar zijn nondedjeu?
Dat moet ik weten sapperbleu,
‘t Was just voor Pasen, moet verstaan,
dat meisje moest te biechte gaan
Ik trok er regelrecht vandoor,
en ging direct naar de pastoor,
‘k Gaf hem geen woord, geen klank, en snel,
kleedde hem uit tot op z’n vel.
Zonder veel traineren, nam ik zijn kleren,
En met zijn hoed en kerkeboek,
kwam ik voorzichtig om de hoek,
Geheel gebogen, geen blik omhoge,
En met de pastoor’s boeltje aan,
kwam ik de kerk binnengegaan.

‘k Zette mij in de biechtstoel neer,
en ‘k zag mijn Emmerance,
Ze bad voor onze lieve Heer,
nen hele rozenkranse,
‘t Was haar toer en ze kwam bij mij,
zij lachte en ze zei,
Och g’hebt mij toch zo’n deugd gedaan,
och kost het nog een keertje gaan,
Maar ik sprong toen uit de biechtstoel,
‘k gaf een petat op hare smoel,
’n Trek, ’n lap, ’n veeg, ’n mot,
dat meisje werd daar stapelzot.
Ik pakte haar bij haar korsee,
en ‘k nam haar potverblomme mee,
En in ’n rappe een twee drie,
zat ze toen in de sacristie.
Met ’n kandelare, gaf ik van snare,
Mijn koleire die was zo groot,
ik sloeg haar daar ter plekke dood,
‘k Ging ze verzuipen in de wijwaterkuipe,
Want van de pastoor’s kindje klein,
daar wil ik geen papa van zijn.

Partituur * De misdienaar *
      1. instrumentaal

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com