0

Bijbelse geschiedenis

Geplaatst door Johan op 24 augustus 2014 in liedboeken, liederen, Spot & Ironie |

De liederen over de belevenissen van Adam en Eva in het Aards Paradijs zijn haast niet te tellen. Telkens heb je de indruk dat de auteur – en de mensen voor wie hij het zong – intelligent genoeg waren om het hele verhaal tot zijn ware proporties te herleiden (een allegorisch verhaal, zeker niet letterlijk te nemen) en anderzijds deze wetenschap toch niet al te duidelijk wenste te etaleren uit vrees voor mogelijke represailles. De tijden van de Inquisitie zijn in de kristelijke kerken lang voorbij; om ons te kunnen inbeelden wat godsdienstige terreur betekent moeten we tegenwoordig naar de beoefenaars van andere godsdiensten kijken…

tijdlijn-bijbel

In dit relatief recente liedje, gevonden en gepubliceerd door Harry Franken, over de bekendste bijbelse verhalen (Oude Testament) wordt de ironie nauwelijks verstopt. Niet alleen Adam en Eva komen in het vizier, ook de laveloze Noë, de lichtgelovige Mozes en de tot overspel uitgenodigde Jozef. Telkens probeert de zanger zich in te beelden hoe dat in onze moderne tijd zou verlopen.

In een korte toelichting schrijft Harry Franken:

“Opname: Oss, Sjaan van Rooy-Maas, maart 1982.
Het is mijn enige optekening van dit lied. In de literatuur vond ik geen vermelding of gegevens.”

Dat kan kloppen, wij vonden dit lied ook nergens anders terug. Het zou zomaar kunnen dat het ontstond in de familie of kennissenkring van de dame die het voorzong.

Bijbelse geschiedenis

Toen Adam in het schone Eden
leefde met Eva aan zijn zij
waren zij beiden zeer tevreden,
men lette niet op hun kledij.
Want nergens toch vindt men geschreven
dat Eva een korset aan had.
Zij waren beiden heel tevreden,
tevreden met een vijgenblad.

Wanneer die tijden eens wederkeerden
dat was voor menigeen de hoop
dat het eenieder zeer flatteerde
en daarbij was het ook goedkoop.

Toen Noé eens van zijne druiven
wat wijn geperst had zeekre keer
geraakte hij danig aan ‘t fuiven
tenslotte viel hij dronken neer.
Toen hij zijn roes had uitgeslapen
trakteerde hij de hele buurt,
hij schonk aan meisjes en aan knapen
want anders raakt die wijn verzuurd.
Wanneer dat heden eens zou gebeuren
dat Noé wijn te schenken had,
zou de politie hem bekeuren
omdat hij geen vergunning had.

Toen Mozes in zijn biezen mandje
aan de rivier te slapen lag
kwam farao’s dochter langs het kantje
ze nam hem mee toen zij hem zag.
Haar vader vroeg haar zeer verwonderd
vanwaar of zij dat kindje had.
Ze zei doodleuk: dat heb’k gevonden
en haar vader geloofde dat.
Wanneer een meisje in onze dagen
haar vader dit wijsmaken kan
dat men de kind’ren vindt langs ‘t kantje
dan kwam er heus geen einde aan.

Toen Jozef in vervlogen dagen
eens door de vrouw van Putifar
uit min werd aan de haak geslagen
geraakte hij zwaar in de war.
Hij liet, gij weet het immers allen,
eensklaps werd hij vreselijk bleek,
van schrik zijn wijde mantel vallen
en deed of hij haar niet begreep.

Wanneer een meisje in onze dagen
voor zo een Jozef kwam te staan,
dan liet hij eerst zijn mantel vallen
en had zijn broek ook uitgedaan.

Partituur * Bijbelse geschiedenis *
      1. melodie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com