2

Het vergaan van de stoomboot “De Berlin” (1907)

Geplaatst door Johan op 11 juli 2014 in liedbladen, liedboeken, liederen, Over Moord & Rampen |

Op de website van de NPO staat een uitvoerig verslag van deze ramp, bijeengezocht voor het TV-programma “Andere Tijden”.

“Het is de nacht van 20 op 21 februari 1907. De bijna honderd meter lange stoomboot de SS Berlin vaart de haar zo bekende route van Harwich naar Hoek van Holland. Ondanks een aanzwellende noordwesterstorm lijkt de Engelse kapitein Precious het schip goed onder controle te hebben. De Berlin staat te boek als stabiel en de kapitein is een ervaren rot in het vak. Aan boord van de Berlin is, naast de Engelse bemanning, een internationaal gezelschap van fabrikanten, zakenlieden en andere gegoede burgers aanwezig. “

Maar de zware storm maakt het schip onbestuurbaar en hij kwakt het met het middendeel op de Noorderpier. De kapitein vliegt overboord, passagiers vluchten naar het voorschip dat hoog boven water uitstak, naar ze dachten in veiligheid. Dat was verkeerd gedacht: het voorschip schoot ineens de dieperik in en sleurde tientallen mensen mee.

Schermafbeelding 2014-07-08 om 09.18.04

“Binnen twintig minuten nadat het schip op de pier is beland, vaart de stoomreddingsboot President van Heel uit. De boot probeert in de buurt van het voorschip te komen door een dreganker uit te werpen. De ankertros breekt. De reddingsboot keert onverrichterzake terug. “

Ook latere pogingen van de reddingsboten om dichterbij te komen en mensen te redden mislukken. Ondertussen schreeuwden de overgebleven passagiers hun doodsangsten uit. Uiteindelijk zouden slechts 15 opvarenden het er levend van afbrengen, 124 anderen waren reddeloos verloren.

Schermafbeelding 2014-07-08 om 09.21.03

Ook toen al waren de ramptoeristen er als de kippen bij en de marktzangers hadden al snel een pittig relaas klaar.

Jean-Louis Pisuisse, de latere chansonnier en uitvinder van “het levenslied”, die dan nog een eenvoudig journalist is, spoedt zich per trein via Den Haag naar Hoek van Holland om met eigen ogen te zien wat er zich daar afspeelt. In zijn verslag beschrijft hij zijn opwinding: “Die trein naar de Hoek leek mij veel te langzaam te gaan. Popelend van ongeduld zat ik aan elk station seconden te tellen en altijd leek het of de trein veel langer stopte dan noodzakelijk was.” Pisuisse is niet de enige die belangstelling toont voor de ramp. Over de treinreis vertelt hij: “Er is onder de passagiers een pretstemming, alsof ze naar de kermis op weg zijn. Je hoort ze in de volle bagagewagens stampen en zingen. Er wordt gepraat over het ongeluk: wat er al van bekend is, hoe het moet zijn gebeurd, hoeveel lijken er al zijn aangebracht…”

Schermafbeelding 2014-07-08 om 08.57.32

Onderstaand lied werd geschreven door “Boerke Waardichters” uit Stekene, alias P. De Windt (1860-1934), een leverancier van liedjes-op-maat ten behoeve van marktzangers die zelf geen liedjes componeerden. Hij was tevens redacteur-uitgever van “De Gazet van Stekene, ‘Het Boerkensblad’ “.

Oproep van Waardichters op z'n liedbladen

Oproep van Waardichters op z’n liedbladen

Als zangwijze koos hij voor de melodie van de strofen van “Het stervende kind“, dat op zijn beurt een bewerking is van “Kiss me till I go to sleep” van C.A. White (1832-1892), gepubliceerd in 1872.

Het vergaan van den stoomboot “De Berlin”

op 21 februari 1907 aan den Hoek van Holland, 130 doden

Nooit zag men groter ramp voorvallen
dan aan den stoomboot “den Berlijn”;
in druk en rouw zijn duizendtallen
van mensen die geslagen zijn.
Hoe zal ik hier die ramp bezingen,
zo uitgebreid, zo lang en bang?
Van allerschrikkelijkste dingen
in een kortbondig treurgezang?

De boot begon alras te zinken
en al het volk klom naar omhoog;
om zo niet spoedig te verdrinken
en zich te houden op het droog.
En wild en woester werd het weder,
daar loeid’ een noordse stormorkaan,
het achterdeel van ’t schip zonk neder
terwijl het voorste nog bleef staan.

Van op het strand kon men bespeuren
met medelij en hartewee
wat daar zo wreed kwam te gebeuren
een duizend meters in de zee.
Na wachten van verschillend’ uren
een reddingsboot werd aangebracht
om zich ernaar te avonturen
met bovenmenselijke kracht.

Intussen was het schip gezonken
dat men maar een klein deel meer zag.
Helaas hoeveel zijn reeds verdronken,
o wee, wat ramp, wat wrede slag.
Men kan nog bij het schip geraken
door menig hinderpalen groot
maar wie kan hulp en redding staken
als mensen spart’len met den dood?

Slechts vijftien mensen kon men redden
die zich nog konden houden vast
op schip en klip aan koord’ en netten
of aan de toppen van de mast.
Ook schatten, goud en diamanten
alles ligt daar in d’afgrond neer.
’t Volk stroomde toe van alle kanten
doch nu zing ik niet verder meer.


Vermoedelijk op dezelfde melodie deze tekst van een liedblad gepubliceerd in “Het Straatlied”, D. Wouters en Dr. J. Moormann, 1933

DE ZEERAMP VAN DE BERLIN.

Wie hoorde niet vol smart, ontzetting
De groote ramp aan Hollands kust,
De boot Berlin vond haar verplettring,
Aan Hollands hoek slaapt zij haar rust,
Een aantal vrouwen, kinderen, mannen
Nog allen vol van levenshoop,
Zij rusten thans, zoo diep verbannen
Verbroken is hun levensloop.

Partituur * Het vergaan van de stoomboot *De Berlin* *
      1. melodie

2 Commentaren

  • martine derycke schreef:

    Beste
    Mijn moeder zong indertijd het liedje van de gardeville voor me. Ik zou het willen gebruiken in een toneelstukje maar de tijd moet kloppen. Weet iemand van wanneer dit lied dateert?

    • Johan schreef:

      Wel … ik zie niet direct het verband met het vergaan van een stoomboot, maar goed.
      Het lied “Loop, loop, loop, de gardeville is daar, de gardeville is daar, de gardeville is daar” komt al voor in het boek “Kinderspel & kinderlust in Zuid-Nederland” van 1902, dus moet de melodie nog ouder zijn. Die lijkt overigens heel sterk op die van het lied “Zeven violen en een contrabas en een kletskop waar geen haar op was”;
      De melodie zou volgens R. Vankenhove in “Het Volksleven in het Straatlied” (Gent 1932) gebaseerd zijn op de dans “De Lanciers” alias “Quadrille Anglaise” van circa 1815. Van in den tijd van Napoleon dus!
      Hij noteerde ook een in Gent gezongen minder fraaie tekst op deze zangwijze:
      Twee fiolen en een contrabas
      en een pispot waar dat stront in was.
      En wie zou er mij niet willen
      met mijn dikke vette billen
      en mijn rijstpapgat.

      Twee fiolen en een konterbas
      En inderdaad, figuur vijf van de “Quadrille des Lanciers” is de inspiratiebron, zie dit Youtube filmpje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1195-2018 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com