0

Het droevig einde van een schipper

Geplaatst door Johan op 12 augustus 2014 in liedboeken, liederen, Over Moord & Rampen |

Dit is allicht het meest bezongen thema in liedjes over het zeemansleven: de gevaren op zee, schepen die vergaan, mannen die verdrinken, vrouwen en kinderen die handenwringend thuis op hem zitten te wachten, bij elke tocht opnieuw.

De onbekende schrijver van dit lied ziet dit als een fatale, tragische situatie: de mannen kunnen niet anders dan om den brode de zee te gaan bevissen, ook al is dat riskant. Vrouw en kind zijn gedoemd om in angst te leven, en op een woelige winteravond gebeurt het onvermijdelijke …

Lustenhouwer noemt dit lied simpelweg “Vissersliedje”; in “Zo d’ouden zongen” van Walther Van Riet noemt het iets beeldender “Het droevig einde van een schipper” en in “Zingende Baren” van Jef Klausing staat het geboekt als “Zeemansleven” (Jef Klausing). Die laatste geeft als commentaar: “Dit lied werd in 1959 op band opgenomen te Helst waar het werd gezongen door een oude visser.
Het lied moet een grote verspreiding gekend hebben J. De Corte vond het in twee liederenschriften in Heist en M. Vincent tekende het eveneens op te Oostende.”

Clichés alom, ook in de melodie, die bij Van Riet toch nog anders is dan bij Lustenhouwer.

Schermafbeelding 2014-07-12 om 00.01.20
Wij baseren onze versie voor de tekst vooral op Lustenhouwer maar keken voor de melodie vooral naar wat Van Riet optekende. Het is een eerder vrolijke walsmelodie, oorsprong ongekend – net zoals de tekst trouwens – maar het zou me niet verbazen als een lied van de franse liedjesschrijver Benech model had gestaan.

 

Vissersliedje

Winteravond, ‘t is woelig op zee,
wijl een moeder in kommer en wee
met haar kindren in huis wacht en tracht,
naar de vader die heen is gevaren.
Voor de steun van zijn kroost en gezin
zo trotseert hij de regen en wind
Wijl hij vecht tegen storm en weer
vist hij door, gedwee.

Refrein:
Hoe wreed is het voorwaar
op zee te zwalpen over de baren,
voor brood in het gezin,
denkt gij niet vissers aan de gevaren?
Hoeveel van uw bestaan,
zijn er niet in de zee vergaan,
terwijl hunne vrouwen en kind’ren
blijven in getraan.

Wijl de storm en ‘t onweer buiten woedt
zit een moeder met droevig gemoed,
zijn schip ging en kwam niet meer naar huis
en zij denkt met het hoofd neergebogen
aan haar man in d’opbruisende zee
wijl haar kindren in rouw en in wee
vragen: “Moeder, komt vader weer?
Wij minnen hem zeer!”

Het werd morgen, de zee was gestild,
aan het strand zag men veel volk gedrild,
de reddingsboot kwam aangevaren
en die zou er alles gaan verklaren.
Maar de vrouw met haar kreunend gelaat
zag haar man niet en riep, ‘t is te laat,
hij is er voor zijn brood voortaan
in de zee vergaan.

Partituur * Vissersliedje *
      1. melodie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

Copyright © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze site is met behulp van deMulti kind-thema, v2.2, bovenop
het bovenliggende themaDesk Mess Mirrored, v2.5, vanBuyNowShop.com