0

Van Sidonie en de Majoor

Geplaatst door Johan op 8 januari 2014 in liedboeken, liederen, Over Liefde & Verdriet |

MUZ0104Het aanbod van liederen over onmogelijke liefdes is groot, maar dit relaas over de lotgevallen van ene Sidonie en een niet nader genoemde Majoor bereikt een gradatie van wreedheid die we zelden zagen.

Het grote aantal (12) strofen en de barbaarse wijze waarop de vader zijn dochter Sidonie straft doen ons veronderstellen dat het lied zijn oorsprong moet vinden in de 17e of 18e eeuw en dat de namen van de hoofdpersonages door de eeuwen heen gewijzigd zijn. We vonden van dit lied immers (nog) geen andere versie dan die in het boek “Oude liedjes, gezongen in het land van Asse” (1984).

Gelukkig wordt in het boek ook een melodie gepubliceerd, zoals het lied werd gezongen door een niet nader genoemde zegspersoon.

Het lied verhaalt een gebeurtenis in Rijsel. De edelgeboren Sidonie geraakt zwanger (de vader “vond zijn dochter in een bijzondere staat”) van een niet-adellijke majoor. Hoewel het koppel dolverliefd is op mekaar doet de vader van Sidonie al wat hij kan om de relatie te verbreken. De dochter moet in gevangenschap bevallen en het kind wordt weggenomen; jonkvrouw Sidonie wordt in een klooster weggestopt, “gelijk een slavin in een kelder gebonden”. De majoor moest ondertussen met het leger ten oorlog en die duurde negen jaar. “Zijn hart dat joeg om Victoria te bewaren”, we vermoeden dat dit moet zijn “victorie te bewaren” = om de oorlog te winnen.

Als hij na die oorlog terug in Rijsel aanbeland, komt hij een klein meisje tegen, Rosalia genaamd, en blijkbaar heeft hij meteen een vermoeden dat ze zijn verdwenen dochter is. Als de pleegouders vernemen dat de majoor terugkwam, sturen ze Rosalia dadelijk naar een pensionaat, toevallig in het klooster waar haar echte moeder nog steeds opgesloten zit. De intelligente dochter ontdekt wat er gebeurd is en haalt de majoor erbij. Die bevrijdt Sidonie, en haar wreedaardige vader wordt nu zelf gevangen gezet. De “edel”man kon dat niet appreciëren want daar  “viel hij in woede en stierf van razernij”: spijt voor zijn handelwijze had hij dus zeker niet.

Een ander lied, opgetekend in West-Vlaanderen door Roger Hessel, over “Constant en Constance” brengt een relaas dat in de eerste versregels een beetje lijkt op de lotgevallen van freule Sidonie:

Kom vrienden hier al in het ronde
Kom en luister naar mijn lied
’t Gene dat ik hier ga verkonden
Is overlaatst in Duitsland geschied
Constant een frisse luitenant
Was kurasier in Belgenland
Logeerde bij ene rijken heer
Die had een enige dochter teer

Er ontstond uiteraard een liefdesaffaire, maar die werd door de rijke papa van Constance al onmogelijk gemaakt vooraleer er een kind aan te pas kwam.
De soldaat “moest gaan marcheren”, de dochter kwijnt meteen weg van verdriet en gaat hem in het geheim opzoeken. Papa baron laat de luitenant in de gevangenis gooien en zijn dochter sluit hij op in haar kamer. Als ze daar stervende is van liefdeverdriet krijgt de vader wroeging en laat de luitenant bij haar komen. Te laat, ze sterft in zijn armen. Hij is ontroostbaar en springt in het diepe water. Zijn laatste woorden: “Ik wil bij haar begraven worden”. Gelijkaardig, maar toch niet hetzelfde. Misschien zijn beide liederen wel op een zelfde oeroud origineel gebaseerd.

Hieronder de volledige tekst van “Sidonie” zoals opgetekend in Asse; in de partituur is het lied ingekort tot 8 strofen, wat in de praktijk nog altijd teveel is om een hedendaags publiek te kunnen boeien…

Van Sidonie en de majoor

Hoe menig kind moet door de liefde treuren
door ouders’ geweld en door de hogemoed
gelijk men weer in Rijsel heeft zien gebeuren
van een majoor, ’t was tegen hun gemoed,
en Sidonie, als edelmanskind geboren,
ja, met het hart van ware liefde groot.
Zij hadden malkanderen de trouw gezworen
totdat hun scheiden zou de bleke dood.

Hare papa kwam de liefde te bespeuren
en vond zijn dochter in een bijzondere staat.
Hij sprak: «Trouwen dat zal hier nooit gebeuren!
Met een majoor, voor ons wat ene schand!»
En Sidonie werd in haar kamer gedreven
tot als de tijd van barensnood kwam aan.
Haar minnaar mocht haar niet meer zien of spreken,
hetwelk de majoor bracht in een droef getraan.

Zij baarde haar kind, hetgeen werd weggenomen
door hare papa, zijn hoog geweld en moed:
“O droeve maagd, de tijd die is gekomen
alsdat gij hongersnood en koude moet doorstaan»
En Sidonie werd naar een klooster gezonden
waar zij moest leven op water en droog brood,
gelijk een slavin in een kelder gebonden;
haar rustplaats was, helaas, een weinig stro.

Terwijl zijn lief in deze kelder treurde
kreeg de majoor bevel dat hij moest gaan.
Hij moest met zijn volk ten oorlog marcheren,
alwaar hij toonde zijn kloeke moed.
Met ’t zwaard in de hand dacht hij aan geen gevaren,
met zijn soldaten door de hoge gloed.
Zijn hart dat joeg om Victoria te bewaren
maar hij dacht altijd aan zijn liefste zoet.

Na negen jaar was hij vermoeid van ’t strijden
en keerde met zijn volk terug naar zijn vaderland,
niet wetende wat zij daar moest lijden.
Wanneer hij terug in Rijsel was aangeland,
een kind dat zich had naar de school begeven
kwam deze kloeke krijgsman tegemoet.
Hij voelde zijn hart, zijn bloed en boezem jagen
en omhelsde het in een tranenvloed.

Hij heeft het kind een handje gegeven
en vroeg: «Lief kind, wie zijn uw ouders zoet?»
«Mijnheér mijn ouders die zijn van het leven,
ik ben door mijn meter en tante opgevoed.»
Al wenende kwam hij het te verlaten.
Het kind heeft thuis aan meter alles verteld,
als dat er een majoor van onder de soldaten
haar had omhelsd en gegeven had wat geld.

Maar de ouders, die deze woorden verstonden,
dachten: «Dat zal haar vader zijn»
En Rosalie werd naar een pensionaat gezonden,
naar het klooster waar haar moeder lag in pijn.
Daar zag zij een non dagelijks dragen
naar een kelder water en droog brood.
Zij voelde haar hart beginnen jagen
en dacht: «Wie mag hier zitten in de pijn?»

Opeens kwam zij de kelder te bespeuren
en hoorde zuchten met een droef getraan.
Aan ’t keldergat riep zij: «Wie mag daar treuren?
mij uw naam, vrees niet, ik ben alleen.
Indien ik kan zal ik uw lot verzachten,
want al uw klachten snijden mij het hart
en rusten kan ik niet bij dag noch nachte,
aleer ik weet het noodlot uwer smart.»

«’t Is negen jaar dat ik hier zit gevangen,
door mijn papa, zijn hoog geweld en moed.
Omdat ik wilde trouwen uit verlangen
met een majoor, ’t was tegen hun gemoed.
Nauwelijks was mijn teer lief kind geboren
of ’t dochterken wierd van mijn hart weggerukt, wat pijn.
Ach, wist ik maar wat lot er haar is overkomen,
het moet nu rond de negen jaren zijn.»

Rosalie kwam het klooster te ontvluchten,
vond de majoor juist aan de waterkant.
«Ach vader ,» riep zij al wenend en al zuchtend
«geef mij uw hand, ik ben uw eigen kind
en Sidonie is mijn brave moeder,
die in het klooster in een kelder zit.
Och, vadellief, wil wezen mijn behoeder,
verlos haar, vader, want ’t is meer dan tijd.»

De majoor zijn hart kwam schier te breken.
Hij ging met de wet naar het klooster, ja, terstond,
deed met geweld de kelder openbreken
waar deze droeve moeder lag al op de grond,
op een weinig stro, nog erger dan de honden.
Elk stortte daar een tranenvloed.
Met een ketting was zij aan de hals gebonden,
haar lichaam was besmeurd al met haar bloed.

De majoor die riep: «Och mijne welbeminde,
omhelst uw vriend, gedaan is al uw lijd’n
en ook uw kind, dat gij komt weder te vinden».
Dit droef geween mag hier beschreven zijn.
Haar vader werd in een prison gestoken,
zij viel op haar knieën en bad om medelij .
Terwijl zij kwam om voor zijn vrijheid te spreken,
viel hij in woede en stierf van razernij .

Partituur * Van Sidonie en de Majoor *
      1. instrumentaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Auteursrecht © 1995-2019 Wreed en Plezant Alle rechten voorbehouden.
Deze website gebruikt het Multi Child-Thema, v2.2, bovenop
het Hoofd-Thema Desk Mess Mirrored, v2.5, van BuyNowShop.com